keyboard_arrow_right
Déontologie

Toegang tot elektronische medische dossiers van overleden artsen

De nationale raad van de Orde der artsen besprak de problematiek aangaande het deponeren van paswoorden om toegang tot elektronische medische dossiers van overleden artsen te verkrijgen.

Advies van de nationale raad :

E-mail van de nationale raad van de Orde der artsen aan dr. Gilles DELEU gilles_deleu@hotmail.com

In het antwoord verwijzen naar
Ons kenmerk : 108141/BD/TG/fd/CNR 009 11

Geachte dokter,

De nationale raad van de Orde der artsen besprak in zijn vergadering van 11 maart 2017 de problematiek aangaande het deponeren van paswoorden om toegang tot elektronische medische dossiers van overleden artsen te verkrijgen.

Het artikel 47, tweede lid, van de Code van geneeskundige plichtenleer regelt de overdracht van medische dossiers: "Indien de betrokken provinciale raad ingelicht wordt dat deze arts niet meer bij machte is deze verplichting na te leven, neemt hij de nodige schikkingen voor:
- de gepaste bewaarregeling voor de medische dossiers, teneinde de continuïteit van de zorg te kunnen verzekeren,
- de vrijwaring van het beroepsgeheim."

Bij hoger beschreven overdracht stuit men in de praktijk regelmatig op het probleem dat de toegang tot het medisch dossier afgeschermd is door een paswoord, voornamelijk bij solo werkende artsen.

Bepaalde provinciale raden namen daartoe in het verleden het initiatief om de paswoorden van de computers van de artsen op te vragen, teneinde bij het overlijden van de arts toch toegang te kunnen hebben tot de elektronische medische dossiers en aldus de continuïteit van de zorg voor te patiënt te kunnen verzekeren.

Deze methode bleek weinig bruikbaar, onder meer omdat dit impliceert dat de arts, telkens wanneer hij het paswoord wijzigt - hetgeen wordt aangeraden maandelijks of minstens om de zes maanden te doen -, dit dient door te geven aan de provinciale raad.

Wanneer een patiënt van een overleden collega hen raadpleegt, raadt de nationale raad artsen aan via het Hub-Metahub-systeem van het eHealth-platform toegang te verkrijgen tot de relevante stukken van het elektronisch medisch dossier, en dit op basis van de ontstane therapeutische relatie.

De nationale raad realiseert zich dat dit geen sluitende methode is, doch deze is praktisch te verwezenlijken en voldoende om de continuïteit van de zorg voor de patiënt te verzekeren.

De nationale raad onderzoekt intussen de werkwijze om de dossiers van overleden artsen te bewaren in een beveiligde gezondheidskluis.

Hoogachtend,
voor de Nationale Raad,

B. DEJEMEPPE,
Voorzitter