keyboard_arrow_right
Deontologie

De handelwijze van bepaalde artsen die het aan de huisarts van een patiënt overlaten deze laatste een getuigschrift van arbeidsongeschiktheid te bezorgen.

In zijn zitting van 12 september 2025 werd de nationale raad van de Orde der artsen om advies verzocht betreffende de handelwijze van bepaalde artsen die het aan de huisarts van een patiënt overlaten deze laatste een getuigschrift van arbeidsongeschiktheid te bezorgen.

Elke arts moet de patiënt de medische documenten die hij nodig heeft, bezorgen (artikel 26 van de Code van medische deontologie).

Het is een deontologische plicht van de arts om binnen de grenzen van zijn bevoegdheden en op een objectieve wijze gevolg te geven aan legitieme verzoeken van de patiënt. De arts kan zich hieraan niet onttrekken zonder gegronde reden.

Indien de patiënt voor dit document doorverwezen wordt naar zijn huisarts, brengt dat een extra raadpleging met zich en dus kosten voor de patiënt en de gemeenschap.

Dit verstoort de organisatie van de huisarts, die de patiënt snel moet onderzoeken zodat deze het attest binnen de gestelde termijn aan zijn werkgever kan bezorgen.

Uiteindelijk moet de patiënt extra stappen ondernemen om zijn rechten te doen gelden.

De nationale raad wijst er dan ook op dat artikel 26 van de Code van medische deontologie geldt voor alle collega’s.

Behoudens geldige reden, moet de arts die een medische ingreep verricht die leidt tot ongeschiktheid of die bij een patiënt arbeidsongeschiktheid vaststelt, zijn verantwoordelijkheid volledig opnemen en hem een getuigschrift van arbeidsongeschiktheid afgeven indien hij dit nodig heeft.

Hij kan zich niet ontdoen van de administratieve aspecten die inherent zijn aan zijn medische praktijk, ten koste van andere collega's en de patiënt.