keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Getuigschrift16/09/1989 Documentcode: a046013
Medische getuigschriften en schoolverzuim

Een provinciale raad, die door een geneesheer in naam van een groot aantal algemeen geneeskundigen werd geïnterpelleerd, verzoekt de Nationale Raad een advies uit te brengen aangaande medische getuigschriften in schoolverband.

Elk schoolverzuim moet met een medisch getuigschrift worden gerechtvaardigd. Niet medisch gerechtvaardigd schoolverzuim heeft gevolgen op school en financiële gevolgen; bijgevolg zetten de ouders de huisarts onder druk om een medisch getuigschrift af te leveren, die dit dikwijls moeilijk kan weigeren.

Bedoelde arts verzoekt de Raad van de Orde een circulaire op te maken waarin het standpunt ter zake wordt uiteengezet en waarvan de geneesheer de ouders en de verantwoordelijke schooldirecties naderhand op de hoogte kan brengen.

De provinciale raad die om advies werd aangeschreven, doet de Nationale Raad het antwoord geworden dat bedoelde collega zal worden toegestuurd.

Na een uitgebreide gedachtenwisseling en het onderzoek van het antwoord van de provinciale raad, doet de Nationale Raad de provinciale raad navolgend antwoord geworden:

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 16 september 1989 kennis genomen van uw brief van 5 juli 1989 met betrekking tot de medische getuigschriften in schoolverband.

De Nationale Raad heeft geen bezwaar tegen uw ontwerp‑antwoord, maar is evenwel van oordeel dat de voorlaatste paragraaf dient te worden geschrapt: "Waarom kunnen de patiënt of de ouders van het kind de verantwoordelijkheid niet op zich nemen voor moeilijk door de geneesheer te objectiveren verklaringen of feiten? Laatstgenoemde kan zijn verklaring bijvoorbeeld als volgt formuleren: "Ik ondergetekende, verklaar dat X mij mededeelt...". Het is naderhand de taak van de schooldirecteur of de werkgever om bedoelde verklaringen te beoordelen."

Cf. "Adviezen Provinciale Raden", p.37.

Getuigschrift26/08/1989 Documentcode: a046002
Lessen lichamelijke opvoeding - Getuigschriften

Lessen Lichamelijke Opvoeding ‑ Getuigschriften

De Nationale Raad heeft tijdens de vergadering van 17 juni 1989 (cf. Tijdschrift nr 45, p. 23) kennis genomen van twee brieven m.b.t. de problematiek omtrent het niet onbelangrijk aantal medische getuigschriften van vrijstelling van de les lichamelijke opvoeding.

De Nationale Raad werd door Minister Busquin gewezen op "het aanzienlijk aantal, niet zelden onrechtmatig uitgereikte medische getuigschriften van vrijstelling van gymnastiekles".

In een gelijkaardige brief stelt Prof. Van Assche van het Instituut voor Lichamelijke Opvoeding een type‑getuigschrift voor een totale of gedeeltelijke vrijstelling van de les lichamelijke opvoeding voor.

Een lid werd door de Nationale Raad gelast een ontwerp‑antwoord voor Prof. Van Assche op te maken. De Nationale Raad had de Minister reeds een antwoord doen geworden.

Het ontwerp‑antwoord wordt na enige gedachtenwisseling goedgekeurd.

Antwoord van de Nationale Raad:

De Nationale Raad is zich terdege bewust van de mogelijke probleemstelling die is ontstaan naar aanleiding van het aanzienlijk aantal dergelijke attesteringen dat de laatste jaren werd uitgereikt.

Een informatie‑ en sensibiliseringscampagne, zowel naar de uitreikers als naar de aanvragers van dergelijke attesteringen toe, kan dan misschien ook gerechtvaardigd blijken te zijn.

Wat betreft uw praktisch voorstel van voorgedrukte ongeschiktheidsverklaringen ten behoeve van de attesterende artsen, wil de Nationale Raad er U echter op wijzen dat het noch juridisch noch deontologisch mogelijk is het gebruik van een dergelijk attest voor de artsen verplichtend te stellen. Deze ongeschiktheidsverklaring houdt niettemin de mogelijkheid in zich tot betere specifiëring van de ongeschiktheid, zowel qua aard als qua duur ervan, en vandaar ook tot betere informatieoverdracht van arts naar leraar lichamelijke opvoeding, hetgeen de pedagogische waarde ervan alleen maar kan ten goede komen. Een sensibiliserende aanbevelingscampagne, zonder enige verplichtende allure, en dit langs de daartoe geëigende kanalen, lijkt dan mogelijks ook nuttig.

Wat betreft de inhoud van de ongeschiktheidsverklaring dient de Nationale Raad er U niettemin op te wijzen dat het medisch geheim hierbij op geen enkele manier mag worden geschonden. Als reden van ongeschiktheid kunnen dan ook alleen de vermeldingen ziekte, ongeval en verlenging worden weerhouden. Alle andere redenen dienen dan ook van het attest te worden weggelaten. Het medisch geheim is namelijk van openbare orde en de toestemming van de patiënt of van diens wettelijke vertegenwoordiger kan de arts hiervan in generlei mate ontslaan.

Getuigschrift17/06/1989 Documentcode: a045011
Lessen lichamelijke opvoeding - Getuigschriften

Het Jeugdbeschermingscomité van Brussel vestigde de aandacht van de heer Busquin, Minister van Sociale Zaken, op de fysieke conditie van de Belgische jeugd en op het "aanzienlijk aantal, niet zelden onrechtmatig uitgereikte medische getuigschriften van vrijstelling van gymnastiekles".

De Minister verzoekt de Raad "enige aandacht aan onderhavig probleem te besteden en de geneesheren, zo nodig, op hun verantwoordelijkheid in deze materie te wijzen".

Anderzijds deed Professor Van Assche van het Instituut voor Lichamelijke Opleiding (K.U.L.), de Raad een brief geworden waarin diens advies en voorstellen worden gevraagd i. v. m. "de doktersattesten voor de leerlingen die geheel of gedeeltelijk weerhouden zijn om aan de lessen lichamelijke opvoeding op school deel te nemen, dit op gronden van medische ongeschiktheid/onbekwaamheid".

Namens de Inspectie Lichamelijke Opvoeding in het Katholiek Secundair Onderwijs wordt een ontwerp van ongeschiktheidsverklaring voor de lessen lichamelijke opvoeding voorgelegd die "kan worden gebruikt door geneesheren die worden verzocht getuigschriften op te maken tot vrijstelling van de lessen lichamelijke opvoeding op school".

De Voorzitter van de Raad stelt voor bedoelde problemen tegelijkertijd te onderzoeken.

Het Bureau deelde aan de Minister mede dat deze problematiek door de Raad geanalyseerd zal worden en dat het wellicht nuttig is gebeurlijk onrechtmatig uitgereikte medische getuigschriften van vrijstelling van gymnastiekles aan de Nationale Raad of aan de bevoegde provinciale raden van de Orde over te maken.

Tijdens de discussie wordt de ernst van het probleem ingezien. Enkelen vrezen dat de goedkeuring van een type getuigschrift een precedent zal scheppen voor andere type-getuigschriften. Door andere leden wordt erop gewezen dat een type-getuigschrift kan worden voorgesteld, maar geenszins kan worden opgelegd. Door de Raad wordt unaniem gesteld dat elke vorm van welwillendheidsattesten moet worden tegengegaan. Tal van redenen tot het afleveren van dergelijke getuigschriften worden aangehaald.

Een lid van de Raad stelt voor dat voor de volgende vergadering een nota omtrent deze problematiek wordt opgemaakt. De Raad stemt hiermee in.

Beroepsgeheim14/05/1983 Documentcode: a031025
Inbeslagneming van medische attesten

Een eerstaanwezend advizerend geneesheer bij een ziekenkas verzoekt de Nationale Raad om advies aangaande de inbeslagneming van getuigschriften voor verstrekte hulp door de onderzoeksrechter. Bepaalde getuigschriften waaruit de diagnose kan worden afgeleid, zouden onder het beroepsgeheim moeten vallen.

Advies van de Nationale Raad van 14 mei 1983 :

De Nationale Raad herinnert aan het advies betreffende huiszoekingen in medische kabinetten, klinieken en hospitalen dat in 1975 werd verleend.

De Nationale Raad is de mening toegedaan dat een getuigschrift voor verstrekte hulp kan worden beschouwd als een stuk dat de uitmaakt van het medisch dossier.

Huiszoekingen in medische kabinetten, klinieken en hospitalen. Officieel Tijdschrift, nr 24 (1975 1976), p 56 en volgende.

  1. Algemeen principe

    De onderzoeksrechter mag huiszoekingen doen en laten doen, evenals inbeslagnemingen, zowel ten huize van ean verdachte als op gelijk welke andere plaats.
    De huiszoekingen en de inbeslagnemingen in de medische kabinetten en in de klinische diensten moeten evenwel omzichtig en discreet gedaan worden. In dit geval moeten zekere vormen in acht genomen worden krachtens de met het oog op de beveiliging van het medisch beroepsgeheim heersende gebruiken.

    1. In de mate van het mogelijke moet de huiszoeking gedaan worden in aanwezigheid van de betrokken geneesheer.
    2. Ze moet gedaan worden in aanwezigheid van een lid van de raad der Orde.
    3. De onderzoeksrechter moet persoonlijk overgaan tot de huiszoeking.
    4. De rechter moet, tijdens de huiszoeking, waken voor de belangen van de zieken die niet betrokken zijn bij het object van de huiszoeking.
    5. Tenslotte mag noch de voorzitter, noch het lid van de raad der Orde zich verzetten tegen de huiszoeking evenmin als tegen het inbeslagnemen van bewijsstukken in het dokterskabinet, met dien verstande evenwel dat akte zal genomen worden van zijn voorbehoud, zoals hieronder wordt vermeld.
  2. Toepassingsgevallen

    1. Eerste eventualiteit: de geneesheer zelf wordt verdacht.

      1. De overtreding heeft geen uitstaans met het medisch domein (b.v. het wederrechtelijk in bezit hebben van wapens).
        In dit geval is het weinig waarschijnlijk dat er problemen van beroepsgeheim aan te pas komen dan zal de taak van het bij de huiszoeking aanwezig lid van de raad der Orde zeer beperkt zijn.
      2. Overtreding op het medisch domein
        In principe mag de rechter alles in beslag nemen wat hem nuttig schijnt. De taak van het lid van de raad der Orde zal erin bestaan te waken voor de beveiliging van het medisch beroepsgeheim betreffende de personen die met de overtreding niets te maken hebben zo moet hij zich b.v. verzetten tegen de inbeslagneming van een hele fichesdoos, maar hij moet wèl toelaten dat de door de rechter aangeduide fiches er worden uitgenomen.
        Alle andere bewijsstukken mogen eveneens in beslag worden genomen, b.v. materiaal "dat voor een illegale interventie aangewend werd".

        N.B.: In geval van moeilijkheden, mag het lid van de raad der Orde de verzegeling eisen van alle in beslag genomen documenten.

    2. Tweede eventualiteit: de geneesheer wordt niet verdacht.

      Het object van de huiszoeking mag niet de inbeslagneming zijn van medische documenten of van andere bewijsstukken die betrekking hebben op de door een geneesheer aan een zieke verstrekte zorgen immers, het opsporen van bewijzen van die aard tegen de zieke alléén moet, feitelijk, als absoluut uitgesloten aanzien worden door het medisch beroepsgeheim.
      In dit geval verzet de afgevaardigde van de raad der Orde zich tegen de inbeslagneming, krachtens de eerbiediging van het beroepsgeheim.
      Indien de onderzoeksrechter niettemin meent de stukken te moeten in beslag nemen, mag de afgevaardigde in het proces verbaal doen akte geven van zijn meest uitdrukkelijke voorbehoud, zich baserend op de eerbiediging van het beroepsgeheim; hij mag ook eisen dat de in beslag genomen stukken in een verzegelde omslag zullen geborgen worden, waarop hij zijn handtekening zal zetten. Deze omslag zal later slechts in aanwezigheid van een lid van de raad der Orde mogen geopend worden.

      N.B.: Wanneer de dokter niet verdacht werd, mag de rechter hem altijd oproepen als getuige; in dat geval zal de dokter de getuigeneed afleggen. Inzake de eerbiediging van het beroepsgeheim zal hij dan in geweten moeten handelen

  3. Belangrijke opmerking

    De wetsdokter, die als deskundige door de rechter wordt aangeduid, heeft geen deontologische rol te vervullen. In géén geval kan de geneesheer van de raad der Orde een geheim delen met de wetsdokter.

8 maart 1975.