keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Getuigschrift17/06/1989 Documentcode: a045011
Lessen lichamelijke opvoeding - Getuigschriften

Het Jeugdbeschermingscomité van Brussel vestigde de aandacht van de heer Busquin, Minister van Sociale Zaken, op de fysieke conditie van de Belgische jeugd en op het "aanzienlijk aantal, niet zelden onrechtmatig uitgereikte medische getuigschriften van vrijstelling van gymnastiekles".

De Minister verzoekt de Raad "enige aandacht aan onderhavig probleem te besteden en de geneesheren, zo nodig, op hun verantwoordelijkheid in deze materie te wijzen".

Anderzijds deed Professor Van Assche van het Instituut voor Lichamelijke Opleiding (K.U.L.), de Raad een brief geworden waarin diens advies en voorstellen worden gevraagd i. v. m. "de doktersattesten voor de leerlingen die geheel of gedeeltelijk weerhouden zijn om aan de lessen lichamelijke opvoeding op school deel te nemen, dit op gronden van medische ongeschiktheid/onbekwaamheid".

Namens de Inspectie Lichamelijke Opvoeding in het Katholiek Secundair Onderwijs wordt een ontwerp van ongeschiktheidsverklaring voor de lessen lichamelijke opvoeding voorgelegd die "kan worden gebruikt door geneesheren die worden verzocht getuigschriften op te maken tot vrijstelling van de lessen lichamelijke opvoeding op school".

De Voorzitter van de Raad stelt voor bedoelde problemen tegelijkertijd te onderzoeken.

Het Bureau deelde aan de Minister mede dat deze problematiek door de Raad geanalyseerd zal worden en dat het wellicht nuttig is gebeurlijk onrechtmatig uitgereikte medische getuigschriften van vrijstelling van gymnastiekles aan de Nationale Raad of aan de bevoegde provinciale raden van de Orde over te maken.

Tijdens de discussie wordt de ernst van het probleem ingezien. Enkelen vrezen dat de goedkeuring van een type getuigschrift een precedent zal scheppen voor andere type-getuigschriften. Door andere leden wordt erop gewezen dat een type-getuigschrift kan worden voorgesteld, maar geenszins kan worden opgelegd. Door de Raad wordt unaniem gesteld dat elke vorm van welwillendheidsattesten moet worden tegengegaan. Tal van redenen tot het afleveren van dergelijke getuigschriften worden aangehaald.

Een lid van de Raad stelt voor dat voor de volgende vergadering een nota omtrent deze problematiek wordt opgemaakt. De Raad stemt hiermee in.

Getuigschrift14/05/1983 Documentcode: a031022
Ambtenaren in openbare dienst - Einde loopbaan

Ambtenaren in openbare dienst Einde loopbaan

Kunnen ambtenaren in openbare dienst of leerkrachten die binnen één of twee jaar de pensioengerechtigde leeftijd gaan bereiken, genieten van verlengde (en definitieve) ziekteverloven als vervroegd pensioen ?
Deze personen wensen van deze verloven te kunnen genieten omdat zij "recht" hebben op een aantal ziekteverlofdagen per jaar: aangezien zij gedurende al die jaren niet ziek waren menen zij dit recht te kunnen doen gelden... in akkoord met hun diensthoofd of directeur en hun vakbondsafgevaardigde. Welke moet de houding zijn van de huisarts die uiteindelijk verantwoordelijk is voor de beslissing ?

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 14 mei 1983 het door de provinciale raad voorgelegde ontwerp antwoord goedgekeurd:

Ziekteverlof kan enkel worden toegekend aan personen die echt ziek zijn en wanneer deze ziekte hen arbeidsongeschikt maakt.

Anders handelen komt neer op valsheid in geschrifte, waarbij zowel de auteur als de begunstigde strafbaar zin naar de wet.

Het "recht" op een aantal ziektedagen per jaar geldt enkel voor zover betrokkene werkelijk ziek is.

Diegenen die hiertoe aansporen, hetzij de vakbondsafgevaardigden (de eersten om in hun tijdschrift de laksheid van de geneesheren aan de kaak te stellen), hetzij hun superieuren, zijn strafbaar naar de wet.

Wij verzoeken U ons de concrete gevallen te signaleren waar gepoogd werd dergelijke welwillendheidsattesten te verkrijgen.

Beroepsgeheim14/05/1983 Documentcode: a031025
Inbeslagneming van medische attesten

Een eerstaanwezend advizerend geneesheer bij een ziekenkas verzoekt de Nationale Raad om advies aangaande de inbeslagneming van getuigschriften voor verstrekte hulp door de onderzoeksrechter. Bepaalde getuigschriften waaruit de diagnose kan worden afgeleid, zouden onder het beroepsgeheim moeten vallen.

Advies van de Nationale Raad van 14 mei 1983 :

De Nationale Raad herinnert aan het advies betreffende huiszoekingen in medische kabinetten, klinieken en hospitalen dat in 1975 werd verleend.

De Nationale Raad is de mening toegedaan dat een getuigschrift voor verstrekte hulp kan worden beschouwd als een stuk dat de uitmaakt van het medisch dossier.

Huiszoekingen in medische kabinetten, klinieken en hospitalen. Officieel Tijdschrift, nr 24 (1975 1976), p 56 en volgende.

  1. Algemeen principe

    De onderzoeksrechter mag huiszoekingen doen en laten doen, evenals inbeslagnemingen, zowel ten huize van ean verdachte als op gelijk welke andere plaats.
    De huiszoekingen en de inbeslagnemingen in de medische kabinetten en in de klinische diensten moeten evenwel omzichtig en discreet gedaan worden. In dit geval moeten zekere vormen in acht genomen worden krachtens de met het oog op de beveiliging van het medisch beroepsgeheim heersende gebruiken.

    1. In de mate van het mogelijke moet de huiszoeking gedaan worden in aanwezigheid van de betrokken geneesheer.
    2. Ze moet gedaan worden in aanwezigheid van een lid van de raad der Orde.
    3. De onderzoeksrechter moet persoonlijk overgaan tot de huiszoeking.
    4. De rechter moet, tijdens de huiszoeking, waken voor de belangen van de zieken die niet betrokken zijn bij het object van de huiszoeking.
    5. Tenslotte mag noch de voorzitter, noch het lid van de raad der Orde zich verzetten tegen de huiszoeking evenmin als tegen het inbeslagnemen van bewijsstukken in het dokterskabinet, met dien verstande evenwel dat akte zal genomen worden van zijn voorbehoud, zoals hieronder wordt vermeld.
  2. Toepassingsgevallen

    1. Eerste eventualiteit: de geneesheer zelf wordt verdacht.

      1. De overtreding heeft geen uitstaans met het medisch domein (b.v. het wederrechtelijk in bezit hebben van wapens).
        In dit geval is het weinig waarschijnlijk dat er problemen van beroepsgeheim aan te pas komen dan zal de taak van het bij de huiszoeking aanwezig lid van de raad der Orde zeer beperkt zijn.
      2. Overtreding op het medisch domein
        In principe mag de rechter alles in beslag nemen wat hem nuttig schijnt. De taak van het lid van de raad der Orde zal erin bestaan te waken voor de beveiliging van het medisch beroepsgeheim betreffende de personen die met de overtreding niets te maken hebben zo moet hij zich b.v. verzetten tegen de inbeslagneming van een hele fichesdoos, maar hij moet wèl toelaten dat de door de rechter aangeduide fiches er worden uitgenomen.
        Alle andere bewijsstukken mogen eveneens in beslag worden genomen, b.v. materiaal "dat voor een illegale interventie aangewend werd".

        N.B.: In geval van moeilijkheden, mag het lid van de raad der Orde de verzegeling eisen van alle in beslag genomen documenten.

    2. Tweede eventualiteit: de geneesheer wordt niet verdacht.

      Het object van de huiszoeking mag niet de inbeslagneming zijn van medische documenten of van andere bewijsstukken die betrekking hebben op de door een geneesheer aan een zieke verstrekte zorgen immers, het opsporen van bewijzen van die aard tegen de zieke alléén moet, feitelijk, als absoluut uitgesloten aanzien worden door het medisch beroepsgeheim.
      In dit geval verzet de afgevaardigde van de raad der Orde zich tegen de inbeslagneming, krachtens de eerbiediging van het beroepsgeheim.
      Indien de onderzoeksrechter niettemin meent de stukken te moeten in beslag nemen, mag de afgevaardigde in het proces verbaal doen akte geven van zijn meest uitdrukkelijke voorbehoud, zich baserend op de eerbiediging van het beroepsgeheim; hij mag ook eisen dat de in beslag genomen stukken in een verzegelde omslag zullen geborgen worden, waarop hij zijn handtekening zal zetten. Deze omslag zal later slechts in aanwezigheid van een lid van de raad der Orde mogen geopend worden.

      N.B.: Wanneer de dokter niet verdacht werd, mag de rechter hem altijd oproepen als getuige; in dat geval zal de dokter de getuigeneed afleggen. Inzake de eerbiediging van het beroepsgeheim zal hij dan in geweten moeten handelen

  3. Belangrijke opmerking

    De wetsdokter, die als deskundige door de rechter wordt aangeduid, heeft geen deontologische rol te vervullen. In géén geval kan de geneesheer van de raad der Orde een geheim delen met de wetsdokter.

8 maart 1975.

Beroepsgeheim13/06/1981 Documentcode: a029026
Inlichtingen te verstrekken bij ongevallen

Een Provinciale Raad wenst te vernemen welke de houding moet zijn van de geneesheer geconfronteerd met volgende praktische situaties:

  1. Inlichtingen aan de politie over slachtoffers van ongevallen: specifiëring van het letsel - voorziene duur van werkonbekwaamheid - eventueel natuurlijke of gewelddadige dood.

  2. Inlichtingen aan levensverzekeringsmaatschappijen die vragen naar «natuurlijk» of «gewelddadige» dood.

  3. Inlichtingen aan de verzekeringsmaatschappij omtrent verzekering tegen ongevallen van gemeen recht.

De Provinciale Raad legde een ontwerpantwoord ter goedkeuring voor aan de Nationale Raad. Na nader onderzoek van dit probleem en enkele tekstwijzigingen, werd door de Nationale Raad, in zijn vergadering van 13 juli 1981, volgend advies geformuleerd:

I. Inlichtingen aan de Politie over slachtoffers van ongevallen - DIENST 900

Vooraf dient er aangestipt dat de opname in een ziekenhuis strikt genomen onder het beroepsgeheim valt.

Het is echter niet vol te houden dat een opname in een ziekenhuis t.a.v. de rijkswacht of politie nog geheim is, wanneer deze voortvloeit uit een ongeval op de openbare weg en via de 900 gerealiseerd wordt.

A. Speficiëring van letsels:

De onderhavige overwegingen beperken zich uitsluitend voor ongevallen op de openbare weg of plaatsen waarbij het slachtoffer wordt binnengebracht via de dienst 900.

Vallen derhalve volledig buiten beschouwing: opnamen via de 900 waarbij deze fungeert als privé-ambulance.

a) Indien de patiënt oordeelsbewust is en zijn wil geldig te kennen kan geven

In deze situatie kan met toestemming van de patiënt:

  1. een algemene beschrijving van de opgelopen letsels

  2. en raming van de ernst
    met vermelding van alle voorbehoud voor beiden gegeven worden.

Onder geen enkele voorwaarde kunnen worden vermeld: elementen die in het ongeval een rol kunnen gespeeld hebben (vb. epilepsie, alcoholgebruik, medicaties, enz.).

b1) Wanneer de geneesheer de toestemming heeft van degene die de wettelijke of feitelijke verantwoordelijkheid heeft over de patiënt (vb. kind)

In dit geval gelden dezelfde criteria als voor a).

b2) Indien de patiënt niet oordeelsbewust is of niet bij machte geldig zijn wil te kennen te geven

In deze situatie mag een algemene beschrijving opgesteld worden als volgt:

«De toestand van de patiënt is van die aard dat hij niet bekwaam is de draagwijdte van de verklaringen omtrent zijn toestand te beoordelen.»

Verder kan er nog toegevoegd worden:

«De toestand moet als

  • matig ernstig
  • ernstig (zonder onmiddellijk levensgevaar)
  • zeer ernstig (levensgevaarlijk)

beschouwd worden.»

B. Voorziene duur van arbeidsongeschiktheid:

Deze mededeling heeft een volledig ondergeschikt belang. Zij kan derhalve alleen vermeld worden in geval A a) en b1).

C. Bij dood van het slachtoffer:

De geneesheer die het attest invult voor de Burgerlijke Stand, met de vermelding van:

  • natuurlijke,
  • gewelddadige of
  • niet te bepalen oorzaak,

mag precies dezelfde verklaring overhandigen aan de rijkswacht of politie.

NB. De geneesheer moet zeker zijn van de «natuurlijke dood» alvorens hij zulks verklaart !

Il. Levensverzekeringen - Vraag naar «natuurlijke» of «gewelddadige» dood door de levensverzekeringsmaatschappij

Die inlichtingen mogen aan de levensverzekeringsmaatschappij niet worden verstrekt.

III. Verzekeringen tegen ongevallen van gemeen recht - Vraag om inlichtingen door de verzekeringsmaatschappij

a) Indien de patiënt oordeelsbewust is en zijn wil geldig te kennen kan geven:

De verklaring moet zich beperken tot de beschrijving van de letsels. Tevens kan een raming van de gevolgen opgesteld worden. Dit alles dient te gebeuren met het akkoord van de patiënt aan wie het attest wordt overhandigd.

Vragen naar de voorgeschiedenis van de patiënt moet men onbeantwoord laten, evenals vragen waar men de geneesheer wil verplichten van de verklaring van het slachtoffer te bevestigen of te ontkennen.

b) Indien de patiënt niet oordeelsbewust is of niet bij machte geldig zijn wil te kennen te geven:

Idem als A b2).