keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Honoraria25/08/1990 Documentcode: a050004
Honoraria

De Provinciale Raad van Antwerpen die zich zorgen maakt over de misbruiken inzake honoraria ‑ misbruiken die het ganse beroep in opspraak brengen ‑, deelt zijn beschouwingen mede aan de Nationale Raad. Hij vindt het overigens wenselijk dat de Nationale Raad in deze aangelegenheid tussenkomt om enkele praktijken aldus een halt toe te roepen.

De Nationale Raad neemt kennis van het advies van deze Raad en stemt ermee in. Hij beslist tevens het advies mede te delen aan alle Provinciale Raden.

Antwoord van de Nationale Raad:

De Nationale Raad gaat akkoord met uw zienswijze en is diensvolgens met U van oordeel:

1) dat een geconventioneerde geneesheer zich strikt moet houden aan de tariefconventie,

2) dat een geconventioneerde geneesheer de tariefconventie slechts mag overschrijden, op voorwaarde dat de conventie zulks toelaat, op voorwaarde dat zulks geschiedt in naleving van artikel 71 van de Code van Geneeskundige Plichtenleer, op voorwaarde dat betreffende gehospitaliseerde patiënten de wettelijke beschikkingen met betrekking tot de vaststelling en de inning der honoraria gerespecteerd worden, en op voorwaarde dat de patiënt op voorhand voldoende duidelijk wordt ingelicht over de hoegrootheid van het honorariumsupplement en dat hem nooit een ontvangstbewijs wordt geweigerd.

3) dat een niet‑geconventioneerde geneesheer, hoewel hij uiteraard niet gebonden is aan de conventietarieven, gematigd en bescheiden dient te zijn bij het vaststellen van zijn honorarium, zoals bepaald door artikel 71 van de Code van geneeskundige Plichtenleer, en dat een niet‑geconventioneerde geneesheer overigens alle andere sub 2) vermelde voorwaarden ook strikt dient na te leven.

4) dat het feit dat een patiënt dank zij een privé‑verzekering aanspraak kan maken op terugbetaling van honoraria, niet vergoed door het RIZIV, geen reden is om te mogen afzien van de hierboven geciteerde voorwaarden.

Honoraria16/06/1990 Documentcode: a049007
Zorgen toegediend door een geneesheer aan familieleden

Het N.I.O.I (Nationaal Instituut voor de Oorlogsinvaliden) vraagt aan de Nationale Raad of het toegestaan is dat een geneesheer honoraria vraagt voor de zorgen die hij toegediend heeft aan zijn vader.

De antwoorden van de ondervraagde Provinciale Raden zijn uiteenlopend.

Na een gedachtenwisseling beslist de Raad het advies te bevestigen dat hij uitgebracht heeft op 24 januari 1983 en dat gepubliceerd werd in het Tijdschrift nr. 31(1). Hij wenst hieraan echter toe te voegen dat de Provinciale Raden bevoegd zijn om de klachten aangaande concrete gevallen, te onderzoeken.

Advies van de Nationale Raad:

De Nationale Raad bevestigt zijn advies van 24 januari 1983, waarvan U bijgaand een kopie vindt.

De Provinciale Raden zijn bevoegd om de klachten te onderzoeken in verband met concrete gevallen.

Advies van 24 januari 1983:

De Nationale Raad is van mening dat de gestelde vraag beantwoord wordt door artikel 79 van de Code van geneeskundige Plichtenleer dat luidt als volgt:

"Het is gebruikelijk dat een geneesheer kosteloze verzorging verstrekt aan zijn naaste verwanten, zijn medewerkers en zijn personeel, alsook aan zijn collega's en de personen ten laste van deze laatsten. De geneesheer mag niettemin een vergoeding vragen voor zijn kosten. Behalve aan zijn naaste verwanten, mag de geneesheer tevens een ereloon vragen ten belope van het bedrag dat ten laste valt van derden".

De volgende begrippen van dat artikel vragen om precisering:

1. Kosteloze verzorging

Dit begrip wordt op twee manieren beperkt. Vooreerst door het feit dat i.v.m. al de rechthebbenden welke in artikel 79 vermeld worden een vergoeding mag gevraagd worden voor de kosten.
Ten tweede door het feit dat een ereloon mag gevraagd worden ten belope van het bedrag dat ten laste valt van derden voor al de vermelde rechthebbenden, uitgenomen voor de naaste verwanten.

2. Vergoeding vragen voor zijn kosten

Het valt klaarblijkelijk niet onder de bevoegdheid noch van de Nationale Raad noch van de provinciale raden van de Orde der geneesheren om op een algemene manier te bepalen welk het bedrag is van de kosten, dat mag aangerekend worden.
Men kan evenwel aannemen dat een bepaalde provinciale raad van de Orde, die kennis krijgt van mogelijke misbruiken in een bepaald geval, de aangelegenheid onderzoekt en, bij bewezen misbruik, aan de betrokken geneesheer een sanctie oplegt.

3. Naaste verwanten

Onder "naaste verwanten" moet begrepen worden: de echtgenoot of echgenote, de ascendenten en descendenten van de geneesheer en de verwanten die te zijnen laste zijn en onder hetzelfde dak wonen.

Indien de klacht uitgaat van de Dienst voor Geneeskundige controle van het RIZIV, en mede betrekking heeft op een misbruik van therapeutische vrijheid, wordt de beslissing van de provinciale raad medegedeeld aan het RIZIV.

Honoraria19/03/1988 Documentcode: a040024
Geneesheren - O.C.M.W.

Geneesheren ‑ O.C.M.W.

Door een provinciale raad wordt om advies gevraagd m.b.t. een clausule in een contract tussen een arts en een O.C.M.W. waarin wordt gestipuleerd "dat de werknemer afziet van honoraria van welke aard ook, inclusief de honoraria die recht geven op een terugbetaling door de Ziekte‑ en Invaliditeitsverzekering," ten voordele van de administratie in geval van forfaitaire vergoeding.

Advies van de Nationale Raad:

De Nationale Raad is de mening toegedaan dat artikel 82 van de Code van geneeskundige Plichtenleer het antwoord geeft op de gestelde vraag.(1)

Voorts moet elk contract tussen een ziekenhuisgeneesheer en een O.C.M.W. door de medische raad worden goedgekeurd.

(1) Art. 82. Wanneer de geneesheer een forfaitaire vergoeding krijgt, mag zijn beroepsactiviteit daardoor niet ondergeschikt worden aan de financiële belangen van de natuurlijke of rechtspersonen die hem bezoldigen. Laatstgenoemden mogen geen enkel voordeel halen uit een mogelijk verschil tussen het ereloon dat zij innen als gemachtigden van de geneesheer en zijn forfaitaire vergoeding. Enkel de normale kosten die voortvloeien uit de medische activiteiten kunnen, indien zij door de geneesheer gekend en goedgekeurd zijn, een dergelijk verschil rechtvaardigen. De forfaitaire vergoeding mag niet lager liggen dan het overeenkomstige inkomen van een geneesheer die voor gelijkwaardige activiteiten per prestatie wordt vergoed. Elk contract of statuut, dat in forfaitaire vergoeding van de geneesheer voorziet, moet voor de afsluiting of goedkeuring ervan door de geneesheer, voor advies aan de bevoegde provinciale raad van de Orde worden voorgelegd.