keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Diëtisten21/10/1995 Documentcode: a071003
Zelfstandige diëtisten

De 'Belgische Vereniging van Zelfstandige Diëtisten' (F) wijst de Nationale Raad erop dat de samenwerking tussen diëtisten en artsen alsmaar toeneemt en dat de diëtisten nu deel uitmaken van de 'Nationale Raad voor Paramedische Beroepen'. Zij vraagt aan de Nationale Raad of hij, gezien deze evolutie, bij het advies blijft dat hij in 1984 uitbracht aangaande de werkzaamheden van een diëtiste in het kabinet van een arts.

Advies van de Nationale Raad :

  1. de beslissingen waarnaar u verwijst, zijn nog steeds van toepassing;

  2. het is nog steeds verboden een naambord en/of een bericht uit te hangen in de wachtkamer van een arts;

  3. er wordt niet afgeweken van de regels wanneer de arts en de diëtist(e) gehuwd zijn.

Advies van de Nationale Raad van 19 mei 1984 :

De Nationale Raad wijzigt zijn advies van 22 september 1975 aan de heer Minister van Volksgezondheid*. De Raad is van oordeel dat een zelfstandige diëtiste gebruik mag maken van het kabinet van een huisarts voor het houden van dieetconsultaties bij de door hem naar haar verwezen patiënten.

Nochtans is de Raad de mening toegedaan dat op de tweede en de derde vraag negatief moet worden geantwoord en dat derhalve geen enkele vorm van aankondiging toegelaten is.

De overeenkomst tussen de huisarts en de diëtiste moet door een schriftelijk contract worden geregeld en vooraf worden voorgelegd aan de Provinciale raad waartoe de geneesheer behoort. De Provinciale raad zal er speciaal voor waken dat elke vorm van collusie wordt vermeden.

* Advies van de Nationale Raad aan de Minister van Volksgezondheid en van het Gezin dd 22 september 1975 (ref. : 6927) in verband met het gebruik van eenzelfde kabinet door een arts en een kinesitherapeute :
De Nationale Raad veroordeelt deze intentie om de volgende redenen :

  1. het gevaar van een geheime verstandhouding tussen de geneesheer en de kinesitherapeute is niet denkbeeldig en de neiging elkaar direct of indirect winst of profijt te bezorgen, is niet uitgesloten (KB nr. 78 art. 18, al. 2);
  2. zulke toestand geeft onvermijdelijk een commercieel karakter aan de geneeskundige praktijk;
  3. de vrijheid van keuze van de patiënt komt hiermede ernstig in het gedrang.

Dit advies geldt eveneens voor geneesheren-specialisten.

Kabinet21/10/1995 Documentcode: a071002
Rusthuizen - Geneeskundig kabinet

Een provinciale raad vraagt aan de Nationale Raad of een arts een geneeskundig kabinet mag oprichten in een rusthuis.

Advies van de Nationale Raad :

Voorafgaandelijk dient opgemerkt dat "Résidence X" behoort tot de categorie van Rusthuizen voor bejaarden en dus niet ressorteert onder de Rust- en Verzorgingstehuizen. Daaruit volgt dat geen enkele wettelijke reglementering voorziet in een medische verzorgingseenheid binnen een dergelijk rusthuis. Dit sluit uiteraard niet uit dat het beheer van dergelijk rusthuis een afzonderingslokaal kan voorzien waar bewoners van het rusthuis door hun vrij gekozen huisarts in alle rust en privacy kunnen worden onderzocht en verzorgd en dit op elk ogenblik waarop de noodzaak daartoe zich voordoet. Dit lokaal kan dus niet op vastgestelde uren en dagen worden bezet door gelijk welke arts.

Aangezien dergelijk rusthuis bij wet benoemd wordt als een thuisvervangend milieu dient volgens de betreffende RIZIV-reglementering ieder arts-patiëntcontact binnen dergelijk lokaal beschouwd te worden als een huisbezoek en kunnen daar dus geen "consultaties" worden verricht, hetgeen bijgevolg de bestemming ervan als "medisch kabinet" uitsluit.

Bovenvermelde bepalingen gelden voor gelijk welke lokatie binnen de gemeenschappelijke ruimten van het rusthuis. De eventuele inplanting van een geneeskundig kabinet in de onmiddellijke nabijheid van een rusthuis dient zodanig te gebeuren dat het duidelijk is dat het kabinet geen deel uitmaakt van het rusthuis.

Wanneer het beheer zou besluiten tot de oprichting van een paramedische verzorgingseenheid ter plaatse, dan moet die verzorgingsmogelijkheid op gelijke wijze ter beschikking worden gesteld van alle bezoekende huisartsen en hun patiënten en mag deze geboden service op geen enkel ogenblik afbreuk doen aan de vrije keuze van de residenten.

Afgezien van bovenvermelde reglementaire onverenigbaarheid van een medisch kabinet binnen een rusthuis voor bejaarden, zou een dergelijke medische vestiging op direkte wijze aanleiding geven tot rechtstreekse of onrechtstreekse druk op de residenten met ronselen van patiënteel als gevolg en onttrekken en afleiden van patiënten ten nadele van de bezoekende huisartsen, hetgeen in strijd is met de deontologische richtlijnen vervat in art. 19, §1 en §2, van de Code van geneeskundige Plichtenleer.

Geneeskunde (Arbeids-)18/02/1995 Documentcode: a068017
Geneeskundige verzorging op het werk

Naar aanleiding van verschillende problemen met huisartsen vraagt een arbeidsgeneesheer of huisartsen die opgeroepen worden voor verzorging van patiënten die onwel worden op het werk verplicht zijn zich te verplaatsen dan wel mogen voorstellen de patiënten naar hun spreekkamer te brengen of een beroep te doen op de dienst 100.

Advies van de Nationale Raad :

Uw brief van 28 december 1994 heeft betrekking op de keuze van de arts bij oproepen voor verzorging van de personeelsleden van een onderneming die onwel worden op het werk. Het gaat noch over de continuïteit van de verzorging van de arbeidsgeneesheer (art. 104 tot 112 van de Code van geneeskundige Plichtenleer) noch over arbeidsongevallen.

De personeelsleden van een onderneming zijn vrij in de keuze van de arts (art. 27-28 van de Code van geneeskundige Plichtenleer) : het is wenselijk hun aan te raden hun behandelend arts te raadplegen. Behalve in uitzonderlijke situaties onderzoekt de vrij gekozen arts zijn patiënt in zijn praktijkruimte (of bij de patiënt thuis). Hij maakt van de verpleeglokalen van de onderneming alleen gebruik in geval van nood (art. 28 van de Code van geneeskundige Plichtenleer) en wanneer de patiënt zich daar bevindt.

In dringende gevallen (art.113-118 van de Code van geneeskundige Plichtenleer) doet de patiënt eventueel een beroep op de medische wachtdienst.

De onderneming kan met de medische ploeg die instaat voor de plaatselijke wachtdienst een overeenkomst opstellen om de betrekkingen in dringende gevallen te vergemakkelijken.