keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Lijst van de Orde15/10/1994 Documentcode: a067013
Splitsing van de provincie Brabant

De splitsing van de provincie Brabant brengt problemen met zich in verband met de organisatie van de provinciale raden van de Orde in deze provincie.
Na bestudering van dit probleem deelt de Nationale Raad zijn conclusies mede aan de heer Dercq, Inspecteur-generaal van het Ministerie van Volksgezondheid.

Brief van de Nationale Raad :

Omtrent de territoriale (re)organisatie van de organen van de Orde der geneesheren ingevolge de splitsing van de provincie Brabant in de provincie Vlaams-Brabant, de provincie Waals-Brabant en het Brusselse Gewest, heb ik de eer u hierna het resultaat mede te delen van de diverse consultaties door de Nationale Raad van de Orde der geneesheren en door zijn Bureau, en van de besprekingen die desomtrent werden gevoerd met onder meer vertegenwoordigers van de huidige provinciale raden van Brabant.

Met algemene consensus werd geopteerd voor het behoud van de huidige feitelijke toestand, wijl elke andere oplossing ernstige problemen met zich zou brengen, inzonderheid op organisatorisch en financieel vlak.

Een feitelijke status-quo betekent dat de twee huidige provinciale raden van Brabant hun eigenlijk "provinciaal" karakter verliezen en bevoegd zullen zijn, deze met het Nederlands als voertaal voor de geneesheren van de provincie Vlaams-Brabant en de geneesheren van het Brusselse Gewest die - onafhankelijk van taalcriteria - bij die raad wensen ingeschreven te zijn, en deze met het Frans als voertaal voor de geneesheren van de provincie Waals-Brabant en de geneesheren van het Brusselse Gewest die - uiteraard ook onafhankelijk van taalcriteria - inschrijving bij deze raad verkiezen.

Door deze regeling op basis van bevoegdheidsterritoria en niet van provinciale begrenzing, zal de inwilliging van de wens van de huidige provinciale raden om de zetels van de nieuwe raden op de huidige adressen te behouden, geen organiek probleem opleveren.

Het zou uiteraard de onderlinge werking ten goede komen indien de provinciale geneeskundige commissies op analoge wijze als de provinciale raden van de Orde der geneesheren georganiseerd konden worden.

Lijst van de Orde18/09/1993 Documentcode: a062005
Verzorgend personeel in rust- en verzorgingstehuizen

Verzorgend personeel in de rust- en verzorgingstehuizen

De secretaris-generaal van FEMARBEL (Fédération des maisons de repos privées de Belgique MR-MRS) vraagt aan de Nationale Raad of de bepalingen van de Code van geneeskundige Plichtenleer artsen toelaat een contract te sluiten voor tewerkstelling als verzorger in een rusthuis.
Zo ja, waarom weigert het RIZIV dan artsen te erkennen als verzorgend personeel in het raam van het Ministerieel Besluit van 19 mei 1992 ?

Advies van de Nationale Raad

De Nationale Raad besprak in zijn vergadering van 18 september 1993 uw adviesaanvraag van 30 maart 1993 met betrekking tot de mogelijkheid om in rustoorden en rust en verzorgingstehuizen artsen tewerk te stellen als ziekenverzorgers.

Opdat iemand in een rustoord voor bejaarden zou kunnen tewerkgesteld worden als lid van het verzorgend personeel, dient hij te beschikken over een registratienummer toegekend door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het R.l.Z.I.V.. Dit registratienummer kan slechts toegekend worden indien de betrokkene voldoet aan bepaalde kwalificatievereisten, vastgesteld in art. 2 §4 van het M.B. van 19 mei 1992 tot vaststelling van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 25 par. 12 van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, voor de in artikel 23, 13° van dezelfde wet bedoelde verstrekkingen, zoals laatst gewijzigd door het M.B. van 22 juli 1993 (Belgisch Staatsblad 1 september 1993, p. 19206).

De in dit besluit vermelde kwalificatievereisten houden in dat een lid van het verzorgend personeel minstens een brevet, diploma, studiegetuigschrift of kwalificatiegetuigschrift van het secundair onderwijs moet bezitten van een bepaalde, in het genoemd Ministerieel Besluit vermelde studierichting.

Aangezien een arts door zijn opleiding in principe niet voldoet aan deze kwalificatievereisten, kan hem geen R.l.Z.l.V.- registratienummer toegekend worden en kan hij in beginsel niet tewerkgesteld worden als ziekenverzorger, tenzij hij onder de toepassing zou vallen van de overgangsregeling voorzien in art. 2 §4bis van hogervermeld Ministerieel Besluit of tenzij de bevoegde Gemeenschapsminister de opleiding van arts zou gelijkstellen met die van ziekenverzorger.

In beginsel mag een doctor in de geneeskunde niet gelijktijdig ingeschreven zijn bij de Orde der geneesheren en derhalve het recht genieten om het medisch beroep uit te oefenen, en tevens werkzaam zijn als ziekenverzorger, dit om onder meer elk deontologisch en professioneel conflict te voorkomen.

Lijst van de Orde21/11/1992 Documentcode: a059005
report_problem Cf. advies d.d. 18.09.2010 (a131008).
Transfert van een geneesheer naar een andere provinciale raad

Transfert van de inschrijving van een geneesheer naar een andere provinciale raad

In een advies gepubliceerd in het Tijdschrift nr. 56 (15 juni 1992) is de Nationale Raad van oordeel, dat bij transfert van een geneesheer naar een andere provinciale raad het door de initieel bevoegde Provinciale geneeskundige commissie aangebrachte visum volstaat.
Een provinciale raad bezorgt de Nationale Raad het advies dat Mevrouw Onkelinx, Minister van Volksgezondheid, dienaangaande verstrekt heeft.
In antwoord op een parlementaire vraag en in een brief aan de voorzitters van de Provinciale geneeskundige commissies verklaart de Minister van Volksgezondheid en Leefmilieu het volgende:
"Een arts die zijn medische praktijk voor het grootste deel naar een andere plaats overbrengt, moet dit laten weten aan de Provinciale geneeskundige commissie van de provincie waar hij zich gaat vestigen". "Het eerste toegekende visum is terzelfdertijd een legalisering van het diploma en een inschrijving op de Lijst van de Orde. De naderhand verleende visa dienen slechts om de arts te registreren op het niveau van de provincie waar hij werkzaam is".

Advies van de Nationale Raad:

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 21 november 1992 kennis genomen van uw brief van 25 september 1992 betreffende het advies van de Nationale Raad aangaande het visum aangebracht door de Provinciale geneeskundige commissie.

Op deontologisch vlak bevestigt de Nationale Raad zijn advies van 15 februari 1992. Aan dit standpunt wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat op bestuurlijk vlak een geneesheer die zijn hoofdactiviteit naar een andere plaats overbrengt, een nieuw visum moet vragen aan de Provinciale geneeskundige commissie van de provincie waar hij zich gaat vestigen.