keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Associaties en contracten met niet-artsen, verzorgingsinstellingen, ...20/01/1996 Documentcode: a072001
Contracten - Bevoegdheid van de provinciale raden

De Nationale Raad wordt om advies verzocht aangaande de bevoegdheid van de provinciale raden inzake contracten tussen ziekenhuisbeheerders en ziekenhuisartsen die hun medische hoofdactiviteit uitoefenen in een andere provincie.

Advies van de Nationale Raad :

De Nationale Raad heeft Uw brief van 10 augustus 1995 inzake "contracten, bevoegdheid van de provinciale raden" herhaaldelijk onderzocht. Het in Uw schrijven geschetste probleem betreft de bevoegdheid van de provinciale raden inzake contracten afgesloten tussen ziekenhuisbeheerder en ziekenhuisarts.

Tussen de beheerder van een ziekenhuis en de Medische Raad van dat ziekenhuis worden conform de ziekenhuiswet drie overeenkomsten afgesloten zijnde de algemene regeling, het medisch reglement en het reglement voor de centrale inning. De individuele ziekenhuisarts kan bij het afsluiten van deze overeenkomsten enkel tussenkomen via de Medische Raad, die als representatief orgaan van de ziekenhuisgeneesheren de onderhandelingen met de ziekenhuisbeheerder voert. Het ligt dan ook voor de hand dat deze overeenkomsten door de Medische Raad van het ziekenhuis dienen voorgelegd te worden aan de Provinciale Raad van de Orde der geneesheren van de provincie waarin het ziekenhuis gelegen is.

Andere provinciale raden zijn niet bevoegd deze overeenkomsten te beoordelen daar zij geen enkele impact hebben op de Medische Raad van een ziekenhuis dat zich buiten hun territorium bevindt. Als uitzondering hierop kan wel worden gesteld dat de overeenkomsten, afgesloten tussen een Medische Raad en de ziekenhuisbeheerder, wel aan de goedkeuring van twee provinciale raden dienen onderworpen te worden wanneer de geografische ligging van het ziekenhuis meebrengt dat het voor de hand ligt dat de in het ziekenhuis werkzame artsen over twee provinciale raden verdeeld zijn.

Om te voorkomen dat de Medische Raad van dat ziekenhuis geconfronteerd wordt met niet-gelijkluidende adviezen van die provinciale raden is het wenselijk dat zij voorafgaandelijk overleggen zodat een eensluidend deontologisch advies aan de Medische Raad kan worden verschaft.

Daarnaast is het evident dat elke ziekenhuisgeneesheer verplicht is zijn overeenkomst met het ziekenhuis waar hij werkzaam is ter goedkeuring voor te leggen aan de Provinciale Raad waarbij hij ingeschreven is ook wanneer dit ziekenhuis buiten het territorium van zijn Provinciale Raad ligt. De overeenkomst van elke individuele ziekenhuisgeneesheer met de beheerder omvat naast de drie hoger vermelde stukken ook een individueel contract. Dit individueel contract verwijst altijd naar de bepalingen opgenomen in de afgesloten overeenkomsten tussen ziekenhuisbeheerder en Medische Raad maar kan daarnaast ook bepalingen bevatten die niet voortvloeien uit wat overeengekomen werd tussen beheerder en Medische Raad.

De Provinciale Raad waarbij een ziekenhuisgeneesheer ingeschreven is, is dan ook bevoegd de individuele overeenkomst van een geneesheer met een ziekenhuis, gelegen buiten de provincie, te beoordelen. Bij deze beoordeling kan de Provinciale Raad zoals hoger gezegd geen opmerkingen maken over de overeenkomsten afgesloten tussen de beheerder van het ziekenhuis en de Medische Raad. Wel kan hij opmerkingen maken aangaande bepalingen in de individuele overeenkomst die niet voortvloeien uit de drie reeds ten overvloed geciteerde overeenkomsten. Ten slotte kan de Provinciale Raad nagaan of de naleving van het geheel van de overeenkomst deontologisch verantwoord is voor een arts die naast zijn medische hoofdactiviteit in een andere provincie een ziekenhuisactiviteit uitoefent.

Beroepsgeheim16/09/1995 Documentcode: a070005
Medisch dossier - Provinciale Raad van de Orde

Medisch dossier - Provinciale Raad van de Orde

Een provinciale raad vraagt aan de Nationale Raad of de Voorzitter van een Beheerraad X een arts van zijn instelling kan beletten het medisch dossier van een patiënte over te maken aan de Provinciale Raad.

Advies van de Nationale Raad :

De Nationale Raad besprak in zijn vergadering van 16 september 1995 uw adviesaanvraag van 14 februari 1995 met betrekking tot het overmaken van het medisch dossier van een patiënte aan de Provinciale Raad.

Wat uw eerste vraag betreft, verwijst de Nationale Raad naar de artikelen 39 en 40 van de Code van geneeskundige Plichtenleer.
Volgens artikel 39 "is de geneesheer die persoonlijk het medisch dossier heeft samengesteld en aangevuld verantwoordelijk voor de bewaring ervan. Hij beslist over de overdracht van het geheel of een gedeelte van het dossier met inachtneming van het beroepsgeheim."
"Wanneer de medische dossiers evenwel worden samengesteld door een team en gecentraliseerd worden in een verzorgings- of andere instelling, hebben enkel de voor de verzorging van de zieken opgeroepen geneesheren toegang tot die dossiers. De inhoud en de bewaring ervan mogen door deze geneesheren enkel worden toevertrouwd aan personen die eveneens door het beroepsgeheim zijn gebonden." (art. 40 Code)
Uit deze artikelen mag afgeleid worden dat het de bedoeling is dat enkel de bij de verzorging van een patiënt betrokken artsen zeggenschap en beheer zouden hebben over de medische dossiers van hun patiënten. De Raad van bestuur van de VZW X heeft geen beslissende inspraak over het al dan niet laten inkijken/overhandigen van een medisch dossier door de verantwoordelijke geneesheer aan een derde, i.c. de Provinciale Raad.
Wat het beroepsgeheim van een arts t.o.v. de Orde der geneesheren betreft, "gelden overeenkomstig artikel 69 van de Code volgende principes:

- de geneesheer die als beschuldigde voor de Raad van de Orde verschijnt, mag zich niet beroepen op de zwijgplicht, maar is de gehele waarheid verschuldigd.
Hij is echter gerechtigd de vertrouwelijke mededelingen van de patiënt te verzwijgen;

- de geneesheer die verzocht wordt getuigenis af te leggen in tuchtzaken is, voor zover de regels van het beroepsgeheim jegens zijn patiënten het toelaten, ertoe gehouden alle feiten die het onderzoek aanbelangen, bekend te maken.
Deze principes zijn ook van toepassing op de geneesheren die opgeroepen worden in het kader van een verzoeningsprocedure of een disciplinair onderzoek.
Inbreuken op deze regels kunnen aanleiding geven tot disciplinaire sancties. De afgelegde verklaringen van de collegae worden nooit aan de openbaarheid prijsgegeven en vallen volledig onder het beroepsgeheim van de Orde der geneesheren."

(Advies van de Provinciale Raad van Antwerpen, goedgekeurd door de Nationale Raad op 16 maart 1991, Tijdschrift Nationale Raad, nr. 52, juni 1991, 50.) Wat het overmaken van bepaalde stukken aan de provinciale raad van de Orde der geneesheren betreft moet dus op basis van art. 69 van de Code een onderscheid gemaakt worden naargelang de door de provinciale raad aangeschreven arts 'beschuldigde' dan wel 'getuige' is.

Lijst van de Orde15/10/1994 Documentcode: a067013
Splitsing van de provincie Brabant

De splitsing van de provincie Brabant brengt problemen met zich in verband met de organisatie van de provinciale raden van de Orde in deze provincie.
Na bestudering van dit probleem deelt de Nationale Raad zijn conclusies mede aan de heer Dercq, Inspecteur-generaal van het Ministerie van Volksgezondheid.

Brief van de Nationale Raad :

Omtrent de territoriale (re)organisatie van de organen van de Orde der geneesheren ingevolge de splitsing van de provincie Brabant in de provincie Vlaams-Brabant, de provincie Waals-Brabant en het Brusselse Gewest, heb ik de eer u hierna het resultaat mede te delen van de diverse consultaties door de Nationale Raad van de Orde der geneesheren en door zijn Bureau, en van de besprekingen die desomtrent werden gevoerd met onder meer vertegenwoordigers van de huidige provinciale raden van Brabant.

Met algemene consensus werd geopteerd voor het behoud van de huidige feitelijke toestand, wijl elke andere oplossing ernstige problemen met zich zou brengen, inzonderheid op organisatorisch en financieel vlak.

Een feitelijke status-quo betekent dat de twee huidige provinciale raden van Brabant hun eigenlijk "provinciaal" karakter verliezen en bevoegd zullen zijn, deze met het Nederlands als voertaal voor de geneesheren van de provincie Vlaams-Brabant en de geneesheren van het Brusselse Gewest die - onafhankelijk van taalcriteria - bij die raad wensen ingeschreven te zijn, en deze met het Frans als voertaal voor de geneesheren van de provincie Waals-Brabant en de geneesheren van het Brusselse Gewest die - uiteraard ook onafhankelijk van taalcriteria - inschrijving bij deze raad verkiezen.

Door deze regeling op basis van bevoegdheidsterritoria en niet van provinciale begrenzing, zal de inwilliging van de wens van de huidige provinciale raden om de zetels van de nieuwe raden op de huidige adressen te behouden, geen organiek probleem opleveren.

Het zou uiteraard de onderlinge werking ten goede komen indien de provinciale geneeskundige commissies op analoge wijze als de provinciale raden van de Orde der geneesheren georganiseerd konden worden.

Orde der artsen (Organisatie en werking van de-)24/08/1991 Documentcode: a054022
Niet-betaling van de bijdrage - Inbeslagneming

Ingevolge een vonnis van de vrederechter van Mechelen, die de betrokken geneesheer veroordeelde tot het betalen van 1.500 fr. als bijdrage aan de Orde, is een deurwaarder overgegaan tot de inbeslagneming van de meubelen van de geneesheer. In deze zaak blijkt er een misverstand gerezen te zijn tussen de advocaat en de deurwaarder en de Nationale Raad beslist dat de verkoop van de meubelen niet doorgaat.

De Raad beslist de provinciale raden te herinneren aan de vroeger uitgebrachte adviezen van de Nationale Raad.

Brief vanwege de voorzitter aan de provinciale raden :

Recente gebeurtenissen in Mechelen – waarvan de pers breedvoerig gewag heeft gemaakt – in verband met de uitvoering van een vonnis waarbij een geneesheer werd veroordeeld wegens niet-betaling van zijn bijdrage aan de Orde der Geneesheren, nopen de Nationale Raad ertoe U te herinneren aan voorgaande beslissingen, die ook aan de pers ter kennis werden gebracht.

Die beslissingen kunnen aldus worden samengevat dat :

  • steeds zal worden overgegaan tot betekening van het vonnis teneinde dit definitief te doen geworden en uitvoering ervan mogelijk te maken;
  • uitvoering (beslag, enz.) nooit zal gebeuren op huisraad (meubelen) van de geneesheer, doch zal beperkt worden tot post- of bankrekeningen, presentiegelden, wedden en dergelijke.

Ik verzoek U in geval van probleemstelling het Bureau van de Nationale Raad te willen raadplegen.

Orde der artsen (Organisatie en werking van de-)15/06/1991 Documentcode: a053011
Adviezen van Provinciale Raden goedgekeurd door de Nationale Raad en gepubliceerd in het Tijdschrift

Een Provinciale Raad vraagt aan de Nationale Raad of de adviezen van Provinciale Raden, die goedgekeurd werden door de Nationale Raad en gepubliceerd werden in het Tijdschrift onder de rubriek "Adviezen van Provinciale Raden", ook gelden voor de geneesheren van de andere provincies.

Nadat de Raad enkele van die adviezen herlezen heeft, is hij van oordeel dat de meeste wel een algemene draagwijdte hebben maar dat sommige toch enkel betrekking hebben op een specifieke situatie van een of andere Provinciale Raad. De Nationale Raad zou dus in de toekomst duidelijk moeten aanstippen voor wie het advies geldt.
De Raad verstrekt drie adviezen in antwoord op de vraag die voorgelegd werd door de Provinciale Raad van Antwerpen:

Met referte aan Uw schrijven van 22 april 1991, heb ik de eer U te laten weten dat de Nationale Raad in de toekomst zonder verwijl aan alle Provinciale Raden zal melden of adviezen van Provinciale Raden die door de Nationale Raad werden goedgekeurd bindend zijn voor alle Provinciale Raden en dus alle geneesheren van het land.

* * *

De Nationale Raad heeft in zijn zitting van 15 juni 1991 kennis genomen van Uw schrijven van 22 april 1991 met betrekking tot vermeldingen betreffende de beroepsuitoefening.

Het advies dat op 20 oktober 1990 op verzoek van de Provinciale Raad van West‑Vlaanderen werd verleend, moet als algemeen geldend worden beschouwd.

* * *

Met referte aan Uw schrijven van 22 april 1991 betreffende de brochure van Uw Provinciale Raad over het medisch beroepsgeheim die door de Nationale Raad werd goedgekeurd op 16 maart 1991, heb ik de eer U te laten weten dat deze richtlijnen voor alle geneesheren van het land gelden.