keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Resultaten

Vorige pagina

2

pagina

Ethiek (Medische-)01/01/1980 Documentcode: a028040
Europese handleiding voor medische ethiek en professioneel gedrag

EUROPESE HANDLEIDING VOOR MEDISCHE ETHIEK EN PROFESSIONEEL GEDRAG

De idee van deze handleiding dateert al van jaren maar het ontwerp dat oorspronkelijk «Europese Code van Plichtenleer» heette, doorstond een waar kruisvuur van amendementen ingevolge de onderling nogal uiteenlopende ethische opvattingen van de aanwezige delegaties. Zo werd de titel zelf van de handleiding gewijzigd omdat de term «Code» moeilijk aanvaardbaar bleek voor onze Angelsaksische collega's die de voorkeur geven aan de term «Guide» omwille van het minder dwingend karakter !

De preambule die herinnerde aan enkele grote principes van de geneeskundige deontologie, diende eveneens talrijke wijzigingen te ondergaan alvorens aan de gemeenschappelijke ethische opvattingen te beantwoorden.

Er wordt op dit ogenblik nog gewerkt aan de redactie en de vertaling van een aantal fundamentele hoofdstukken; het betreft meer bepaald de hoofdstukken aangaande het medisch geheim, de vrije keuze, de eerbied voor het leven, de plicht van hulpverlening, enz. Gehoopt wordt spoedig een adekwate communautaire formulering te vinden waarbij de substantiële waarde van de principes evenwel niet verloren gaat.

Er werd reeds een gedetailleerde analyse gemaakt van de bestaande Codes. Er blijven duidelijk een aantal, zij het minieme of administratieve, deontologische verschillen bestaan tussen de negen landen.

De «Ethische en professionele handleiding» wil in de eerste plaats een hulp zijn voor de migrerende geneesheren bij hun aanpassing aan bepaalde in het land van ontvangst geldende disciplinaire regels.

Evenmin onbelangrijk hierbij is de informatie van het publiek en de openbare machten. Wij menen namelijk dat de geneesheren het publiek moeten geruststellen door aan te tonen dat de morele principes van ons beroep overal dezelfde zijn en dat de organisatie van een Europese geneeskunde, die vanzelfsprekend migraties van geneesheren met zich brengt, geen gevaar inhoudt voor de kwaliteit van de medische verzorging en de eerbied voor de zieke menselijke persoon.

Zo'n betoog lijkt ons uiterst opportuun gezien de reacties van bepaalde openbare machten die op het gebied van de Sociale Zekerheid, en meer bepaald in verband met de geneeskundige verzorging, hervormingen wensen die wellicht door economische overwegingen geïnspireerd zijn maar de Geneeskunst herleiden tot vormen die ethisch gezien onaanvaardbaar zijn.

Deze Handleiding zal nog vervolledigd worden door een reeks praktische gegevens betreffende de medische organisatie, zoals o.a. de Orde, in elke lidstaat en betreffende bepaalde wettelijke particulariteiten en het systeem van Sociale Zekerheid die voor de migrerende geneesheer niet zonder belang zijn.
Het zal evenwel nog enige tijd duren vooraleer de publicatie van deze Handleiding werkelijkheid kan worden.

Prof. Dr. DEREYMAEKER A.

Ethiek (Medische-)17/03/1979 Documentcode: a027015
Medische ethiek en experimenten op personen

De Commissie voor medische Ethiek van het Fonds voor geneeskundig wetenschappelijk onderzoek, heeft de Nationale raad verzocht «de aandacht van de ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen te willen vestigen op het feit dat zij beroep kunnen doen op een onafhankelijk organisme zijnde, de Commissie voor geneeskundige Ethiek van het F.G.W.O., in verband met alle ethische problemen waarmede zij worden geconfronteerd.»

De Nationale raad heeft in zijn vergadering van 17 maart 1979 dit probleem, dat in feite in de eerste plaats onder zijn bevoegdheid valt, nader onderzocht en aan de secretaris van het F.G.W.O. volgend schrijven gericht:

De Nationale raad van de Orde heeft Uw schrijven van 19 januari l.l. aandachtig gelezen en de Commissie «Experimenten op personen» met een nader onderzoek van dit probleem belast.

De Nationale raad van de Orde wenst U eraan te herinneren dat, ter intentie van de Belgische artsen, de algemene medisch-ethische principes in verband met het experimenteren op mensen, in hoofdstuk 8 - artikelen 89 tot 94 - van de Code van plichtenleer nader werden omschreven.

De Nationale raad van de Orde onderschrijft de richtlijnen van de Verklaring van Helsinki zoals deze op de 29ste Algemene vergadering van de World Medical Association te Tokyo in 1975 werden geamendeerd en meer bepaald alinea 2 van het hoofdstuk «grondbeginselen».

De Nationale raad is derhalve voorstander van het oprichten van onafhankelijke Comités belast met het formuleren van adviezen betreffende het deontologisch aspekt van de voorgenomen experimenten in het licht van de bepalingen van de Belgische Code van plichtenleer.
De Raad is van oordeel dat een betere verstandhouding zou moeten tot stand komen tussen het orgaan dat er krachtens de wet moet over waken dat de regels van medische ethiek worden nageleefd en de Commissies voor Ethiek die worden opgericht met het oog op het verlenen van adviezen over de morele waarde van de experimenten op de menselijke persoon.

Deze verstandhouding zou in zekere mate worden bevorderd indien afgevaardigden van de Nationale raad in de diverse commissies zouden zetelen en aldus zorgen voor een onderlinge band tussen de werkzaamheden van de verschillende Commissies voor Ethiek en de Raden van de Orde.

Wij hadden graag vernomen welke maatregelen het Fonds voor geneeskundig wetenschappelijk onderzoek, en meer bepaald de Commissie voor medische Ethiek, voornemens is te nemen en waardoor het voor de Nationale raad moet mogelijk worden om de eerbiediging van de voor de Belgische artsen dwingende deontologische bepalingen, te waarborgen.

Vorige pagina

2

pagina