keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Resultaten

Briefhoofden06/03/2010 Documentcode: a129025
Vermelding van het specialisme op de website van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren

Dit advies vervangt het advies dat de Nationale Raad onder dezelfde titel verstrekte op 19 december 2009 (Tijdschrift Nationale Raad nr. 128).

In zijn vergadering van 6 maart 2010 heeft de Nationale Raad van de Orde van geneesheren zijn advies van 19 december 2009 aangepast.

De terminologie die gehanteerd wordt op de website "ordomedic.be" is gebaseerd op de classificatie van de zorgverlener door het Riziv, zoals die beschreven is voor alle geneesheren en via het identificatienummer herkenbaar is in de laatste drie digits van de Riziv-bevoegdheidscodes.

Wat de vraag betreft om op de website die terminologie "algemeen geneeskundige" te wijzigen in "huisarts", verwijst de Nationale Raad naar het Riziv, Dienst geneeskundige verzorging, en die bevoegdheidscodes - in het bijzonder de codes 001-008 - die allemaal vallen onder de rubriek van de "algemene geneeskunde".

De specifieke term ‘huisarts' verwijst trouwens binnen dit Riziv-kader op dit ogenblik enkel naar ‘huisarts in beroepsopleiding' (HAIO - 005-006), terwijl de ‘erkende huisartsen' (003-004) volgens het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen, expliciet aangeduid worden als ‘algemeen geneeskundige'.

De Nationale Raad is zich bewust van het feit dat aan de term ‘huisarts' dus een verschillende inhoud kan worden gegeven, volgens de gehanteerde terminologie in diverse andere wetgevingen.

Zo somt het artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, de erkende specialismen op. Het artikel 2 preciseert de bijkomende bevoegdheden van de geneesheren-specialisten en vermeldt daarnaast specifiek de benaming ‘huisarts'.

Aansluitend bepaalt het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisarts de kwalificatiecriteria voor de erkenning en de criteria voor het behoud van de bijzondere beroepstitel van ‘huisarts' (B.S. 4 maart 2010).

Wat betreft de arbeidsgeneeskunde, ook die terminologie valt binnen het kader van het koninklijk besluit van 25 november 1991, als "geneesheer-specialist in de arbeidsgeneeskunde".

Briefhoofden19/12/2009 Documentcode: a128006
Vermelding van het specialisme op de website van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren

De terminologie die gehanteerd wordt op de website "ordomedic.be" is gebaseerd op de classificatie van de zorgverlener door het Riziv, zoals die beschreven is voor alle geneesheren en via het identificatienummer herkenbaar is in de laatste drie digits van de Riziv-bevoegdheidscodes.

Wat de vraag betreft om op de website die terminologie "algemeen geneeskundige" te wijzigen in "huisarts", verwijst de Nationale Raad naar het Riziv, Dienst geneeskundige verzorging, en die bevoegdheidscodes - in het bijzonder de codes 001-008 - die allemaal vallen onder de rubriek van de "algemene geneeskunde".

De specifieke term ‘huisarts' verwijst trouwens binnen dit Riziv-kader op dit ogenblik enkel naar ‘huisarts in beroepsopleiding' (HAIO - 005-006), terwijl de ‘erkende huisartsen' (003-004) volgens het ministerieel besluit van 21 februari 2006 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen, expliciet benoemd worden als ‘algemeen geneeskundige'.

De Nationale Raad is zich bewust van het feit dat aan de term ‘huisarts' dus een verschillende inhoud kan worden gegeven, volgens de gehanteerde terminologie in diverse andere wetgevingen.

Zo somt het artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, de erkende specialismen op. Het artikel 2 preciseert de bijkomende bevoegdheden van de geneesheren-specialisten met daarnaast specifiek de benaming ‘huisarts'.

Aansluitend bepaalt het ministerieel besluit van 21 februari 2006 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisarts de kwalificatiecriteria voor de erkenning en de criteria voor het behoud van de bijzondere beroepstitel van ‘huisarts'.

Wat betreft de arbeidsgeneeskunde, ook die terminologie valt binnen het kader van het koninklijk besluit van 25 november 1991, als "geneesheer-specialist in de arbeidsgeneeskunde".

Briefhoofden25/09/1999 Documentcode: a087002
Wielerarts - Invoeren van een vergunning door de K.B.W.B.

Een provinciale raad vraagt de Nationale Raad om advies over de invoering, door de Koninklijke Belgische Wielrijdersbond, van een vergunning van wielerarts.

Advies van de Nationale Raad :

Vooreerst deelt de Nationale Raad als antwoord op uw vraag mee dat er geen overleg plaatsvond tussen de Nationale Raad en de K.B.W.B. betreffende het invoeren van een vergunning als wielerarts.

Wat het concept van wielerarts betreft is de Nationale Raad van oordeel dat deze erkenning kan bijdragen tot de realisatie van de beoogde doelstellingen al dient te worden opgemerkt dat nauwelijks voorwaarden worden gesteld die een specifieke deskundigheid garanderen. De enige voorwaarde voor het bekomen van een vergunning is dat men zich ertoe verbindt de reglementen van de K.B.W.B. en het U.C.I. na te leven. Het is dan ook uitgesloten "wielerarts" te gebruiken bij wijze van publiciteit, onder meer op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen.

Wat het overmaken van de lijst van de door de renner gebruikte geneesmiddelen en ondergane behandelingen betreft, is het deontologisch aangewezen aan de renner op zijn verzoek een attest af te leveren dat de door de arts voorgeschre¬ven en/of toegediende geneesmiddelen en uitgevoerde behandelingen vermeldt.

Ten slotte deelt de Nationale Raad u mee dat het niet tot zijn bevoegdheid behoort enige uitspraak te doen over de door de K.B.W.B. gevraagde bijdrage voor het afleveren van een vergunning als wielerarts.

Briefhoofden24/04/1999 Documentcode: a085009
Lijst van de medische specialismen

De voorzitter van het Verbond der Belgische beroepsverenigingen van geneesheren-specialisten schrijft de Nationale Raad aan naar aanleiding van diens advies van 18 juni 1998 (Tijdschrift Nationale Raad, nr. 82, p. 18-19).
Hij vreest dat de bewoordingen ervan gevaarlijk zijn en dat de permissieve formulering de uit de lucht gegrepen of zelfs onconventionele vermeldingen zal aanmoedigen.
De voorzitter acht de publicatie van de lijsten van geneesheren-specialisten in de telefoongidsen wenselijk maar is van oordeel dat alleen de wettelijke titels zou¬den moeten vermeld worden.

Antwoord van de Nationale Raad:

In zijn vergadering van 24 april 1999 nam de Nationale Raad kennis van uw schrijven van 9 maart 1999 betreffende het aan Belgacom uitgebracht advies van 22 augustus 1998, gepubliceerd in nummer 82 van het Tijdschrift van de Nationale Raad.

De Nationale Raad begrijpt en deelt uw bezorgdheid betreffende de vermeldingen op naamborden, briefhoofden en in telefoongidsen, en het misbruik dat daarvan kan worden gemaakt.

Het aan Belgacom overgemaakt advies kan niet los worden gezien van een eerder aan Belgacom uitgebracht advies, gepubliceerd in nummer 81 van het Tijdschrift, noch van het op 25 april 1998 uitgebracht advies dat in hetzelfde nummer van het Tijdschrift van de Nationale Raad werd gepubliceerd.

De Nationale Raad is van oordeel dat zijn advies van 25 april 1998 enerzijds de wettelijke bepalingen respecteert en anderzijds voldoende waarborgen biedt om misbruiken te voorkomen bij het vermelden van niet erkende deelspecialismen. Deze laatste mogelijkheid acht de Nationale Raad noodzakelijk om de exacte medische activiteit van de arts naar het patiënteel te verduidelijken. Men kan moeilijk staande houden dat een arts erkend als specialist in de dermato-venerologie de vermelding dermatoloog niet mag gebruiken, dat een neuro-psychiater die overwegend kinder- en jeugdpsychiatrie uitoefent, geen kinderpsychiater mag vermelden en dat een psychiater die overwegend psychotherapie beoefent dit niet mag vermelden op zijn naambord. Het patiënteel heeft het recht te weten dat een bepaalde psychotherapeut of seksuoloog ook arts is en door de minister tot wiens bevoegdheden de volksgezondheid behoort, is erkend als drager van een bijzondere beroepstitel of een bijzon¬dere beroepsbekwaamheid. Als voorzitter van het VBS gaat u vermoedelijk met deze zienswijze akkoord.

Om aan uw bezorgdheid aangaande de woorden "in medische middens" tegemoet te komen werd voorzien dat de provinciale raden adviserend kunnen optreden (laatste zin, eerste paragraaf, tweede bladzijde van het advies van 25 april 1998). Artikel 6, 3° van het K.B. nummer 79 betreffende de Orde der geneesheren van 10 november 1967 zegt dat de provinciale raden adviezen die geen oplossing krijgen in de Code van geneeskundige Plichtenleer, ter goedkeuring aan de Nationale Raad dienen over te maken. Door deze procedure hoopt de Nationale Raad aan uw vrees voor "fantasierijke vermeldingen" te verhelpen. Overigens dient te worden vermeld dat het elkeen vrijstaat klacht neer te leggen bij de provinciale raad tegen om het even welke arts die op een deontologisch niet verantwoorde manier gebruik maakt van bepaalde vermeldingen. Heel wat beroepsverenigingen van specialisten en individuele artsen maakten van deze mogelijkheid in het verleden reeds herhaaldelijk gebruik.

Briefhoofden20/03/1999 Documentcode: a084024
Bijzondere beroepstitel "en in functionele en professionele revalidatie van gehandicapten" - Vermelding op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen

Bijzondere beroepstitel "en in de functionele en professionele revalidatie van gehandicapten" - Vermelding op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen

Een provinciale raad doet de Nationale Raad de opmerkingen geworden die hij ontving van een arts naar aanleiding van het advies van de Nationale Raad van 25 april 1998 (Tijdschrift Nationale Raad, nr. 81, p. 8) over de vermeldingen op de naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen. De arts stelt dat de vermelding "revalidatiearts" te weinig precies is aangezien revalidatieartsen slechts erkend worden voor een specifieke tak van de revalidatie. Hij acht de vermelding "revalidatiearts voor ....stoornissen" meer aangewezen omdat zij nuttiger informatie geeft zowel naar patiënten als naar andere artsen toe.

Advies van de Nationale Raad:

De Nationale Raad van de Orde der geneesheren besprak in zijn vergadering van 20 maart 1999 uw brief betreffende de vermeldingen op naamborden, briefhoofden en in telefoongidsen van de bijzondere beroepstitel "en in de functionele en professionele revalidatie van gehandicapten".

Bij het uitbrengen van zijn advies op 25 april 1998 (Tijdschrift nr 81, p. 8) heeft de Nationale Raad zich gebaseerd op de geactualiseerde lijsten van de bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwamingen zoals vastgelegd in opeenvolgende Koninklijke Besluiten. De Nationale Raad beperkte zich tot een algemeen advies als richtlijn voor de artsen en de Provinciale Raden en deed geen uitspraak over de specifieke problematiek van de "revalidatiearts".

Uit de vooropgezette principes kan worden afgeleid dat een arts op naamborden, briefhoofden en in telefoongidsen de beroepsbekwamingen kan (laten) vermelden waarvoor hij door de bevoegde minister is erkend.

Hieruit volgt dat de dragers van de titel "en in de functionele en professionele revalidatie van gehandicapten" de specifieke handicap kunnen vermelden waarvoor zij zijn erkend. Anderzijds is het gebruikelijk dat zij "revalidatiearts" vermelden, wat een ruimere bevoegdheid laat vermoeden dan de specifieke erkenning. Wanneer eveneens de bijzondere beroepstitel uit de lijst van artikel 1 wordt vermeld kan dit nauwelijks tot enig misverstand leiden. In het advies van 25 april 1998 stelt de Nationale Raad trouwens dat twee vermeldingen op naamborden en briefhoofden toegelaten zijn wanneer dit bijdraagt tot de ver-duidelijking van de medische activiteit.

De Nationale Raad is van oordeel dat de artsen die door de minister erkend zijn als bijzonder bekwaam "en in de functionele en professionele revalidatie van gehandicapten" de keuze hebben tussen één vermelding zijnde de specifieke handicap waarvoor zij zijn erkend, of twee vermeldingen zijnde de bijzondere beroepstitel uit de lijst van artikel 1 waarvoor zij zijn erkend gevolgd door de algemene vermelding "revalidatiearts" of de specifieke vermelding van de handicap waarvoor zij als revalidatiearts zijn erkend.

Een kopie van dit advies wordt overgemaakt aan de andere provinciale raden en aan de raden van beroep.

Briefhoofden19/09/1998 Documentcode: a082019
Vermeldingen op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen - Begrip "sportarts"

Op 25 april 1998 bracht de Nationale Raad een advies uit over de voor artsen toegelaten vermeldingen op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen (Tijdschrift Nationale Raad, nr. 81, p. 8).
Een provinciale raad vraagt nu wat in dit advies bedoeld wordt met "sportarts".

Antwoord van de Nationale Raad:

De Nationale Raad besprak in zijn vergadering van 19 september 1998 uw brief van 3 juli 1998 betreffende de vermelding van "sportarts" op naamborden, briefhoofden en in telefoongidsen.

De Nationale Raad is van mening dat sportgeneeskunde een tak van de geneeskunde is waarvan de eigenheid door medische middens aanvaard wordt. Dit blijkt ook uit de inhoud van uw schrijven.

In de gegeven voorbeelden (sportarts, vaatchirurg, fleboloog, androloog enz.) worden takken van de geneeskunde vermeld die niet steeds aan een specialisme te linken zijn : vaatchirurgen zijn meestal erkend als algemeen chirurg, maar er zijn flebologen die b.v. erkend zijn als dermatoloog en andrologen kunnen b.v. erkend zijn als internist, uroloog of gynaecoloog. Zo kan een sportarts een algemeen geneeskundige zijn of als titularis van een bijzondere beroepstitel erkend zijn. De Nationale Raad deed geen uitspraak over de discipline waartoe een sportarts dient te behoren.

Over de noodzaak van een bijkomende universitaire opleiding tot sportarts stelde de Nationale Raad in zijn adviezen van 18 januari 1986 en 19 april 1986 (Officieel Tijdschrift nr. 34, p. 36 en 37) dat aanvullend onderwijs in de sportgeneeskunde slechts één element is om de bekwaamheid van de arts in die tak van de geneeskunde te beoordelen.

De Nationale Raad blijft van mening dat de provinciale raden in deze materie bevoegd zijn adviserend op te treden en elk concreet geval afzonderlijk te beoordelen. Door zijn advies van 25 april 1998 wenst de Nationale Raad zijn eerder ingenomen standpunt betreffende de vermelding van sportarts op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen niet te wijzigen.

Briefhoofden22/08/1998 Documentcode: a082011
On-linetelefoongids

Als gevolg aan het advies van de Nationale Raad van 16 mei 1998 (Tijdschrift Nationale Raad, nr. 81, p. 17) verschaft Belgacom een aantal preciseringen omtrent zijn op stapel staand multimediaproject. Dit project zou erin bestaan via Internet een on-linetelefoongids, met andere woorden een databank die per gemeente en per specialisme naam, voornaam, beroepsadres en -telefoonnummer van de geneesheren-specialisten zou bevatten, ter beschikking te stellen van het publiek.
Belgacom vraagt het advies van de Orde van geneesheren inzake de aanvaardbaarheid van dit project.

Advies van de Nationale Raad:

In zijn vergadering van 22 augustus besprak de Nationale Raad uw brief van 18 juni 1998. Wanneer men een databank wil ter beschikking stellen van het publiek met de rangschikking van de artsen per gemeente en per specialisme is het noodzakelijk over een sluitende lijst van alle specialismen te beschikken.

De Nationale Raad deelde U reeds mee dat het in de praktijk niet mogelijk is. Uit het U overgemaakt advies blijkt immers dat de artsen een waaier van mogelijkheden hebben betreffende de vermeldingen van hun medische activiteit en dat deze mogelijkheden niet limitatief en voortdurend aan verandering onderhevig zijn.

Vooreerst neemt de lijst van beroepstitels vermeld onder artikel 1 en artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 voortdurend toe. Vervolgens is het de artsen toegelaten een tak van de geneeskunde als "specialisme" te vermelden die niet voorkomt op deze lijsten zo de uitoefening van deze tak de hoofdactiviteit van de geneesheer is, een bijzondere bekwaamheid kan worden aangetoond en de eigenheid van deze tak door de medische middens aanvaard is. Bewust heeft de Nationale Raad afgezien van het opstellen van een lijst van vermeldingen die als toegelaten takken van de geneeskunde aanvaard zijn daar een dergelijke opsomming niet limitatief kan zijn.

Ten slotte kunt U in het advies lezen dat de Nationale Raad twee vermeldingen toelaat op de naamborden, briefhoofden en in telefoongidsen, voor zover dit bijdraagt tot de verduidelijking van de medische activiteit van de geneesheer. Hieruit volgt dat zeer veel combinaties van vermeldingen mogelijk zijn die als een geheel gelezen moeten worden daar zij als afzonderlijke vermelding misleidend kunnen zijn.

Op grond van deze overwegingen is de Nationale Raad van oordeel dat het praktisch niet mogelijk is een sluitende lijst van specialismen op te stellen waardoor uw voorstel niet te realiseren is.

Briefhoofden25/04/1998 Documentcode: a081002
Vermeldingen op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen

Naar aanleiding van adviesaanvragen van verscheidene provinciale raden werkt de Nationale Raad een nieuw advies uit over de voor artsen toegelaten vermeldingen op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen.
Dit nieuwe advies heft het advies van 9 juli 1983 inzake de vermeldingen op naamborden van geneesheren-specialisten op (cf. Officieel Tijdschrift Orde der geneesheren, nr. 32, 1983-1984, 21-23).

Advies betreffende vermeldingen op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen.

De wijze waarop artsen de aard van hun medische activiteit vermelden op naamborden en briefhoofden zijn evenals de vermeldingen in de telefoongidsen regelmatig het voorwerp van vragen aan de Provinciale Raden.

Gezien de gewijzigde wetgeving en het voortdurend groeiend aantal specialismen en deelspecialismen brengt de Nationale Raad een nieuw advies uit waardoor het advies van 9 juli 1983 opgeheven wordt.
Bij het huidig advies wordt uitgegaan van de wettelijke bepalingen en de deontologische gedragsregels terzake.
Artikel 35quater van het koninklijk besluit nr. 78 zegt : "niemand kan een bijzondere beroepstitel dragen of zich beroepen op een bijzondere beroepsbekwaming dan na door de minister tot wiens bevoegdheden de volksgezondheid behoort, hiertoe te zijn erkend"
(1 ). Hieruit volgt dat het wettelijk niet toegelaten is één van de titels voorkomend op deze lijsten te vermelden wanneer men daarvoor niet is erkend door de bevoegde overheid. Anderzijds blijkt uit de toegevoegde lijsten dat bepaalde takken van de geneeskunde voor het ogenblik niet het voorwerp uitmaken van een wettelijke erkenning.

Deontologisch wordt voorgestaan dat een geneesheer de door hem uitgeoefende specialiteit mag vermelden maar geen gewag mag maken van een bevoegdheid die hij niet bezit. Hieruit volgt dat een geneesheer desgewenst een tak van de geneeskunde mag vermelden die niet voorkomt op de lijsten wanneer hij kan aantonen in deze tak een bijzondere bekwaamheid te bezitten, de uitoefening van deze tak zijn hoofdactiviteit is en de eigenheid van deze tak van de geneeskunde door de medische middens aanvaard is. De Provinciale Raden zijn bevoegd in deze gevallen adviserend op te treden.

Op grond van deze uitgangspunten brengt de Nationale Raad achtereenvolgens advies uit betreffende de toegelaten vermeldingen op naamborden, briefhoofden en in telefoongidsen.

A.1. Op de naamborden wordt de medische activiteit bij voorkeur weergegeven door één vermelding :

  • ofwel een algemeen aanvaarde benaming van het beroep als bv. geneesheer, arts, omnipracticus, dokter in de geneeskunde.
  • ofwel één bijzondere beroepstitel waarvoor de geneesheer als titularis is erkend. bv. huisarts of één van de beroepstitels vermeld op de lijst onder artikel 1 of artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 bv. cardioloog (artikel 1) of nefroloog (artikel 2).
  • ofwel een tak van de geneeskunde die niet het voorwerp is van een erkende bijzondere beroepstitel noch van een bijzondere beroepsbekwaming, zo de uitoefening van deze tak de hoofdactiviteit van de geneesheer is, een bijzondere bekwaamheid kan worden aangetoond en de eigenheid van deze tak door de medische middens aanvaard is (bv. sportarts, vaatchirurg, fleboloog, androloog enz.).

A.2. Op de naamborden kan de medische activiteit weergegeven worden door twee vermeldingen indien dit bijdraagt tot de verduidelijking van de medische activiteit van de geneesheer.

  • ofwel door de vermelding van twee bijzondere beroepstitels waarvoor de geneesheer is erkend zijnde twee beroepstitels van de lijsten onder artikel 1 en 2 (bv. kinderarts - pneumoloog (artikel 1) of nefroloog - intensivist (artikel 2)) of een beroepstitel uit de lijst onder artikel 1 gecombineerd met een beroepstitel vermeld onder artikel 2 (bv neuro-psychiater - kinderneuroloog)
  • ofwel door de vermelding van een bijzondere beroepstitel waarvoor de geneesheer is erkend gecombineerd met een tak van dit specialisme die niet het voorwerp is van een erkende bijzondere beroepstitel noch van een bijzondere beroepsbekwaming, zo de uitoefening van deze tak de hoofdactiviteit van de geneesheer is, een bijzondere bekwaamheid kan worden aangetoond en de eigenheid van de tak door de medische middens aanvaard is (bv. psychiater-psychotherapeut).
  • ofwel door de vermelding van een algemeen aanvaarde benaming van het beroep gecombineerd met een tak van de geneeskunde die niet het voorwerp is van een erkende bijzondere beroepstitel noch van een bijzondere beroepsbekwaming zo de uitoefening van deze tak de hoofdactiviteit van de geneesheer is, een bijzondere bekwaamheid kan worden aangetoond en de eigenheid van de tak door de medische middens aanvaard wordt (bv. algemene geneeskunde - evaluatie menselijke schade).

A.3. Op de naamborden kan de medische activiteit niet weergegeven worden door drie vermeldingen en dit zelfs niet wanneer de geneesheer titularis is van drie bijzondere beroepstitels.

De Nationale Raad herinnert aan de eerder uitgebrachte adviezen waarin wordt gesteld dat medische technieken niet kunnen worden beschouwd als takken van de geneeskunde en niet op naamborden kunnen worden vermeld.

B. Wat vermeldingen op briefpapier, bestemd voor de patiënten (als attesten - berichten), betreft is de Nationale Raad van mening dat de geneesheer zich tot de vermeldingen van het naambord dient te beperken.

Als briefhoofd voor andere professionele correspondentie kan de geneesheer naast de vermeldingen van het naambord ook alle bijzondere beroepstitels vermelden waarvoor hij is erkend evenals alle wettelijke diploma's en academische graden voor zover deze bijdragen tot de verduidelijking van zijn profiel als arts. Ook de universitaire of in ziekenhuis vervulde functies kunnen worden vermeld. Wat het logo betreft is de Nationale Raad van oordeel dat dit kan aangebracht worden wanneer het naar vorm en inhoud bescheiden is. De Provinciale Raden kunnen in dit vlak adviserend optreden.

C. Zowel in de commerciële als niet-commerciële telefoongidsen kunnen betreffende de aard van de medische activiteit enkel de vermeldingen opgenomen worden die voor de naamborden toegelaten zijn.
Daar geneesheren soms moeilijkheden ondervinden bij het opnemen in telefoongidsen van de gewenste vermeldingen wordt aangeraden een verklaring van de Provinciale Raad bij hun aanvraag te voegen.

Beoefenaars van de geneeskunde (2)

Art. 1. De lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de titularissen van een wettelijk diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of van de academische graad van arts is als volgt samengesteld : huisarts;

  • [geneesheer specialist in de anesthesie-reanimatie;]1
  • geneesheer specialist in de klinische biologie;
  • geneesheer specialist in de cardiologie;
  • geneesheer specialist in de heelkunde;
  • geneesheer specialist in de neurochirurgie;
  • [geneesheer specialist in de plastische, reconstructieve en esthetische heelkunde;]3
  • geneesheer specialist in de dermato-venereologie;
  • geneesheer specialist in de gastro-enterologie;
  • geneesheer specialist in de gynaecologie-verloskunde;
  • geneesheer specialist in de inwendige geneeskunde;
  • geneesheer specialist in de neurologie.
  • geneesheer specialist in de psychiatrie;
  • geneesheer specialist in de neuropsychiatrie;
  • geneesheer specialist in de oftalmologie;
  • geneesheer specialist in de orthopedische heelkunde;
  • geneesheer specialist in de otorhinolaryngologie;
  • geneesheer specialist in de pediatrie;
  • [geneesheer specialist in de fysische geneeskunde en de revalidatie;]1
  • geneesheer specialist in de pneumologie;
  • geneesheer specialist in de röntgendiagnose;
  • geneesheer specialist in de radiotherapie;
  • geneesheer specialist in de reumatologie;
  • geneesheer specialist in de stomatologie;
  • [geneesheer specialist in de urologie;]1
  • geneesheer specialist in de pathologische anatomie;
  • geneesheer specialist in de nucleaire geneeskunde;
  • [geneesheer specialist in de arbeidsgeneeskunde;]2

Art. 2. De lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de titularissen van een wettelijk diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of van de academische graad van arts, die reeds houder zijn van één van de bijzondere beroepstitels vermeld in artikel 1, wordt vastgesteld als volgt :
en in de nucleaire in vitro, geneeskunde;
[en in de functionele en professionele revalidatie van gehandicapten;]1
en in de geriatrie;
[en in de mond-, kaak en aangezichtschirurgie;]1
en in de intensieve zorgen;
en in de urgentiegeneeskunde;
en in de pediatrische neurologie;
[en in de nefrologie;]2
[en in de endocrino-diabetologie.]3

Als bijlage zijn aan dit advies de geactualiseerde lijsten van deze bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwamingen toegevoegd.
(2) art. 1. : []1 verv. K.B. 22-6-1993, art. 1 (Stbl. 17-7-1993); []2tgd K.B. 22-6-1993; art. 1 (Stbl. 17-7-1993); []3 verv. K.B. 8-11-1995, art. 1 (Stbl. 21-12-1995).
art. 2 : []1 verv. K.B. 22-6-1993, art. 2 (Stbl. 17-7-1993); []2 tgd K.B. 8-11-1995, art. 12 (Stbl. 21-12-1995); []3 tgd K.B. 12-3-1997, art. 1 (Stbl. 7-6-1997).