keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Resultaten

Naamborden03/03/2012 Documentcode: a137021
Titel "sportarts"

Een provinciale raad legt aan de Nationale Raad een vraag van een arts voor aangaande de titel ‘sportarts'.
Kan een arts deze titel dragen zonder een specifieke opleiding te hebben gevolgd en zijn de adviezen van de Nationale Raad van 18 januari 1986 en van 19 april 1986 nog toepasselijk?

Advies van de Nationale Raad :

In zijn zitting van 3 maart 2012 heeft de Nationale Raad van de Orde van geneesheren uw schrijven aangaande het dragen van de titel ‘sportarts' onderzocht.

Met de diploma's, getuigschriften of andere attesten in de sportgeneeskunde vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch [en ethisch] verantwoorde sportbeoefening, kan men de functie van sportarts in sportorganisaties en sportfederaties bekleden. Deze stukken bewijzen dat een arts, huisarts of geneesheer-specialist, beschikt over een bijzondere bekwaamheid aangaande de sportmedische problematiek.

Het hierboven vermelde besluit van de Vlaamse Regering definieert tevens de voorwaarden voor een erkenning als keuringsarts van een sportmedisch centrum, als controlearts of als toezichthoudende arts bij sportclubs.

De functie van keuringsarts is voorbehouden voor houders van het diploma van arts die een van de volgende opleidingen hebben gevolgd: aan de VUB en de KULeuven wordt een master na master sportgeneeskunde georganiseerd gedurende één jaar. In de opleiding aan de VUB wordt samengewerkt met de UGent en de UAntwerpen. Aan de UGent kan men een "getuigschrift van aanvullend onderwijs in de sportgeneeskunde" behalen, ook met een duurtijd van één jaar. In de opleiding van de UGent wordt eveneens samengewerkt met de UAntwerpen. Met deze bijkomende master of dit getuigschrift kan men een erkenning aanvragen van keuringsarts bij het Vlaams ministerie voor sport.

Een door de Vlaamse Gemeenschap erkend keuringscentrum moet minstens één keuringsarts in dienst hebben.

De sportgeneeskunde is in België geen erkend medisch specialisme. Het Riziv erkent geen specifieke nomenclatuur toegankelijk voor sportartsen.

Een arts mag zich slechts beroepen op de titel van sportarts in zoverre hij bijzondere bekwaamheden kan laten gelden die door o.a. de hierboven vermelde opleidingen worden bewezen.

De Nationale Raad merkt op dat op deontologisch gebied de adviezen van de Nationale Raad van 18 januari 1986 en van de Nationale Raad van 19 april 1986 (zie als bijlage) nog toepasselijk zijn.

Bijlagen: adviezen van de Nationale Raad van 18 januari 1986 en 19 april 1986.

Briefhoofden06/03/2010 Documentcode: a129025
Vermelding van het specialisme op de website van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren

Dit advies vervangt het advies dat de Nationale Raad onder dezelfde titel verstrekte op 19 december 2009 (Tijdschrift Nationale Raad nr. 128).

In zijn vergadering van 6 maart 2010 heeft de Nationale Raad van de Orde van geneesheren zijn advies van 19 december 2009 aangepast.

De terminologie die gehanteerd wordt op de website "ordomedic.be" is gebaseerd op de classificatie van de zorgverlener door het Riziv, zoals die beschreven is voor alle geneesheren en via het identificatienummer herkenbaar is in de laatste drie digits van de Riziv-bevoegdheidscodes.

Wat de vraag betreft om op de website die terminologie "algemeen geneeskundige" te wijzigen in "huisarts", verwijst de Nationale Raad naar het Riziv, Dienst geneeskundige verzorging, en die bevoegdheidscodes - in het bijzonder de codes 001-008 - die allemaal vallen onder de rubriek van de "algemene geneeskunde".

De specifieke term ‘huisarts' verwijst trouwens binnen dit Riziv-kader op dit ogenblik enkel naar ‘huisarts in beroepsopleiding' (HAIO - 005-006), terwijl de ‘erkende huisartsen' (003-004) volgens het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen, expliciet aangeduid worden als ‘algemeen geneeskundige'.

De Nationale Raad is zich bewust van het feit dat aan de term ‘huisarts' dus een verschillende inhoud kan worden gegeven, volgens de gehanteerde terminologie in diverse andere wetgevingen.

Zo somt het artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, de erkende specialismen op. Het artikel 2 preciseert de bijkomende bevoegdheden van de geneesheren-specialisten en vermeldt daarnaast specifiek de benaming ‘huisarts'.

Aansluitend bepaalt het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisarts de kwalificatiecriteria voor de erkenning en de criteria voor het behoud van de bijzondere beroepstitel van ‘huisarts' (B.S. 4 maart 2010).

Wat betreft de arbeidsgeneeskunde, ook die terminologie valt binnen het kader van het koninklijk besluit van 25 november 1991, als "geneesheer-specialist in de arbeidsgeneeskunde".

Briefhoofden19/12/2009 Documentcode: a128006
Vermelding van het specialisme op de website van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren

De terminologie die gehanteerd wordt op de website "ordomedic.be" is gebaseerd op de classificatie van de zorgverlener door het Riziv, zoals die beschreven is voor alle geneesheren en via het identificatienummer herkenbaar is in de laatste drie digits van de Riziv-bevoegdheidscodes.

Wat de vraag betreft om op de website die terminologie "algemeen geneeskundige" te wijzigen in "huisarts", verwijst de Nationale Raad naar het Riziv, Dienst geneeskundige verzorging, en die bevoegdheidscodes - in het bijzonder de codes 001-008 - die allemaal vallen onder de rubriek van de "algemene geneeskunde".

De specifieke term ‘huisarts' verwijst trouwens binnen dit Riziv-kader op dit ogenblik enkel naar ‘huisarts in beroepsopleiding' (HAIO - 005-006), terwijl de ‘erkende huisartsen' (003-004) volgens het ministerieel besluit van 21 februari 2006 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen, expliciet benoemd worden als ‘algemeen geneeskundige'.

De Nationale Raad is zich bewust van het feit dat aan de term ‘huisarts' dus een verschillende inhoud kan worden gegeven, volgens de gehanteerde terminologie in diverse andere wetgevingen.

Zo somt het artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, de erkende specialismen op. Het artikel 2 preciseert de bijkomende bevoegdheden van de geneesheren-specialisten met daarnaast specifiek de benaming ‘huisarts'.

Aansluitend bepaalt het ministerieel besluit van 21 februari 2006 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisarts de kwalificatiecriteria voor de erkenning en de criteria voor het behoud van de bijzondere beroepstitel van ‘huisarts'.

Wat betreft de arbeidsgeneeskunde, ook die terminologie valt binnen het kader van het koninklijk besluit van 25 november 1991, als "geneesheer-specialist in de arbeidsgeneeskunde".

Briefhoofden25/09/1999 Documentcode: a087002
Wielerarts - Invoeren van een vergunning door de K.B.W.B.

Een provinciale raad vraagt de Nationale Raad om advies over de invoering, door de Koninklijke Belgische Wielrijdersbond, van een vergunning van wielerarts.

Advies van de Nationale Raad :

Vooreerst deelt de Nationale Raad als antwoord op uw vraag mee dat er geen overleg plaatsvond tussen de Nationale Raad en de K.B.W.B. betreffende het invoeren van een vergunning als wielerarts.

Wat het concept van wielerarts betreft is de Nationale Raad van oordeel dat deze erkenning kan bijdragen tot de realisatie van de beoogde doelstellingen al dient te worden opgemerkt dat nauwelijks voorwaarden worden gesteld die een specifieke deskundigheid garanderen. De enige voorwaarde voor het bekomen van een vergunning is dat men zich ertoe verbindt de reglementen van de K.B.W.B. en het U.C.I. na te leven. Het is dan ook uitgesloten "wielerarts" te gebruiken bij wijze van publiciteit, onder meer op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen.

Wat het overmaken van de lijst van de door de renner gebruikte geneesmiddelen en ondergane behandelingen betreft, is het deontologisch aangewezen aan de renner op zijn verzoek een attest af te leveren dat de door de arts voorgeschre¬ven en/of toegediende geneesmiddelen en uitgevoerde behandelingen vermeldt.

Ten slotte deelt de Nationale Raad u mee dat het niet tot zijn bevoegdheid behoort enige uitspraak te doen over de door de K.B.W.B. gevraagde bijdrage voor het afleveren van een vergunning als wielerarts.

Briefhoofden24/04/1999 Documentcode: a085009
Lijst van de medische specialismen

De voorzitter van het Verbond der Belgische beroepsverenigingen van geneesheren-specialisten schrijft de Nationale Raad aan naar aanleiding van diens advies van 18 juni 1998 (Tijdschrift Nationale Raad, nr. 82, p. 18-19).
Hij vreest dat de bewoordingen ervan gevaarlijk zijn en dat de permissieve formulering de uit de lucht gegrepen of zelfs onconventionele vermeldingen zal aanmoedigen.
De voorzitter acht de publicatie van de lijsten van geneesheren-specialisten in de telefoongidsen wenselijk maar is van oordeel dat alleen de wettelijke titels zou¬den moeten vermeld worden.

Antwoord van de Nationale Raad:

In zijn vergadering van 24 april 1999 nam de Nationale Raad kennis van uw schrijven van 9 maart 1999 betreffende het aan Belgacom uitgebracht advies van 22 augustus 1998, gepubliceerd in nummer 82 van het Tijdschrift van de Nationale Raad.

De Nationale Raad begrijpt en deelt uw bezorgdheid betreffende de vermeldingen op naamborden, briefhoofden en in telefoongidsen, en het misbruik dat daarvan kan worden gemaakt.

Het aan Belgacom overgemaakt advies kan niet los worden gezien van een eerder aan Belgacom uitgebracht advies, gepubliceerd in nummer 81 van het Tijdschrift, noch van het op 25 april 1998 uitgebracht advies dat in hetzelfde nummer van het Tijdschrift van de Nationale Raad werd gepubliceerd.

De Nationale Raad is van oordeel dat zijn advies van 25 april 1998 enerzijds de wettelijke bepalingen respecteert en anderzijds voldoende waarborgen biedt om misbruiken te voorkomen bij het vermelden van niet erkende deelspecialismen. Deze laatste mogelijkheid acht de Nationale Raad noodzakelijk om de exacte medische activiteit van de arts naar het patiënteel te verduidelijken. Men kan moeilijk staande houden dat een arts erkend als specialist in de dermato-venerologie de vermelding dermatoloog niet mag gebruiken, dat een neuro-psychiater die overwegend kinder- en jeugdpsychiatrie uitoefent, geen kinderpsychiater mag vermelden en dat een psychiater die overwegend psychotherapie beoefent dit niet mag vermelden op zijn naambord. Het patiënteel heeft het recht te weten dat een bepaalde psychotherapeut of seksuoloog ook arts is en door de minister tot wiens bevoegdheden de volksgezondheid behoort, is erkend als drager van een bijzondere beroepstitel of een bijzon¬dere beroepsbekwaamheid. Als voorzitter van het VBS gaat u vermoedelijk met deze zienswijze akkoord.

Om aan uw bezorgdheid aangaande de woorden "in medische middens" tegemoet te komen werd voorzien dat de provinciale raden adviserend kunnen optreden (laatste zin, eerste paragraaf, tweede bladzijde van het advies van 25 april 1998). Artikel 6, 3° van het K.B. nummer 79 betreffende de Orde der geneesheren van 10 november 1967 zegt dat de provinciale raden adviezen die geen oplossing krijgen in de Code van geneeskundige Plichtenleer, ter goedkeuring aan de Nationale Raad dienen over te maken. Door deze procedure hoopt de Nationale Raad aan uw vrees voor "fantasierijke vermeldingen" te verhelpen. Overigens dient te worden vermeld dat het elkeen vrijstaat klacht neer te leggen bij de provinciale raad tegen om het even welke arts die op een deontologisch niet verantwoorde manier gebruik maakt van bepaalde vermeldingen. Heel wat beroepsverenigingen van specialisten en individuele artsen maakten van deze mogelijkheid in het verleden reeds herhaaldelijk gebruik.

Briefhoofden20/03/1999 Documentcode: a084024
Bijzondere beroepstitel "en in functionele en professionele revalidatie van gehandicapten" - Vermelding op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen

Bijzondere beroepstitel "en in de functionele en professionele revalidatie van gehandicapten" - Vermelding op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen

Een provinciale raad doet de Nationale Raad de opmerkingen geworden die hij ontving van een arts naar aanleiding van het advies van de Nationale Raad van 25 april 1998 (Tijdschrift Nationale Raad, nr. 81, p. 8) over de vermeldingen op de naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen. De arts stelt dat de vermelding "revalidatiearts" te weinig precies is aangezien revalidatieartsen slechts erkend worden voor een specifieke tak van de revalidatie. Hij acht de vermelding "revalidatiearts voor ....stoornissen" meer aangewezen omdat zij nuttiger informatie geeft zowel naar patiënten als naar andere artsen toe.

Advies van de Nationale Raad:

De Nationale Raad van de Orde der geneesheren besprak in zijn vergadering van 20 maart 1999 uw brief betreffende de vermeldingen op naamborden, briefhoofden en in telefoongidsen van de bijzondere beroepstitel "en in de functionele en professionele revalidatie van gehandicapten".

Bij het uitbrengen van zijn advies op 25 april 1998 (Tijdschrift nr 81, p. 8) heeft de Nationale Raad zich gebaseerd op de geactualiseerde lijsten van de bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwamingen zoals vastgelegd in opeenvolgende Koninklijke Besluiten. De Nationale Raad beperkte zich tot een algemeen advies als richtlijn voor de artsen en de Provinciale Raden en deed geen uitspraak over de specifieke problematiek van de "revalidatiearts".

Uit de vooropgezette principes kan worden afgeleid dat een arts op naamborden, briefhoofden en in telefoongidsen de beroepsbekwamingen kan (laten) vermelden waarvoor hij door de bevoegde minister is erkend.

Hieruit volgt dat de dragers van de titel "en in de functionele en professionele revalidatie van gehandicapten" de specifieke handicap kunnen vermelden waarvoor zij zijn erkend. Anderzijds is het gebruikelijk dat zij "revalidatiearts" vermelden, wat een ruimere bevoegdheid laat vermoeden dan de specifieke erkenning. Wanneer eveneens de bijzondere beroepstitel uit de lijst van artikel 1 wordt vermeld kan dit nauwelijks tot enig misverstand leiden. In het advies van 25 april 1998 stelt de Nationale Raad trouwens dat twee vermeldingen op naamborden en briefhoofden toegelaten zijn wanneer dit bijdraagt tot de ver-duidelijking van de medische activiteit.

De Nationale Raad is van oordeel dat de artsen die door de minister erkend zijn als bijzonder bekwaam "en in de functionele en professionele revalidatie van gehandicapten" de keuze hebben tussen één vermelding zijnde de specifieke handicap waarvoor zij zijn erkend, of twee vermeldingen zijnde de bijzondere beroepstitel uit de lijst van artikel 1 waarvoor zij zijn erkend gevolgd door de algemene vermelding "revalidatiearts" of de specifieke vermelding van de handicap waarvoor zij als revalidatiearts zijn erkend.

Een kopie van dit advies wordt overgemaakt aan de andere provinciale raden en aan de raden van beroep.

Briefhoofden19/09/1998 Documentcode: a082019
Vermeldingen op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen - Begrip "sportarts"

Op 25 april 1998 bracht de Nationale Raad een advies uit over de voor artsen toegelaten vermeldingen op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen (Tijdschrift Nationale Raad, nr. 81, p. 8).
Een provinciale raad vraagt nu wat in dit advies bedoeld wordt met "sportarts".

Antwoord van de Nationale Raad:

De Nationale Raad besprak in zijn vergadering van 19 september 1998 uw brief van 3 juli 1998 betreffende de vermelding van "sportarts" op naamborden, briefhoofden en in telefoongidsen.

De Nationale Raad is van mening dat sportgeneeskunde een tak van de geneeskunde is waarvan de eigenheid door medische middens aanvaard wordt. Dit blijkt ook uit de inhoud van uw schrijven.

In de gegeven voorbeelden (sportarts, vaatchirurg, fleboloog, androloog enz.) worden takken van de geneeskunde vermeld die niet steeds aan een specialisme te linken zijn : vaatchirurgen zijn meestal erkend als algemeen chirurg, maar er zijn flebologen die b.v. erkend zijn als dermatoloog en andrologen kunnen b.v. erkend zijn als internist, uroloog of gynaecoloog. Zo kan een sportarts een algemeen geneeskundige zijn of als titularis van een bijzondere beroepstitel erkend zijn. De Nationale Raad deed geen uitspraak over de discipline waartoe een sportarts dient te behoren.

Over de noodzaak van een bijkomende universitaire opleiding tot sportarts stelde de Nationale Raad in zijn adviezen van 18 januari 1986 en 19 april 1986 (Officieel Tijdschrift nr. 34, p. 36 en 37) dat aanvullend onderwijs in de sportgeneeskunde slechts één element is om de bekwaamheid van de arts in die tak van de geneeskunde te beoordelen.

De Nationale Raad blijft van mening dat de provinciale raden in deze materie bevoegd zijn adviserend op te treden en elk concreet geval afzonderlijk te beoordelen. Door zijn advies van 25 april 1998 wenst de Nationale Raad zijn eerder ingenomen standpunt betreffende de vermelding van sportarts op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen niet te wijzigen.