keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Resultaten

Vorige pagina

11

pagina

Homeopathie19/01/1985 Documentcode: a033022
Homeopathie - Reklame

De Nationale Raad wordt geïnterpelleerd in verband met het publicitaire karakter van het mededelen door de Fédération Médicale Homéopathique Belge ASBL, van de lijst van haar leden "aan de talrijke patiënten die dat wensen".

In zijn vergadering van 19 januari 1985 antwoordt de Nationale Raad hierop als volgt:

Alhoewel het publiceren van een geneesherenlijst in principe niet noodzakelijkerwijze als reklame kan worden beschouwd, wenst de Nationale Raad toch Uw aandacht te vestigen op zijn advies van 9 juli 1983 (*)

(*) In zijn vergadering van 9 juli 1983, heeft de Nationale Raad het volgende advies uitgebracht, waarin rekening werd gehouden met:

a) de wettelijke bepalingen en ondermeer de koninklijke besluiten tot regeling van de nomenclatuur voor de terugbetaling van verstrekkingen en handelingen inzake ziekte-en invaliditeitsverzekering;
b) de nieuwe specialismen en sub-specialismen die voortdurend ontstaan;
c) het feit dat de laatste jaren in toenemende mate op naamborden melding wordt gemaakt van specialismen die wetenschappelijk nog niet zijn erkend of van fantaisistische gegevens met een uitgesproken publicitair karakter.

Toegelaten vermeldingen op naamborden

Artikel 13 van de Code van geneeskundige Plichtenleer:

§1. De vermelding op naamborden (...), moeten bescheiden zijn naar vorm en inhoud.
§2. Op het naambord van een geneeskundig kabinet worden alleen vermeld: naam en voornamen, wettelijke titel, uitgeoefende specialiteit, spreekdagen en -uren, en gebeurlijk het telefoonnummer.
§5. De geneesheer mag geen gewag maken van een bevoegdheid die hij niet bezit.

De Nationale Raad is van oordeel dat gelet op de richtlijnen vervat in artikel 13 en meer bepaald in § 5, en abstractie gemaakt van de titel van Doctor in de geneeskunde, een of maximaal twee vermeldingen zijn toegelaten. Naargelang de hieronder beschreven mogelijkheden dienen de vooropgestelde criteria strikt te worden nageleefd.

A. In het kader van de vermelding van een erkend specialisme

A.1. Eén enkele vermelding

De vermelding van het specialisme waarvoor de arts bij besluit van de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, als specialist werd erkend of erkend krachtens EEG-Richtlijn 75/362.

A.2. Twee vermeldingen

Als eerste vermelding, het specialisme vermeld onder A.1. Als tweede vermelding, een tak van dit specialisme op voorwaarde dat de arts daarin voldoende kennis en ervaring heeft verworven.

De arts moet erop letten dat:

  • de vermelding conventioneel is en voor het publiek begrijpelijk;
  • hij de patiënt voldoende garanties biedt.
  • Interesse of een beperkte stage zijn onvoldoende.

    Desgevallend zal de arts zich voor zijn Provinciale Raad moeten verantwoorden over de wijze waarop hij de vereiste kennis en ervaring heeft verworven;

  • het vermelde sub-specialisme kan beschouwd worden als een deel van het specialisme waarvoor de arts werd erkend omwille van de problemen inzake terugbetaling.

B. In het kader van de vermelding van sub-specialismen

B.1. Eén enkele vermelding

Een sub-specialisme van het specialisme waarvoor hij globaal werd erkend op voorwaarde dat:

  • de arts, gedurende twee jaar, full-time assistent is geweest in een dienst waar deze tak van het specialisme waarin hij werd erkend, quasi uitsluitend werd beoefend;
  • het vermelde sub-specialisme kan beschouwd worden als een deel van het specialisme waarvoor de arts werd erkend omwille van de problemen inzake terugbetalingen;
  • de andere takken van het specialisme slechts worden beoefend in het kader van de wachtdienst onder voorwaarde dat hij daartoe nog de vereiste competentie heeft.

B.2 Twee vermeldingen

Als eerste vermelding, het sub-specialisme vermeld onder B.1. Als tweede vermelding, een tak van dit sub-specialisme op voorwaarde dat de arts het bewijs kan leveren van een grotere kennis en ervaring in deze materie dan de arts bedoeld onder B.1.

C. Bijzonder geval

De geneesheer die voor een erkend specialisme werd erkend maar daarnaast een opleiding heeft genoten die hem toelaat in een ander specialisme te worden erkend zonder daarvoor evenwel een erkenning te hebben bekomen, moet op zijn naambord het erkend specialisme vermelden en mag, desgewenst, in de tweede plaats melding maken van het specialisme waarvoor hij wel de opleiding maar niet de erkenning heeft bekomen. Het is in ieder geval uitgesloten exclusief dit laatste specialisme te vermelden.

Voorbeeld:

de geneesheer erkend als specialist inwendige ziekten maar met een opleiding die hem zou toelaten erkend te worden als cardioloog - zonder dat hij evenwel de erkenning daarin bezit -, mag vermelden:

ofwel: inwendige geneeskunde
ofwel: inwendige geneeskunde-cardiologie

maar mag in geen geval enkel cardiologie vermelden.

Uit bedoeld advies blijkt dat de vermelding "homeopathie" niet voorkomt op de lijst van de toegelaten vermeldingen voor bedoeld rondschrijven.

Publiciteit en reclame14/03/1981 Documentcode: a029020
Televisie-uitzendingen. Reklame

Televisie uitzendingen. Reklame

De Nationale Raad werd om advies verzocht in verband met het probleem van de TV uitzendingen waaraan geneesheren hun medewerking verlenen. Tevens werd de Raad dienaangaande om duidelijke richtlijnen gevraagd en om commentaar bij artikel 16 (*) van de Code van geneeskundige Plichtenleer.

In zijn antwoord verwijst de Nationale Raad vooreerst naar zijn circulaire van 8 februari 1978 zoals gepubliceerd in nr. 26 van het Officieel Tijdschrift, en vervolgt:

De Raad vestigt U aandacht op lid 4 van voormeld rondschrijven waar duidelijk gewezen wordt op de noodzaak geen reklame te maken voor een privé praktijk of voor een bepaalde instelling.

De Raad legt eveneens de nadruk op de termen van artikel 16 van de Code van geneeskundige Plichtenleer «in het algemeen naamloos optreden».

Men kan begrij pen dat het noodzakelijk is de identiteit te vermelden van diegene die algemene principes verdedigt; het is daarentegen nutteloos en derhalve verboden, dit te doen bij het voorstellen van medische technieken.

De geneesheer mag in geen geval de plaats van zijn activiteiten kenbaar maken.

De Raad dringt er bij de Provinciale Raden op aan dat zij deze principes doen eerbiedigen desnoods door disciplinaire maatregelen te treffen.

Wat betreft de individuele consultaties die op de radio worden gegeven, deze zijn gevaarlijk en strijdig met de medische ethiek.

De mededeling van namen van patiënten is een schending van het beroepsgeheim.

De geneesheer moet de Provinciale Raad waartoe hij behoort, vooraf inlichten over zijn medewerking aan een radio of TV programma.

(*) Artikel 16: De geneesheren mogen deelnemen aan medische voorlichtingscampagnes, aan radio of televisie uitzendingen bestemd voor de volksopleiding en spreekbeurten houden, op voorwaarde dat ze de regels van bescheidenheid, waardigheid, kiesheid en omzichtigheid die eigen zijn aan het medisch beroep eerbiedigen, dat zij, in het algemeen, naamloos optreden en dat zij geen enkele reklame maken voor hun privé praktijk of voor bepaalde instellingen.
De geneesheer zal de provinciale Raad waartoe hij behoort inlichten over zijn medewerking aan radio of televisie uitzendingen.

Publiciteit en reclame01/01/1979 Documentcode: a028032
Televisie-uitzendingen. Reklame

De Nationale raad werd om advies verzocht in verband met het probleem van de TV uitzendingen waaraan geneesheren hun medewerking verlenen. Tevens werd de Raad dienaangaande om duidelijke richtlijnen gevraagd en om commentaar bij artikel 16 (*) van de Code van geneeskundige Plichtenleer.

In zijn antwoord verwijst de Nationale raad vooreerst naar zijn circulaire van 8 februari 1978 zoals gepubliceerd in nr 26 van het Officieel Tijdschrift, en vervolgt:

De Raad vestigt U aandacht op lid 4 van voormeld rondschrijven waar duidelijk gewezen wordt op de noodzaak geen reklame te maken voor een privé praktijk of voor een bepaalde instelling.

De Raad legt eveneens de nadruk op de termen van artikel 16 van de Code van geneeskundige Plichtenleer « in het algemeen naamloos optreden».

Men kan begrijpen dat het noodzakelijk is de identiteit te vermelden van diegene die algemene principes verdedigt; het is daarentegen nutteloos en derhalve verboden, dit te doen bij het voorstellen van medische technieken.

De geneesheer mag in geen geval de plaats van zijn activiteiten kenbaar maken.

De Raad dringt er bij de Provinciale raden op aan dat zij deze principes doen eerbiedigen desnoods door disciplinaire maatregelen te treffen.

Wat betreft de individuele consultaties die op de radio worden gegeven, deze zijn gevaarlijk en strijdig met de medische ethiek.

De mededeling van namen van patiënten is een schending van het beroepsgeheim.

De geneesheer moet de Provinciale raad waartoe hij behoort, vooraf inlichten over zijn medewerking aan een radio- of TV-programma.

(*) Artikel 16: De geneesheren mogen deelnemen aan medische voorlichtingscampagnes, aan radio of televisie uitzendingen bestemd voor de volksopleiding en spreekbeurten houden, op voorwaarde dat zij de regels van bescheidenheid, waardigheid, kiesheid en omzichtigheid die eigen zijn aan het medisch beroep eerbiedigen, dat zij, in het algemeen, naamloos optreden en dat zij geen enkele reklame maken voor hun privé praktijk of voor bepaalde instellingen.

Publiciteit en reclame01/01/1977 Documentcode: a026014
Reklame

Sommige artsen maken meer en meer medische reklame, hetzij op de televisie, de radio, in dagbladen en tijdschriften of zelfs via folders die niet veel verschillen van die gebruikt door de warenhuizen ...

Wat is het standpunt van de Orde terzake ?

Volgende nota werd aan de voorzitters van de provinciale raden gezonden:

Artikel 16 van de Code van geneeskundige Plichtenleer laat de geneesheer toe deel te nemen aan radio-en T.V.‑uitzendingen, maar dit slechts onder bepaalde voorwaarden die duidelijk in artikel 16 staan vermeld:

«De geneesheren mogen deelnemen aan medische voorlichtingscampagnes, aan radio‑ of televisie‑uitzendingen bestemd voor de volksopleiding en spreekbeurten houden, op voorwaarde dat ze de regels van bescheidenheid, waardigheid, kiesheid en omzichtigheid die eigen zijn aan het medisch beroep eerbiedigen, dat zij, in het algemeen, naamloos optreden en dat zij geen enkele reklame maken voor hun privé praktijk of voor bepaalde instellingen.

De geneesheer zal de provinciale raad waartoe hij behoort inlichten over zijn medewerking aan radio‑ of televisie‑uitzendingen.»

De Nationale Raad van de Orde van Geneesheren wenst ter illustratie van dit artikel er nadrukkelijk op te wijzen dat de geïnterviewde geneesheer niet de indruk mag wekken alsof hij alleen de mogelijkheden en ervaring heeft om een bepaalde methode van onderzoek of behandeling toe te passen. De medewerkende geneesheren aan uitzendingen dienen erover te waken dat het publiek op een duidelijke en volledige wijze wordt ingelicht.

Tevens meent de Nationale Raad dat de provinciale raden op eigen initiatief dienen op te treden tegen elke vorm van persoonlijke reklame en dit eveneens in de geschreven pers.

De provinciale raden worden verzocht deze omzendbrief via hun mededelingen aan de geneesheren kenbaar te maken.

Vorige pagina

11

pagina