keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Resultaten

Vorige pagina

2

pagina

Briefhoofden25/04/1998 Documentcode: a081002
Vermeldingen op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen

Naar aanleiding van adviesaanvragen van verscheidene provinciale raden werkt de Nationale Raad een nieuw advies uit over de voor artsen toegelaten vermeldingen op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen.
Dit nieuwe advies heft het advies van 9 juli 1983 inzake de vermeldingen op naamborden van geneesheren-specialisten op (cf. Officieel Tijdschrift Orde der geneesheren, nr. 32, 1983-1984, 21-23).

Advies betreffende vermeldingen op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen.

De wijze waarop artsen de aard van hun medische activiteit vermelden op naamborden en briefhoofden zijn evenals de vermeldingen in de telefoongidsen regelmatig het voorwerp van vragen aan de Provinciale Raden.

Gezien de gewijzigde wetgeving en het voortdurend groeiend aantal specialismen en deelspecialismen brengt de Nationale Raad een nieuw advies uit waardoor het advies van 9 juli 1983 opgeheven wordt.
Bij het huidig advies wordt uitgegaan van de wettelijke bepalingen en de deontologische gedragsregels terzake.
Artikel 35quater van het koninklijk besluit nr. 78 zegt : "niemand kan een bijzondere beroepstitel dragen of zich beroepen op een bijzondere beroepsbekwaming dan na door de minister tot wiens bevoegdheden de volksgezondheid behoort, hiertoe te zijn erkend"
(1 ). Hieruit volgt dat het wettelijk niet toegelaten is één van de titels voorkomend op deze lijsten te vermelden wanneer men daarvoor niet is erkend door de bevoegde overheid. Anderzijds blijkt uit de toegevoegde lijsten dat bepaalde takken van de geneeskunde voor het ogenblik niet het voorwerp uitmaken van een wettelijke erkenning.

Deontologisch wordt voorgestaan dat een geneesheer de door hem uitgeoefende specialiteit mag vermelden maar geen gewag mag maken van een bevoegdheid die hij niet bezit. Hieruit volgt dat een geneesheer desgewenst een tak van de geneeskunde mag vermelden die niet voorkomt op de lijsten wanneer hij kan aantonen in deze tak een bijzondere bekwaamheid te bezitten, de uitoefening van deze tak zijn hoofdactiviteit is en de eigenheid van deze tak van de geneeskunde door de medische middens aanvaard is. De Provinciale Raden zijn bevoegd in deze gevallen adviserend op te treden.

Op grond van deze uitgangspunten brengt de Nationale Raad achtereenvolgens advies uit betreffende de toegelaten vermeldingen op naamborden, briefhoofden en in telefoongidsen.

A.1. Op de naamborden wordt de medische activiteit bij voorkeur weergegeven door één vermelding :

  • ofwel een algemeen aanvaarde benaming van het beroep als bv. geneesheer, arts, omnipracticus, dokter in de geneeskunde.
  • ofwel één bijzondere beroepstitel waarvoor de geneesheer als titularis is erkend. bv. huisarts of één van de beroepstitels vermeld op de lijst onder artikel 1 of artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 bv. cardioloog (artikel 1) of nefroloog (artikel 2).
  • ofwel een tak van de geneeskunde die niet het voorwerp is van een erkende bijzondere beroepstitel noch van een bijzondere beroepsbekwaming, zo de uitoefening van deze tak de hoofdactiviteit van de geneesheer is, een bijzondere bekwaamheid kan worden aangetoond en de eigenheid van deze tak door de medische middens aanvaard is (bv. sportarts, vaatchirurg, fleboloog, androloog enz.).

A.2. Op de naamborden kan de medische activiteit weergegeven worden door twee vermeldingen indien dit bijdraagt tot de verduidelijking van de medische activiteit van de geneesheer.

  • ofwel door de vermelding van twee bijzondere beroepstitels waarvoor de geneesheer is erkend zijnde twee beroepstitels van de lijsten onder artikel 1 en 2 (bv. kinderarts - pneumoloog (artikel 1) of nefroloog - intensivist (artikel 2)) of een beroepstitel uit de lijst onder artikel 1 gecombineerd met een beroepstitel vermeld onder artikel 2 (bv neuro-psychiater - kinderneuroloog)
  • ofwel door de vermelding van een bijzondere beroepstitel waarvoor de geneesheer is erkend gecombineerd met een tak van dit specialisme die niet het voorwerp is van een erkende bijzondere beroepstitel noch van een bijzondere beroepsbekwaming, zo de uitoefening van deze tak de hoofdactiviteit van de geneesheer is, een bijzondere bekwaamheid kan worden aangetoond en de eigenheid van de tak door de medische middens aanvaard is (bv. psychiater-psychotherapeut).
  • ofwel door de vermelding van een algemeen aanvaarde benaming van het beroep gecombineerd met een tak van de geneeskunde die niet het voorwerp is van een erkende bijzondere beroepstitel noch van een bijzondere beroepsbekwaming zo de uitoefening van deze tak de hoofdactiviteit van de geneesheer is, een bijzondere bekwaamheid kan worden aangetoond en de eigenheid van de tak door de medische middens aanvaard wordt (bv. algemene geneeskunde - evaluatie menselijke schade).

A.3. Op de naamborden kan de medische activiteit niet weergegeven worden door drie vermeldingen en dit zelfs niet wanneer de geneesheer titularis is van drie bijzondere beroepstitels.

De Nationale Raad herinnert aan de eerder uitgebrachte adviezen waarin wordt gesteld dat medische technieken niet kunnen worden beschouwd als takken van de geneeskunde en niet op naamborden kunnen worden vermeld.

B. Wat vermeldingen op briefpapier, bestemd voor de patiënten (als attesten - berichten), betreft is de Nationale Raad van mening dat de geneesheer zich tot de vermeldingen van het naambord dient te beperken.

Als briefhoofd voor andere professionele correspondentie kan de geneesheer naast de vermeldingen van het naambord ook alle bijzondere beroepstitels vermelden waarvoor hij is erkend evenals alle wettelijke diploma's en academische graden voor zover deze bijdragen tot de verduidelijking van zijn profiel als arts. Ook de universitaire of in ziekenhuis vervulde functies kunnen worden vermeld. Wat het logo betreft is de Nationale Raad van oordeel dat dit kan aangebracht worden wanneer het naar vorm en inhoud bescheiden is. De Provinciale Raden kunnen in dit vlak adviserend optreden.

C. Zowel in de commerciële als niet-commerciële telefoongidsen kunnen betreffende de aard van de medische activiteit enkel de vermeldingen opgenomen worden die voor de naamborden toegelaten zijn.
Daar geneesheren soms moeilijkheden ondervinden bij het opnemen in telefoongidsen van de gewenste vermeldingen wordt aangeraden een verklaring van de Provinciale Raad bij hun aanvraag te voegen.

Beoefenaars van de geneeskunde (2)

Art. 1. De lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de titularissen van een wettelijk diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of van de academische graad van arts is als volgt samengesteld : huisarts;

  • [geneesheer specialist in de anesthesie-reanimatie;]1
  • geneesheer specialist in de klinische biologie;
  • geneesheer specialist in de cardiologie;
  • geneesheer specialist in de heelkunde;
  • geneesheer specialist in de neurochirurgie;
  • [geneesheer specialist in de plastische, reconstructieve en esthetische heelkunde;]3
  • geneesheer specialist in de dermato-venereologie;
  • geneesheer specialist in de gastro-enterologie;
  • geneesheer specialist in de gynaecologie-verloskunde;
  • geneesheer specialist in de inwendige geneeskunde;
  • geneesheer specialist in de neurologie.
  • geneesheer specialist in de psychiatrie;
  • geneesheer specialist in de neuropsychiatrie;
  • geneesheer specialist in de oftalmologie;
  • geneesheer specialist in de orthopedische heelkunde;
  • geneesheer specialist in de otorhinolaryngologie;
  • geneesheer specialist in de pediatrie;
  • [geneesheer specialist in de fysische geneeskunde en de revalidatie;]1
  • geneesheer specialist in de pneumologie;
  • geneesheer specialist in de röntgendiagnose;
  • geneesheer specialist in de radiotherapie;
  • geneesheer specialist in de reumatologie;
  • geneesheer specialist in de stomatologie;
  • [geneesheer specialist in de urologie;]1
  • geneesheer specialist in de pathologische anatomie;
  • geneesheer specialist in de nucleaire geneeskunde;
  • [geneesheer specialist in de arbeidsgeneeskunde;]2

Art. 2. De lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de titularissen van een wettelijk diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of van de academische graad van arts, die reeds houder zijn van één van de bijzondere beroepstitels vermeld in artikel 1, wordt vastgesteld als volgt :
en in de nucleaire in vitro, geneeskunde;
[en in de functionele en professionele revalidatie van gehandicapten;]1
en in de geriatrie;
[en in de mond-, kaak en aangezichtschirurgie;]1
en in de intensieve zorgen;
en in de urgentiegeneeskunde;
en in de pediatrische neurologie;
[en in de nefrologie;]2
[en in de endocrino-diabetologie.]3

Als bijlage zijn aan dit advies de geactualiseerde lijsten van deze bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwamingen toegevoegd.
(2) art. 1. : []1 verv. K.B. 22-6-1993, art. 1 (Stbl. 17-7-1993); []2tgd K.B. 22-6-1993; art. 1 (Stbl. 17-7-1993); []3 verv. K.B. 8-11-1995, art. 1 (Stbl. 21-12-1995).
art. 2 : []1 verv. K.B. 22-6-1993, art. 2 (Stbl. 17-7-1993); []2 tgd K.B. 8-11-1995, art. 12 (Stbl. 21-12-1995); []3 tgd K.B. 12-3-1997, art. 1 (Stbl. 7-6-1997).

Publiciteit en reclame23/08/1997 Documentcode: a079024
Belgacom - 0800-nummer voor artsen

Belgacom - nummer type 0800 voor artsen

Verscheidene provinciale raden maken de Nationale Raad een brief over van Belgacom in verband met de mogelijkheid om een gratis oproepnummer type 0800 ter beschikking te stellen van het cliënteel van artsen.
Belgacom wenst te vernemen of deze werkwijze in overeenstemming is met de medische deontologie meer bepaald of zij niet in strijd is met de deontologische bepalingen inzake reclame door artsen.

Brief van de Nationale Raad aan Belgacom:

In uw brief van 17 juni jongstleden zet u uw project uiteen om een groen nummer 0800 ter beschikking te stellen van de cliënteel van de geneesheren.

Dit zou het dubbel voordeel hebben van een grotere beschikbaarheid en van de kosteloosheid ten voordele van de patiënten die er beroep op doen.

De verbetering van de beschikbaarheid is een lofwaardig doel verenigbaar met de zorg voor de continuïteit van de verzorging.

Dit project bevat echter een potentieel reclame-aspect ten gunste van de geneesheer die de kostprijs van de oproepen ten laste zou nemen tegenover zijn collega's die niet hetzelfde voordeel zouden bieden.

Bovendien zou de arts die het systeem invoert dit moeten meedelen aan zijn patiëntenkring. Dit is onverenigbaar met de deontologische regels die van kracht zijn.

Om deze redenen kan de Nationale Raad niet instemmen met het project zoals uiteengezet in uw brief.

Deze brief aan Belgacom werd meegedeeld aan de provinciale raden.

Telefoongids24/08/1996 Documentcode: a074008
Bvba van geneesheren en de telefoongids

Mag in de lijst van Doctors in de geneeskunde in de telefoongids, naast de naam van een arts die in deze vorm zijn beroep uitoefent, de vermelding "bvba" voorkomen? De ombudsman van Belgacom stelt de Nationale Raad hierover twee vragen:

  1. Bestaat er een algemene afspraak tussen de Orde der geneesheren en Belgacom of uitgevers van telefoongidsen waarin onderlinge afspraken worden vastgelegd? In het positieve geval, zou u zo vriendelijk willen zijn mij een afschrift te willen bezorgen van deze overeenkomst?

  2. Bestaat er een specifieke afspraak over het feit dat bvba's niet in de alfabetische lijst van Doctors in de geneeskunde mogen voorkomen?

Advies van de Nationale Raad:

De Nationale Raad van de Orde der geneesheren heeft in zijn vergadering van 24 augustus 1996 het voorwerp van uw voormelde brief onderzocht.

De beide in uw brief voorkomende vragen worden negatief beantwoord.

Daar in het vermelde geval de geneeskunde onder vennootschapsvorm wordt uitgeoefend, heeft de Nationale Raad geen bezwaar tegen de vermelding hiervan (te dezen B.V.B.A.) in de lijst Doctors in de geneeskunde, met dien verstande dat:

1. steeds de naam van de betrokken arts wordt vermeld;

2. de naam van de arts voorafgaat, gevolgd door de vermelding tussen haakjes van de vennootschapsvorm en -naam die moet stroken met de algemene principes van discretie en waardigheid van het beroep (art. 159, §2, al. 2 Code van geneeskundige Plichtenleer).

Telefoongids27/02/1988 Documentcode: a040013
Vermeldingen in de telefoongids

De Nationale Raad neemt inzage van het rapport ter zake en vaardigt onderstaand advies uit:
De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 27 februari 1988 beslist navolgende vermeldingen zowel in de Officiële Telefoongids (wit) als in de "Gouden Gids" (beroepen) toe te laten:

  1. naam, voornaam, adres en telefoonnummer van het kabinet;
  2. de vermeldingen toegelaten conform het advies van de Nationale Raad m.b.t. de naamborden (cfr. O.T. nr 32, 1983‑1984, p. 21)
  3. naam, voornaam, adres en telefoonnummer van de privé woonplaats.

De redactie acht het nuttig hieronder het advies inzake de vermeldingen op naamborden van geneesheren‑specialisten integraal te hernemen.

In zijn vergadering van 9 juli 1983, heeft de Nationale Raad het volgende advies uitgebracht, waarin rekening werd gehouden met:

  1. de wettelijke bepalingen en onder meer de koninklijke besluiten tot regeling van de nomenclatuur voor de terugbetaling van verstrekkingen en handelingen inzake ziekte‑ en invaliditeitsverzekering;
  2. de nieuwe specialismen en sub‑specialismen die voortdurend ontstaan;
  3. het feit dat de laatste jaren in toenemende mate op naamborden melding wordt gemaakt van specialismen die wetenschappelijk nog niet erkend zijn of van fantaisistische gegevens met een uitgesproken publicitair karakter.

Toegelaten vermeldingen op naamborden

Artikd 13 van de Code van geneeskundige Plichtenleer:

§ 1. De vermeldingen op naamborden (...), moeten bescheiden zijn naar vorm en inhoud.

§ 2. Op het naambord van een geneeskundig kabinet worden alleen vermeld: naam en voornamen, watelijke titel, uitgeoefende specialiteit, spreekdagen en ‑uren, en gebeurlijk het telefoonnummer.

§ 5. De geneesheer mag geen gewag maken van een bevoegdheid die hij niet bezit.

De Nationale Raad is van oordeel dat gelet op de richtlijnen vervat in artikel 13 en meer bepaald in § 5, en abstractie gemaakt van de titel van "Doctor in de geneeskunde", één of maximaal twee vermeldingen zijn toegelaten. Naargelang de hieronder beschreven mogelijkheden dienen de vooropgestelde criteria strikt te worden nageleefd.

A. In bet kader van de vermelding van een erkend specialisme

A.1. Eén enkele vermelding

De vermelding van het specialisme waarvoor de arts bij besluit van de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, als specialist werd erkend of erkend krachtens de richtlijn 75/362/EEG.

A.2. Twee vermeldingen

Als eerste vermelding, het specialisme vermeld onder A.1. Als tweede vermelding, een tak van dit specialisme op voorwaarde dat de arts daarin voldoende kennis en ervaring heeft verworven.

De arts moet erop letten dat:

  • de vermelding conventioneel is en voor het publiek begrijpelijk;
  • hij de patiënt voldoende garanties biedt.
    Interesse of een beperkte stage zijn onvoldoende.
    Desgevallend zal de arts zich voor zijn Provinciale raad moeten verantwoorden over de wijze waarop hij de vereiste kennis en ervaring heeft verworven;
  • het vermelde sub‑specialisme kan beschouwd worden als een deel van het specialisme waarvoor de arts werd erkend omwille van de problemen inzake terugbetalingen.

B. In het kader van de vermelding van sub-specialismen

B.1. Eén enkele vermelding

Een sub‑specialisme van het specialisme waarvoor hij globaal werd erkend op voorwaarde dat:

  • de arts, gedurende twee jaar, full‑time assistent is geweest in een dienst waar deze tak van het specialisme waarin hij werd erkend, quasi uitsluitend werd beoefend;

  • het vermelde sub‑specialisme kan beschouwd worden als een deel van het specialisme waarvoor de arts werd erkend omwille van de problemen inzake terugbetalingen;

  • de andere takken van het specialisme slechts worden beoefend in het kader van de wachtdienst onder voorwaarde dat hij daartoe nog de vereiste competentie heeft.

B.2. Twee vermeldingen

Als eerste vermelding, het sub‑specialisme vermeld onder B.1 . Als tweede vermelding, een tak van dit sub‑specialisme op voorwaarde dat de arts het bewijs kan leveren van een grotere kennis en ervaring in deze materie dan de arts bedoeld onder B.1.

C. Bijzonder geval

De geneesheer die voor een erkend specialisme werd erkend maar daarnaast een opleiding heeft genoten die hem toelaat in een ander specialisme te worden erkend zonder daarvoor evenwel een erkenning te hebben bekomen, moet op zijn naambord het erkend specialisme vermelden en mag, desgewenst, in de tweede plaats melding maken van het specialisme waarvoor hij wel de opleiding maar niet de erkenning heeft bekomen.

Het is in ieder geval uitgesloten exclusief dit laatste specialisme te vermelden.

Voorbeeld:
de geneesheer erkend als specialist inwendige ziekten maar met een opleiding die hem zou toelaten erkend te worden als cardioloog ‑ zonder dat hij evenwel de erkenning daarin bezit ‑, mag vermelden:
ofwel: inwendige geneeskunde
ofwel: inwendige geneeskunde ‑ cardiologie,
maar mag in geen geval enkel cardiologie vermelden.

Telefoongids14/04/1984 Documentcode: a032021
Ontwerp van wet op de ziekenhuizen

De Nationale Raad heeft het ontwerp van wet houdende organieke bepalingen in aanvulling op de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen betreffende het beheer van de ziekenhuizen en het statuut van de ziekenhuisgeneesheren, uitgebreid bestudeerd.

Na de commissie belast met het onderzoek van bedoeld ontwerp van wet te hebben gehoord in haar verslag, heeft de Nationale Raad in zijn vergadering van 14 april 1984, de volgende tekst aangenomen en overgemaakt aan de Minister van Volksgezondheid en aan de Leden van de bevoegde Senaatscommissie:

In zijn vergaderingen van 17 maart en 14 april 1984 heeft de Nationale Raad het ontwerp van wet houdende organieke bepalingen in aanvulling op de wet van 23 december 1963 op de ziekenhuizen betreffende het beheer van de ziekenhuizen en het statuut van de ziekenhuisgeneesheren, onderzocht.

Op grond van artikel 15, § 2, 2°, van het koninklijk besluit nr. 79 van 10 november 1967, heeft de Nationale Raad van de Orde der geneesheren de eer U hierbij volgend advies uit te brengen.

De Nationale Raad is van oordeel dat het ook om deontologische redenen noodzakelijk was het statuut van de ziekenhuisgeneesheren wettelijk vast te leggen. Duidelijke afspraken tussen de ziekenhuisbeheerder en de ziekenhuisgeneesheren kunnen enkel bijdragen tot een kwaliteitsverbetering van de medische dienstverlening.

Het ontwerp van wet beoogt een betere integratie van de ziekenhuisgeneesheer in de ziekenhuiswerking. Het ontwerp van wet gaat hierbij uit van de grote verscheidenheid van de bestaande toestanden in de ziekenhuizen. De Nationale Raad kan deze pragmatische benadering bijtreden. Een wetgeving die enkel uitgaat van een doctrine en geen rekening houdt met de realiteit zou goed functionerende ziekenhuizen en diensten kunnen desorganiseren.

De Nationale Raad stelt vast dat het ontwerp van wet niet voorbijgaat aan de noodzakelijke coördinatie van de medische dienstverlening, maar toch overwegend het accent legt op de integratie van de individuele geneesheer in het ziekenhuis. Wanneer het ziekenhuis zijn complexe taak van gespecialiseerd zorgverleningscentrum wil waar maken, moet de medische activiteit niet alleen een integrerend deel uitmaken van de ziekenhuisactiviteiten, maar moet er voorafgaandelijk naar gestreefd worden dat de medische activiteit een geheel vormt.

In de ziekenhuizen zien wij een toenemende diversificatie van specialismen en deelspecialismen ontstaan. Bovendien zijn er een groeiend aantal geneesheren met identieke functies. In deze situaties is er bijgevolg een zeer goede verstandhouding en samenwerking tussen de verschillende ziekenhuisgeneesheren vereist, wil men voorkomen dat de kwaliteit van de zorgverlening onder deze versnippering lijdt. De Nationale Raad meent dat alle kansen om het teamwerk en de samenspraak tussen de geneesheren te bevorderen moeten worden benut.

De Nationale Raad heeft er bij de geneesheren altijd op aangedrongen in elke verzorgingsinstelling een medische raad op te richten. Voor de Nationale Raad is de medische raad niet alleen het orgaan waardoor de geneesheren bij de besluitvorming in het ziekenhuis worden betrokken, maar tevens het orgaan waarin de geneesheren hun interne problemen bespreken en oplossen in functie van de kwaliteitszorg en de taak van het ziekenhuis naar de gemeenschap. De Nationale Raad neemt aan dat de medische raad ook initiatiefrecht heeft aangaande de onder artikel 6 van het wetsontwerp vermelde materies.

De Nationale Raad hecht het grootste belang aan de samenstelling van de medische raad en vraagt zich af of het niet wenselijk is in de wet zelf te bepalen dat de verkiezing, voor alle mandaten, bij verplichte, algemene en geheime stemming dient te gebeuren. De Nationale Raad stelt in de eerste paragraaf van artikel 5, een contradictie vast tussen enerzijds, een kiescollege gevormd door de aan het ziekenhuis verbonden geneesheren en anderzijds, het minimumactiviteitsniveau van de stemgerechtigden. De Nationale Raad kan er volledig mee akkoord gaan dat een geneesheer slechts stemrecht heeft wanneer hij voldoende geïntegreerd is in een ziekenhuis.

De Nationale Raad vindt het ongezond dat een geneesheer aan verkiezingen in verschillende ziekenhuizen zou deelnemen. De term "verbonden geneesheer" zou nader moeten worden bepaald. Het lijkt de Nationale Raad bijvoorbeeld weinig logisch dat een geneesheer‑specialist in opleiding ‑ hoe positief zijn bijdrage tot de dienstverlening in het ziekenhuis ook moge zijn ‑ zou deelnemen aan de verkiezingen voor de medische raad omdat hij er slechts tijdelijk werkzaam is. De noodzakelijke inspraak van deze geneesheren‑assistenten in de besluitvorming, dient via andere kanalen te worden ingebouwd.

De Nationale Raad is van mening dat een centrale inning van de medische honoraria wenselijk is vermits dit bevorderlijk is voor de solidariteit onder de geneesheren en hun functioneren als groep. Uit de lijst van de posten die met de medische honoraria moeten worden betaald, blijkt volgens artikel 14, § 4, dat een reeks werkingskosten gemeenschappelijk door de geneesheren als groep moeten worden gedragen. Het ligt dan ook voor de hand dat de geneesheren kennis kunnen nemen van de juiste bedragen van de geïnde honoraria. De centrale inning is daartoe het meest aangewezen instrument.

De Nationale Raad meent derhalve dat het niet opgaat de geneesheren in twee groepen op te splitsen volgens hun anciënniteit, zoals dat in artikel 15 van het ontwerp van wet gebeurt. De groepsgeest onder de geneesheren en de samenwerking binnen de ziekenhuizen, tussen jongere en oudere collega's, worden zeker niet gebaat door het accentueren van het leeftijdsverschil en het toekennen van privileges.

Het wetsontwerp verder vanuit de invalshoek van het medische teamwerk onderzoekend, is de Nationale Raad van mening dat een conform advies van de medische raad voor de benoeming, de aanwerving, de toelating en de bevordering van de geneesheren noodzakelijk is (artikel 6, § 2, 5°). Wanneer een geneesheer in een ziekenhuis aan het werk gaat, moet hij aanvaard en geïntegreerd worden in de groep, die verplicht wordt met hem de medische verantwoordelijkheid te delen. Beide partijen, zowel de arts als de groep, moeten inzage hebben in de gemeenschappelijke dossiers van patiënten en samen zullen zij aan kwalitatieve toetsing doen: zeer zinnige maar soms pijnlijke evaluatie van elkaars werk. Tenslotte zullen zij samen financiële verantwoordelijkheid dragen en formules moeten uitwerken om verantwoorde verdeelsleutels te vinden voor de door hen gemaakte kosten.

Op grond van hogervermelde overwegingen is het niet aanvaardbaar dat de beheerder, tegen het advies in van de medische raad, een geneesheer zou benoemen, aanwerven, toelaten of bevorderen. Bij conform advies voorziet het wetsontwerp een ongewone bijzondere meerderheid, waardoor het nog minder aanvaardbaar wordt dat de beheerder het geneesherenteam een nieuwe geneesheer zou opdringen. De Nationale Raad meent evenmin dat de medische raad eigenmachtig moet kunnen beslissen over de benoeming, de aanwerving, de toelating of de bevordering, maar is van oordeel dat, in de geest van een concertatie‑ en overtuigingsmodel, beheerder en medische raad akkoord moeten gaan over de te benoemen geneesheer.

De Nationale Raad kan de intentie van het ontwerp van wet om de geneesheren beter te integreren in het ziekenhuis slechts bijtreden, maar meent dat eveneens aandacht dient te worden geschonken aan de integratie van de geneesheer in het medisch team. De ziekenhuisgeneesheer heeft als eerste taak bij te dragen tot de gespecialiseerde zorgverlening en deze is ondenkbaar geworden zonder een continue samenwerking onder collega's. Vervolgens dient hij als geneesheer mee te werken met de andere zorgverleners in het ziekenhuis en vanuit hun patiënt‑gericht betrokken zijn, met de directie en het beheer, om samen de sociale taak van het ziekenhuis waar te maken.

De Nationale Raad hoopt dat U met dit advies rekening zal houden bij de behandeling van het ontwerp van wet door het Parlement. De Nationale Raad zal zich veroorloven eerstdaags dit advies over te maken aan de leden van de bevoegde Commissie van de Senaat.

Vorige pagina

2

pagina