keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Resultaten

O.C.M.W.24/02/2018 Documentcode: a160007
Patiënten in illegaal verblijf – Dringende medische hulp – Terugbetaling

De nationale raad van de Orde der artsen heeft het wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 2 en 9ter van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, besproken.

Advies van de nationale raad :

De nationale raad van de Orde der artsen heeft in zijn vergadering van 24 februari 2018 het wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 2 en 9ter van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, besproken.

Het wetsontwerp heeft tot doel verder te werken aan het hervormingsproject van de betalingen van medische kosten door het OCMW. Via dit hervormingsproject wil men een administratieve vereenvoudiging verwezenlijken door de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (hierna HZIV) vergaand bevoegd te maken voor de afhandeling van deze dossiers.

1/ De nationale raad staat positief ten opzichte van deze administratieve vereenvoudiging die toelaat dat meer mensen, in het bijzonder de kwetsbare bevolkingsgroep van vreemdelingen die illegaal in België verblijven, een vlotte toegang krijgen tot gezondheidszorg, alsook ten opzichte van de financiële transparantie die men wil bekomen door de opdrachten van de HZIV uit te breiden tot het verstrekken van informatie over het tarief van de terugbetaling.

2/ De nationale raad heeft evenwel ernstige bedenkingen bij de opdracht die de HZIV zou krijgen tot het nemen van maatregelen in geval van administratieve gebreken en van onverschuldigde betalingen.

a) Het huidige wettelijke kader bepaalt dat de overheid op dit moment enkel tussenkomt voor zorgen die een nomenclatuurnummer van het RIZIV hebben en waarvoor de arts een attest "Dringende medische hulp" heeft ingevuld. Er wordt enkel in een terugbetaling voorzien aan de arts indien het dringende medische hulp betrof. De nieuwe maatregelen houden volgens het artikel 5 van het wetsontwerp in dat de kosten van de hulp niet worden betaald of dat de onverschuldigde betalingen worden teruggevorderd. Teneinde deze maatregelen te kunnen nemen, zullen er controles uitgevoerd worden door een controlearts, een functie die zal worden gecreëerd bij de HZIV. De controles van de controlearts hebben tot doel achteraf na te gaan of de verstrekte zorg valt onder het criterium van "dringende medische hulp". Volgens de memorie van toelichting heeft het wetsontwerp bovendien tot doel dat de Staat een jurisprudentie tot stand kan brengen wat betreft de medische verantwoording van de attesten van dringende medische hulp (Parl. St. nr. 2890/001, p. 5).

De nationale raad heeft hierover reeds meermaals gesteld dat het niet raadzaam is zich toe te leggen op de terminologie in de medische hulp maar wel op de behoeften die ze dient te dekken. In wezen moet er een antwoord gegeven worden op de vraag naar gezondheidszorg waartoe een bijzonder kwetsbare bevolkingsgroep toegang dient te hebben. Bovendien merkt de nationale raad op dat het creëren van een dergelijke jurisprudentie de diagnostische en therapeutische vrijheid van de uitvoerende arts minstens indirect beperkt, aangezien zijn professionele oordeelsvorming zal gekoppeld zijn aan het risico zelf te moeten opdraaien voor de kosten, als achteraf wordt besloten dat het geen "dringende medische hulp" betrof. Hierdoor dreigen patiënten noodzakelijke zorg te mislopen uit angst van de arts om geen terugbetaling te krijgen en komt het fundamenteel mensenrecht op zorg onder druk te staan.

b) Daarnaast merkt de nationale raad op dat overeenkomstig het artikel 122 van de Code van geneeskundige plichtenleer, de controlearts zijn beroepsonafhankelijkheid volledig moet behouden ten opzichte van zijn opdrachtgever en ten opzichte van andere eventuele partijen. Bij het formuleren van zijn besluiten als arts moet hij enkel volgens zijn professioneel geweten handelen. De nationale raad meent dat de bedoelde jurisprudentie de beroepsonafhankelijkheid ten zeerste in het gedrang brengt.

c) De nationale raad stelt daarom voor het controlemechanisme waarin het artikel 5 voorziet zodanig te organiseren dat het beperkt blijft tot een voorafgaandelijke controle van de twijfelgevallen inzake dringende medische hulp. Artsen die misbruik zouden maken van het systeem blijven steeds tuchtrechtelijk aansprakelijk en kunnen bijgevolg op deze wijze nog steeds gesanctioneerd worden. Daarbij zou kunnen worden voorzien dat de tuchtsanctie wordt meegedeeld aan de HZIV, waarop deze alsnog tot een terugvordering kan overgaan.

3/ De nationale raad vraagt daarom dat het wetsontwerp wordt geamendeerd, zodat de controle beperkt wordt tot een voorafgaandelijke controle van de gevallen waarin de uitvoerende arts twijfelt of het dringende medische hulp betreft en zodat de maatregel tot terugvordering slechts mogelijk is nadat de arts een tuchtsanctie heeft opgelopen wegens het foutief inroepen van dringende medische hulp.


Bovendien vraagt de nationale raad nauw betrokken te worden bij de uitwerking van de uitvoeringsbesluiten wat betreft de regels en modaliteiten van de controles, alsook de invulling van het statuut van de controlearts, mede gelet op de delicate benadering van het beroepsgeheim en het omgaan met medische gegevens die de opdracht van de controlearts noodzakelijkerwijs zou inhouden.

Beroepsgeheim22/03/2014 Documentcode: a145010
Eerbiediging van het beroepsgeheim door de arts van het Bestuur medische expertise (Medex) in het kader van een rechtsprocedure

Aan de Nationale Raad wordt een vraag gesteld aangaande de eerbiediging van het beroepsgeheim door de arts van het Bestuur medische expertise (Medex) wanneer het slachtoffer van een arbeidsongeval of een beroepsziekte een rechtsvordering heeft ingesteld waarbij de graad van arbeidsongeschiktheid wordt betwist en er een expertise wordt gevraagd.

Advies van de Nationale Raad :

In zijn vergadering van 22 maart 2014 besprak de Nationale Raad uw e-mail van 22 januari 2014 waarmee u hem om advies verzoekt aangaande de eerbiediging van het beroepsgeheim door de arts van het Bestuur medische expertise (Medex) wanneer het slachtoffer van een arbeidsongeval of een beroepsziekte een rechtsvordering heeft ingesteld waarmee de graad van arbeidsongeschiktheid wordt betwist en er een expertise wordt gevraagd.

U wenst meer bepaald te weten of het in overeenstemming is met de geneeskundige plichtenleer dat het medische dossier van Medex wordt overgemaakt aan de juridische of medische adviseur van de publieke werkgever (administratie) met als doel het ter beschikking te stellen van de expert (artikel 972bis, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek) met respect voor de contradictoire aard van de expertise (artikel 973, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek).

Het probleem van de eerbiediging van het beroepsgeheim dient in de eerste plaats te worden beoordeeld op het ogenblik dat het met redenen omkleed verslag wordt opgesteld; dit verslag mag alleen de gegevens bevatten die verband houden met de toevertrouwde opdracht en die in dit kader in aanmerking werden genomen.

Artikel 125, § 5, van de Code van geneeskundige plichtenleer bepaalt :
Hij (de arts) moet blijk geven van bedachtzaamheid bij het opstellen van de besluiten in zijn verslag en mag slechts gegevens aanbrengen die een antwoord verstrekken op de vragen van zijn opdrachtgever.

Artikel 128, § 3, van de Code van geneeskundige plichtenleer bepaalt :
De arts-deskundige mag aan de rechtbank slechts de feiten bekendmaken die rechtstreeks betrekking hebben op het deskundig onderzoek en die hij bij die gelegenheid heeft ontdekt.
Al wat hij bij dit onderzoek heeft vernomen buiten het kader van zijn opdracht, moet hij verzwijgen.

Op juridisch gebied moet in de motivering van het Medex-verslag de bepalingen worden nageleefd van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
De rechtsleer stelt dat het verslag de volgende gegevens dient te bevatten om te voldoen aan deze verplichting :

- de lijst van de ontvangen en geanalyseerde medische documenten;
- het verslag van het klinisch onderzoek van de ambtenaar
- eventueel, het resultaat van de gespecialiseerde onderzoeken die zouden zijn aangevraagd;
- de anamnese en de diagnose;
- eventueel een antwoord op de aangevoerde argumenten in de nota's met richtinggevende feiten die werden ingediend door de ambtenaar of de betrokken administratie;
- een behoorlijk met redenen omklede conclusie.

Zoals u opmerkt, beveelt de rechtbank bij wie de zaak aanhangig wordt gemaakt, systematisch een gerechtelijke expertise aan, die op tegenspraak is.

De Nationale Raad meent dat het niet in strijd is met de geneeskundige plichtenleer dat Medex, op verzoek van de gerechtelijke expert of van de partijen, hen de documenten bezorgt die in aanmerking werden genomen voor het opstellen van het met redenen omkleed verslag en waarnaar wordt verwezen.

1. Jean-Luc Fagnart , Expertise, Medex et procès équitable - Consilio 2013/3, Anthémis, 2013.

Controle (Medische-)22/03/2014 Documentcode: a145011
Afleveren van een ziekteattest door een arts voor zichzelf

Aan de Nationale Raad wordt een vraag gesteld of het wettelijk en deontologisch toegelaten is voor een arts om voor zichzelf een ziekteattest op te stellen.

Advies van de Nationale Raad :

In zijn vergadering van 22 maart 2014 heeft de Nationale Raad van de Orde van geneesheren uw e-mail van 27 februari 2014 onderzocht waarin u vraagt of het wettelijk en/of deontologisch toegelaten is voor een arts om voor zichzelf een ziekteattest op te stellen.

De Nationale Raad bevestigt dat er geen wettelijke bepalingen zijn die dit verbieden.

Op deontologisch gebied antwoordt de Nationale Raad u, op basis van de adviezen van 8 mei 2010, 8 oktober 2011 en 18 februari 2012 "Afleveren van arbeidsongeschiktheidsattest voor zichzelf" dat wegens mogelijk belangenconflict, het uitermate moeilijk en meestal zelfs niet mogelijk is dat een arts een attest van arbeidsongeschiktheid voor zichzelf voorschrijft. De wettelijk voorziene mogelijkheid tot controle, waarbij de controlearts contact kan opnemen met de behandelende arts van de patiënt, komt in het gedrang wanneer behandelende arts en patiënt dezelfde persoon betreffen.

De zinsnede "uitermate moeilijk en meestal zelfs niet mogelijk" impliceert evenwel dat in zeldzame gevallen een arts kan overwegen en beslissen voor zichzelf een attest van arbeidsongeschiktheid uit te schrijven.

De Nationale Raad is in bovenvermelde adviezen van oordeel dat, in zover iedere arts een attest mag opstellen voor een door hem behandelde patiënt, dit inhoudt dat hij een attest kan afleveren voor een gezinslid of naaste verwant. Dit sluit stricto sensu niet uit dat dit ook voor zichzelf mag.

In ieder geval dient de arts zijn beslissing te nemen naar eer en geweten. Hierbij moet een aantal aandachtspunten in overweging worden genomen zoals de aard van de aandoening en de specifieke competentie van de arts betreffende deze aandoening.

De Nationale Raad blijft in zijn adviezen van mening dat een zieke arts best een collega-arts raadpleegt die dan een attest van arbeidsongeschiktheid kan afleveren.

Bovendien stelt de Nationale Raad in zijn advies van 8 mei 2010 dat een werkgever aan een arts mag vragen dat deze laatste zijn arbeidsongeschiktheid laat attesteren door een andere arts.

Arts (Adviserend-)17/11/2012 Documentcode: a140004
Medisch dossier opgesteld door de adviserende arts van een verzekeringsmaatschappij - Rechten van de patiënt : nieuwe gegevens
De Nationale Raad wordt om advies gevraagd over de toepassing van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt op het medisch dossier opgesteld door de adviserende arts van een verzekeringsmaatschappij over een persoon die het slachtoffer was van een ongeval en die hij onderzocht in het kader van de afhandeling van de gevolgen van dit ongeval.

Advies van de Nationale Raad :

In zijn vergadering van 17 november 2012 onderzocht de Nationale Raad van de Orde van geneesheren uw brief van 3 augustus 2012 waarin u hem ondervraagt over de toepassing van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt op het medisch dossier opgesteld door de raadsgeneesheer van een verzekeringsmaatschappij over een persoon die het slachtoffer was van een ongeval en die hij onderzocht in het kader van de afhandeling van de gevolgen van dit ongeval.

De situaties inzake controle- en expertisegeneeskunde zijn uiteenlopend.

Uw vraag betreft een persoon die het slachtoffer was van een ongeval.

Bij het begeleiden van de gewonden, slachtoffers van arbeidsongevallen gedekt door de wetsverzekering of van ongevallen in het privéleven waarvan de schade vergoed wordt door de verzekering die de verantwoordelijke derde dekt of door de individuele verzekering, is het gebruikelijk dat de gewonde uitgenodigd wordt zich te melden bij de raadsgeneesheer die door het verzekeringsorganisme belast werd met het evalueren van de evolutie van de letsels en met de opvolging van de behandeling die vergoed wordt door het verzekeringsorganisme

Deze opdracht van de raadsgeneesheer heeft voornamelijk een vooruitlopend doel : het verzekeringsorganisme moet de financiële reserves voorzien nodig voor de schadeloosstelling en eventueel voorschotten betalen wanneer de situatie van de gewonde het rechtvaardigt. Hij heeft ook een objectief van therapeutische optimalisatie: de verzekeraar heeft er belang bij dat de patiënt zo goed mogelijk verzorgd wordt om de ernst van de nawerkingen van het ongeval te verminderen. De verzekeraar kan ook wensen er zich van te vergewissen dat de zorg toegediend aan de getroffene wel degelijk een verband heeft met de letsels veroorzaakt door het ongeval.

Na het onderzoek maakt de raadsgeneesheer een verslag op dat medische gegevens bevat. Hij voegt er een technische nota bij aangaande de evolutievooruitzichten die bestemd is voor de verzekeraar.

U ondervraagt de Nationale Raad over het recht van de gewonde om een kopie te krijgen van het hem betreffende dossier opgesteld door de raadsgeneesheer van de verzekering.

In zijn advies van 9 oktober 2009 betreffende de consultatie van het medische dossier dat wordt bijgehouden door de geneesheer-expert in het kader van een strafzaak, stelt de federale commissie "Rechten van de patiënt", zonder verdere nuance, "Allereerst onderstreept de Commissie dat de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt van toepassing is op de expertisegeneeskunde. De patiënt heeft dan ook het recht om rechtstreeks toegang te hebben tot het dossier dat door de geneesheer-expert wordt bijgehouden".

De Nationale Raad was in zijn advies van 24 oktober 2009 van mening dat de patiënt, in het kader van de controle- en arbeidsgeneeskunde, recht heeft op inzage in zijn dossier krachtens artikel 9, § 2, van de wet betreffende de rechten van de patiënt.

Op aanvraag van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid werd er door de Universiteit Antwerpen in juli 2011 een uitgebreide studie gemaakt over de toepassing van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt op het gebied van de controle- en expertisegeneeskunde. De bedoeling van dit project is te peilen naar de theoretische en praktische problemen die ontstaan bij het toepassen van de Wet Patiëntenrechten in de praktijk van de controle- en expertisegeneeskunde. Het is beschikbaar via de website van de FOD Volksgezondheid op het volgende adres :
http://www.health.belgium.be/eportal/Myhealth/PatientrightsandInterculturalm/Patientrights/BillRightsPatient/index.htm.
U vindt kopie van dit document als bijlage.

Deze studie vermeldt verschillende mogelijke restricties op de toepassing van voornoemde wet van 22 augustus 2002 wat inzage in het dossier betreft.

Meer bepaald aangaande uw vraag wordt er de volgende nuance aangebracht (pagina 60, punt 4.5.4., van de studie) :

Wat betreft de situatie van een raadsgeneesheer die de patiënt onderzoekt in opdracht van bv. een private verzekeringsmaatschappij kan er wel een probleem opduiken : naast de strikt medische vaststellingen (anamnese, klinisch onderzoek, beeldvorming,...) -waartoe de patiënt ongetwijfeld toegang moet hebben- is er ook informatie die bestemd is voor de opdrachtgever en die meer te maken heeft met de administratief-financiële kant van de zaak : bv . wordt van de raadsgeneesheer verwacht dat hij reeds vroeg in de expertise een inschatting geeft van het percentage ongeschiktheid dat mogelijks zou kunnen worden toegekend aan patiënt in kwestie . Dit laat de verzekeringsmaatschappijen toe om de nodige provisie aan te leggen. Gezien de raadsgeneesheren en de verzekeringmaatschappijen menen dat het inzagerecht van de patiënt hier niet geldt, wordt de zaak in de praktijk soms opgelost door een gescheiden dossier te maken : een met de medische en persoonlijke en professionele
gegevens, en een met gegevens en inschatting van financieel-technische aard, waartoe de patiënt dan geen toegang heeft.

Er wordt niet gepreciseerd of de inhoud van deze studie goedgekeurd werd door de federale commissie "Rechten van de patiënt".

De Nationale Raad heeft beslist de minister van Volksgezondheid hierover te ondervragen in een brief waarvan u kopie als bijlage vindt.

In afwachting van een antwoord van de minister betreffende het recht van de gewonde om inzage te hebben in de technische nota die door de raadsgeneesheer voor de verzekeraar om administratieve doeleinden opgesteld werd, kan uw provinciale raad zich baseren op het voornoemde advies van de federale commissie "Rechten van de patiënt" van 9 oktober 2009, overgenomen in het advies van de Nationale Raad van 24 oktober 2009, om de inzage van de patiënt in het medische verslag opgesteld door de raadsgeneesheer te rechtvaardigen.

Gezien de discussies die voorafgaan is het beter aan de raadsgeneesheren aan te raden de twee aspecten van hun opdracht, de evaluatie van de letsels en hun evolutie (medisch verslag) en de prognose van de ongeschiktheidsgraad (technische nota), duidelijk te onderscheiden in de documenten die ze opstellen.

Beslissing van het Bureau van de Nationale Raad d.d. 22.08.2013 :
Als bijlage vindt u het advies van de federale commissie voor de rechten van de patiënt van 21 juni 2013 betreffende de controle- en expertisegeneeskunde. Dit advies geeft een antwoord op de vragen die door de Nationale Raad van de Orde van geneesheren werden gesteld in zijn advies van 17 november 2012, "Medisch dossier opgesteld door de adviserende arts van een verzekeringsmaatschappij", TNR 140, dat werd gericht aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. Het advies van de federale commissie voor de rechten van de patiënt en het voornoemde advies van 17 november 2012 zullen op het publieke gedeelte van de website van de Orde van geneesheren worden geplaatst.
Controle (Medische-)18/02/2012 Documentcode: a137014
Afleveren van arbeidsongeschiktheidsattest voor zichzelf

Aangaande het advies van de Nationale Raad van 8 oktober 2011 betreffende het uitschrijven door een arts van een attest van arbeidsongeschiktheid voor zichzelf, merkt een arts op dat dit in sommige gevallen toch mogelijk moet zijn en wenst dan ook van de Nationale Raad een meer gedetailleerd advies.

Advies van de Nationale R aad :

In zijn vergadering van 18 februari 2012 besprak de Nationale Raad van de Orde van geneesheren uw e-mails van 21 oktober 2011 en van 16 februari 2012 (als bijlage).

De Nationale Raad blijft van mening dat het, wegens mogelijk belangenconflict, uitermate moeilijk en meestal zelfs niet mogelijk is dat een arts een attest van arbeidsongeschiktheid voor zichzelf uitschrijft.

De zinsnede "uitermate moeilijk en meestal zelfs niet mogelijk" impliceert uiteraard dat in zeldzame gevallen een arts kan overwegen en beslissen voor zichzelf een attest van arbeidsongeschiktheid uit te schrijven.

De Nationale Raad is immers van oordeel dat, in zover iedere arts een attest mag opstellen voor een door hem behandelde patiënt, dit inhoudt dat hij een attest kan afleveren voor een gezinslid of naaste verwant en stricto sensu niet uitsluit dat dit ook mag voor zichzelf.

In ieder geval dient de arts zijn beslissing te nemen naar eer en geweten. Hierbij moeten een aantal aandachtspunten in overweging genomen worden zoals de aard van de aandoening en de specifieke competentie van de arts betreffende deze aandoening.

De Nationale Raad blijft echter van mening dat een zieke arts best een collega-arts raadpleegt die dan een attest van arbeidsongeschiktheid kan afleveren. Zoals reeds vermeld in het advies van 8 oktober 2011 komt de wettelijk voorziene mogelijkheid tot controle gevraagd door de werkgever immers in het gedrang wanneer de behandelende arts en patiënt dezelfde persoon betreffen.

Geneeskunde (Arbeids-)24/10/2009 Documentcode: a127019
Arbeidsgeneeskunde – Controlegeneeskunde – Wet betreffende de rechten van de patiënt

Een arts stelt aan de Nationale Raad de vraag of de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt van toepassing is op de controlegeneeskunde en op de arbeidsgeneeskunde. Hij belicht in zijn brief enkele concrete aspecten van het probleem : het recht op inzage van het medisch dossier, de aanwezigheid van de vertrouwenspersoon bij een medisch onderzoek, de identiteit van de vertrouwenspersoon.

Advies van de Nationale Raad :

In zijn vergadering van 24 oktober 2009 heeft de Nationale Raad van de Orde van geneesheren uw schrijven van 6 juli 2009 besproken waarin u vraagt of controlegeneeskunde en arbeidsgeneeskunde onder het toepassingsgebied van de wet betreffende de rechten van de patiënt valt en de concrete vraagstellingen.

De wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt is van toepassing op alle privaatrechtelijke en publiekrechtelijke rechtsverhoudingen op het gebied van gezondheidszorg die door een beroepsbeoefenaar wordt verstrekt aan een patiënt (artikel 3, § 1). De rechtsverhouding moet de gezondheidszorg betreffen. Het gaat om de diensten die een beroepsbeoefenaar verstrekt met het oog op het bevorderen, vaststellen, behouden, herstellen of verbeteren van de gezondheidstoestand van een patiënt of om de patiënt bij het sterven te begeleiden (artikel 2).

De rechtsverhouding tussen een patiënt en een controlearts of arbeidsarts valt onder het hierboven beschreven toepassingsgebied van de wet. Deze definitie wordt ruim geïnterpreteerd. Het kan gaan om zorg gevraagd door de patiënt, zijn vertegenwoordiger of een derde (bv. in geval van medische controle), of zelfs zonder verzoek in spoedgevallen. De memorie van toelichting (doc 50, 1642/001, p. 15) stelt dat onder "vaststellen van de gezondheidstoestand" ook het onderzoek op verzoek van een derde valt, bv. het medisch onderzoek in het kader van de verzekeringsgeneeskunde of het onderzoek door de controlearts van een ziekenfonds of van een arbeidsarts.

Krachtens artikel 4 van de wet dient de arts de bepalingen ervan na te leven.

1/ Inzagerecht dossier

De patiënt heeft recht op inzage in zijn patiëntendossier (artikel 9, § 2). Op het verzoek van de patiënt kan hij/zij zich laten bijstaan door of zijn/haar inzagerecht uitoefenen via een door hem/haar aangewezen vertrouwenspersoon.

De persoonlijke notities van de beroepsbeoefenaar en de gegevens die betrekking hebben op derden zijn uitgesloten van het recht op inzage (artikel 9, § 2, derde lid). Indien de aangewezen vertrouwenspersoon een beroepsbeoefenaar is, heeft deze ook inzage in de persoonlijke notities (artikel 9, § 2, vierde lid).

2/ Aanwezigheid vertrouwenspersoon tijdens medisch onderzoek

Op vraag van de patiënt dient in de regel de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon, al dan niet verwant, toegelaten te worden.

In het geval dat de aanwezigheid van deze persoon storend is voor de relatie arts-patiënt staat het de arts vrij op de vraag niet in te gaan.

De patiënt zal worden geïnformeerd omtrent het motief van de weigering. Het is aangewezen dat de weigering en het motief worden vastgelegd in het medisch dossier.

3/ Vertrouwenspersoon

De wet betreffende de rechten van de patiënt definieert het begrip ´vertrouwenspersoon` niet.

Een vertrouwenspersoon is iemand die de patiënt bijstaat in het uitoefenen van zijn/haar rechten als patiënt zoals bij het verkrijgen van informatie of bij het inkijken van het dossier.

Een vertrouwenspersoon wordt aangeduid door de patiënt. Tussen de patiënt en de vertrouwenspersoon ontstaat een stilzwijgende overeenkomst. Tussen de beroepsbeoefenaar en de vertrouwenspersoon ontstaat er geen rechtsverhouding.

De identiteit van de vertrouwenspersoon wordt vermeld in het patiëntendossier.

Controle (Medische-)05/09/2009 Documentcode: a127006
Cumuleren van de functies van huisarts, controlearts en arts-scheidsrechter

In zijn vergaderingen van 25 juli en 5 september 2009 onderzocht de Nationale Raad van de Orde van geneesheren de brief van dokter ... betreffende het cumuleren van de functies van huisarts, controlearts en arts-scheidsrechter.

Dergelijke cumul is, mits het naleven van bepaalde voorwaarden (zie inzonderheid de wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde) wettelijk niet verboden.

Op deontologisch vlak is een dergelijke cumul in de - door de provinciale raad van inschrijving van de betrokken arts naar uitgebreidheid te bepalen - regio waar de huisarts de geneeskunde uitoefent niet wenselijk. Zowel de onafhankelijkheid van zijn ambt als het belang van zijn betrokken patiënt kunnen daarbij in het gedrang komen. De opportuniteit van de cumul van de functies van controlearts en van arts-scheidsrechter in een andere regio zal naar omstandigheden dienen te worden beoordeeld door de provinciale raad. Cumul van controlearts en arts-scheidsrechter in éénzelfde zaak is uiteraard uitgesloten.

Het hoeft hierbij evenmin betoog dat een huisarts noch controlearts noch arts-scheidsrechter mag zijn in een zaak waarin zijn patiënt en derhalve ook hijzelf is betrokken.

In elk geval is, zoals reeds bepaald en bevestigd in vorige adviezen van de Nationale Raad , de besproken cumul alleen mogelijk mits gunstig advies van de provinciale raad van inschrijving van de betrokken arts.

[1]Advies 22/1/2000 – TNR 88, p. 16 : Cumulatie van de functie van ambtenaar en huisarts

Advies 22/4/1995 – TNR 69, p. 13 : Cumulatie van de functie van voltijds ambtenaar en huisarts
Advies 20/8/1994 - TNR 66, p. 17 : Cumulatie van de functie van voltijds ambtenaar en huisarts