keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Beroepsgeheim25/09/1999 Documentcode: a087003
Ontwerp van formulier "Medische Controle Arbeidsongeschiktheid"

Een provinciale raad doet de Nationale Raad een exemplaar geworden van een ontwerp van formulier "Medische Controle Arbeidsongeschiktheid" en vraagt het advies van de Nationale Raad.

Advies van de Nationale Raad :

De Nationale Raad heeft in zijn zitting van 25 september 1999 uw adviesaan¬vraag van 6 mei 1999 onderzocht omtrent het voorstel van formulier "Medische Controle Arbeidsongeschiktheid" vanwege dr. X.

Het feit in aanmerking genomen dat uw vraag om advies dateert van vóór de Wet van 13 juni 1999 betreffende de controlegeneeskunde, waarin de eventualiteit van raadpleging van de behandelende arts door de controlearts in art. 8 al. 4 wordt voorzien, wil de Nationale Raad wijzen op een contradictie in het voorgestelde formulier. Het luik "Verslag van de controlearts" laat veronderstellen dat de contactname uitgaat van de controlearts, daar waar het luik "Mededeling aan de behandelende geneesheer" deze contactname laat uitgaan van de behandelende arts, hetgeen in strijd is met het hierover door de Nationale Raad eerder uitgebracht advies.

Verder, indien de werknemer niet akkoord gaat met de bevindingen van de controlearts, voorziet dezelfde alinea van voornoemde wet dat dit vermeld wordt op de schriftelijke bevindingen van de controlearts. Deze leemte in het voorgestelde formulier zal dus moeten worden aangevuld.

Tenslotte kan de Nationale Raad niet akkoord gaan met het overmaken van een kopie van het voorgestelde formulier aan de werkgever daar dit een schending van het medisch beroepsgeheim zou uitmaken.

Controle (Medische-)16/01/1999 Documentcode: a084010
Controlegeneeskunde - Beleidsnota

Naar aanleiding van het advies van de Nationale Raad van 23 augustus 1997 (Tijdschrift Nationale Raad, nr. 79, p. 19-20) vraagt een arts of de onmogelijkheid voor een controlearts, een werkgever of wie dan ook om een werknemer te verplichten tot werkhervatting geldt voor een controle of voor een specifieke situatie waarbij de behandelende arts de patiënt arbeidsongeschikt acht. Gaat het om bijvoorbeeld een arbeidsongeval of een ongeval in gemeen recht of gaat het ook om algemene ziekten waarbij de controlearts een arts is van het ziekenfonds?

Antwoord van de Nationale Raad:

In zijn zitting van 16 januari 1999 heeft de Nationale Raad de vraagstelling, vervat in uw brief van 23 oktober 1998, onderzocht. Hij kan U hieromtrent volgend antwoord verstrekken.

Niemand kan een werknemer tot werkhervatting verplichten.
Een arts, in welke opdracht hij ook optreedt, kan alleen een beslissing nemen tot al dan niet arbeidsgeschiktheid. Het staat de werknemer vrij deze beslissing al dan niet op te volgen.
Indien de werknemer door een daartoe bevoegd arts, hetzij behandelend arts, hetzij arbeidsgeneesheer, hetzij adviserend arts van een ziekteverzekeringsorganisme of privé-verzekering, hetzij een controlerend geneesheer, arbeidsgeschikt wordt bevonden, doch het werk niet herneemt, bevindt deze werknemer zich in een toestand van onwettige afwezigheid op het werk, waardoor hij contractbreuk pleegt en elk recht op uitkering verliest.

Het staat de werknemer uiteraard vrij tegen dergelijke beslissing van arbeidsgeschiktheid de toepasselijke wettelijke verhaalmiddelen aan te wenden.

Geneeskunde (Arbeids-)14/11/1998 Documentcode: a083008
Geïntegreerd gezondheidsbeleid in het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

De directeur-generaal van de administratie Ambtenarenzaken van het departement Algemene Zaken en Financiën van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap vraagt het dringend advies van de Nationale Raad in verband met een aantal knelpunten inzake controlegeneeskunde en arbeidsgeneeskunde:

  1. in welke mate kan er een minimum aan gegevens uitgewisseld worden tussen de arbeids- en controlegeneesheer zonder de deontologie te schenden?
  2. kan de controlegeneesheer een door de arbeidsgeneesheer tijdelijk arbeids-ongeschikt verklaard personeelslid opnieuw aan het werk zetten?

Antwoord van de Nationale Raad:

De Nationale Raad van de Orde van geneesheren nam in zijn vergadering van 14 november 1998 kennis van Uw schrijven van 18 september 1998 betreffende het geïntegreerd gezondheidsbeleid in het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

De Nationale Raad stelt vast dat voor het ontwikkelen van een dergelijk beleid uitgegaan wordt van enkele merkwaardige stellingen.

Dat een zo gezond mogelijk werkmilieu voor personeelsleden en een zo gering mogelijk ziekteverzuim "immers hand in hand gaan" is een stelling die dient gerelativeerd te worden. Dat in sommige gevallen een verband kan bestaan tussen het werkmilieu en het ziekteverzuim wordt niet betwist maar deze correlatie kan zeker niet als algemene regel worden geponeerd.

De inschatting van het verband tussen werkmilieu en ziekte is de taak van de behandelend geneesheer, die het best geplaatst is om over deze delicate materie te oordelen.

De impact van het werk op de gezondheidstoestand van een werknemer wordt immers niet alleen bepaald door de aard van het werk maar dikwijls door de sfeer binnen de werkkring en de relaties met collega's en oversten. Deze strikt persoonlijke belevingen en ervaringen worden door de patiënt-werknemer bij voorkeur besproken binnen de vertrouwelijke sfeer van een arts-patiënt relatie, waar alle garanties betreffende zwijgplicht aanwezig zijn. In overleg met de patiënt kan de behandelend geneesheer zo nodig contact nemen met de arbeidsgeneesheer om een oplossing te zoeken voor de bestaande problematiek. Positief zou zijn dat het overleg tussen behandelend geneesheer en arbeidsgeneesheer frequenter tot resultaat zou leiden dan tot heden het geval was.

De noodzakelijke vertrouwensrelatie die tot het nodige inzicht moet leiden tussen werkverzuim en ziekte ontbreekt in de relatie werknemer-controlearts daar deze laatste niet vrij door de patiënt gekozen wordt en zijn opdracht enkel bestaat in het nagaan van de gegrondheid van de afwezigheid van de werknemer door ziekte en dit op verzoek van de werkgever.

Wat de in Uw schrijven vermelde "cruciale knelpunten" betreft, merkt de Nationale Raad op dat niet alleen de medische deontologie de arbeidsgeneesheer verbiedt het medisch dossier te bespreken met de controlegeneesheer maar dat er wettelijke verbodsbepalingen zijn tot het overmaken van deze gegevens, waaronder artikel 148 quater §1 van het K.B. van 16 april 1965 tot oprichting van de arbeidsgeneeskundige diensten. Wel kan de arbeidsgeneesheer met de toestemming van de patiënt aan zijn behandelend geneesheer gegevens overmaken over zijn gezondheidstoestand zodat overleg tussen behandelend geneesheer en arbeidsgeneesheer steeds mogelijk is.

Het in Uw schrijven vermelde conflict tussen een controlegeneesheer en arbeidsgeneesheer mist elke grond daar de arbeidsgeneesheer vanuit zijn wettelijk bepaalde opdracht beslist over de werkhervatting van een werknemer. Zowel behandelende geneesheren als adviserende geneesheren van ziekenfondsen en privé-verzekeringsmaatschappijen erkennen deze bevoegdheid van de arbeidsgeneesheer zodat het niet te begrijpen is dat de controleartsen dit meningsverschil als conflictueus kunnen beleven.

De Nationale Raad van de Orde van geneesheren stelt vast dat de Vlaamse Gemeenschap tot een reëel gezondsbeleid voor zijn werknemers wil komen en is bereid zijn kennis en ervaring in dit vlak ter beschikking te stellen. De Nationale Raad zal dan ook graag gevolg geven aan een uitnodiging tot een constructief gesprek.

Controle (Medische-)19/09/1998 Documentcode: a082018
Controlegeneeskunde - Verbod voor de arbeidsongeschikte werknemer de woning te verlaten

Controlegeneeskunde - Verbod voor de arbeidsongeschikte werk-nemer de woning te verlaten

Een provinciale raad doet de Nationale Raad een brief geworden van een arts die vraagt of het toegelaten is op een formulier inzake arbeidsongeschiktheid, opgesteld door een controleorganiserende maatschappij, te vermelden dat het personeelslid aanwezig moet blijven in zijn woon- of verblijfplaats gedurende de drie eerste dagen van de afwezigheid op het werk, zelfs indien het verlaten van de woning door de behandelende arts toegelaten is.

Antwoord van de Nationale Raad:

De Nationale Raad besprak in zijn vergadering van 19 september 1998 de vraag van dokter X betreffende de controlepraktijken van de artsen die tewerkgesteld zijn bij de firma Y.

De verplichting om aanwezig te zijn op de woonplaats gedurende de drie eerste dagen, zelfs wanneer het verlaten van de woonst toegelaten is door de behandelende arts, is in casu een clausule die vastgelegd is in het algemeen arbeidsreglement van de onderneming die de werknemer tewerkstelt.

In principe werd deze hiervan op de hoogte gebracht bij de aanwerving of op grond van een nieuw reglement dat van kracht was op het ogenblik van de feiten. De werknemer wordt verondersteld hiermee akkoord te zijn gegaan en zich ernaar te schikken.

De provinciale raden van de Orde van geneesheren zijn bevoegd om klachten van patiënten of van hun behandelende arts te onderzoeken tegen practici die een controleopdracht uitvoeren in omstandigheden die onverenigbaar zijn met een van de artikelen 119 tot 130 van de Code van geneeskundige Plichtenleer of met het advies van de Nederlandstalige Raad van Brabant, dat door de Nationale Raad werd goedgekeurd op 7 september 1996 (Tijdschrift Nationale Raad, nr. 75, p. 41).

Arbitrage16/05/1998 Documentcode: a081015
Controle van de afwezigheid wegens ziekte van het Vlaams onderwijspersoneel

Controle op de afwezigheid wegens ziekte van het Vlaams onderwijspersoneel

De Nationale Raad ontvangt verscheidene adviesaanvragen in verband met de ziektecontrole binnen het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
Mevrouw W. DEMEESTER, Vlaams minister voor Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, vraagt advies over het ontwerpbesluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1993 betreffende de controle op de afwezigheid wegens ziekte.

De Nationale Raad doet onderstaand advies geworden aan minister DEMEESTER, met kopie ervan aan de andere adviesvragers.

In goede orde heeft de Nationale Raad uw vraag om advies van 4 mei 1998 ontvangen betreffende het ontwerp-besluit van de Vlaamse Regering omtrent de controle op de afwezigheid wegens ziekte.
Na studie van dit ontwerp-besluit en bijgevoegde nota laat de Nationale Raad U volgend deontologisch advies geworden.

In art. 5 van het ontwerp-besluit en punt 6.4.3) van de nota wordt het initiatiefrecht verlegd van de controlearts naar het personeelslid, en als dusdanig naar de behandelende arts, om contact op te nemen bij niet-akkoord met de beslissing van de controlearts.
Dit is in strijd met de deontologische regel vervat in art. 126 § 4 van de Code van geneeskundige Plichtenleer die bepaalt dat de controlerende geneesheer in elk geval contact moet opnemen met de behandelende geneesheer vooraleer een beslissing te nemen die deze van de behandelende geneesheer wijzigt. De arbeidsongeschiktheid is immers een essentieel element van de behandeling, die slechts op een wetenschappelijk verantwoorde manier kan worden bepaald mits kennis van alle onderliggende factoren, kennis eigen aan de behandelingssituatie. Het komt dus aan de controlerende geneesheer toe hierover de nodige bijkomende informatie in te winnen alvorens deze ongeschiktheid te weerleggen.

In punt 5.2 van de nota wordt gepreciseerd dat de diagnose moet worden vermeld op het medisch attest bestemd voor het controleorgaan. De Nationale Raad is en was reeds herhaaldelijk van oordeel dat dit in strijd is met het medisch beroepsgeheim aangezien dit geheim deontologisch slechts kan worden gedeeld, tenzij in gevallen bij wet vastgelegd, met een geneesheer of medewerker die bij de behandeling is betrokken. De controlearts treedt trouwens op in het belang van de werkgever en niet in het belang van de werknemer.

Bovendien is de mededeling van medische persoonsgegevens aan derden in strijd met art. 7 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

In punt 6.4.3) en punt 7 van de nota wordt de beroepsprocedure vastgelegd, waarbij een andere arts van het controleorganisme in gezamenlijk overleg als scheidsrechter wordt aangesteld, te kiezen uit een lijst van artsen voorgelegd door het controleorganisme. Deze procedure is strijdig met het principe van de onpartijdigheid van de scheidsrechter. In zijn advies van 16 november 1991 (Tijdschrift Nationale Raad nr. 55, maart 1992) heeft de Nationale Raad dan ook bepaald dat beide partijen het recht dienen te hebben om scheidsrechters voor te dragen die in onderling overleg kunnen worden aangesteld. De Nationale Raad verwijst daarbij naar art. 1678.1 van het Gerechtelijk Wetboek dat bepaalt : "Een overeenkomst tot arbitrage is niet geldig indien daarin aan een van de partijen een bevoorrechte positie bij de aanwijzing van de scheidsman of de scheidslieden is toegekend".

Arbitrage15/11/1997 Documentcode: a079044
report_problem Dit advies verbetert het advies a075016 wat betreft het punt 6.2.
Controlegeneeskunde - Beleidsnota

Een provinciale raad zegt verbaasd te zijn over volgende passage uit de "Beleidsnota controlegeneeskunde" opgesteld door de Provinciale Raad van Brabant (N) en mits amendering onderschreven door de Nationale Raad op 7 september 1996 (Tijdschrift Nationale Raad, nr. 75, maart 1997, 41): "De controlearts mag de opdrachtgever er ook over inlichten wanneer de arbeidsongeschiktheid te wijten is aan de zware fout van de werknemer (bijv. dronkenschap)."
Volgens de provinciale raad bepaalt de wet uitdrukkelijk dat de taak van de controlearts zich ertoe beperkt na te gaan of de werknemer werkelijk arbeidsongeschikt is en dat alle andere vaststellingen onder het beroepsgeheim vallen.
Bovendien zou de "Beleidsnota controlegeneeskunde" op dit punt in tegenspraak zijn met het advies van de Nationale Raad van 21 november 1987 (Tijdschrift Nationale Raad, nr. 39, maart 1988, 14).

Antwoord van de Nationale Raad:

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 18 oktober en 15 november 1997 het in uw brief van 5 mei 1997 opgeworpen probleem inzake controlegeneeskunde onderzocht.

De Nationale Raad is de mening toegedaan dat in het omstandig advies van 7 september 1996 (Tijdschrift nr 75, p. 41-49)

  1. 6.2 tweede uitzondering dient te worden beperkt tot de zin "De controlearts mag de werkgever ook inlichten over : een eventueel herval binnen de twee weken in dezelfde ziekte, of over het feit dat de arbeidsongeschiktheid te wijten is aan een ongeval";
  2. de zin "De controlearts mag de opdrachtgever er ook over inlichten wanneer de arbeidsongeschiktheid te wijten is aan de zware fout van de werknemer (bijvoorbeeld dronkenschap)" dient te worden weggelaten.

Hij heeft zich hierbij laten inspireren door het in het vorig advies reeds vermelde arrest van het Hof van Cassatie van 6 december 1984, samen te vatten als volgt:
"Krachtens art. 31, §2, voorlaatste lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gaat de door de werkgever gemachtigde en betaalde geneesheer na of de werknemer werkelijk arbeidsongeschikt is, en vallen alle andere vaststellingen onder het beroepsgeheim; die wettelijk omschreven opdracht kan niet uitgebreid worden door de werkgever".

Een rechtzetting zal gepubliceerd worden in een volgend Tijdschrift van de Nationale Raad.

Advies van de Nationale Raad van 21 november 1987

Vanuit een louter deontologisch standpunt, werd door de Nationale Raad onderstaand advies uitgebracht :
1°de arbeidsgeneesheer die door de werkgever wordt verzocht om, krachtens artikel 104, § 2, van het algemeen reglement voor de arbeidsbescherming, personen te onderzoeken die, wegens de aandoeningen waaraan zij lijden een ernstig gevaar voor besmetting of onveiligheid zouden betekenen voor hun gezellen in werkplaats of kantoor, moet aan dat verzoek gevolg geven. In het kader van bedoelde opdracht, oordeelt de arbeidsgeneesheer in alle onafhankelijkheid over de aangewezen onderzoekingen.
De arbeidsgeneesheer is, zoals elke andere arts, door het beroepsgeheim gebonden. Hij mag uitsluitend verklaren dat de werknemer voor het werk geschikt of ongeschikt is;
2°indien nodig, mag de arbeidsgeneesheer de eerste zorgen toedienen; 3°een andere geneesheer dan de arbeidsgeneesheer die door de werkgever wordt geroepen, mag geen bloed afnemen.

Alcoholisme20/09/1997 Documentcode: a079029
Vaststelling door een arts van alcoholisme op het werk

Een provinciale raad werd om advies verzocht over de vaststelling, door een arts, van de staat van dronkenschap van een werknemer.
De provinciale raad heeft terzake een ontwerpadvies voorbereid en legt dit ter goedkeuring voor aan de Nationale Raad.

Antwoord van de Nationale Raad:

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 20 september 1997 de in rubriek vermelde aangelegenheid onderzocht.

Naar zijn mening kan alleen een arbeidsgeneesheer of iemand die als dusdanig optreedt (kleinere bedrijven zijn verbonden aan een arbeidsgeneeskundige dienst) de bedoelde vaststellingen doen.

Hij stelt voor dat het antwoord aan dr. X vanaf de vierde alinea van het briefontwerp als volgt zou luiden :

De werkgever kan op basis van artikel 104, §2, van het ARAB enkel een beroep doen op zijn arbeidsgeneesheer of een arts die als dusdanig optreedt om een werknemer te onderzoeken die mogelijks een ernstig gevaar voor besmetting of onveiligheid zou betekenen voor zijn gezellen in werkplaats of kantoor. Hij mag echter aan de werkgever uitsluitend en alleen verklaren dat de werknemer op het ogenblik van het onderzoek al dan niet geschikt is voor het hem toegewezen werk.

Een controlearts, op wie wegens de specificiteit van zijn functie alleen een beroep kan worden gedaan als een werknemer zich wegens ziekte of ongeval in de onmogelijkheid verklaart om zijn werk te verrichten, kan terzake niet tussenkomen noch vaststellingen doen.
Hierbij is te vermelden dat de werkgever zich in verband met de dronkenschap van een werknemer kan beroepen op getuigenbewijs dat in het arbeidsovereenkomstenrecht een volwaardig bewijsmiddel is.

Arbitrage23/08/1997 Documentcode: a079023
Controlegeneeskunde - Beleidsnota

Een provinciale raad stuurt de Nationale Raad een aantal opmerkingen van een arts bij de "Beleidsnota controlegeneeskunde" opgesteld door de Provinciale Raad van Brabant (N) en mits amendering onderschreven door de Nationale Raad op 7 september 1996 (Tijdschrift Nationale Raad, nr. 75, maart 1997, 41). Deze opmerkingen hebben betrekking op een aantal passages uit de Beleidsnota in verband met de mogelijkheid van een controlearts om zich uit te spreken over een verplichting voor de gecontroleerde werknemer om het werk te hervatten.

Advies van de Nationale Raad:

Niemand, controlegeneesheer, werkgever of wie dan ook kan een werknemer verplichten tot werkhervatting.

De in het punt 4.1 van de beleidsnota, in fine, voorkomende passage "indien, na overleg met de behandelende geneesheer, geconcludeerd wordt dat de werknemer arbeidsgeschikt is, impliceert dit dat die het werk de eerstvolgende werkdag (eventueel : werknacht) moet hernemen" heeft als enkele draagwijdte te benadrukken dat op (met ?) de dag van vaststelling van arbeidsgeschiktheid de aan de werknemer door zijn behandelende arts voorgeschreven rustperiode met dezes akkoord een einde neemt en de werknemer de hieropvolgende dag geen medische dekking van arbeidsafwezigheid meer heeft.

De vermelding in punt 4.3 van de beleidsnota "uit het document mag ook blijken dat de gecontroleerde ingelicht werd over het voornemen van de controlearts om een voorstel tot werkhervatting of wijziging van de periode van ziekterust te doen aan de behandelende geneesheer", is in dezelfde optiek te lezen en strekt er toe de werknemer niet in de onwetendheid te laten van het feit dat de bevindingen van de controlearts afwijken van deze van de behandelende geneesheer en dat de controlearts voornemens is in functie van zijn vaststelling van arbeidsgeschiktheid van de werknemer een voorstel van beëindiging van rustperiode aan de behandelende arts te doen, en de werknemer in te lichten over de mogelijkheid van arbitrage in geval van betwisting.
Er kan over de betreffende passages van de beleidsnota, waarin slechts schijnbaar een verplichte werkherneming is begrepen, geen misverstand bestaan.