keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Beroepsgeheim26/08/1989 Documentcode: a046006
Minimale Klinische Gegevens (M.K.G.)

Het ligt in de bedoeling van Minister Busquin de M.K.G.-registratie vanaf 1990 tot alle algemene ziekenhuizen uit te breiden. Gegeven de omstandigheid dat hieromtrent enkele deontologische bezwaren werden geformuleerd, acht hij het opportuun hieraan op concludente wijze tegemoet te komen en de problematiek ter zake op te lossen.

Te dien einde wordt de oprichting van een "veiligheidscommissie" op het niveau van het departement voorgesteld. Hierbij lijkt de medewerking van de Orde der geneesheren hem ten zeerste gewenst.

In bovengenoemde commissie zullen immers alle problemen rond de bescherming van de privacy op nationaal vlak voorafgaandelijk kunnen worden besproken en zullen aldus alle gepaste maatregelen kunnen worden genomen om de M.K.G.-registratie optimaal te laten verlopen.

Na een uitgebreide gedachtenwisseling, beslist de Nationale Raad Minister Busquin te wijzen op de brief van 22 februari 1989 (Tijdschrift nr 44, p.16).

Antwoord van de Nationale Raad:

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 26 augustus 1989 kennis genomen van uw brief van 20 juni 1989 m.b.t. de M.K.G.-registratie en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De Raad is zo vrij U dienaangaande te wijzen op zijn brief van 22 februari 1989 en bijlagen, waarvan ingesloten een kopie gaat.

Uitsluitend op voorwaarde dat bedoelde principes worden nageleefd, kunnen de afgevaardigden van de Orde aan de werkzaamheden van de beoogde veiligheidscommissie deelnemen.

Geneeskunde (Arbeids-)17/06/1989 Documentcode: a045009
Arbeidsgeneeskunde - Automatisering

Arbeidsgeneeskunde ‑ Automatisering

Door de commissie "Informatica" wordt de Raad een ontwerp‑advies voorgelegd m.b.t. de automatisering van arbeidsgeneeskundige dossiers (cf. vergadering van 18 februari 1989, Tijdschrift nr 44 en supra vergadering van 15 april 1989, p. 15).

Het ontwerp wordt na analyse en een wijziging goedgekeurd.

Advies van de Nationale Raad:

  1. De arbeidsgeneesheer houdt persoonlijk het medisch dossier van de werknemer bij. Hij is verantwoordelijk voor het vrijwaren van het beroepsgeheim. Het opslaan van het dossier in een computer is enkel geoorloofd indien de arbeidsgeneesheer het nodige gezag en de nodige kennis heeft om het beroepsgeheim te kunnen verzekeren. Het medisch dossier mag met opgeslagen worden in de centrale computer van een groot bedrijf omdat het beroepsgeheim dan niet voldoende kan gewaarborgd worden.

  2. Het gebruik van de computer kan nuttig zijn voor het efficiënt bijhouden van de arbeidsgeneeskundige dossiers binnen een bedrijf met meerdere vestigingen, waar werknemers dikwijls in verschillende vestigingen werken. In dat geval moet de arbeidsgeneesheer van een vestiging het dossier overmaken aan de arbeidsgeneesheer van de vestiging van hetzelfde bedrijf waarheen de werknemer overgeplaatst wordt. Dit mag eventueel gebeuren via een computer voor zover de arbeidsgeneesheer de nodige voorzorgen neemt om het beroepsgeheim te beschermen.

  3. Wanneer een werknemer naar een ander bedrijf overgaat, mag de arbeidsgeneesheer slechts met de goedkeuring van die werknemer en met inachtneming van het beroepsgeheim een medisch dossier overmaken aan de verantwoordelijke arbeidsgeneesheer van het ander bedrijf (art. 109 van de Code).

  4. Wanneer het opslaan van medische gegevens in een centrale computer gewenst is voor epidemiologisch onderzoek, mag de arbeidsgeneesheer enkel de hiertoe relevante gegevens uit het dossier overmaken aan de centrale computer en moeten deze gegevens ontdaan worden van alle identificatie.

Informatica17/06/1989 Documentcode: a045006
Klinische biologie - Overmaken van resultaten

Klinische biologie-Overmaken van resultaten

De Raad neemt kennis van het ontwerp advies dat werd voorgelegd door de commissie die met de analyse van deze problematiek werd belast (cf. supra vergadering van 15 april 1989, p.15).

Het voorgelegde advies wordt goedgekeurd.

De geneesheer is verantwoordelijk voor het bewaren van het beroepsgeheim. Het overseinen van gegevens mag dus enkel gebeuren indien de geneesheer alle nodige voorzorgen neemt om het beroepsgeheim te bewaren. De provinciale raden van de Orde der geneesheren moeten erover waken dat het beroepsgeheim steeds geëerbiedigd wordt.

Tegen het overmaken van laboratoriumresultaten door middel van telefax is er geen deontologisch bezwaar, voor zover de nodige voorzichtigheid aan de dag gelegd wordt, zoals dat ook met de briefwisseling moet gebeuren. De toestellen moeten voldoende beveiligd zijn.

Voor het rechtstreeks overseinen vanuit de computer via een modem bestaat er een reëel gevaar voor inbreuken op de deontologie. Hier bestaat een gevaar voor schending van het beroepsgeheim, voor een beperking van de vrije keuze van de patiënt en voor ongeoorloofde voordelen die een verdoken dichotomie kunnen zijn. Indien het overseinen op de gepaste manier georganiseerd wordt, kunnen deze gevaren vermeden worden. Gezien het reëel gevaar voor inbreuk op de deontologie, kan dit slechts toegestaan worden na goedkeuring door de provinciale raad waartoe de geneesheren behoren die er gebruik van maken.
Wanneer een klinisch laboratorium de resultaten die opgeslagen zijn in zijn computer rechtstreeks wil ter beschikking stellen van de refererende artsen via een modem, mag dit slechts gebeuren op voorwaarde dat het gebruik ervan vastgelegd is in een schriftelijk reglement, dat goedgekeurd werd door de provinciale raad van de Orde der geneesheren van de refererende artsen en dat meegedeeld wordt aan de geneesheren die van deze dienst wensen gebruik te maken. Dit reglement moet de vrije keuze van de geneesheer en van de patiënt waarborgen en het laboratorium verbieden inzage te hebben van het geheel of van een gedeelte van het medisch dossier. Een geneesheer mag van deze dienst slechts gebruik maken nadat hij een exemplaar gekregen heeft van het door zijn provinciale raad goedgekeurd reglement. Uit dit reglement moet blijken dat de nodige voorzorgen genomen werden om inbreuken op de deontologie te voorkomen.

Om het beroepsgeheim te bewaren moet blijken dat enkel de geneesheer die de patiënt verwijst naar het klinisch laboratorium toegang kan krijgen tot de uitslagen van zijn patiënt via de computer en dat die geneesheer enkel gegevens kan krijgen betreffende zijn eigen patiënten. Het reglement moet dus uitdrukkelijk vermelden welke beveiliging hiervoor gebruikt wordt. De provinciale raad moet oordelen of die beveiliging afdoende is. Dezelfde voorzorgen moeten genomen worden wanneer medische gegevens door verschillende gebruikers in een centrale computer worden opgeslagen en door verschillende gebruikers langs verschillende terminals kunnen worden opgeroepen.

Om de vrije keuze van de patiënt te vrijwaren moet uit het reglement blijken dat door het gebruik van deze dienst er geen ongeoorloofde binding ontstaat tussen de geneesheer en het laboratorium en dat de geneesheer de vrijheid behoudt om met andere laboratoria samen te werken. Deze dienst moet ter beschikking gesteld worden van alle geneesheren die er wensen gebruik van te maken, zonder enige verplichting om patiënten te verwijzen.

Het gebruik van deze manier van overseinen van medische gegevens mag aan de behandelende geneesheer geen andere voordelen geven dan een betere en snellere overdracht van de resultaten. Elk ander voordeel moet als verdoken dichotomie beschouwd worden en is dus niet geoorloofd.

Deze voorwaarden zijn ook van toepassing op ieder geneesheer die de resultaten of verslagen via een computer rechtstreeks zou willen ter beschikking stellen van de verwijzende artsen.

Beroepsgeheim18/02/1989 Documentcode: a044012
Minimale verpleegkundige gegevens - Minimale klinische gegevens

Minimale verpleegkundige gegevens
Minimale klinische gegevens

Op de vergadering van 14 januari 1989 besteedde de Nationale Raad reeds uitgebreid aandacht aan de moeilijkheden waarmee sommige ziekenhuisgeneesheren worden geconfronteerd bij het naleven of doen naleven van de richtlijnen van de Nationale Raad met betrekking tot de minimale verpleegkundige en minimale geneeskundige gegevens. (cf. Tijdschrift nr 37)

In tal van ziekenhuizen worden de ziekenhuisgeneesheren onder druk gezet door directie of beheer, die zelf vanwege het ministerieel departement druk ondervinden, om het Koninklijk Besluit van 14 augustus 1987 houdende "bepaling van de regels volgens dewelke bepaalde statistische gegevens moeten worden medegedeeld aan de Minister die bevoegd is voor de Volksgezondheid", strikt na te leven.

De Nationale Raad had het Bureau ermee gelast het standpunt van de Orde onder de aandacht te brengen van de Minister van Sociale Zaken.

Brief aan Minister Busquin:

De Nationale Raad heeft de eer uw aandacht te vestigen op het standpunt dat de Orde der geneesheren heeft ingenomen met betrekking tot de minimale verpleegkundige gegevens en de minimale klinische gegevens. De adviezen ter zake uitgevaardigd, werden gepubliceerd in het Tijdschrift van de Nationale Raad, nrs 37 (sept. 1987) en 39 (maart 1988) waarvan U ingesloten een exemplaar wordt overgemaakt.

Het standpunt van de Nationale Raad staat de correcte naleving van de wet geenszins in de weg en vormt geen belemmering voor het opstellen van geldige statistieken. Gebleken is evenwel dat in talrijke instellingen door de directie druk wordt uitgeoefend opdat de diagnose en de exacte data zouden worden medegedeeld. Sommige ziekenhuisgeneesheren ondervinden bijgevolg moeilijkheden om de beslissingen van de Nationale Raad te doen respecteren.

De Nationale Raad zou het ten zeerste op prijs stellen dat uw administratie van het standpunt van de Orde der geneesheren in kennis wordt gesteld.

Informatica14/01/1989 Documentcode: a044004
Automatisering medische voorschriften

Automatisering van medische voorschriften

Deze adviesaanvraag m.b.t. het eventueel invoeren van geautomatiseerde geneesmiddelenvoorschriften en die door een provinciale raad aan de Nationale Raad wordt voorgelegd, kwam reeds ter sprake op de vergadering van 15 oktober 1988.

Vooraleer hierover een advies te formuleren had de Nationale Raad om mededeling van een type voorschrift gevraagd. Uit de verstrekte informatie blijkt dat bij het geautomatiseerd voorschriftenbeheer gebruik zal worden gemaakt van de gewone blanco geneesmiddelenvoorschriften en de geneesmiddelenvoorschriften die door de ziekenfondsen aan hun leden worden afgeleverd. De voorschriften schuiven één voor één van het toevoerapparaat in de matrixprinter. Het computergestuurd invullen van de voorschriften geschiedt op de klassieke wijze: op de daartoe bestemde plaats worden naam, voornaam van de patiënt, het volgens de gebruikelijke formule voorgeschreven geneesmiddel, de naam van de geneesheer-voorschrijver en de datum ingevuld. Tussen de onderscheiden geneesmiddelen wordt geen interlinie gelaten en het resterende blanco gedeelte wordt, zoals gebruikelijk, bij de ondertekening doorstreept. Het spreekt vanzelf dat de arts elk voorschrift eigenhandig ondertekent en zijn handtekening op geen enkele andere manier mag worden aangebracht.

Na inzage van de documentatie meent de Nationale Raad de voorgestelde handelwijze te kunnen goedkeuren en antwoordt:

De Nationale Raad heeft geen bezwaren geformuleerd tegen deze wijze van voorschrijven zoals die in uw brief nader wordt omschreven.