keyboard_arrow_right
Deontologie

Ongewenst sexueel gedrag op het werk - KB van 18.09.1992

Ongewenst seksueel gedrag op het werk - KB van 18.9.1992

De Nationale Raad wordt door het Ministerie van Arbeid en Tewerkstelling alsmede door een provinciale raad om advies verzocht aangaande de vraag of een arbeidsgeneesheer of een interbedrijfsgeneeskundige dienst aangeduid kunnen worden als vertrouwenspersoon of -dienst in het kader van het koninklijk besluit van 18 september 1992.

Advies van de Nationale Raad:

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 20 februari 1993 kennis genomen van uw schrijven van 10 november 1992 betreffende de mogelijke aanduiding van de arbeidsgeneesheer of de interbedrijfsgeneeskundige dienst als vertrouwenspersoon of dienst in het kader van het koninklijk besluit van 18 september 1992 tot bescherming van de werknemers tegen ongewenst seksueel gedrag op het werk.

De Nationale Raad is de mening toegedaan

  1. dat er geen deontologisch bezwaar is tegen het feit dat de arbeidsgeneesheer van een bedrijf of van een interbedrijfsgeneeskundige dienst de taak van vertrouwenspersoon waarneemt in het kader van bovenvermeld koninklijk besluit,

  2. dat deze geneesheer bij het aanvaarden van die taak, er zich bewust dient van te zijn dat hij, omwille van zijn plicht tot eerbiediging van het beroepsgeheim en van zijn functie van arbeidsgeneesheer, moeilijkheden kan ondervinden bij het ondernemen van de door de wet bepaalde administratieve stappen.