keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Geneeskunde (Arbeids-)20/02/1993 Documentcode: a060005
Opsporing van druggebruik

Een om advies verzochte provinciale raad verzoekt de Nationale Raad een advies te verstrekken aangaande de opsporing van druggebruik, door de arbeidsgeneesheer, bij het aanwervingsonderzoek en bij het periodiek onderzoek bij arbeiders met een veiligheidsfunctie.

Advies van de Nationale Raad:

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 20 februari 1993 kennis genomen van uw schrijven van 2 september 1992 omtrent het opsporen van druggebruik bij het aanwervingsonderzoek en bij het periodiek onderzoek bij arbeiders met een veiligheidsfunctie.

De Nationale Raad heeft volgend advies verleend:

  1. Urineonderzoek op drugs is in het ARAB (Algemeen Reglement betreffende de Arbeidsbescherming) niet expliciet voorzien als taak van de arbeidsgeneesheer.

  2. Evaluatie van al dan niet geschiktheid voor een zogenaamde veiligheidsfunctie dient in de eerste plaats te gebeuren door klinische onderzoeksmethodes van de alertheid en van het reactievermogen.

  3. In de gevallen waarin de klinische methodes ontoereikend zouden zijn om een gefundeerd advies over de geschiktheid te verstrekken, kan een arbeidsgeneesheer overgaan tot een urineonderzoek op drugs.

  4. De uitvoering van zulk onderzoek is gekoppeld aan volgende voorwaarden:

    1. Zulk onderzoek moet gemotiveerd zijn door de risico's en gevaren verbonden aan een inadequate uitvoering van een bepaalde taak.
    2. Zulk onderzoek moet gemotiveerd zijn door de bevindingen van een voorafgaandelijk klinisch onderzoek, dat echter geen uitsluitsel verschafte over de geschiktheid.
    3. De mogelijkheid van zulk onderzoek is expliciet vermeld in de arbeidsovereenkomst enerzijds, en anderzijds in de aanwervingsvoorwaarden waarvan de kandidaat werknemers kennis hebben.
    4. Zulk onderzoek vereist het informed consent van de werknemer of kandidaat werknemer.
    5. Het urineonderzoek wordt uitgevoerd door een erkend laboratorium.
    6. In geval van positiviteit wordt het urinestaal opnieuw onderzocht door een ander erkend laboratorium.
  5. De geneesheer mag alleen mededelen of de werknemer al dan niet geschikt is voor de functie; de medische motivering daarvan mag niet worden bekendgemaakt.

Geneeskunde (Arbeids-)20/02/1993 Documentcode: a060004
report_problem Dit advies werd geannuleerd door het advies van 18.10.2003 (TNR 103 p. 3, a103002).
Ongewenst sexueel gedrag op het werk - KB van 18.09.1992

Ongewenst seksueel gedrag op het werk - KB van 18.9.1992

De Nationale Raad wordt door het Ministerie van Arbeid en Tewerkstelling alsmede door een provinciale raad om advies verzocht aangaande de vraag of een arbeidsgeneesheer of een interbedrijfsgeneeskundige dienst aangeduid kunnen worden als vertrouwenspersoon of -dienst in het kader van het koninklijk besluit van 18 september 1992.

Advies van de Nationale Raad:

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 20 februari 1993 kennis genomen van uw schrijven van 10 november 1992 betreffende de mogelijke aanduiding van de arbeidsgeneesheer of de interbedrijfsgeneeskundige dienst als vertrouwenspersoon of dienst in het kader van het koninklijk besluit van 18 september 1992 tot bescherming van de werknemers tegen ongewenst seksueel gedrag op het werk.

De Nationale Raad is de mening toegedaan

  1. dat er geen deontologisch bezwaar is tegen het feit dat de arbeidsgeneesheer van een bedrijf of van een interbedrijfsgeneeskundige dienst de taak van vertrouwenspersoon waarneemt in het kader van bovenvermeld koninklijk besluit,

  2. dat deze geneesheer bij het aanvaarden van die taak, er zich bewust dient van te zijn dat hij, omwille van zijn plicht tot eerbiediging van het beroepsgeheim en van zijn functie van arbeidsgeneesheer, moeilijkheden kan ondervinden bij het ondernemen van de door de wet bepaalde administratieve stappen.

Geneeskunde (Arbeids-)24/08/1991 Documentcode: a054007
Ioniserende stralingen - Arbeidsbescherming

De Minister van Tewerkstelling en Arbeid heeft op 5 december 1990 een Koninklijk Besluit genomen tot wijziging van de bepalingen van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's te wijten aan ioniserende stralingen.
Ingevolge dit Besluit mogen de geneeskundige onderzoeken op de werknemers die blootgesteld zijn aan ioniserende stralingen enkel nog uitgevoerd worden door de Interbedrijfsgeneeskundige dienst van de kerncentrales. De in de arbeidsbescherming erkende geneesheren die deze taak doorgaans op zich namen voor de werknemers van externe ondernemingen die tewerkgesteld zouden worden in kerncentrales, zijn niet langer gemachtigd die onderzoeken uit te voeren.
De Raad heeft verschillende protestbrieven tegen die discriminatie tussen geneesheren ontvangen.

Na een gedachtenwisseling brengt de Raad het volgende advies uit:

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 24 augustus 1991 kennis genomen van uw brief van 23 april 1991 in verband met het Koninklijk Besluit van 5 december 1990 tot wijziging van de bepalingen van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's te wijten aan ioniserende stralingen.

De Nationale Raad is van oordeel dat hij niet bevoegd is om een advies uit te brengen over dit probleem dat tot het gebied van de beroepsverdediging behoort.

Geneeskunde (Arbeids-)15/09/1990 Documentcode: a050012
Arbeidsbescherming - Beschermde werkplaatsen

Arbeidsbescherming ‑ Beschermde werkplaatsen

Pleegt een arbeidsgeneesheer inbreuk op art. 27 van de Code van geneeskundige Plichtenleer (vrije keuze van een geneesheer door de patiënt), indien hij, op verzoek van het bestuur van de beschermde werkplaats (sociale reclassering van de minder‑ validen), alle werknemers onderzoekt terwijl elke wettelijke grond hiervoor ontbreekt ?
De arbeidsgeneesheer die deze vraag voorlegt aan zijn Provinciale Raad, vestigt de aandacht op het ontbreken van uitvoeringsbesluiten inzake het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming in het bijzonder kader van de minder‑valide werknemers.

De Provinciale Raad is in zijn ontwerp‑antwoord de mening toegedaan "dat een arbeidsgeneesheer geen inbreuk pleegt op de Code van geneeskundige Plichtenleer door alle minder‑valide werknemers in een beschutte werkplaats periodisch te onderzoeken, tenzij in concreto misbruiken zouden blijken te bestaan".

Nadat de Raad kennis genomen heeft van een door een raadslid opgestelde nota met betrekking tot het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, brengt hij het volgend advies uit:

Een geneesheer‑arbeidsinspecteur moet toezicht houden op de naleving van bepaalde artikelen van de sociale wetgeving, o.a. bepalingen van het ARAB, zoals de voogdij over de werking van de arbeidsgeneeskundige diensten.

De wetgeving sluit in (art. 124 ARAB) dat sommige werknemers zich aan de verplichte arbeidsgeneeskundige onderzoeken dienen te onderwerpen. Zoniet is er een inbreuk op de arbeidsovereenkomst.

In beschermde werkplaatsen, wordt iedere werknemer aan deze verplichte onderzoeken onderworpen, zodat een restriktieve interpretatie onmogelijk is.

De Nationale Raad meent dat Uw antwoord juist is en aangenomen kan worden.

Geneeskunde (Arbeids-)17/06/1989 Documentcode: a045009
report_problem

Dit advies is achterhaald : zie advies d.d. 28.06.2008 (a121010).

Arbeidsgeneeskunde - Automatisering

Arbeidsgeneeskunde ‑ Automatisering

Door de commissie "Informatica" wordt de Raad een ontwerp‑advies voorgelegd m.b.t. de automatisering van arbeidsgeneeskundige dossiers (cf. vergadering van 18 februari 1989, Tijdschrift nr 44 en supra vergadering van 15 april 1989, p. 15).

Het ontwerp wordt na analyse en een wijziging goedgekeurd.

Advies van de Nationale Raad:

  1. De arbeidsgeneesheer houdt persoonlijk het medisch dossier van de werknemer bij. Hij is verantwoordelijk voor het vrijwaren van het beroepsgeheim. Het opslaan van het dossier in een computer is enkel geoorloofd indien de arbeidsgeneesheer het nodige gezag en de nodige kennis heeft om het beroepsgeheim te kunnen verzekeren. Het medisch dossier mag met opgeslagen worden in de centrale computer van een groot bedrijf omdat het beroepsgeheim dan niet voldoende kan gewaarborgd worden.

  2. Het gebruik van de computer kan nuttig zijn voor het efficiënt bijhouden van de arbeidsgeneeskundige dossiers binnen een bedrijf met meerdere vestigingen, waar werknemers dikwijls in verschillende vestigingen werken. In dat geval moet de arbeidsgeneesheer van een vestiging het dossier overmaken aan de arbeidsgeneesheer van de vestiging van hetzelfde bedrijf waarheen de werknemer overgeplaatst wordt. Dit mag eventueel gebeuren via een computer voor zover de arbeidsgeneesheer de nodige voorzorgen neemt om het beroepsgeheim te beschermen.

  3. Wanneer een werknemer naar een ander bedrijf overgaat, mag de arbeidsgeneesheer slechts met de goedkeuring van die werknemer en met inachtneming van het beroepsgeheim een medisch dossier overmaken aan de verantwoordelijke arbeidsgeneesheer van het ander bedrijf (art. 109 van de Code).

  4. Wanneer het opslaan van medische gegevens in een centrale computer gewenst is voor epidemiologisch onderzoek, mag de arbeidsgeneesheer enkel de hiertoe relevante gegevens uit het dossier overmaken aan de centrale computer en moeten deze gegevens ontdaan worden van alle identificatie.