keyboard_arrow_right
Deontologie

In- en uittredingsvergoeding in een associatie of vennootschap

De Nationale Raad van de Orde van geneesheren heeft kennis genomen van de problematiek aangaande in- en uittredingsvergoeding.
In het advies worden algemene principes vooropgesteld waarbij de provinciale raden autonoom verder beslissen op basis van de voorgelegde contracten.
Dit advies vervangt het advies van de Nationale raad van 23 augustus 1997 "Uittredingsvergoeding voor een arts-vennoot die met pensioen gaat".

Advies van de Nationale Raad :

In zijn vergadering van 28 mei 2011 heeft de Nationale Raad van de Orde van geneesheren de problematiek aangaande de in- en uittredingsvergoeding in een associatie of vennootschap onderzocht.

De Nationale Raad is van mening dat zowel intramuraal als extramuraal en zowel voor huisartsen als specialisten volgende principes gelden:

1 De precieze modaliteiten van in- en uittreding dienen schriftelijk in een contract te worden vastgelegd tussen de partijen en voorafgaandelijk ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de bevoegde provinciale raad.

2 In een associatie of vennootschap waarin een progressieve ereloonverdeling bestaat bij de intrede van nieuwe leden of waarin door deze laatsten reeds een intredevergoeding werd betaald, kan geen uittredingsvergoeding meer worden toegekend aan de arts die reeds genoten heeft van het financiële voordeel volgend uit dergelijke mindere verloning of de intredevergoeding van een of meerdere na hem ingetreden collega´s.

3 Cumulatie van een progressieve ereloonverdeling bij de intrede en een intredevergoeding is niet toegestaan.

4 Een uittredingsvergoeding kan niet berekend worden op geprojecteerde en/of geëxtrapoleerde inkomsten van de associatie of vennootschap.