keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Resultaten

Vorige pagina

3

pagina

Associaties en contracten tussen artsen24/08/1991 Documentcode: a054019
report_problem De artikelen 159-165bis van de Code van geneeskundige plichtenleer werden gewijzigd op 16 maart 2002.
Leidraad contracten

In zijn vergadering van 24 augustus 1991 heeft de Nationale Raad zijn goedkeuring gehecht aan de tekst "Leidraad contracten" van de Provinciale Raad van Oost‑Vlaanderen.

LEIDRAAD CONTRACTEN

De Raad van de Orde der geneesheren van Oost‑Vlaanderen stelt vast enerzijds dat menig collega vraagt naar modelcontracten met het oog op het sluiten van een overeenkomst, hetzij met een collega hetzij met derden, dan wel vraagt naar modelstatuten voor een vennootschap, anderzijds dat de werkgroep contracten en medische activiteiten vaak dezelfde opmerkingen dient te maken op de voorgelegde ontwerpen.

Vermits praktisch elke situatie uniek is, is het moeilijk een modelontwerp op te stellen. Daarbij dienen wij ook te herinneren aan de richtlijnen van de Nationale Raad (Tijdschrift nr. 45, blz. 16) waarbij gesteld wordt dat de provinciale raad geen typecontracten kan opleggen maar wel een leidraad kan voorstellen.

Daarom zal de Raad van Oost‑Vlaanderen langs deze weg proberen enkele punten aan te duiden, zonder volledig te zijn.

We dienen er evenwel op te wijzen dat deze leidraad niet absoluut en blijvend is en kan zijn, gelet op de evolutie van de regelen der medische deontologie.

Deze tekst bevat enkel deontologische richtlijnen; hij is bijgevolg niet te beschouwen als een juridische handleiding inzake geneesherenovereenkomsten.

A. Te volgen handelwijze

1. Elk ontwerp tot overeenkomst, alsook elke wijziging hieraan, dient schriftelijk te worden vastgelegd en door elke geneesheer, bladzijdegewijs geparafeerd en ondertekend onder voorbehoud van goedkeuring door de Orde der geneesheren doch voor het desgevallend verlijden van de authentieke akte, aan de provinciale raad ter goedkeuring worden voorgelegd.

2. De begeleidende aanvraag tot goedkeuring dient door alle betrokken geneesheren ondertekend te zijn.

3. Nadat de ontwerpteksten de goedkeuring verkregen hebben, dient de definitieve tekst, door alle betrokkenen ondertekend, terug voorgelegd te worden ten einde het visum te verkrijgen.

B. Algemene opmerkingen inzake overeenkomsten, statuten en huishoudelijke reglementen

1. Het is aangewezen dat de geneesheer zelf zijn teksten naleest vooraleer ze op te sturen om na te gaan of de tekst wel aangepast is aan het medisch beroep door o.m. alle commerciële en industriële elementen in de clausule te schrappen.

2. In de teksten wordt bij voorkeur alleen gesproken en verwezen naar de regelen van de medische deontologie en niet naar de Code van de medische plichtenleer of artikelen daarvan.

3. Wanneer naar andere overeenkomsten en/of bijlagen wordt verwezen dienen deze meteen te worden bijgevoegd.

4. Er dient desgevallend te worden aangegeven dat:

  • de geneesheer die door een gerechtelijke of disciplinaire beslissing geschorst wordt in het recht de geneeskunde uit te oefenen

    1. de voordelen verliest van de overeenkomst voor de duur der schorsing,
    2. zich voor de duur van de schorsing niet mag laten vervangen,
  • de geneesheer de andere leden van het samenwerkingsverband of vennoten moet inlichten over elke veroordeling met weerslag op de praktijkuitoefening,

  • de professionele aansprakelijkheid onbeperkt is,

  • de geneesheer op medisch vlak werkelijk gezag uitoefent over het personeel dat hem bijstaat,

  • de vrije artsenkeuze, de diagnostische en therapeutische vrijheid evenals het respecteren van het beroepsgeheim gewaarborgd wordt,

  • het ereloon volkomen eigendom is van de geneesheer of van de vennootschap naargelang van de situatie waarin de arts werkt,

  • elke wijziging van medische activiteit en/of samenwerking, verplaatsing van maatschappelijke zetel, oprichting van bijkomende vestiging, overlaten van praktijk en/of deelbewijzen voorafgaandelijk ter kennis, respectievelijk ter goedkeuring aan de Raad van de Orde der Geneesheren van Oost‑Vlaanderen zal overgemaakt worden.

5. Iedere financiële overeenkomst dient vermeld en gedetailleerd omschreven te worden.

6. Wanneer wettelijk en voorafgaandelijk inwinnen van een advies van de medische raad voorzien is, moet blijken dat deze procedure gevolgd is.

C. Feitelijke verenigingen of gemeenschappen van geneesheren

1. De werkverdeling en de verdeelsleutel van de honorariumpool dient duidelijk te worden aangegeven.

2. De honorariumpool dient ten laatste vanaf het vijfde jaar op basis van gelijkheid verdeeld te worden bij gelijke werkverdeling.

3. De honorariumpool mag enkel uit actieve leden bestaan. De provinciale raad van Oost‑Vlaanderen aanvaardt heden, bij afwezigheid van een der leden, wel een solidariteit van ten hoogste drie maanden, behalve bij schorsing. Een verzekering tot dagvergoeding bij arbeidsongeschiktheid ten laste van de groepering wordt ook aanvaard.

4. Wanneer een vervanger wordt aangesteld, heeft hij het recht op het ereloon voor zijn prestaties verminderd met een eventuele bijdrage voor de hem beschikbaar gestelde middelen.

D. Burgerlijke Professionele vennootschap met rechtspersoonlijkheid

1. De vennoten dienen hun volledige medische activiteit in gemeenschap te brengen en van dezelfde of aanverwante discipline te zijn. Het is aangewezen deze expliciet aan te geven.

2. Het doel is de uitoefening van de geneeskunde door haar vennoten in naam en voor rekening van de vennootschap.
Het is aangewezen aan te geven welke discipline wordt uitgeoefend.

3. De honoraria betreffende de medische activiteit en prestaties worden geïnd in naam en voor rekening van de vennootschap.

4. De deelbewijzen moeten op naam zijn.
De verdeling der deelbewijzen moet steeds in verhouding zijn met de activiteit der vennoten.
Zij mogen enkel worden overgedragen, zowel tijdens het leven als bij overlijden, aan geneesheren van de aangegeven discipline die in het kader van de vennootschap hun discipline uitoefenen of zullen uitoefenen.

5. Wanneer in het doel ook middelen voorzien zijn, kan dit enkel voor de medische activiteiten van de vennoten.

6. Het unanieme akkoord van de vennoten is vereist voor het toetreden van nieuwe vennoten die van dezelfde of aanverwante discipline moeten zijn als de akkoord gaande vennoten.

7. De bestuursfuncties zijn onbezoldigd, behoudens een vergoeding voor kosten en vacaties, en van bepaalde duur; ze kunnen enkel door geneesheren‑vennoten worden waargenomen.

8. Voor de aanleg van een conventionele reserve is het eenparig akkoord der vennoten vereist. Indien deze unanimiteit onmogelijk is, kan de provinciale raad een andere meerderheid aannemen.

E. Middelenvennootschap met rechtspersoonlijkheid

1. Ongeacht hun discipline kunnen geneesheren de vereiste middelen in gemeenschap brengen om hun praktijk te vergemakkelijken. Het is aangewezen dat in het doel wordt aangegeven welk dienstenpakket de vennootschap zal aanbieden en of de honoraria ‑ welke steeds volledig buiten het vermogen van de middelenvennootschap moeten blijven ‑ al dan niet geïnd worden door de vennootschap.

2. Uit het aantal van de deelbewijzen moet blijken dat het om een reële gemeenschappelijke inbreng gaat.

3. Voor overdracht van deelbewijzen kan een gekwalificeerde meerderheid volstaan.

4. De bestuursfuncties zijn onbezoldigd en van bepaalde duur; ze kunnen enkel door vennoten worden waargenomen.

5. Op het ingebracht kapitaal mag slechts een normale interest uitbetaald worden.
Het resterend deel van de nettowinst dient aangewend met het oog op de verwezenlijking van het maatschappelijk doel.
Voor de aanleg van een reserve kan de provinciale raad van de Orde der Geneesheren een gekwalificeerde meerderheid aanvaarden.

6. De gekwalificeerde meerderheid voor het toelaten van nieuwe vennoten dient te worden aangegeven.

7. De wederzijdse plichten en rechten van de geneesheer t.a.v. de vennootschap en die van de vennootschap t.a.v. de arts, waaronder de vergoeding, die door de vennoten dient betaald voor het dienstenpakket van de vennootschap, en de berekingswijze ervan en eventueel de kosten i.v.m. de honoraria (inning, verdeling, uitbetaling), moeten het voorwerp uitmaken van een afzonderlijk geschreven en door de provinciale raad van de Orde der Geneesheren goedgekeurde overeenkomst.

Biologie (Klinische-)19/11/1983 Documentcode: a032009
Arts en licentiaat in de chemische wetenschappen

Mag een arts een overeenkomst afsluiten met een licentiaat in de chemische wetenschappen die eigenaar en uitbater is van een laboratorium ?

In zijn vergadering van 19 november 1984, heeft de Nationale Raad het volgende advies uitgebracht:

In het rapport dat de Nationale Raad in 1979 publiceerde betreffende de klinische biologie, werd het groot belang van de directie van het laboratorium onderstreept. Ingevolge de bestaande uitoefeningsmogelijkheden van de klinische biologie kunnen immers naast geneesheren ook apothekers en zelfs chemici verantwoordelijkheid dragen.De Nationale Raad herinnert eraan dat in het vlak van de verantwoordelijkheid een medische participatie noodzakelijk is die moet correleren met de omvang van de laboratoriumactiviteiten. De verantwoordelijke(n) moet(en) immers als consulent kunnen optreden. Daarbij dient nog te worden gepreciseerd dat het om medische handelingen gaat die een kennis van de geneeskunde vereisen die enkel de geneesheer bezit.De Nationale Raad heeft geen enkel deontologisch bezwaar tegen een associatie tussen een geneesheer bioloog en een licentiaat in de chemische wetenschappen, op voorwaarde dat de bevoegdheden van elk van de vennoten en de voor de associatie geldende deontologische regels worden gerespecteerd.De Nationale Raad stelt niettemin vast dat dergelijke associatie bij artikel 18 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 verboden lijkt maar het behoort niet tot de bevoegdheid van de Nationale Raad een wettelijke bepaling te interpreteren.
Associaties en contracten met niet-artsen, verzorgingsinstellingen, ...11/06/1983 Documentcode: a032001
PVBA : geneesheer - niet-geneesheer

PVBA: Geneesheer niet geneesheer

Een geneesheer legt aan zijn provinciale raad een contract voor tussen hemzelf en zijn echtgenote. Hij wenst met haar een PVBA op te richten met als doel "het waarborgen van de technische middelen tot uitoefening van de geneeskunde".

Na de Commissie van contracten te hebben gehoord in haar rapport, heeft de Nationale Raad na uitgebreide beraadslagingen, het volgende geantwoord:

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 11 juni 1983 de mening geformuleerd dat in het ontwerp de oprichting wordt beoogd van een fictieve vennootschap met als doel fiscale voordelen voor de practicus.

De Nationale Raad is van oordeel dat, alhoewel het de arts vrij staat te opteren voor de juridische vorm van zijn keuze, die daarbij fiscaal gesproken de meest voordelige mag zijn , dit niet in aanmerking komt voor een vennootschap die noch een vereniging is van geneesheren, noch een middelenvennootschap en waarvan de activiteit en louter fictief zijn.

De Nationale Raad is verder van oordeel dat een vennootschap tussen een geneesheer en een niet geneesheer verboden blijft krachtens artikel 173 van de Code van geneeskundige Plichtenleer en artikel 175 niet van toepassing is aangezien de echtgenoten er een direct voordeel uithalen, met name en uitsluitend, minder belastingen.

De Nationale Raad is ten slotte van mening dat in artikel 9 van het contract in ieder geval zou moeten worden vermeld dat aandelen enkel aan doctors in de geneeskunde mogen worden overgelaten.

Code van medische deontologie (Interpretatie van de-)01/01/1979 Documentcode: a027022
Code van geneeskundige Plichtenleer

De Nationale raad werd door een provinciale raad om verduidelijking verzocht in verband met de interpretatie van artikelen 160, 164, 173, 174 en 1975 van de Code van Geneeskundige Plichtenleer betreffende de verenigingen van geneesheren met derden en de contracten met verzorgingsinstellingen.

Antwoord van de Nationale raad:

I. Er is geen tegenspraak tussen artikelen 160, §1 en 164 van de Code van plichtenleer, de «normale interest» waarvan sprake onder artikel 164 komt neer op de interest die voortvloeit uit een belegging als «goede huisvader» in aandelen of spaarrekeningen, terwijl met «winst of profijt» in artikel 160, § 1 wordt bedoeld «commerciële» winst of opbrengst.

Il. In artikelen 173 en 174 wordt niet bepaald dat de teksten vooraf voor advies aan de provinciale raden moeten worden voorgelegd omdat verenigingscontracten met derden verboden zijn.

Daar waar in artikel 175 wordt bepaald dat, onder bepaalde voorwaarden, niettemin verenigingen mogen worden gemachtigd die één van de in artikelen 173 en 174 opgesomde oogmerken hebben, is het logisch dat de teksten betreffende deze verenigingen vooraf ter goedkeuring aan de provinciale raden worden voorgelegd.

Ill. De term «vennootschapscontract» zoals gebruikt in artikelen 173 en 174 van de Code van Plichtenleer moet in de breedste zin worden geïnterpreteerd, m.a.w., in de zin van verenigingscontracten aangezien deze artikelen vallen onder Hoofdstuk II «verenigingscontracten».

Vorige pagina

3

pagina