keyboard_arrow_right
Deontologie

Extern geslachtsonderzoek door het CLB of de dienst PSE – toestemming van de minderjarige leerling of de ouders

In zijn vergadering van 19 juni 2026 heeft de nationale raad van de Orde der artsen de vraag onderzocht of en volgens welke modaliteiten de arts van het CLB of de dienst PSE de toestemming van de minderjarige leerling dan wel van de ouders moet verkrijgen voor de uitvoering van het medisch extern geslachtsonderzoek (als onderdeel van de systematische contacten georganiseerd door het CLB of de verplichte individuele gezondheidsevaluaties georganiseerd door de dienst PSE).

Het CLB en de dienst PSE vervullen een belangrijke rol binnen de preventieve gezondheidszorg en de gezondheidspromotie van leerlingen en studenten. Zij hebben als wettelijk opdracht onder meer het organiseren van medische follow-ups, waarvan de frequentie en de inhoud worden bepaald door respectievelijk de Vlaamse en de Waalse regering.[1],[2],[3] De uitvoering ervan is wettelijk verplicht.

In beide landsdelen bestaat de mogelijkheid voor de ouders of de leerlingen zich te verzetten tegen de uitvoering van de medische follow-up door een arts van het centrum. In voorkomend geval moet een arts van een andere dienst of centrum, bevoegd voor de opdracht in kwestie, diezelfde medische onderzoeken uitvoeren, waarvan de resultaten moeten worden doorgegeven aan het centrum.[4],[5]

Het verplichte karakter van de medische follow-up en het recht op verzet doen geen afbreuk aan andere wettelijke en deontologische plichten van de arts en de rechten van de patiënt, zoals het recht op informatie[6], het recht op geïnformeerde toestemming[7], het recht om een tussenkomst te weigeren[8], het recht op menselijke waardigheid en zelfbeschikking[9], het recht op respect voor zijn intimiteit[10], enz.

Leerlingen en ouders moeten voorafgaand aan het onderzoek op een begrijpelijke wijze voldoende informatie ontvangen over het doel, de aard en het verloop van het medisch onderzoek.

Onderzoeken met een gevoelig karakter, zoals het onderzoek van de schaamstreek en het geslachtsonderzoek moeten voorafgaandelijk worden toegelicht en besproken. Het medisch belang voor de preventieve opsporing van bepaalde ziekten moet worden onderstreept. Het onderzoek kan namelijk pathologieën aan het licht brengen die een verdere opvolging noodzaken. Dit is het geval bij de ontdekking van een liesbreuk, een hydrocele, een varicocele, testistumoren, een toestand van pubertas praecox, e.a.

Voor elke medische handeling is de toestemming van de minderjarige leerling vereist, rekening houdend met diens leeftijd en onderscheidingsvermogen. Bij wilsonbekwaamheid van de minderjarige wordt de toestemming gegeven door de ouders.

Bij de uitvoering van het systematisch contact moet de arts overeenkomstig de regels van medische deontologie steeds empathisch, respectvol en zorgzaam omgaan met de leerling. Daarbij moet rekening worden gehouden met de leeftijd, maturiteit, persoonlijkheid en eventuele gevoeligheden van het kind.

Indien een leerling weerstand vertoont, dient de arts maximaal in te zetten op dialoog, informatieverstrekking en een respectvolle benadering, met bijzondere aandacht voor het welzijn en de waardigheid van het kind.

Alle relevante elementen worden genoteerd in het patiëntendossier (de verstrekte informatie, de toestemming, de uitgevoerde onderzoeken, een eventuele weerstand, een weigering van toestemming, enz.)

Ten slotte, acht de nationale raad het wenselijk dat de centra duidelijke en uniforme richtlijnen vaststellen betreffende de communicatie met ouders en leerlingen, evenals betreffende de praktische uitvoering van onderzoeken en gevoelige medische handelingen.

Het systematisch bespreken van het nut en de mogelijke bevindingen van een medisch onderzoek, bijvoorbeeld in de lessen maatschappelijke vorming, kan bijdragen aan het versterken van het vertrouwen van leerlingen.


[1] Art. 4, §2, lid 4, decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

[2] Art. 2, lid 1, 2° juncto art. 7, §1, decreet van 14 maart 2019 betreffende de bevordering van de gezondheid op scholen en in het hoger onderwijs buiten de universiteiten.

[3] Besluit van 13 juni 2002 van de Regering van de Franse Gemeenschap waarbij wordt geregeld hoe dikwijls, volgens welke inhoud en op welke wijze de check-ups worden verricht, bij toepassing van het decreet van 20 december 2001 betreffende de gezondheidspromotie op school.

[4] Art. 8, §2, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 tot operationalisering van de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

[5] Art. 8, besluit van 13 juni 2002 van de Regering van de Franse Gemeenschap waarbij wordt geregeld hoe dikwijls, volgens welke inhoud en op welke wijze de check-ups worden verricht, bij toepassing van het decreet van 20 december 2001 betreffende de gezondheidspromotie op school.

[6] Art. 7, wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van patiënt.

[7] Art. 8, wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

[8] Art. 8/1, wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

[9] Art. 5, lid 2, wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

[10] Art. 10, §2, wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

info_outline
Publicatiedatum

19/06/2026

Documentcode

a173006