keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Resultaten

Vorige pagina

3

pagina

Arts-Assistent30/11/1979 Documentcode: a028009
Vestiging van gewezen stagiairs of assistenten

Mag een geneesheer stagiair zich na het beëindigen van zijn studies in dezelfde streek vestigen ?

Mag een assistent die zijn stage als specialist opgeeft, zich vervolgens als huisarts in diezelfde streek komen vestigen ?

De Nationale raad formuleerde op 30 november 1979 het volgende antwoord:

In antwoord op Uw schrijven van 18 oktober 1979 i.v.m. een vraag van Dr...., heb ik de eer U mede te delen dat de Nationale raad akkoord gaat met de vrije vestiging van geneesheren behoudens in onderstaande gevallen:

  1. bij vervanging, dient de plaatsvervangende geneesheer de regels, vastgelegd bij artikelen 155 en 156 (*) van de Code van Plichtenleer, te eerbiedigen;
  2. in geval van stage bij een huisarts dient de stagiair zich te houden aan de regels vervat in artikel 157 (*) van de Code van Plichtenleer;
  3. bij eventuele beperkingen op grond van het contract bedongen tussen de assistent stagiair en de stagemeester, is de stagiair gehouden deze beperkingen na te leven wanneer het contract vooraf door de Provinciale raad werd goedgekeurd.

(*) Art. 155: Wanneer de periode van de vervanging twee maanden overschrijdt, is een schriftelijke overeenkomst vereist, die voor de ondertekening aan de provinciale raad waarbij de geneesheer is ingeschreven, moet worden voorgelegd.

Art. 156: Behoudens schriftelijk akkoord tussen de belanghebbenden, mag een geneesheer die een collega heeft vervangen zich niet komen vestigen in omstandigheden die tot onttrekking van kliënteel van de vervangen geneesheer zouden kunnen leiden.

Art. 157: Behoudens schriftelijk akkoord tussen de belanghebbenden, mag een geneesheer die bij een collega als student of tijdens zijn opleiding als specialist een stage heeft volbracht, zich niet komen vestigen in omstandigheden die aanleiding zouden kunnen geven tot het onttrekken van patiënten van die collega.

Stage20/10/1979 Documentcode: a028004
Buitenlandse geneesheren-stagiairs

De Nationale raad werd eens te meer om advies gevraagd in verband met de wettelijke situatie van de buitenlandse geneesheren stagiairs werkzaam in diverse ziekenhuisdiensten.

De Nationale raad heeft er bij monde van zijn vertegenwoordigers in de Commissie van het Ministerie van Volksgezondheid op aangedrongen dat de werkgroep belast met de studie van dit probleem spoedig haar werkzaamheden zou aanvangen.

Brief van de Nationale raad aan de Minister van Volksgezondheid van 22 oktober 1979

Door de Provinciale raden van Brabant (N) en Luik werd de Nationale raad het probleem voorgelegd van de buitenlandse geneesheren, uit niet EEG landen, welke in België geneeskundige aktiviteiten uitoefenen zonder visum van de Provinciale Geneeskundige Commissie en zonder inschrijving op de lijst van de Orde der Geneesheren.

Het betreft hier:

  1. buitenlandse geneesheren uit niet EEG landen in opleiding tot geneesheer specialist in academische en niet universitaire ziekenhuizen;
  2. buitenlandse geneesheren, houder van een wetenschappelijk Belgisch diploma die tot regularisatie tot het bekomen van het wettelijk diploma, zich elk jaar opnieuw op de rol der universiteit laten inschrijven met fiktieve examens, en ondertussen «onder toezicht» de geneeskunde uitoefenen in hospitalen en privé-praktijken;
  3. geneesheren uit niet EEG landen, met buitenlands diploma werkend «onder toezicht» in België.

Dit probleem kan door een repressief optreden van de Provinciale Geneeskundige Commissies en de Provinciale raden der Orde niet opgelost worden.

In naam van de Nationale raad had Prof. Dr. O. Steeno reeds op 18 oktober 1978 een onderhoud met de heer De Schouwer, kabinetschef, en Mevrouw Rombouts, aangaande deze problematiek. Alsdan werd als meest opportuun geacht dat een werkgroep door Uw departement zou opgericht worden om het probleem voor een wijziging van het K.B. nr 78 te bestuderen teneinde eventueel tot een tijdelijke toelating tot geneeskundige aktiviteit te komen (beperkt in tijd en in plaats).

De Nationale Raad heeft uit zij schoot als leden voor deze werkgroep aangeduid: Prof. Dr. A. Dereymaeker en Prof. Dr. O. Steeno.

De Nationale Raad zou het zeer op prijs stellen indien deze werkgroep spoedig zou geïnstalleerd worden om zijn werkzaamheden aan te vatten.

Vorige pagina

3

pagina