keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Resultaten

Kwaliteit van de zorg17/10/2020 Documentcode: a167036
Teleconsultatie met een arts via een verzekeringsinstelling

De nationale raad van de Orde der artsen nam kennis van het feit dat sommige verzekeringsinstellingen videoconsultaties met een arts aanbieden aan hun klanten.

Naast de algemene deontologische beginselen van teleconsultatie, dienen de artsen die teleconsultaties houden via een verzekeringsinstelling rekening te houden met bijkomende deontologische principes.

  1. Algemene deontologische principes

De nationale raad heeft in zijn advies van 21 september 2019, "Teleconsultatie met het oog op het stellen van een diagnose en het voorstellen van een behandeling", de deontologische principes betreffende teleconsultatie opgesomd.

In het licht van de kwaliteit en de veiligheid van de zorg, is het van belang dat de arts (1) de patiënt kent, (2) toegang heeft tot het medisch dossier en (3) de continuïteit van de zorg kan waarborgen.

Slechts wanneer een bijzondere situatie zich voordoet, zoals de COVID-19-pandemie, en het onmogelijk is te voldoen aan voornoemde principes, bijvoorbeeld omdat de patiënt geen huisarts heeft, noch een medisch dossier bestaat of ter beschikking is, kan de arts gebruik maken van de techniek van de teleconsultatie mits het afnemen van een volledige en zorgvuldige anamnese die toelaat de antecedenten en de medische situatie van de patiënt te begrijpen. Deze vorm van teleconsultatie vergt van de arts een bijzondere zorgvuldigheid en een extra waakzaamheid. De arts die in deze omstandigheden teleconsultaties aanbiedt, is desgevallend verantwoordelijk voor de continuïteit van de zorg.

  1. De bijzondere deontologische principes voor artsen die teleconsultaties houden via een verzekeringsinstelling

De arts die teleconsultaties houdt via een verzekeringsinstelling behoudt te allen tijde zijn professionele onafhankelijkheid en zijn therapeutische vrijheid.

De arts kan nooit een dubbele hoedanigheid aannemen en ten aanzien van dezelfde patiënt optreden als enerzijds behandelend arts ten dienste van de verzekeringsmaatschappij en anderzijds verzekeringsarts van diezelfde instelling.

De arts die optreedt als behandelend arts respecteert het beroepsgeheim en de Algemene Verordening Gegevensbescherming en zal de medische gegevens, verzameld in de context van de therapeutische relatie, niet doorgeven aan de verzekeringsinstelling zonder de uitdrukkelijke en geïnformeerde toestemming van de patiënt.

De arts dient te voorzien in een goede samenwerking met de eerstelijnszorg opdat de continuïteit van de zorg kan worden verzekerd.

Tenslotte waakt de arts erover dat de teleconsultatie beantwoordt aan de behoeften van de patiënt en niet louter een commercieel voordeel voor de verzekeringsinstelling beoogt.

  1. Besluit

Om de kwaliteit en de veiligheid van de zorg te waarborgen is het onontbeerlijk de techniek van de teleconsultatie te onderwerpen aan bepaalde deontologische criteria.

Artsen die teleconsultaties houden in opdracht van verzekeringsinstellingen dienen de principes opgesomd in het advies van de nationale raad van 21 september 2019, "Teleconsultatie met het oog op het stellen van een diagnose en het voorstellen van een behandeling", te respecteren.

Daarnaast dienen deze artsen zich te vergewissen van hun professionele onafhankelijkheid, de afwezigheid van belangenconflicten, respect voor het beroepsgeheim en de privacyregels en een goede samenwerking met de eerstelijnszorg.
Informatica14/12/2019 Documentcode: a166019
Software - Toegang tot de medische dossiers

De nationale raad van de Orde der artsen kreeg een vraag over de kosten die een huisarts na de stopzetting van zijn beroepsactiviteit moet betalen om toegang te hebben tot zijn elektronische medische dossiers.

De wettelijke bewaartermijn van het patiëntendossier is minimaal dertig jaar vanaf het laatste patiëntencontact (artikel 35 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg(1); art. 24 Code van medische deontologie 2018). De bewaartermijn kan dus voortduren na de stopzetting van de beroepsactiviteit.

Het Beheerscomité van het eHealth-platform en Medicomut hebben een nieuwe lijst van minimale criteria gevalideerd voor de softwarepakketten voor huisartsen, van toepassing sinds 2019 (wcag.label.file wcag.label.externalLink)(2).

Criterium 177 bepaalt: Bij een cloud pakket kan de arts via leesrechten alles blijven bekijken indien hij betaalt voor de opslagruimte. Indien er geen enkel gebruik gemaakt wordt van een cloud pakket (zelfs niet betaald wil worden voor de opslagruimte), zal de arts 2 exports ontvangen:

1/ PMF die gebruikt kan worden om het patiëntendossier aan een andere arts door te geven;

2/ Patient readable format: een leesbaar formaat, zodat de arts ten allen tijde ook zelf een opzoeking kan doen.

De arts die zijn beroepsactiviteit heeft stopgezet of het softwarepakket niet langer gebruikt, kan dus op aanvraag een exporteerbare versie van de dossiers verkrijgen die hij heeft opgesteld.

De nationale raad spoort de artsen aan bij het kiezen van een softwarepakket te controleren of het voldoet aan het bovenstaande criterium en wat de kosten zijn om toegang te krijgen tot hun elektronische medische dossiers na het einde van hun beroepsactiviteit.



(1) Deze wet treedt in werking op 1 juli 2021.

(2) https://www.ehealth.fgov.be/ehealthplatform/nl/service-registratie-van-de-softwarepakketten


Internet14/12/2019 Documentcode: a166020
e-Reputatie - Evaluatie van artsen op onlineplatforms

De nationale raad van de Orde der artsen wordt om advies verzocht over de beoordeling van artsen op onlineplatforms.

1. De beoordeling van de kwaliteit van de zorg moet rekening houden met het oordeel van de patiënt: de methodes die gebruikt worden om te beoordelen en te analyseren hoe de patiënt de zorg beleefd heeft (PREM(1)) en hoe hij zijn gezondheidstoestand ervaart, (PROM(2)) moeten worden aangemoedigd(3).

Bovendien moet de patiënt de mogelijkheid krijgen klachten in verband met zijn behandeling te formuleren(4).

De patiënt het woord geven, verbetert de communicatie tussen hem en de verzorger en draagt bij tot de kwaliteit van de zorg. Tevens vormt het de basis van een zorgrelatie die gericht is op een partnerschap tussen verzorger en patiënt waarbij de patiënt centraal staat in de gezondheidszorg.

2. Naast beoordelingen die beogen de zorg te verbeteren, hebben onlineplatforms (websites, sociale media) de mogelijkheid een gezondheidsbeoefenaar in het openbaar te beoordelen.

De doelstellingen van deze platforms variëren. Sommige zijn verbonden aan een beroepengids, andere hebben publicitaire doeleinden, nog andere wensen louter informatief te zijn. Niet allemaal bieden ze waarborgen inzake transparantie, echtheid, bescherming van de persoonlijke levenssfeer, recht op antwoord, recht op actualisering, enz.

De nationale raad bracht reeds een advies uit over dit soort van platform(5).

De arts moedigt zijn patiënten niet aan om hem op dergelijke platforms te beoordelen.(6) Hij vermijdt actief te zijn op dergelijke platforms.

3. Soms gebeurt het dat kritiek weliswaar op een ongepaste manier is geformuleerd, maar toch pertinent is. In dit geval moet dit de arts aanzetten tot reflectie en eventueel tot verontschuldigingen.

Openbare kritiek, die vaak anoniem is, kan de persoon op wie ze gericht is, frustreren.

Indien de arts wenst te reageren op commentaar over hem en hij hiertoe de mogelijkheid krijgt, moet hij dit echter op een professionele wijze doen. Zijn antwoord dient respectvol te zijn en te getuigen van empathie tegenover datgene wat de patiënt verwoordt. De vertrouwelijkheid waarop de zorgrelatie stoelt, mag in geen geval geschonden worden. Een openbaar antwoord beperkt zich tot een vredelievend, algemeen en indien nodig uitleg verstrekkend antwoord. Voor het overige dient de arts een privégesprek voor te stellen.

Een ongepast antwoord schaadt soms meer iemands reputatie dan een anonieme commentaar. Bovendien leert de ervaring dat het ontkennen van een in de media verspreid gerucht vaak het tegenovergestelde effect heeft van wat men tracht te bereiken en soms is het dan ook beter te zwijgen.

4. Het publiceren van negatieve commentaar op een bij naam genoemde persoon is op zich niet onwettig. Het valt onder de vrijheid van meningsuiting, dat een fundamenteel recht is(7). Volgens het Europees Hof is de vrijheid van meningsuiting "een van de wezenlijke grondslagen van een democratische maatschappij en een van de fundamentele voorwaarden voor de vooruitgang ervan en voor de ontwikkeling van elkeen".

Wanneer een arts te maken krijgt met commentaar die hij ongepast acht, verzoekt hij de auteur ervan of de beheerder van de site deze commentaar te verwijderen. In geval van weigering, hangen de middelen die ingezet kunnen worden af van een juridische studie die dient na te gaan of de commentaar in strijd is met de regels betreffende de verwerking van persoonsgegevens dan wel of ze een fout uitmaakt in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk wetboek of zelfs een strafbaar feit zoals laster of eerroof.



(1) 1Patient-Reported Experience Measures

(2) Patient-Reported Outcome Measures

(3) https://kce.fgov.be/nl/het-gebruik-van-pati%C3%ABntuitkomsten-en-ervaringen-promsprems-voor-klinische-en-beleidsdoeleinden KCE Reports 303 A (2018)

(4) De patiënt kan worden doorverwezen naar de federale ombudsdienst "rechten van de patiënt" (ambulante sector) en de ombudsfunctie "rechten van de patiënt" (ziekenhuissector) (art. 11, § 1 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt)

(5) Advies van 19 november 2016, ‘platform www.wisdoc.com', TNR nr. 155, a155001

(6) Advies van 7 februari 2015, Artsen en digitale media", TNR nr. 148

(7) Artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens


Kwaliteit van de zorg21/09/2019 Documentcode: a166007
Teleconsultatie met het oog op het stellen van een diagnose en het voorstellen van een behandeling

TELECONSULTATIE

De ontwikkeling van de e-gezondheid leidt ertoe dat nagedacht wordt over de integratie in het Belgische gezondheidszorgsysteem van de toepassingen van telegeneeskunde, waaronder teleconsultatie. Hierbij rijzen tal van vragen, onder meer over de zorgkwaliteit, het welzijn van de patiënten, de technologische en functionele criteria, het juridische kader, de vergoeding van de zorgverstrekkers, de terugbetaling van de zorg en de regels van goede praktijkvoering(1).

De Orde der artsen wordt regelmatig verzocht om advies uit te brengen over de deontologische aanbevelingen die een de leidraad kunnen vormen bij de teleconsultatie.

De medische teleconsultatie wordt gedefinieerd als een raadpleging waarbij een arts op afstand en gelijktijdig een raadpleging heeft met een patiënt, via het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT). De teleconsultatie maakt deel uit van de telegeneeskunde, die meerdere toepassingen omvat die zich bevinden in een fase van ontwikkeling, onder meer de telebewaking, de tele-assistentie, de tele-expertise en de telemonitoring(2).

Dit advies gaat enkel over de teleconsultatie met het oog op het stellen van een diagnose en het voorstellen van een behandeling.

1. De teleconsultatie is een vorm van uitoefening van de geneeskunde en is onderworpen aan de ethische, wettelijke en deontologische regels eigen aan de uitoefening van de geneeskunde.

De teleconsultatie is gerechtvaardigd op voorwaarde dat ze het welzijn en de verzorging van de patiënt ten goede komt. De organisatie ervan in een specifieke context moet voorafgegaan worden door een analyse van de voordelen en de risico's voor de patiënten.

2. De teleconsultatie mag niet louter commerciële voordelen beogen maar moet beantwoorden aan een medische behoefte van de patiënt en de volksgezondheid(3). Het gebruiksgemak is voor de patiënt geen voldoende reden om hierop een beroep te doen. Enkel indien de teleconsultatie ook een voordeel oplevert voor de gezondheid van de patiënt, is het gebruik gerechtvaardigd.

3. De technologie mag de menslievende waarden van het medische beroep niet doen vergeten. De zorgrelatie is per definitie een relatie tussen mensen gebaseerd op waardigheid en autonomie van de patiënt. De rechten van de patiënt, waaronder de vrije keuze van de arts en de vrije en geïnformeerde toestemming tot de teleconsultatie, het recht op privacy en het medisch geheim dienen gewaarborgd te worden.

4. De medische redenering van de arts moet aangepast zijn aan de consultatie op afstand en dient gebaseerd te zijn op wetenschappelijk gevalideerde protocollen.

In zijn vroegere adviezen(4) heeft de nationale raad de nadruk gelegd op de noodzaak een fysiek contact te hebben met de patiënt om een diagnose te stellen. Het stellen van een diagnose is het eindpunt van een hypothetisch-deductieve werkwijze(5-6). De arts zoekt de verklaring voor de symptomen van de patiënt via het afnemen van een anamnese en het uitvoeren van een fysiek onderzoek. Deze medische redenering wordt bij voorkeur toegepast, in het bijzonder voor ingewikkelde medische situaties.

Er zijn echter situaties waarin de klacht meteen al toelaat een waarschijnlijkheidsdiagnose te stellen ("spot diagnosis/deskundige redenering") en een therapeutische oplossing voor te stellen. Dit snelle optreden is geschikt voor typisch herkenbare klinische ziektebeelden. Deze medische redenering is evenwel niet zonder risico's.

De rampen- en de urgentiegeneeskunde, waar snel optreden geboden is, hebben ertoe geleid een ander soort redenering te ontwikkelen: de arts leert vanaf het eerste contact met de patiënt symptomen te herkennen die een signaal kunnen zijn van een ernstige aandoening ("red flags" of "alarmsymptomen"(7)). De normaal voorzichtige en toegewijde arts kan deze alarmsymptomen niet miskennen(8). Dit soort medische redenering wordt onder meer toegepast in de telefonische "triage" van de dringende oproepen.

De teleconsultatie vergt van de arts een aangepaste medische redenering, die wetenschappelijk gevalideerd is en waarvoor de arts zich bijkomend moet vormen. De redenering moet rekening houden met de risico's die verbonden zijn aan het feit dat de patiënt zich bevindt op afstand.

De arts moet voorbereid zijn om gebruik te kunnen maken van teleconsultatie(9).

5. De gebruikte informatie- en communicatietechnologie (ICT) en logistieke ondersteuning moeten aangepast zijn aan het nagestreefde doel en de bijzonderheden van de omgeving en de gebruikers (pathologie, beeld, aangesloten meetinstrumenten, aanwezigheid van een gezondheidsberoepsbeoefenaar bij de patiënt, enz.).

De bekwaamheid van de arts en van de patiënt om het technologisch werkinstrument te hanteren en de vaardigheid van de patiënt op het gebied van communicatie (gehoor, taalbeheersing, begrip van de medische en anatomische terminologie, fysiek zelfonderzoek, stress, enz.) moeten in aanmerking genomen worden.

De bedenkers en de gebruikers dienen voorafgaandelijk met elkaar te overleggen om te komen tot een efficiënt en pertinent werkinstrument. Een regelmatige evaluatie is onontbeerlijk.

De arts behoudt zijn professionele onafhankelijkheid. Indien hij, om welke reden ook, meent dat een teleconsultatie niet wenselijk is, ziet hij ervan af. Hij is zich bewust van de beperkingen van teleconsultatie en is alert voor signalen die een onmiddellijke doorverwijzing vereisen naar een raadpleging in aanwezigheid van een arts.

6. De arts moet nagaan of zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekering de toepassing van de teleconsultatie dekt.

De arts gebruikt materiaal dat kwaliteitswaarborgen biedt op technisch en functioneel gebied. Het is sterk aanbevolen gebruik te maken van mobiele applicaties die het keurmerk EG dragen en beschikken over een vertrouwelijkheidspolis die de privacyregels van de Algemene Verordening Gegevensbescherming waarborgen.

Verplichte kwaliteits-, veiligheids- en betrouwbaarheidsnormen gekoppeld aan keurmerken, certificeringen en labels zijn onontbeerlijk. De informatieverstrekking door de publieke overheid aan de gezondheidsberoepsbeoefenaars over referentiekeurmerken en -labels moet geoptimaliseerd worden.

7. De teleconsultatie kan gebruikt worden als aanvullend werkinstrument in een zorgparcours om de kwaliteit ervan te verbeteren.

8. De raadpleging in aanwezigheid van de arts en van de patiënt blijft de beste manier van werken.

Een raadpleging op afstand heeft, ook al blijkt ze gebruiksvriendelijk voor de patiënt, niet dezelfde nauwkeurigheid als een raadpleging in aanwezigheid van de patiënt en de arts. Teleconsultatie biedt dan ook niet dezelfde veiligheid op het vlak van de diagnose en van het voorschrijven van geneesmiddelen.

De teleconsultatie kan de klassieke face-to-face raadpleging slechts vervangen indien een bijzondere situatie dit rechtvaardigt.

Aangezien de toegang tot een arts in België in het algemeen gemakkelijk is, zijn de situaties waarvoor teleconsultatie gerechtvaardigd is om redenen van zorgtoegankelijkheid beperkt.

De arts moet navraag doen naar de motivering van de patiënt om gebruik te maken van teleconsultatie om na te gaan of deze voldoet aan zijn verwachtingen. De arts moet de patiënt informeren over de risico's die eraan verbonden zijn.

In het licht van de kwaliteit en de veiligheid van de zorg, vereist de teleconsultatie, die tot doel heeft een diagnose te stellen en een behandeling voor te stellen, dat de arts (1) de patiënt kent, (2) toegang heeft tot de hem betreffende medische informatie (medisch dossier) en (3) de continuïteit van de zorg kan waarborgen.

De medische aandoening moet bovendien toelaten zorg te verstrekken via teleconsultatie (chronische ziekte, enz.).

Ten slotte, mits de ontwikkeling van wetenschappelijk gevalideerde protocollen en een juridisch kader en mits de naleving van de regels van medische deontologie, is het mogelijk de teleconsultatie in het gezondheidszorgsysteem te integreren.



(1) Interactieve workshop van 21 juni 2019 georganiseerd door het RIZIV

Senaat van België, Informatieverslag betreffende de noodzakelijke samenwerking tussen de federale overheid en de Gemeenschappen inzake de nieuwe toepassingen in de gezondheidszorg en mHealth in het bijzonder, Zitting 2017-2018, 12 mei 2017, dossier nr. 6-261

(2) CLARK R., INGLIS S., Mc ALISTER F., CLELAND J., STEWART S., Telemonitoring or structured telephone support programmes for patients with chronic heart failure: systematic review and meta-analysis, BMJ, doi:10.1136 (published 10 April 2007)

(3)WATSON J., Proliferation of private online healthcare companies, BMJ 2016; 352: i1076 (Published 23 February 2016)

EATON L., The long road to patient co-production in telehealth services, BMJ 2019;366: l4770 (Published 25 July 2019)

(4) a087005, a111003, a148006, a153005, a157008

(5) GUILBERT J.J., Comment raisonnent les médecins, Editions Médecine et Hygiène, Genève , 1992

(6) MASQUELET A.C., Le raisonnement médical, Coll. Que sais-je, Presses Univ de France, Paris 2006

(7) WILLIAMS C.M., HENSCHKE N., MAHER C.G. VAN TULDER M.W., KOES B.W., MACASKILL P., IRWIG L., Red flags to screen for vertebral fracture in patients presenting with low-back pain, Cochrane Database of Systematic Reviews 2013, Issue 1. Art. No.: CD008643. DOI: 10/1002/14651858.CD008643.pub2

(8) GP who failed to act on red flags for cauda equina syndrome breached duty

Clare Dyer - BMJ 2019; 364: l1231 (Published 18 Mar 2019

(9) Onder meer omdat het nodig is een onrechtstreeks fysiek onderzoek uit te voeren, voldoende tijd en het nodige materiaal ter beschikking te hebben (ICT, hands free car kit, enz.), de niet-verbale communicatie te compenseren door een sterkere uitdrukking van zijn empathie en van zijn steun, aandacht te hebben voor de omgeving waarin de patient zich bevindt (intimiteit, hoort hij de instructies goed?, enz.), voor het rechtstreeks contact met de patient in geval van tussenkomst van een derde persoon (minderjarige patient, verwarde persoon), voor het statuut van de oproeper (patiënt, vertrouwenspersoon, derde) en zijn verwachtingen en emoties, voor het verkrijgen van de instemming van de patiënt, voor het informeren van de patiënt over hoe hij moet reageren indien zijn toestand verergert en welke de klinische tekenen hiervan zijn, enz.

Informatica21/05/2016 Documentcode: a153005
Deontologische en medisch-ethische reflectie gemaakt over het gebruik van e-health en m-health binnen het gezondheidsgebeuren

De nationale raad heeft een deontologische en medisch-ethische reflectie gemaakt over het gebruik van e-health en m-health binnen het gezondheidsgebeuren.

Advies van de nationale raad :

Deontologische en medisch-ethische aspecten van e-health en m-health

De nationale raad heeft in zijn vergadering van 21 mei 2016 een deontologische en medisch-ethische reflectie gemaakt over het gebruik van e-health en m-health binnen het gezondheidsgebeuren.

e-health

De American Telemedicine Association geeft een zeer algemene en bruikbare definitie: "the use of medical information exchanged from one site to another via electronic communications to improve a patient's clinical health status". (Meier, 2013: 362)

De Orde der artsen heeft verscheidene adviezen uitgebracht ivm het e-health gebeuren. Hierin moedigt de Orde het gebruik van een goed beveiligd platform voor gegevensdeling aan, wijst hij de arts op zijn rol bij het verkrijgen van toestemming van de patiënt en wijst hij de patiënt op zijn verantwoordelijkheid voor de authenticiteit van de aangeleverde informatie. Op vlak van telegeneeskunde, zeker in een land met een vlotte toegang tot een betaalbare gezondheidszorg, herhaalt de Orde het belang van het persoonlijke contact tussen de arts en de patiënt. Een zorgvuldige anamnese en klinisch onderzoek blijven de hoeksteen van de geneeskundige praktijk.

Een medisch-ethische reflectie kan worden gemaakt op basis van het principlisme (cf. Principles of Biomedical Ethics, Tom L. Beauchamp and James F., Childress), een universeel bruikbaar framework steunend op de principes: "autonomie", "beneficence", "non-maleficence" en "justice".

Op het vlak van autonomie kan de patiënt de informatiedeling over zijn gezondheid stroomlijnen op basis van zijn toestemming, heeft hij inzage in zijn gezondheidsgegevens en het recht op correctie of weglating. Ter bescherming van de informationele privacy is het bestaan van een therapeutische relatie tussen arts en patiënt primordiaal alsook de controle uitgeoefend door het sectoraal comité van de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, afdeling sociale zekerheid en gezondheid.

Bijzonder positief (beneficence) wordt de permanente beschikbaarheid van gezondheidsgegevens door alle beroepsbeoefenaars ervaren, ongeacht de locatie en de bewustzijnstoestand van de patiënt.

Het risico dat gevoelige gezondheidsgegevens in verkeerde handen zouden komen (non-maleficence) vraagt een permanente waakzaamheid.

Op het vlak van rechtvaardigheid (justice) is in ons land het eHealth-platform toegankelijk voor alle patiënten. Dit laat toe overbodige onderzoeken te vermijden en het is het beveiligde middel bij uitstek om op een gecontroleerde wijze, rekening houdend met de privacy van de patiënt, gezondheidseconomische studies uit te kunnen voeren.

m-health

M-health is een afkorting van mobile health, een term die aangewend wordt wanneer de uitoefening van de geneeskunde ondersteund wordt door het gebruik van mobiele apparaten die medische gegevens registreren.

Bij een medisch-ethische reflectie omtrent m-health dient bijzondere aandacht geschonken te worden aan de geïnformeerde toestemming voor deelname en de informationele privacy van de patiënt (autonomie).

Uiteraard zal het vergaren van objectieve gezondheidsgegevens op een lange termijn, opgetekend in de natuurlijke omgeving van de patiënt, een belangrijke bijdrage betekenen voor het opvolgen van chronische ziekten (beneficence).

Er zullen protocollen moeten opgesteld en wettelijk ingebed worden om mogelijke negatieve effecten te ondervangen (non-maleficence). Er dient rekening te worden gehouden met de waarborg van de authenticiteit van de gegevens, het valse gevoel van veiligheid omwille van de apparatuur, het gevaar van overmedicalisering en overconsumptie, de noodzaak van technische ondersteuning bij de opstart en het onderhoud van de apparatuur, het passende gevolg aan een "alarmsituatie", het inpassen van de onderscheidenlijke gezondheidszorgbeoefenaars, het vastleggen van verantwoordelijkheden in een geschreven overeenkomst,...

Het concept m-health lijkt een antwoord te bieden op de groeiende kost van de actuele gezondheidszorg. Het blijvend waarborgen van kwaliteitsvolle zorg voor alle patiënten moet de eerste vereiste blijven (justice). Dit impliceert dat er binnen de beschikbare middelen verschuivingen moeten plaatsvinden om het m-health gebeuren in te passen.

E-health en m-health zijn onmiskenbare begrippen geworden binnen de zorg.
Toch blijven e-mpathie en m-edeleven voor de patient een onmiskenbare plaats hebben binnen het therapeutische arsenaal en zullen zij nooit door enige technologie vervangen kunnen worden.

Informatica21/05/2016 Documentcode: a153007
Digitale aanvallen op computers van artsen

De nationale raad heeft het probleem van digitale aanvallen op computers van artsen onderzocht.

Advies van de nationale raad :

De nationale raad heeft in zijn vergadering van 21 mei 2016 het probleem van digitale aanvallen op computers van artsen bestudeerd.

Verschillende artsen zijn het slachtoffer geworden van digitale fraude onder de vorm van ransomware. Dit houdt in dat het aanklikken van een link, op een ogenschijnlijk normaal uitziende e-mail of website, tot gevolg heeft dat alle data die zich op de computer bevinden ontoegankelijk worden voor de gebruiker. Op het scherm verschijnt een boodschap met de belofte dat tegen het betalen van losgeld de "hackers" de gegevens zullen vrijgeven. De praktijk leert dat men niet mag ingaan op dergelijk verzoek. Wat men ook onderneemt de gegevens zullen ontoegankelijk blijven. Dit heeft voor de artsen en de patiënten zware gevolgen omdat de patiëntendossiers, het instrument bij uitstek voor de kwaliteit en continuïteit van de zorg, onherroepelijk verloren zijn. Indien een arts slachtoffer is van dergelijke criminele praktijken dient hij aangifte te doen bij de Federal Computer Crime Unit van de politie, alsook bij zijn provinciale raad.

De controle van e-mails op hun authenticiteit en het adres van de afzender alvorens tot bepaalde acties over te gaan is een doeltreffende beschermingsmaatregel. Het maken van meerdere back-ups van medische gegevens op verschillende digitale dragers (o.a. één back-up buiten de netwerkomgeving, frequent uit te voeren) is noodzakelijk om een blijvende beschikbaarheid te garanderen.

De nationale raad zal het groeiend probleem van cybercrime-aanvallen nauwlettend opvolgen en overleg plegen met de stakeholders om te zoeken naar gepaste beschermingsmaatregelen.

Verder wil de nationale raad de artsen informeren dat om medische gegevens te encrypteren of beveiligde boodschappen te versturen geen gebruik mag gemaakt worden van browsers die gekend zijn voor allerlei illegale en criminele praktijken, zoals de TOR (The Onion Router) browser, e.a. Deze browsers horen niet thuis op de computer van een arts.

Informatica07/02/2015 Documentcode: a148006
Artsen en digitale media

De Nationale Raad herinnert aan de algemene privacyregels die een arts bij het gebruik van de verschillende digitale toepassingen dient na te streven, zeker wanneer hij omgaat met gezondheidsgegevens die door het medisch beroepsgeheim worden gedekt

Advies van de Nationale Raad :

Artsen en digitale media

Het artsenkabinet is vandaag al lang niet meer beperkt tot wat tussen de vier muren ervan gebeurt. Een arts wordt in stijgende mate geconfronteerd met allerlei elektronische toepassingen die de administratieve last die verbonden is aan de uitoefening van de geneeskunde trachten te verminderen. Voorbeelden hiervan zijn de digitalisering van het patiëntendossier, de recente ontwikkeling i.v.m. de attesten van verstrekte zorg, enz. De digitalisering van de maatschappij eist ook dat de arts zelf actief wordt in de virtuele wereld van het internet, via een eigen website, medische fora en sociale media.

Deze leidraad heeft tot doel de arts te begeleiden in de verschillende facetten van de digitalisering van uitoefening van de geneeskunde.

De leidraad gaat meer bepaald in op :
1. het beheer van websites door artsen;
2. het gebruik van sociale media;
3. het online patiënt-artscontact.

Deze leidraad kwam tot stand na raadpleging van gelijkaardige teksten in de ons omringende landen (Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (1) , British Medical Association (2) en General Medical Council (3), alsook van het standpunt van de European Council of Medical Orders inzake telegeneeskunde (4).
Ze werd verder gevoed door reeds bestaande adviezen van de Nationale Raad van de Orde van geneesheren die, waar nodig, geactualiseerd werden.

Alvorens in te gaan op deze thematieken, worden de algemene privacyregels in herinnering gebracht die een arts bij het gebruik van de verschillende digitale toepassingen dient na te streven, zeker wanneer hij omgaat met gezondheidsgegevens die door het medisch beroepsgeheim worden gedekt (5):

- Een verwerking van gezondheidsgegevens kan slechts gebeuren in het belang van de patiënten zonder afbreuk te doen aan hun recht op informationele privacy.
- De gebruikte informatienetwerken dienen voldoende beveiligd te zijn, regelmatig doorgelicht te worden op veiligheidslekken en met de nodige toegangscontrole met eID te zijn voorzien.
- De arts dient een voldoende performant paswoord te gebruiken.
- Hij dient een aangepast antivirus softwareprogramma te gebruiken dat steeds up-to-date is.
- Hij dient de programmatuur bij het stoppen van de activiteiten steeds zorgvuldig af te sluiten.
- Hij werkt uitsluitend met firma's die contractueel een confidentialiteitsbeginsel garanderen.
- Hij gebruikt zijn computer indien enigszins mogelijk uitsluitend voor beroepsdoeleinden.

Meer gedetailleerde informatie over de verwerking van persoonsgegevens in het algemeen vindt u in het document "Referentiemaatregelen voor de beveiliging van elke verwerking van persoonsgegevens" (6).

1 Artsen en websites

Er verschijnen steeds meer en meer websites die de naam en het adres, de werkplek en soms meer specifieke informatie over artsen (curriculum vitae, publicaties, foto's, enz.) vermelden. Sommige artsen tonen hun personalia op individuele titel, anderen, en dit is nu het meest voorkomende geval bij specialisten, doen het binnen een uitgebreidere site, opgericht uit naam van een wetenschappelijke vereniging of een verzorgingsinstelling. Ook ziekenhuizen hebben websites waarin de lijsten van de artsen met hun specialisaties opgenomen worden (7).

Veel websites bevatten evenwel verwijzingen naar handelsondernemingen (logo's of teksten), ongeacht of het al dan niet over farmaceutische firma's gaat of bevatten in de rand publiciteitsteksten en/of reclamefoto's.

De creatie van een website door een arts in het kader van zijn geneeskundige activiteit mag geen ander doel hebben dan het publiek in te lichten over zijn beroepsactiviteit. Websites van of over artsen mogen geen commercieel, noch publicitair karakter aannemen.

Het is aangewezen een privacyclausule op te nemen op de website waarin er specifiek op gewezen wordt dat de persoonsgegevens van patiënten met de nodige omzichtigheid en met respect voor het beroepsgeheim worden verwerkt.

Wanneer een arts merkt dat hem betreffende professionele informatie gepubliceerd werd op een website die niet in overeenstemming is met de deontologische principes, moet hij de nodige initiatieven nemen, teneinde deze informatie te doen verwijderen.

1.1 Informatie die mag voorkomen op de website van een arts

Een arts dient zich steeds bewust te zijn van de gevolgen die het online zetten van informatie met zich meebrengt. De gepubliceerde informatie dient waarheidsgetrouw, objectief, relevant, verifieerbaar, discreet en duidelijk te zijn.

Rekening houdend met het doel van een artsensite, is onder meer de volgende informatie, bestemd voor het publiek, gerechtvaardigd :
• naam en voornaam;
• officiële, wettelijke titels;
• uitgeoefend specialisme volgens de aanbevelingen van de Nationale Raad
• vermeldingen bestemd om de betrekkingen arts-patiënt te vergemakkelijken;
• foto van de arts met redelijke afmetingen;
• inlichtingen i.v.m. het adres en de toegang tot de praktijk;
• telefoon, fax, e-mailadres;
• uurrooster van het spreekuur en van de huisbezoeken;
• conventie en tarieven;
• instructies voor de zorgcontinuïteit;
• programma voor het maken van afspraken is toegelaten indien het de vertrouwelijkheid van de namen van de ingeschreven patiënten waarborgt;
• foto van de toegang tot de praktijk. (8)

Het wordt aangeraden bij de vermelding van het e-mailadres aan te geven dat dit uitsluitend voor administratieve doeleinden mag gebruikt worden en in principe niet bedoeld is voor medische doeleinden, zoals het verstrekken van medische informatie of medisch advies. (cf. punt 3 - Telegeneeskunde)

1.1.1. Links naar andere websites

Links naar andere websites zijn slechts mogelijk in de mate dat deze laatste eveneens dezelfde deontologische criteria eerbiedigen. Links naar beroeps- of wetenschappelijke verenigingen, evenals naar gevalideerde informatie voor patiënten zijn toegelaten.(9)

1.1.2. Beurtrol van de wachtdienst

De publicatie van de beurtrol van de wachtdienst op een website is mogelijk op voorwaarde dat alle deelnemers van de betreffende wachtdienst zich hiermee akkoord verklaren en de deontologische regels betreffende de publiciteit geëerbiedigd worden. De nodige maatregelen dienen te worden genomen zodat deze lijst up-to-date wordt gehouden. (10)

1.1.3. Advertenties voor het rekruteren van patiënten voor een klinische studie

Hoewel het publiceren van advertenties op websites van of voor artsen in de regel verboden is, bestaat er geen bezwaar tegen het adverteren voor het rekruteren van proefpersonen voor deelname aan een medisch-wetenschappelijk onderzoek. Het adverteren moet op een ethische en deontologische wijze gebeuren; de advertentie mag niet misleidend zijn, noch publiciteit bevatten voor de arts-navorser, voor de gezondheidsinstelling waar de klinische proeven zullen plaatsvinden of voor de sponsor van de studie. Er mag niet verwezen worden naar de naam van de promotor, zoals evenmin kan worden aanvaard dat de promotor via zijn website ruchtbaarheid geeft aan lopende experimenten.

De wijze van rekruteren van proefpersonen dient vermeld te worden in het protocol van biomedisch onderzoek bestemd voor de commissie voor medische ethiek. Van deze commissie wordt verwacht dat zij bij de beoordeling zal steunen op internationaal aanvaarde normen.(11)

1.1.4. Monopoliserende websites

Een arts is in principe vrij in de keuze van het webadres voor zijn website. Deze vrijheid wordt slechts beperkt wanneer de keuze ervan een vorm van onrechtmatige mededinging zou inhouden. Het is de deontologische plicht van de arts de nodige bescheidenheid aan de dag te leggen bij de keuze van het webadres, wat betreft de verwijzing naar de plaats waar hij zijn activiteit uitoefent. Deze deontologische plicht is mede ingegeven door de loyauteit die hij dient te hebben t.o.v. zijn collega's krachtens het artikel 19 van de Code van geneeskundige plichtenleer.

1.2 Informatie die niet mag voorkomen op de website van een arts

Elke informatie die de deontologische regels in verband met de publiciteit niet eerbiedigt en zo het doel van de creatie van een artsensite te buiten gaat is niet toegelaten. Hieronder wordt onder meer begrepen informatie die gericht is op het ronselen van patiënten en op het beperken van hun vrije keuze of die het belang van de volksgezondheid of het beroepsgeheim aantast.

Deontologisch is onder meer niet toegelaten:

• iedere vorm van misleidende of vergelijkende publiciteit;
• vergelijkende honorariatarieven;
• het aanzetten tot overbodige onderzoeken of behandelingen;
• publicaties, conferenties en andere mededelingen zonder wetenschappelijk nut of welke een commercieel oogmerk hebben;
• publicatie van getuigenissen van patiënten;
• communicatie van gegevens gedekt door het medisch geheim tenzij ze voldoende beveiligd is;
• gebruik van "cookies" of van eender welk instrument met het uitsluitend doel de bezoekers van een website buiten hun medeweten te identificeren of te profileren.(12)

1.3 Verplichte aangifte

Artsen die over een website beschikken of die van plan zijn er een te creëren, dienen dit ter goedkeuring voor te leggen aan de provinciale raad.

De aangifte is verplicht voor iedere website die informatie bevat over een arts of artsen, om het even of hij beheerd wordt door de artsen in hun naam of in naam van een niet-arts, van een onderneming of van een instelling.

Dit geldt ook voor grondige wijzigingen aan de inhoud van een reeds aangegeven website.

Bij ontvangst van deze aangifte onderzoekt de provinciale raad of de website in overeenstemming is met de deontologische richtlijnen, in het bijzonder wat betreft de publiciteit, en geeft het desgevallend aanbevelingen.

Wanneer de website van een arts of van een groep afhankelijk is van een dienstverlener of van een andere firma, dienen de betrekkingen tussen artsen en personen of onderneming vastgelegd te worden in een overeenkomst die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de provinciale raad. (13)

2. Artsen en sociale media (14)

2.1 Inleiding

De populariteit van sociale media is de laatste jaren snel gegroeid. Er is een wijdverspreid gebruik van websites zoals Facebook, LinkedIn en Twitter tussen artsen en er is een groeiend aantal internetblogs en internetfora die specifiek gericht zijn op de gezondheidszorgberoepen.

Sociale media maken het mogelijk dat artsen (professioneel) online aanwezig kunnen zijn, wat de collegialiteit binnen de beroepsgroep bevordert. (15)

Hoewel artsen vrij zouden moeten kunnen genieten van de vele persoonlijke en professionele voordelen die sociale media kunnen bieden, is het belangrijk dat ze zich tegelijk bewust zijn van de mogelijke risico's die eraan verbonden zijn. (16)

2.2 Garantie op vertrouwelijkheid

Sociale media, door blogs en fora, kunnen artsen een ruimte bieden waarin ze kunnen discussiëren over hun ervaringen uit de klinische praktijk. Aangezien materiaal gepubliceerd op het internet vaak verschijnt in het openbare domein, is het belangrijk dat artsen de nodige voorzichtigheid aan de dag leggen wanneer ze details i.v.m. specifieke medische gevallen bespreken. Artsen hebben een wettelijke en deontologische verplichting tot het geheimhouden van medische gegevens over patiënten. Het bekendmaken op blogs, medische fora of sociale netwerken van identificeerbare informatie van patiënten impliceert, zeker zonder diens toestemming, een schending van dit beroepsgeheim. Hoewel het vaak niet de bedoeling is van artsen hun beroepsgeheim te schenden, is het niet toegelaten dat artsen identificeerbare informatie over patiënten delen op plaatsen waar het kan worden opgevangen door derden. Hoewel afzonderlijke stukken over een patiënt op zich niet noodzakelijk tot de identificatie van de patiënt leiden, kan het samenbrengen van deze stukken bovendien wel leiden tot een dergelijke identificatie, en dus een schending van het beroepsgeheim zijn. (17)

2.3 Grenzen bewaren in de arts-patiëntrelatie

2.3.1. Vriendschapsverzoek

Het is mogelijk, en in kleine gemeenschappen waarschijnlijk, dat artsen vrienden hebben die tevens patiënt zijn. In deze omstandigheden dienen artsen zich bewust te zijn van de grenzen die gesteld moeten worden en dienen zij gevoelig te zijn voor de professionele relatie in de zorgsetting. Gelet op de grotere toegankelijkheid van persoonlijke informatie, kan het aangaan van informele relaties met patiënten op websites zoals Facebook, de kans dat de grens tussen professioneel en privé vervaagt of overschreden wordt, doen toenemen, zeker waar voordien enkel een professionele relatie tussen de arts en de patiënt bestond.

Artsen die vriendschapsverzoeken ontvangen van huidige of oude patiënten moeten die beleefd weigeren en uitleggen dat het ongepast zou zijn voor hen om deze te accepteren. (18)

2.3.2. Professioneel profiel

Sommige artsen maken een online profiel aan dat zich uitsluitend beperkt tot een professionele pagina of waarmee zij zich aansluiten bij een professionele sociale netwerksite. Patiënten kunnen dan wel vriend of fan worden van deze professionele pagina, die uitsluitend informatie bevat die relevant is voor de professionele praktijk van de arts. Artsen die online professionele informatie plaatsen, dienen zich bewust te zijn van hun deontologische verplichtingen, in het bijzonder inzake publiciteit. (19)

Sommige artsen presenteren zich, bijvoorbeeld op Twitter, met dezelfde identiteit, en als privépersoon en als professional. Hoewel dit niet verboden is, vergroot het het risico dat zakelijke en persoonlijke communicatie door elkaar gaat lopen. Artsen dienen ervoor te zorgen dat te allen tijde beide profielen gescheiden blijven.

2.3.3. Pseudoniemen

Het is strafrechtelijk verboden een andere (valse) identiteit aan te nemen, teneinde zich openlijk op sociale media te kunnen uitspreken (art. 231 van het Strafwetboek).
Evenwel is het toegelaten met een pseudoniem of een avatar te werken in de privésfeer indien men toch actief wil zijn op bepaalde sociale media. Het aannemen van een pseudoniem of een avatar gebeurt doorgaans ter bescherming van de eigen identiteit en zorgt ervoor dat men actief kan zijn op sociale media zonder de grens tussen het privé en het professionele leven te overschrijden. Het gebruik van pseudoniemen en avatars is evenwel niet toelaatbaar in de professionele werkomgeving.

2.3.4. Persoonlijke informatie i.v.m. de arts

Opdat een arts de nodige professionaliteit aan de dag kan blijven leggen, dient hij bovendien de nodige objectiviteit jegens zijn patiënten te bewaren. Sociale media hebben het effect dat ze de grenzen doen vervagen tussen het individuele privéleven en het professionele leven. Artsen zijn zich vaak niet bewust dat persoonlijk informatie die zij wensen te delen met vrienden, toegankelijk is voor een veel breder publiek en dat het eenmaal op het internet geplaatst niet meer mogelijk is het materiaal te verwijderen. Waar artsen het delen van persoonlijke informatie over zichzelf aan patiënten in persoonlijke contacten kunnen beheersen, is de beheersbaarheid van deze informatie op sociale media zeer moeilijk. (20)

Daarom is het van belang dat een arts op sociale media ook zijn persoonlijk profiel zo bescheiden mogelijk houdt en er zich regelmatig van vergewist dat zijn persoonlijke en professionele informatie op een eigen pagina en - voor zover mogelijk - informatie die over de arts door anderen is gepubliceerd, accuraat en toepasselijk blijft.

Het is ten slotte aan te raden informatie (professioneel en privé) nooit op sociale media te plaatsen waarvan men niet zeker is dat deze informatie geen eigen leven kan gaan leiden of uit zijn verband getrokken kan worden.

2.3.5. Privacyinstellingen

Sommige sociale media hebben privacyinstellingen die de gebruikers de mogelijkheid geven om controle uit te oefenen over en beperkingen te stellen op wie toegang heeft tot hun persoonlijke informatie. De standaardinstellingen van dergelijke websites laten toe dat verschillende types van inhoud worden gedeeld buiten het persoonlijk netwerk van vrienden. Het is belangrijk dat artsen zich vertrouwd maken met de privacyregels van de verschillende sociale media en de instellingen aanpassen zodat het zeker is dat hun inhoud afgeschermd is in de mate dat zij die zelf verkiezen, zowel wat betreft het persoonlijke, als het professionele profiel. (21)

Het wordt aangeraden steeds de meest strikte privacyinstellingen te kiezen.

Artsen dienen bovendien op geregelde tijdstippen de actuele privacyinstellingen te controleren teneinde na te gaan of deze nog steeds in overeenstemming zijn met het door hen gekozen niveau van afscherming. (22)

Voor wat betreft de professionele informatie dient bovendien nagegaan te worden of de privacyinstellingen door de gebruikte sociale media ondertussen niet werden aangepast op een zodanige wijze dat een strijdigheid zou ontstaan met de deontologische regels. Indien een arts een dergelijke tegenstrijdigheid vaststelt, dient hij de nodige maatregelen te treffen om de privacyinstellingen aan te passen.

Indien het niet mogelijk is de privacyinstellingen van de sociale media aan te passen overeenkomstig de deontologische verplichtingen, dient de arts zijn account en de inhoud ervan te (laten) vernietigen.

Niet alle inhoud op sociale media kan afgeschermd worden op deze wijze en bepaalde sociale media hebben geen flexibele privacyinstellingen. Wil men absoluut niet dat men kennisneemt van bepaalde informatie, dan plaatst men die niet online.

2.4. Kritiek

Het is belangrijk dat artsen in staat zijn zich ten volle te engageren in debatten die een invloed hebben op hun professionele leven. Het internet is hiertoe op groeiende wijze het forum bij uitstek. De vrijheid die individuelen hebben om hun meningen kenbaar te maken op fora en blogs is evenwel niet absoluut en wordt beperkt door de noodzaak te vermijden dat rechten en reputaties van anderen zouden worden geschaad. Wanneer zij iets online posten, kunnen mensen zich soms minder geremd voelen en als gevolg hiervan zaken zeggen die zij in een andere context niet zouden zeggen. (23)

Hoewel online discussies over patiënten en praktijkervaringen onder collega's zowel een educatief als een professioneel voordeel kunnen hebben, dienen informele discussies over patiënten op publieke internetfora vermeden te worden. Zelfs wanneer artsen anoniem posten of er zeker van zijn dat wat ze zeggen niet het beroepsgeheim in het gevaar brengt, zouden zij moeten overwegen hoe zij zelf dergelijke bemerkingen als storend zouden ervaren. Ze moeten de potentiële schade die zij hierdoor aan het publieke vertrouwen in het artsenkorps in het geheel zouden kunnen aanbrengen, in gedachte houden. (24)

Ze moeten vermijden dat zij ondoordachte of niet gefundeerde negatieve bemerkingen maken over individuen of organisaties. Het nalaten een belangenconflict te vermelden ondermijnt bovendien het publieke vertrouwen in het artsenkorps en compromitteert de professionaliteit van het beroep.

Heeft een arts kritiek op een collega, dan moet hij die op de eerste plaats met de betreffende collega bespreken. (25)

De regels i.v.m. het omgaan met laster (26) zijn eveneens van toepassing op elke bemerking die op het internet wordt gepost, ongeacht of deze gemaakt is in de persoonlijke of de professionele sfeer. Dit kan aanleiding geven tot het opstarten van een gerechtelijke procedure.

Hoewel het een patiënt vrijstaat zich op sociale media openlijk uit te spreken over zijn gezondheidstoestand, de behandeling en zelfs de gekozen arts, is het aan deze laatste omwille van zijn medisch beroepsgeheim niet toegelaten hierop te reageren. Een patiënt die op een internetforum zijn beklag doet over een bepaalde behandeling kan slechts gewezen worden op de daartoe wettelijk bestaande structuren van de ombudsdienst.

3 Artsen en telegeneeskunde

In verschillende disciplines van de geneeskunde ziet men met de vooruitgang van de digitalisering het voorvoegsel "tele-" opduiken (teleradiologie, teledermatologie, telecardiologie, etc. ).

Dergelijke vormen van geneeskunde mogen niet leiden tot een dehumanisering van de relatie arts-patiënt. Evenwel kunnen technologieën in belangrijke mate bijdragen aan een verbetering van de zorg.

3.1 Telegeneeskunde

3.1.1. Telefonisch advies

De meest verbreide vorm van telegeneeskunde vandaag is het "telefonisch advies". Het wordt het door de patiënt als handig, makkelijk en als een verworven recht ervaren. Dat patiënten bij hun arts terecht moeten kunnen voor een "pertinente vraag" of een advies inwinnen kort nadat ze op raadpleging zijn geweest, wordt absoluut niet betwist. Daarentegen is het telefonisch vragen van raad in geval van acute ziekte om een raadpleging te omzeilen een dagelijkse werkelijkheid aan het worden die in de mate van het mogelijke moet worden afgeremd.

Vele artsen ervaren het "onterecht" telefonisch consult bovendien als storend, tijdrovend, gevaarlijk en onnuttig wegens het gebrek aan essentiële elementen waarvan het klinisch onderzoek de hoeksteen is en blijft.

De patiënt dient te beseffen dat het "zomaar" bellen als storend en afleidend wordt ervaren zowel door de arts, als door de patiënt die op dat ogenblik op spreekuur is. (27)

Een arts kan bovendien enkel advies uitbrengen aan een gekende en geïdentificeerde patiënt nadat hij deze reeds onderzocht heeft, in de zorgcontinuïteit (bv. evaluatie, aanpassing medicatie nevenwerkingen,...). Voor het aanrekenen van een ereloon voor een telefonisch medisch advies bestaat er geen Riziv-nummer. In zoverre men de patiënt hiervoor al iets zou kunnen aanrekenen, kan deze laatste bijgevolg geen terugbetaling krijgen. (28)

Aan een ongekende of een niet-geïdentificeerde patiënt (situatie tijdens wachtdienst) dient het telefonisch advies kort en voorzichtig te worden gehouden en dient een patiëntencontact te worden voorgesteld.

De patiënt moet geïnformeerd worden over het feit dat een arts onmogelijk een diagnose kan stellen zonder anamnese en fysiek onderzoek. Het interpreteren van (acute) symptomen is onbegonnen werk en houdt risico's in voor de (volks)gezondheid.

In beide gevallen dient nota genomen in het dossier, respectievelijk wachtverslag. (29)

3.1.2. Elektronisch advies en voorschrift

Een arts die actief is op het internet, wordt steeds vaker geconfronteerd met vragen om medisch advies via e-mail of sociale media. Elektronisch verkeer tussen de arts en de patiënt dient zich te beperken tot de uitwisseling van administratieve informatie.

Een arts kan op een vraag van een patiënt slechts beperkt ingaan voor zover de arts behandelend arts is van de patiënt en het gaat over medisch advies in niet-dringende zaken. Bovendien kan het enkel gaan om additionele informatie. Het stellen van een diagnose is niet toegestaan. Hiervoor zal de patiënt steeds op raadpleging moeten komen bij de arts.

Dit belet evenwel niet aan dat patiënten een arts die zijn e-mailadres bekend heeft gemaakt aan het publiek of die actief is op elektronische media, rechtstreeks vragen stellen. De arts moet die binnen een redelijke termijn beantwoorden.

Het elektronisch doorsturen van voorschrift vormt hierop een uitzondering. Voor zover er gebruik gemaakt wordt van Recip-e (meer info http://recip-e.be/home-nl) is het (deontologisch) toegelaten dat patiënt op basis van een dergelijk elektronisch voorschrift de geneesmiddelen bij een apotheek bekomt, zonder dat hij het voorschrift fysiek ontvangen heeft van de arts.

Het elektronisch verzenden naar de patiënt van een herhaalvoorschrift wordt eveneens aanvaard. Een herhaalvoorschrift is een voorschrift dat deel uitmaakt van een langdurige behandeling waarvoor de patiënt reeds op raadpleging is gekomen. In dergelijke gevallen kan het volstaan, mits waarborgen wat betreft veiligheid en medisch beroepsgeheim, dat het herhaalvoorschrift via elektronische weg aan de patiënt wordt bezorgd.

3.1.3. Triage

Recent ziet men dat zowel solo- als groepspraktijken, beroep doen op praktijkassistenten en call-centers om de telefoonstroom te beheersen, zogenaamde "triage". Aldus kan de arts zijn beschikbare tijd maximaal aan de patiënt in zijn spreekkamer te besteden.

Bij het werken met "tussenstations" moet men over een overeenkomst beschikken met de nodige kwaliteitsgaranties wat betreft de afbakening van de taken, verplichte overdracht van informatie, bepalen van verantwoordelijkheid, opvolging en feedback, enz. Minimale deontologische vereisten zoals vrije patiëntenkeuze, discretieplicht, effectief gezag op medisch vlak dienen er ook in opgenomen te worden. Deze overeenkomst dient voorafgaandelijk ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de bevoegde provinciale raad . (30)

3.2 Telemonitoring

3.2.1. Monitoren op afstand

Telemonitoring is het monitoren op afstand van een patiënt door een arts. Er worden objectieve biomedische resultaten doorgestuurd aan de arts die deze interpreteert. (31)

Wanneer een arts in het kader van een langdurige behandeling van oordeel is dat telemonitoring noodzakelijk is (bv. voor de behandeling van een patiënt met hartfalen), dan informeert hij de patiënt voorafgaandelijk aangaande de te nemen schikkingen bij alarmen of bij urgente situaties. Indien de arts en de patiënt het eens zijn over de methode, kan de arts aan de patiënt zelf een billijke vergoeding vragen voor het gepresteerde werk, namelijk de supervisie en de reacties op de alarmen. (32)

De arts zal erover waken dat de firma die de toestellen voor de telemonitoring levert, in de nodige waarborgen voorziet voor de biotechnische veiligheid en het onderhoud van de monitors en de permanente beschikbaarheid van de geregistreerde signalen.

3.2.2. Videoconferentie

Parallel aan telemonitoring kan ook gewezen worden op het gebruik van videoconferentie bij chronische patiënten in de thuiszorg. Beeldcommunicatie in dergelijke situaties tussen artsen/hulpverleners en een chronische patiënt doorbreekt het isolement van de laatstgenoemde en opent nieuwe perspectieven voor het opbouwen van sociale netwerken binnen een zorgkader.

Om de confidentialiteit van de uitgewisselde informatie bij deze vorm van communicatie te waarborgen dient in een voldoende beveiligde elektronische verbinding te worden voorzien. Daarenboven moet de patiënt de mogelijkheid hebben om op elk moment van de videoconferentie af te zien, zonder dat dit enige weerslag heeft op de zorg. (33)

3.2.3. Medische apps

De ontwikkeling van talrijke medische "apps" (applications) zorgt voor een nieuwe evolutie in de telemonitoring. De arts dient zich te vergewissen van de kwaliteit van deze apps, en dit in samenwerking met de wetenschappelijke verenigingen, navormingsinstanties en universiteiten. Hij moet volledig overtuigd zijn van de veiligheid en de bescherming van het beroepsgeheim, alvorens samen met de patiënt voor deze vorm van telemonitoring te kiezen.

3.3 Teleoverleg

Overleg tussen artsen over een patiënt speelt zich niet langer alleen af binnen de muren van eenzelfde zorginstelling. Regelmatig gebeurt het dat specifiek ervaren artsen van een ander ziekenhuis of zelfs van een ander land met elkaar overleggen en de medische situatie van een concrete patiënt met elkaar bespreken. Aangezien dit overleg de kwaliteit van de zorg en behandeling enkel maar ten goede komt, is het een onontbeerlijk deel van de hedendaagse gezondheidszorg geworden. Het zorgt ervoor dat het netwerk van medische expertise ongelimiteerd wordt. (34)

Teleoverleg, waaronder de videoconferentie tussen artsen de voornaamste vorm is, dient bijgevolg gunstig onthaald en zelfs gestimuleerd te worden voor zover het een positief effect kan hebben op de behandeling van de patiënt. Een dergelijke videoconferentie dient evenwel steeds plaats te vinden tussen artsen die elk afzonderlijk kunnen garanderen dat de privacy van de patiënt gerespecteerd wordt. Dit betekent dat een videoconferentie slechts kan plaatsvinden in dezelfde (deontologisch verantwoorde) omstandigheden waarin een fysiek overleg tussen artsen zou hebben plaatsgevonden. Dit impliceert minstens de controle van de identiteit van de gesprekspartner en het bewijs van zijn hoedanigheid als arts. Wanneer een dergelijke setting binnen de grenzen van het redelijke niet kan gegarandeerd worden, dient de videoconferentie uitgesteld te worden tot een moment waarop dit wel kan worden gegarandeerd.

3.4 Bewaren van gezondheidsgegevens in de "cloud"

De digitalisering van de geneeskundige praktijk leidt ertoe dat artsen papieren documenten vermijden en alle gegevens, persoons- en gezondheidsgegevens, van hun patiënten opslaan op de computer. Teneinde over een back-up van deze gegevens te beschikken mocht hun computer het laten afweten, slaan sommige artsen deze gegevens nogmaals op in systemen in de "cloud".

Het opslaan van medische gegevensgezondheidsgegevens in de "cloud" vereist evenwel een doorgedreven veiligheidsprocedure om het beroepsgeheim en de informationele privacy van de patiënt te vrijwaren. Het is daarbij o.m. van vitaal belang te weten waar de server waarop de informatie wordt bewaard, zich feitelijk bevindt, hoe de gezondheidsgegevens opgeslagen worden (encryptie) en welke wetgeving van toepassing is op de verwerking van gezondheidsgegevens. Het toevertrouwen van medische gegevens ter bewaring kan enkele aan firma's die gevestigd zijn in de EU, en die voldoen aan de richtlijn 95/46/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23 november 1995). De regels omtrent beveiliging en confidentialiteit dienen opgenomen in een overeenkomst tussen de arts en de firma.

Recente gebeurtenissen hebben de kwetsbaarheid van elektronisch opgeslagen informatie aangetoond. Om die reden kan de arts niet voorzichtig genoeg zijn bij het bewaren van persoonsgegevens, en in het bijzonder gezondheidsgegevens.

1. http://knmg.artsennet.nl/Publicaties/KNMGpublicatie/62422/Richtlijn-online-artspatient-contact-2007-met-aanvulling-Handreiking-Artsen-en-Social-Media-2011.htm
2. http://www.bma.org.uk/practical-support-at-work/ethics
3. http://www.gmc-uk.org/guidance/ethical_guidance/21186.asp
4. http://ceom-ecmo.eu
5. Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren "Beveiliging van gegevens die door het beroepsgeheim gedekt zijn" van 28 juni 2014.
6. http://www.privacycommission.be/sites/privacycommission/files/documents/referentiemaatregelen_voor_de_beveiliging_van_elke_verwerking_van_persoonsgegevens_0.pdf
7. Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren "Internetsites van artsen" van 20 juni 1998.
8. Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren "Aanpassing van de aanbevelingen van de Nationale Raad van 21 september 2002 en van 17 januari 2004 betreffende het beheer van internetsites door artsen" van 1 oktober 2005
9. Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren "Aanpassing van de aanbevelingen van de Nationale Raad van 21 september 2002 en van 17 januari 2004 betreffende het beheer van internetsites door artsen" van 1 oktober 2005
10. Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren "Wachtdienst van huisartsen - Bereikbaarheid - Publicatie van de wachtrol op een internetsite" van 16 september 2000.
11. Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren, "Advertenties voor het rekruteren van patiënten in een klinische studie" van 17 januari 2004.
12. Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren "Aanpassing van de aanbevelingen van de Nationale Raad van 21 september 2002 en van 17 januari 2004 betreffende het beheer van internetsites door artsen" van 1 oktober 2005.
13. Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren "Aanpassing van de aanbevelingen van de Nationale Raad van 21 september 2002 en van 17 januari 2004 betreffende het beheer van internetsites door artsen" van 1 oktober 2005.
14. Met de term "sociale media" wordt gedoeld op online platformen met sociale netwerken waarbinnen de gebruikers tezamen zorg dragen voor de inhoud.
15. Artsen en Sociale Media, Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, november 2011, 5.
16. Using social media: practical and ethical guidance for doctors and medical students, British Medical Association, 2011
17. Using social media: practical and ethical guidance for doctors and medical students, British Medical Association, 2011
18. Using social media: practical and ethical guidance for doctors and medical students, British Medical Association, 2011
19. Artsen en Sociale Media, Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, november 2011, 14.
20. Using social media: practical and ethical guidance for doctors and medical students, British Medical Association, 2011
21. Using social media: practical and ethical guidance for doctors and medical students, British Medical Association, 2011
22. Artsen en Sociale Media, Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, november 2011, 11
23. Using social media: practical and ethical guidance for doctors and medical students, British Medical Association, 2011
24. Using social media: practical and ethical guidance for doctors and medical students, British Medical Association, 2011
25. Artsen en Sociale Media, Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, november 2011, 21
26. Laster is de handeling van het maken van een ongerechtvaardigd standpunt dat de eer van een persoon kan krenken.
27. M. DENEYER, "Telegeneeskunde kan unw gezondheid ernstige schade aanrichten", bijlage bij Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren, "Telefonisch advies door een arts - Ereloon" van 16 februari 2008.
28. Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren, "Telefonisch advies door een arts - Ereloon" van 16 februari 2008.
29. M. DENEYER, "Telegeneeskunde kan unw gezondheid ernstige schade aanrichten", bijlage bij Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren, "Telefonisch advies door een arts - Ereloon" van 16 februari 2008.
30. M. DENEYER, "Telegeneeskunde kan uw gezondheid ernstige schade aanrichten", bijlage bij Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren, "Telefonisch advies door een arts - Ereloon" van 16 februari 2008.
31. Statement of the European Council of Medical Orders on Telemedicine, adopted on the 13th of June 2014.
32. Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren "Vergoeding in geval van telemonitoring", van 13 oktober 2012.
33. Advies van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren, "Communicatie via videoconferentie in de gezondheidszorg", van 20 april 2013.
34.Statement of the European Council of Medical Orders on Telemedicine, adopted on the 13th of June 2014.

Informatica28/06/2014 Documentcode: a146003
Beveiliging van gegevens die door het beroepsgeheim gedekt zijn

Recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat geheime diensten zich toegang hebben verschaft tot allerlei databanken met gevoelige informatie. De vraag rijst hoe veilig zijn gegevens die door het beroepsgeheim gedekt zijn.

Advies van de Nationale Raad :

De Nationale Raad heeft in zijn vergadering van 28 juni 2014 uw adviesvraag onderzocht aangaande het oneigenlijk toegang verschaffen door geheime diensten tot persoonsgegevens betreffende de gezondheid die elektronisch worden verwerkt.

De Nationale Raad is zich ervan bewust dat het elektronisch verwerken risico's op lekken van of oneigenlijke toegang tot gegevens die door het beroepsgeheim worden gedekt, met zich kan meebrengen. Deze risico's zijn evenwel tot een minimum te herleiden mits het naleven van onderstaande, niet-limitatieve, vuistregels:

- het gebruik van informatienetwerken die voldoende beveiligd zijn, regelmatig doorgelicht worden op veiligheidslekken en die de nodige toegangcontrole met eID voorzien;
- het gebruik van een voldoende performant paswoord;
- het gebruik van aangepaste antivirus software;
- het afsluiten van de programmatuur bij het stoppen van de activiteiten;
- het werken met firma's die contractueel een confidentialiteitsbeginsel garanderen;
- de computer uitsluitend voor beroepsdoeleinden gebruiken.

Meer gedetailleerde informatie over de verwerking van persoonsgegevens in het algemeen vindt u in het document "Referentiemaatregelen voor de beveiliging van elke verwerking van persoonsgegevens"
http://www.privacycommission.be/sites/privacycommission/files/documents/referentiemaatregelen_voor_de_beveiliging_van_elke_verwerking_van_persoonsgegevens_0.pdf.

De Nationale Raad onderstreept het nut van de elektronische uitwisseling van medische gegevens en zal erover blijven waken dat deze kan gebeuren in het belang van de patiënt zonder afbreuk te doen aan diens recht op informationele privacy.

Informatica10/12/2011 Documentcode: a136015
Informaticatoepassing - Multidisciplinaire samenwerking in het kader van zorgtrajecten

De Nationale Raad wordt door een provinciale raad om advies verzocht aangaande de ontwikkeling van Medipath, een informaticatoepassing voor het beheer van multidisciplinaire samenwerking in het kader van zorgtrajecten.

Advies van de Nationale Raad :

In zijn zitting van 10 december 2011 heeft de Nationale Raad uw adviesvraag onderzocht betreffende de ontwikkeling van Medipath, een informaticatoepassing voor het beheer van multidisciplinaire samenwerking in het kader van zorgtrajecten.

De Nationale Raad erkent het nut van de uitwisseling van medische gegevens in de context van een multidisciplinair team.

In het voorliggende geval werd de firma Medibridge aangezocht om een oplossing uit te werken zodat de gegevens van een patiënt vanuit het elektronisch medisch dossier op een transparante, gebruiksvriendelijke en beveiligde manier consulteerbaar zijn en opgevolgd kunnen worden binnen een multidisciplinair team.

In het voorliggende voorstel is het multidisciplinair team minimaal samengesteld uit de huisarts, een educator, een arts-specialist, een diëtist, een podoloog, eventueel aangevuld met andere beroepsbeoefenaars.

De Nationale Raad wijst erop dat de patiënt of zijn vertegenwoordiger na voorafgaandelijk ingelicht te zijn, de toestemming dient te geven omtrent deze gegevensoverdracht.

Het systeem Medipath moet dermate ontwikkeld worden dat elke beroepsbeoefenaar alleen de gegevens kan raadplegen die noodzakelijk zijn voor de zorg die hij verleent. Bijgevolg moet de beschikbare informatie opgedeeld worden in categorieën, welke volgens de discipline van de onderscheidenlijke beroepsbeoefenaars kunnen geraadpleegd worden.
Er dient een repertorium van loggings te worden voorzien waarmede de patiënt of huisarts de toegang tot medische gegevens kan traceren.