keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Resultaten

Internet19/11/2022 Documentcode: a169022
Dixit-attest binnen de context van het onderwijs

Persbericht – Dixit-attest binnen de context van het onderwijs

Ondanks de inspanningen van de Orde der artsen om de deontologische regels in verband met het opstellen van medische attesten toe te lichten (artikel 26, Code van medische deontologie), stelt de nationale raad vast dat de bijzondere toepassing van het dixit-attest binnen de context van het onderwijs nog steeds voor verwarring zorgt bij sommige artsen.

De arts mag nooit een geneeskundig getuigschrift voor schoolverzuim opstellen om niet-medische redenen (familievakantie, problemen transport, enz.).

Onder meer binnen de context van het onderwijs, kan de arts uitzonderlijk een dixit-attest opstellen omwille van gezondheidsredenen die niet of niet meer objectief kunnen worden vastgesteld.

Het dixit-attest vermeldt uitdrukkelijk dat het attest uitsluitend is gebaseerd op de verklaringen van de betrokkene en niet op de eigen medische vaststellingen van de arts.

De nationale raad heeft volgend model van dixit-attesten goedgekeurd, opgesteld in overleg met het departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap:

https://ordomedic.be/nl/adviezen/professionele-samenwerking/centra-voor-leerlingenbegeleiding-clb/nieuwe-model-dixit-attesten

Meer informatie over de deontologische regels die verband houden met het opstellen van medische attesten, kan u hier raadplegen:

https://ordomedic.be/nl/adviezen/deontologie/discipline/beleidsvisie-inzake-wellwillendheidsattesten

https://ordomedic.be/nl/adviezen/attesten/getuigschrift/opstellen-van-medische-documenten-principes-en-aanbevelingen

Internet04/06/2021 Documentcode: a168011
Communicatie in tijden van een gezondheidscrisis

Artsen hebben actief deelgenomen aan het openbare debat gedurende de aanpak van de door Covid-19 veroorzaakte gezondheidscrisis.

Hierbij zijn enkele vragen gerezen omtrent de vrije meningsuiting van een arts over een gezondheidsonderwerp.

De Orde der artsen meent dat het in het algemeen belang is dat artsen tijdens een gezondheidscrisis bijdragen tot informatie die de gezondheid helpt behouden en verbeteren.

Wetenschappelijke standpunten kunnen zeker bij het optreden van een nieuw ziektebeeld uiteenlopen en aanleiding geven tot wetenschappelijke discussies welke met het tijdsverloop leiden tot een voortschrijdend inzicht en uiteindelijk een gedragen universele aanpak.

Wanneer een arts uitspraken doet buiten een wetenschappelijke kring houdt hij rekening met het kennisniveau en, bijgevolg, de kritische ingesteldheid van het publiek tot wie hij zich richt. Hoe ruimer en gevarieerder het publiek, hoe meer de arts zijn woorden dient te wikken en te wegen. De verstrekte medische informatie beïnvloedt de individuele en de collectieve keuzes door het vertrouwen dat men heeft in de artsen. De arts moet zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid die hij draagt en hij mag de gezondheidsbelangen die op het spel staan nooit uit het oog verliezen.

De arts laat zich bij zijn communicatie leiden door de medische deontologie en ethiek en zal in geval van gevoelige thema’s een evenwichtig kader schetsen.

De arts mag geen onjuiste informatie verstrekken die manifest ingaat tegen de huidige inzichten van de wetenschap.

Wanneer de arts het woord neemt, maakt hij een duidelijk onderscheid tussen zijn persoonlijke opvattingen en zijn medische kennis.

Zijn analyses zijn nauwkeurig en zijn bewoordingen genuanceerd. De arts argumenteert zijn medische aanpak en vermeldt de bronnen waarop hij zich baseert bij zijn advies of raad. Hij wijst op mogelijke belangenconflicten die twijfel zouden kunnen zaaien over zijn onpartijdigheid.

Indien nodig herinnert hij eraan dat bij de toepassing van een individuele behandeling op maat van een patiënt altijd rekening gehouden dient te worden met de persoonlijke gezondheidssituatie.

Code van medische deontologie (Interpretatie van de-)23/04/2020 Documentcode: a167012
Vergelijkende publiciteit
Na overleg met de leden van de nationale raad die in lockdown zijn, heeft het bureau, in zijn vergadering van 23 april 2020, de wijziging van artikel 37 van de gecommentarieerde Code van medische deontologie goedgekeurd.

Art. 37

De arts mag zijn medische activiteit kenbaar maken aan het publiek.

De informatie, onder welke vorm ook, is waarheidsgetrouw, objectief, relevant, verifieerbaar, discreet en duidelijk. Zij is niet misleidend en zet niet aan tot overbodige medische prestaties.

De arts verzet zich tegen publiciteit die derden over zijn medische activiteit verstrekken en die de bepalingen van het vorige lid niet respecteert.

1. Algemeen

1.1 Juridische restricties

Het recht van de arts om reclame te maken voor zijn medische activiteit volgt uit de Europese en nationale regelgeving. Dit recht is niet absoluut. Het kent beperkingen gemotiveerd door dwingende redenen van algemeen belang, voornamelijk de bescherming van de volksgezondheid.

De wettelijke restricties kunnen betrekking hebben op het onderwerp en de vorm van de reclame. Het Wetboek van economisch recht verbiedt misleidende reclame en legt een strikt wettelijk kader vast voor vergelijkende reclame. De recente wet inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg stelt regels op omtrent de praktijkinformatie die de gezondheidszorgbeoefenaar kenbaar mag maken aan het publiek. Tot slot regelt een bijzondere wet de reclame en informatie betreffende ingrepen van esthetische geneeskunde.

Er is een evolutie in de termen die gebruikt worden door de wetgever. In de wet inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg spreekt de wetgever van "praktijkinformatie" en niet langer van "reclame". De nieuwe term "praktijkinformatie" wordt gedefinieerd als "iedere vorm van mededeling die rechtstreeks en specifiek, ongeacht de daartoe aangewende plaats, drager of aangewende technieken, tot doel heeft een gezondheidsbeoefenaar te laten kennen of informatie te verstrekken over de aard van zijn beroepspraktijk".

1.2 Deontologische restricties

De arts heeft als taak het bevorderen van de gezondheid van de individuele patiënt en de volksgezondheid. Het is van belang dat hij relevante praktijkinformatie kan meedelen aan het publiek.

De gedeelde praktijkinformatie moet evenwel overeenstemmen met de regels van medische deontologie, in het bijzonder de onafhankelijkheid, waardigheid en integriteit van het beroep, evenals het beroepsgeheim.

De arts ziet er op toe dat de verstrekte informatie waarheidsgetrouw, objectief, relevant, verifieerbaar, wetenschappelijk onderbouwd, discreet en duidelijk is.

Is onder meer niet toegelaten:

  • iedere vorm van misleidende publiciteit;
  • vergelijkende honorariatarieven (het toetredingsstatuut tot de nationale overeenkomst is echter een verplichte informatie, krachtens artikel 73, §1, lid 4 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen)
  • het aanzetten tot overbodige onderzoeken of behandelingen;
  • publicaties, conferenties en andere mededelingen zonder wetenschappelijk nut of die een commercieel oogmerk hebben;
  • publicatie van getuigenissen van patiënten;
  • communicatie van gegevens gedekt door het medisch geheim;
  • gebruik van een instrument om de bezoekers van een website buiten hun medeweten te identificeren of te profileren;
  • commerciële promotie van geneesmiddelen of andere gezondheidszorgproducten.

Het staat de arts vrij het advies van de provinciale raad te vragen over een project van professionele praktijkinformatie.

1.3 Verzet tegen publiciteit die derden over zijn medische activiteit verstrekken

De arts dient zich te verzetten tegen publiciteit over zijn medische activiteit die de medische deontologie niet respecteert, ongeacht of hij al dan niet zelf de initiatiefnemer is.

1.4. Respect voor de fysieke en psychische integriteit van de patiënt

Wanneer de arts patiënten betrekt bij informatieverschaffing in de media, eerbiedigt hij hun persoonlijke levenssfeer en waardigheid. De arts moet zich ervan vergewissen dat de patiënten volledig geïnformeerd worden en vrij toestemmen tot medewerking. De fysieke en psychische integriteit van de patiënt moet te allen tijde worden gerespecteerd.

2. Adviezen van de nationale raad

3. Wettelijke bepalingen

4. Informatie - Documentatie - Links

5. Trefwoorden

beroepsactiviteiten van de arts - publiciteit door arts - publiciteit door derden - reclame

Internet14/12/2019 Documentcode: a166020
e-Reputatie - Evaluatie van artsen op onlineplatforms

De nationale raad van de Orde der artsen wordt om advies verzocht over de beoordeling van artsen op onlineplatforms.

1. De beoordeling van de kwaliteit van de zorg moet rekening houden met het oordeel van de patiënt: de methodes die gebruikt worden om te beoordelen en te analyseren hoe de patiënt de zorg beleefd heeft (PREM(1)) en hoe hij zijn gezondheidstoestand ervaart, (PROM(2)) moeten worden aangemoedigd(3).

Bovendien moet de patiënt de mogelijkheid krijgen klachten in verband met zijn behandeling te formuleren(4).

De patiënt het woord geven, verbetert de communicatie tussen hem en de verzorger en draagt bij tot de kwaliteit van de zorg. Tevens vormt het de basis van een zorgrelatie die gericht is op een partnerschap tussen verzorger en patiënt waarbij de patiënt centraal staat in de gezondheidszorg.

2. Naast beoordelingen die beogen de zorg te verbeteren, hebben onlineplatforms (websites, sociale media) de mogelijkheid een gezondheidsbeoefenaar in het openbaar te beoordelen.

De doelstellingen van deze platforms variëren. Sommige zijn verbonden aan een beroepengids, andere hebben publicitaire doeleinden, nog andere wensen louter informatief te zijn. Niet allemaal bieden ze waarborgen inzake transparantie, echtheid, bescherming van de persoonlijke levenssfeer, recht op antwoord, recht op actualisering, enz.

De nationale raad bracht reeds een advies uit over dit soort van platform(5).

De arts moedigt zijn patiënten niet aan om hem op dergelijke platforms te beoordelen.(6) Hij vermijdt actief te zijn op dergelijke platforms.

3. Soms gebeurt het dat kritiek weliswaar op een ongepaste manier is geformuleerd, maar toch pertinent is. In dit geval moet dit de arts aanzetten tot reflectie en eventueel tot verontschuldigingen.

Openbare kritiek, die vaak anoniem is, kan de persoon op wie ze gericht is, frustreren.

Indien de arts wenst te reageren op commentaar over hem en hij hiertoe de mogelijkheid krijgt, moet hij dit echter op een professionele wijze doen. Zijn antwoord dient respectvol te zijn en te getuigen van empathie tegenover datgene wat de patiënt verwoordt. De vertrouwelijkheid waarop de zorgrelatie stoelt, mag in geen geval geschonden worden. Een openbaar antwoord beperkt zich tot een vredelievend, algemeen en indien nodig uitleg verstrekkend antwoord. Voor het overige dient de arts een privégesprek voor te stellen.

Een ongepast antwoord schaadt soms meer iemands reputatie dan een anonieme commentaar. Bovendien leert de ervaring dat het ontkennen van een in de media verspreid gerucht vaak het tegenovergestelde effect heeft van wat men tracht te bereiken en soms is het dan ook beter te zwijgen.

4. Het publiceren van negatieve commentaar op een bij naam genoemde persoon is op zich niet onwettig. Het valt onder de vrijheid van meningsuiting, dat een fundamenteel recht is(7). Volgens het Europees Hof is de vrijheid van meningsuiting "een van de wezenlijke grondslagen van een democratische maatschappij en een van de fundamentele voorwaarden voor de vooruitgang ervan en voor de ontwikkeling van elkeen".

Wanneer een arts te maken krijgt met commentaar die hij ongepast acht, verzoekt hij de auteur ervan of de beheerder van de site deze commentaar te verwijderen. In geval van weigering, hangen de middelen die ingezet kunnen worden af van een juridische studie die dient na te gaan of de commentaar in strijd is met de regels betreffende de verwerking van persoonsgegevens dan wel of ze een fout uitmaakt in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk wetboek of zelfs een strafbaar feit zoals laster of eerroof.



(1) 1Patient-Reported Experience Measures

(2) Patient-Reported Outcome Measures

(3) https://kce.fgov.be/nl/het-gebruik-van-pati%C3%ABntuitkomsten-en-ervaringen-promsprems-voor-klinische-en-beleidsdoeleinden KCE Reports 303 A (2018)

(4) De patiënt kan worden doorverwezen naar de federale ombudsdienst "rechten van de patiënt" (ambulante sector) en de ombudsfunctie "rechten van de patiënt" (ziekenhuissector) (art. 11, § 1 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt)

(5) Advies van 19 november 2016, ‘platform www.wisdoc.com', TNR nr. 155, a155001

(6) Advies van 7 februari 2015, Artsen en digitale media", TNR nr. 148

(7) Artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens


Commissie voor medische ethiek20/01/2018 Documentcode: a160012
report_problem

Dit advies vervangt het advies van 17 januari 2004 (a104002).

Advertenties voor het rekruteren van patiënten in een klinische studie

Een provinciale raad legt aan de Nationale Raad een brief voor van de voorzitter van de commissie voor medische ethiek van een ziekenhuis met betrekking tot het rekruteren van patiënten in een klinische studie. Deze vraagt of aan het advies van de Nationale Raad van 17 september 1994 (Tijdschrift Nationale Raad nr. 68, juni 1995, p. 29-30) preciseringen kunnen aangebracht worden die de onderzoekers toelaten op een ethisch verantwoorde manier de rekrutering van proefpersonen te bevorderen met behulp van advertenties

In zijn vergadering van 20 januari 2018 wijzigde de nationale raad zijn advies ‘Advertenties voor het rekruteren van patiënten in een klinische studie‘ van 17 januari 2004 (a104002) als volgt.

Advies van de nationale raad :

De Nationale Raad heeft er geen bezwaar tegen dat een arts-navorser adverteert voor het rekruteren van proefpersonen voor deelname aan een medisch- wetenschappelijk onderzoek. Het adverteren moet op een ethische en deontologische wijze gebeuren; de advertentie mag niet misleidend zijn.

De eventuele financiële vergoeding van de deelnemer mag de kosten en de eventuele inkomstenderving niet overschrijden; ze mag niet afhankelijk zijn van het resultaat van het onderzoek. Financieel voordeel mag geen aansporing zijn tot deelname aan klinische proeven.

De wijze van rekruteren en de eventueel met de deelnemer te sluiten financiële overeenkomst dienen vermeld te worden in het protocol van biomedisch onderzoek voorgelegd aan het bevoegd ethische comité. Van dit comité wordt verwacht dat het zich bij de beoordeling zal baseren op internationaal aanvaarde normen, in het bijzonder de Verklaring van Helsinki van de World Medical Association.

Geneesmiddelen10/06/2017 Documentcode: a157013
Verkoop van geneesmiddelen via internet

Gezamenlijk advies van de Orde der artsen, de Orde der apothekers, de Ligue des Usagers des Services de Santé (LUSS) en van het Vlaams Patiëntenplatform i.v.m. de verkoop van geneesmiddelen via internet.


De patiëntenverenigingen en de beroepsordes willen hun leden, en in ruimere zin de gemeenschap, ervan bewust maken dat de verkoop van geneesmiddelen via internet uit de hand loopt.

1° De verkoop via internet van geneesmiddelen afgeleverd op voorschrift is in België niet toegelaten.

Alleen de verkoop van geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor geen voorschrift nodig is en van bepaalde medische hulpmiddelen door apothekers die praktiseren in een apotheek toegankelijk voor het publiek is, onder strikte voorwaarden, toegelaten via internet.

De apothekers-titularissen van deze apotheken waar een systeem van verkoopaanbod via internet wordt opgezet dienen hun internetsite bekend te maken aan de Orde der apothekers en aan het federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten die de lijst ervan op zijn site https://www.fagg-afmps.be/sites/default/files/downloads/Websites.pdf publiceert.

De website van deze apotheek dient het imago te reflecteren van een plaats van volksgezondheid bestemd voor de verstrekking van farmaceutische zorgen en mag niet gereduceerd worden tot een commerciële ruimte.

Hij moet de deontologische beginselen in acht nemen, met name betreffende de informatie verstrekt aan de patiënt die waarheidsgetrouw, objectief, verifieerbaar en begrijpelijk moet zijn en geen overconsumptie in de hand mag werken.

2° Buiten het wettelijke circuit ontsnappen de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid van de via internet verkochte geneesmiddelen aan de controle van de bevoegde overheden.

Bepaalde geneesmiddelen verkrijgbaar via internet mogen in België niet verkocht worden, zijn nagemaakt of vervalst. Ze kunnen gevaarlijk zijn voor de gezondheid, hetzij door hun giftigheid, hetzij door hun ondoeltreffendheid. Bovendien brengen ze een financieel nadeel mee.

Het juist inlichten van de patiënt inzake de samenstelling, de toedieningswijze en de ongewenste bijwerkingen is niet gewaarborgd.

Tot slot kan ook de eerbiediging van de private levenssfeer van de patiënt, die eventueel informatie over zijn gezondheid moet meedelen, mank lopen.

3° De tussenkomst van de apotheker is van fundamenteel belang voor een gepast gebruik van de geneesmiddelen dat de patiënt beschermt tegen interactie tussen geneesmiddelen, contra-indicatie, dubbele medicatie, over- of onderdosering, enz.

Bovendien staat de apotheker in voor de kwaliteit van het geneesmiddel dat hij aflevert.

4° Het is in strijd met de geneeskundige plichtenleer, onder meer gelet op de risico's voor de patiënt, dat een arts voor een medische behandeling een geneesmiddel aanbeveelt of gebruikt dat niet verkregen werd bij een apotheker, behoudens wettelijke uitzonderingen.

5° Bepaalde sites die geneesmiddelen, al dan niet onderworpen aan een voorschrift, verkopen laten zich bijstaan door artsen om het vertrouwen van de patiënt te winnen.

Dit vertrouwen riskeert beschaamd te worden aangezien de beroepskwalificaties en de bevoegdheid om uit te oefenen van deze artsen meestal onmogelijk te controleren zijn.

Het gebeurt dat deze artsen online raad geven of zelfs geneesmiddelenvoorschriften afleveren.

De patiënt moet zich bewust zijn van het ontbreken van professionele onafhankelijkheid van de arts die samenwerkt met een verkoopwebsite. Om deze reden moeten, in België, de twee activiteiten volledig onafhankelijk van elkaar uitgeoefend worden.

Alvorens geneesmiddelen te kopen via internet, eventueel op aanraden van een arts, moet de patiënt nagaan welke rechtsmiddelen hij heeft bij een schadegeval en welke de dekking is van de beroepsaansprakelijkheid van de verantwoordelijke van de verkoopwebsite en van de arts.

Tot slot beantwoordt het medisch voorschrift of het advies, zonder rechtstreeks contact met een patiënt die de arts niet kent en zonder dat het voorschrift gepaard gaat met een globale en continue zorg voor de patiënt, niet aan de kwaliteitsvereisten van de zorg.

6° In het kader van een informatiecampagne over het thema "Geneesmiddelen via internet? Surf niet met uw gezondheid!" heeft het federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten talrijke nuttige informatie online geplaatst, toegankelijk via de volgende link: http://www.geneesmiddelen-via-internet.be/nl/. Er is ook een brochure verkrijgbaar: https://www.fagg-afmps.be/sites/default/files/downloads/AFMPS_Leaflet%20US_NL-Serpent-New2015.pdf.

Vooraleer geneesmiddelen te kopen via internet is de lectuur van de brochure geboden!

Kwaliteit van de zorg06/05/2017 Documentcode: a157008
Platform ViVidoctor.com – Online teleconsultaties

Aan de Nationale Raad wordt een vraag gesteld betreffende het platform ViVidoctor.com.

Advies van de nationale raad :

De nationale raad heeft in zijn vergadering van 6 mei 2017 de website ViVidoctor.com bestudeerd.

De naam ViVidoctor staat voor virtual visit doctor. Het platform biedt de mogelijkheid om een virtueel consult te boeken waar op basis van de klachten een diagnose wordt gesteld en een voorschrift afgeleverd. ViVidoctor wil een toegankelijk alternatief bieden voor courante symptomen, zoals verkoudheid, griep, huiduitslag, diarree, nausea, braken, vermoeidheid. Daarnaast worden vragen beantwoord aangaande lactatie, zwangerschap, perinatale zorg, pediatrische triage, tabaksverslaving, sportblessures en wondzorg. Er zijn ook videoconsultaties mogelijk in het domein van de psychologie, de psychiatrie en de psychotherapie.

De nationale raad handhaaft zijn standpunt dat het stellen van een diagnose zonder een persoonlijk contact met de patiënt gevaarlijk is. De nationale raad herhaalt dat virtuele consultaties als vervolgconsultatie bij een gekende patiënt slechts in uitzonderlijke gevallen nuttig kunnen zijn. In België, een land met een zeer laagdrempelige toegang tot geneeskundige zorg, weegt het ogenschijnlijke gebruiksgemak van een virtuele consultatie niet op tegen de accuraatheid van een werkelijk gevoerde consultatie op het vlak van patiëntveiligheid, diagnosestelling en aflevering van medicatie.

Publiciteit en reclame19/11/2016 Documentcode: a155001
Platform www.wisdoc.com

De nationale raad van de Orde der artsen heeft het platform www.wisdoc.com bestudeerd.

Advies van de nationale raad :

De nationale raad van de Orde der artsen heeft in zijn vergadering van 19 november 2016 het platform www.wisdoc.com bestudeerd. Via deze website kan de internetgebruiker een arts of een ziekenhuis opzoeken, een arts aanbevelen en aan zijn familie- of vriendenkring een specialist voor een bepaalde pathologie aanraden.
De nationale raad formuleert volgende opmerkingen:
1/ De nationale raad heeft in zijn advies van 29 oktober 2011 "Publiciteit van artsen via de website www.vlazoem.be" reeds gesteld dat ‘het voor particuliere bronnen niet mogelijk [is] de veranderingen in de praktijkvoering van een arts op de voet te volgen waardoor de consulteerbare gegevens voor de bevolking weinig bruikbaar en zelfs misleidend kunnen zijn'.

2/ De kennis, bekwaamheid en vaardigheden van een arts liggen aan de basis van diploma's die de universiteiten afleveren evenals beroepstitels en beroepsbekwaamheden die door de bevoegde gemeenschapsminister worden erkend. Artsen zijn bovendien deontologisch en wettelijk verplicht zich gedurende hun hele beroepscarrière bij te scholen teneinde steeds kwaliteitsvolle gezondheidszorg aan te bieden.

3/ Patiënten die negatieve ervaringen hebben met artsen kunnen deze via verschillende officiële kanalen (ombudsdiensten, tuchtinstanties, geschillencommissies, ...) melden zodat hieraan een passend en objectief gevolg kan worden gegeven. Beoordelingen van patiënten op fora, zoals hetwelk in dit advies wordt besproken, zijn vaak erg subjectief en niet verifieerbaar. Hierdoor kunnen de patiënten schade toebrengen aan de arts. Zij zetten het patiëntenrecht op de vrije keuze van arts onder druk.

4/ Het platform www.wisdoc.com verwerkt persoonsgegevens van artsen zonder hun medeweten en toestemming. De nationale raad is van oordeel dat artsen om die reden hun persoonsgegevens kunnen laten verwijderen van dergelijke fora, krachtens artikel 12 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens*.

*Art. 12. § 1. Eenieder is gerechtigd alle onjuiste persoonsgegevens die op hem betrekking hebben kosteloos te doen verbeteren.
(Eenieder is bovendien gerechtigd om wegens zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen die verband houden met zijn bijzondere situatie, zich ertegen te verzetten dat hem betreffende gegevens het voorwerp van een verwerking vormen, behalve wanneer de rechtmatigheid van de verwerking gesteund is op de in artikel 5, b) en c), bedoelde redenen.
Indien de persoonsgegevens verkregen worden met het oog op direct marketing mag de betrokkene zich kosteloos en zonder enige motivering tegen de voorgenomen verwerking van hem betreffende persoonsgegevens verzetten.
In geval van gerechtvaardigd verzet mag de door de verantwoordelijke voor de verwerking verrichte verwerking niet langer op deze persoonsgegevens betrekking hebben.) <W 1998-12-11/54, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-09-2001>
Eenieder is tevens gerechtigd kosteloos de verwijdering van of het verbod op de aanwending van alle hem betreffende persoonsgegevens te bekomen die gelet op het doel van de verwerking, onvolledig of niet ter zake dienend zijn, of waarvan de registratie, de mededeling of de bewaring verboden zijn, of die na verloop van de toegestane duur zijn bewaard.
§ 2. Om (de in §1 bedoelde rechten) uit te oefenen dient de belanghebbende een gedagtekend en ondertekend verzoek in bij de (verantwoordelijke voor de verwerking) of bij iedere andere persoon die de Koning aanwijst. <W 1998-12-11/54, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-09-2001>
§ 3. (Binnen een maand te rekenen van het tijdstip van indiening van het verzoek op grond van § 2, deelt de verantwoordelijke voor de verwerking de verbeteringen of verwijderingen van gegevens, gedaan op grond van § 1, mee aan de betrokkene zelf, alsmede aan de personen aan wie de onjuiste, onvolledige of niet ter zake dienende gegevens zijn meegedeeld, voor zover hij nog kennis heeft van de bestemmelingen van de mededeling en de kennisgeving aan deze bestemmelingen niet onmogelijk blijkt of onevenredig veel moeite kost.
Indien de betrokkene zich tegen de verwerking of de voorgenomen verwerking van hem betreffende persoonsgegevens verzet in toepassing van § 1, tweede en derde lid, deelt de verantwoordelijke voor de verwerking aan de betrokkene binnen dezelfde termijn mee welk gevolg hij aan het verzoek heeft gegeven.) <W 1998-12-11/54, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-09-2001>
§ 4. (opgeheven) <W 1998-12-11/54, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-09-2001>

Kabinet04/07/2015 Documentcode: a150007
Publiceren van privégegevens van artsen op websites van ziekenfondsen

De Nationale Raad van de Orde der geneesheren heeft de vraag van het publiceren van privégegevens van artsen op websites van ziekenfondsen bestudeerd.

Advies van de Nationale Raad :

De Nationale Raad van de Orde der geneesheren heeft tijdens zijn vergadering van 4 juli 2015 uw vraag omtrent het publiceren van privégegevens van artsen op websites van ziekenfondsen bestudeerd.

Het Bureau werd ook door verschillende artsen aangeschreven aangaande deze materie en heeft de problematiek voorgelegd aan het sectoraal comité van de sociale zekerheid en de gezondheid van de commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

De afdeling sociale zekerheid van het sectoraal comité van de sociale zekerheid en de gezondheid heeft op 5 mei 2015 volgend advies uitgebracht: "Het sectoraal comité is van oordeel dat elk adres waar een geneesheer daadwerkelijk zijn beroepsactiviteiten uitoefent, mag worden vermeld op de websites van de ziekenfondsen, ook al valt het samen met zijn privéadres.

Indien de beroepsactiviteiten worden uitgeoefend in een gedeelte van de privéwoning van de geneesheer, is de publicatie van het adres in kwestie overigens niet problematisch vermits het veelal ook via andere kanalen zal kunnen worden achterhaald.

De ziekenfondsen mogen in beginsel geen pure privéadressen bekendmaken, dat wil zeggen adressen die niets met de beroepsactiviteiten van een geneesheer te maken hebben. Het behoort evenwel tot de verantwoordelijkheid van de geneesheer zelf om aan de officiële instanties (zoals het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering) zijn correcte beroepsadres(sen) door te geven. Hij kan zich niet verzetten tegen de publicatie van zijn privéadres indien hij het zelf als beroepsadres heeft gemeld."

De Nationale Raad raadt de artsen aan, op basis van hoger vermeld advies, een correctie te laten uitvoeren, waarbij enkel het beroepsadres gepubliceerd wordt, indien zij dit nodig achten.

Publiciteit en reclame04/07/2015 Documentcode: a150006
Opzetten van een platform waarmee online medische afspraken gemaakt kunnen worden

De Nationale Raad van de Orde der geneesheren onderzocht de adviesaanvraag van een handelsfirma aangaande het opzetten van een platform waarmee online medische afspraken gemaakt kunnen worden.

Advies van de Nationale Raad :

De Nationale Raad van de Orde der geneesheren onderzocht in zijn vergadering van 4 juli 2015 de adviesaanvraag van een handelsfirma aangaande het opzetten van een platform waarmee online medische afspraken gemaakt kunnen worden.

1° Het maken van een afspraak via elektronische weg kan handig zijn voor de patiënt en kan voor de arts bijdragen tot een administratieve vereenvoudiging.

In zijn advies van 7 februari 2015 "Artsen en digitale media" stelt de Nationale Raad dat artsen gebruik mogen maken van een programma voor het online vastleggen van afspraken, maar dat daarbij de eerbiediging van het medisch geheim gevrijwaard dient te worden.

De arts dient na te gaan of de digitale-agendadienst die hem voorgesteld wordt beantwoordt aan en overeenstemt met de wetgeving betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hij dient zich ervan te vergewissen dat de nodige waarborgen geboden worden met betrekking tot de beveiliging van de gegevens bij het verzamelen, opslaan of om het even welke andere verwerking om te verhinderen dat de persoonsgegevens die via dit platform doorgegeven worden ingekeken worden door gelijk welke persoon die daartoe niet gemachtigd is door de gebruiker (arts of patiënt) van de agenda.

De rechten van de patiënt, die een afspraak maakt via deze applicatie, op bescherming van zijn persoonsgegevens, in het bijzonder deze betreffende zijn gezondheid, dienen geëerbiedigd te worden.

2° Een dergelijk platform dat ter beschikking staat van een reeks beroepsbeoefenaars mag er niet toe leiden dat deze de deontologische regels inzake publiciteit schenden.

3° Om de vrije keuze van de patiënten te vrijwaren, meent de Nationale Raad dat openbare lijsten van artsen duidelijk en ondubbelzinnig aan diegenen die ze raadplegen dienen aan te geven of ze volledig zijn of beperkt tot sommige artsen. Om dezelfde reden meent hij dat de arts niet mag dulden dat de eraan gekoppelde zoekmotor met voorrang bepaalde namen laat verschijnen. Dit zou overigens in strijd zijn met de regels van collegialiteit.

De Nationale Raad herinnert eraan dat de website van de Orde der geneesheren (www.ordomedic.be) een repertorium bevat van de in België werkzame artsen. Deze lijst wordt regelmatig bijgehouden en is publiek toegankelijk.

4° De arts dient zich ervan te vergewissen dat de op het internet beschikbare gegevens betreffende zijn beroepsactiviteit up-to-date zijn.

Overeenkomstig artikel 173 van de Code van geneeskundige plichtenleer dient hij de overeenkomst tussen hem en de firma voorafgaandelijk voor te leggen aan de provinciale raad waarin hij ingeschreven is zodat deze kan nagaan of ze in overeenstemming is met de geneeskundige plichtenleer (*).

Indien een arts vaststelt dat hij opgenomen is in een online gegevensbank zonder dat hij daarin toegestemd heeft of zonder dat er enige wettelijke basis is om hem er in te vermelden, heeft hij het recht om weglating van zijn naam uit deze gegevensbank te verzoeken.

(*) Sedert mei 2018 bepaalt de nieuwe Code van medische deontologie niet langer dat de overeenkomsten voorafgaandelijk ter goedkeuring dienen voorgelegd te worden aan de provinciale raad.