keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Publiciteit en reclame29/10/2011 Documentcode: a135009
Het internetplatform www.verbeterjezorg.be

PERSBERICHT

Diverse journalisten vragen het advies van de Nationale Raad omtrent het internetplatform www.verbeterjezorg.be, dat de mogelijkheid biedt ervaringen omtrent artsen en andere zorgverstrekkers te melden. Tevens bestaat de mogelijkheid de artsen en andere zorgverstrekkers te beoordelen, zowel in positieve als in negatieve zin.

Advies van de Nationale Raad :

In zijn vergadering van 29 oktober 2011 nam de Nationale Raad van de Orde van geneesheren kennis van het bestaan van het door het innovatiebureau "i12 social innovation" gecreëerde internetplatform www.verbeterjezorg.be, dat de mogelijkheid biedt ervaringen omtrent artsen en andere zorgverstrekkers te melden. Tevens bestaat de mogelijkheid de artsen en andere zorgverstrekkers te beoordelen, zowel in positieve als in negatieve zin.

Om volgende redenen keurt de Nationale Raad van de Orde van geneesheren het internetplatform www.verbeterjezorg.be nadrukkelijk af.

De niet-controleerbare en aldus niet-beoordeelbare op de website ingegeven informatie kan niet alleen de betrokken arts, maar ook zijn patiënten en de noodzakelijke vertrouwensverhouding arts-patiënt ernstige schade toebrengen.

In strijd met de blijkbare overtuiging van de website-initiatiefnemer is er geen zekerheid dat de gegevensinvulling gebeurt door een patiënt van de vermelde arts: zij kan immers uitgaan van een al dan niet aan een patiënt gerelateerde derde. Ingeval de patiënt zelf de informatie heeft gegeven vertoont zij geen waarborg inzake correctheid en goede trouw, om niet te spreken van de loyaliteit van de bedoeling. In bepaalde gevallen kan dit initiatief zelfs een concurrentieel oogmerk hebben, wat geen objectiviteit garandeert. Subjectief ingegeven kan zij, in voorkomend geval, lasterlijk en eerrovend zijn.

De verspreide informatie kan van die aard zijn dat de arts ten onrechte in een slecht daglicht wordt gesteld met als gevolg een onterechte aantasting van zijn reputatie en op zijn minst een betreurenswaardige weerslag op de vertrouwensrelatie van die arts met zijn andere patiënten, die van een voor hen heilzaam medisch contact zouden kunnen afzien. Deze toestand zal niet alleen zeer nadelig zijn voor de betrokken arts maar ook, zelfs vooral, voor die patiënten.

Daarenboven is de Nationale Raad van mening dat een arts die zich op deze internetsite laat registreren tekort komt aan zijn deontologische verplichtingen (artikelen 12 tot 17 van hoofdstuk III, betreffende publiciteit, van de Code van geneeskundige plichtenleer).

De Nationale Raad heeft geen principieel bezwaar tegen de beoordeling van artsen, wat door het tuchtrechtelijke optreden tegen niet correct handelende artsen in de praktijk wordt gestaafd.

Daarbij verwijst de Nationale Raad naar het artikel 11 van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, die deze laatste de mogelijkheid biedt een klacht in te dienen bij de bevoegde ombudsdienst. Naast de bemiddeling betreffende de klacht, heeft de ombudsfunctie onder meer tot opdracht de communicatie te bevorderen tussen de patiënt en de beroepsbeoefenaar, alsook aanbevelingen te formuleren ter voorkoming van herhaling van tekortkomingen.

Briefhoofden06/03/2010 Documentcode: a129025
Vermelding van het specialisme op de website van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren

Dit advies vervangt het advies dat de Nationale Raad onder dezelfde titel verstrekte op 19 december 2009 (Tijdschrift Nationale Raad nr. 128).

In zijn vergadering van 6 maart 2010 heeft de Nationale Raad van de Orde van geneesheren zijn advies van 19 december 2009 aangepast.

De terminologie die gehanteerd wordt op de website "ordomedic.be" is gebaseerd op de classificatie van de zorgverlener door het Riziv, zoals die beschreven is voor alle geneesheren en via het identificatienummer herkenbaar is in de laatste drie digits van de Riziv-bevoegdheidscodes.

Wat de vraag betreft om op de website die terminologie "algemeen geneeskundige" te wijzigen in "huisarts", verwijst de Nationale Raad naar het Riziv, Dienst geneeskundige verzorging, en die bevoegdheidscodes - in het bijzonder de codes 001-008 - die allemaal vallen onder de rubriek van de "algemene geneeskunde".

De specifieke term ‘huisarts' verwijst trouwens binnen dit Riziv-kader op dit ogenblik enkel naar ‘huisarts in beroepsopleiding' (HAIO - 005-006), terwijl de ‘erkende huisartsen' (003-004) volgens het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen, expliciet aangeduid worden als ‘algemeen geneeskundige'.

De Nationale Raad is zich bewust van het feit dat aan de term ‘huisarts' dus een verschillende inhoud kan worden gegeven, volgens de gehanteerde terminologie in diverse andere wetgevingen.

Zo somt het artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, de erkende specialismen op. Het artikel 2 preciseert de bijkomende bevoegdheden van de geneesheren-specialisten en vermeldt daarnaast specifiek de benaming ‘huisarts'.

Aansluitend bepaalt het ministerieel besluit van 1 maart 2010 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisarts de kwalificatiecriteria voor de erkenning en de criteria voor het behoud van de bijzondere beroepstitel van ‘huisarts' (B.S. 4 maart 2010).

Wat betreft de arbeidsgeneeskunde, ook die terminologie valt binnen het kader van het koninklijk besluit van 25 november 1991, als "geneesheer-specialist in de arbeidsgeneeskunde".

Briefhoofden19/12/2009 Documentcode: a128006
report_problem Dit advies werd vervangen door het advies d.d. 06.03.2010 (TNR 129, a129025).
Vermelding van het specialisme op de website van de Nationale Raad van de Orde der geneesheren

De terminologie die gehanteerd wordt op de website "ordomedic.be" is gebaseerd op de classificatie van de zorgverlener door het Riziv, zoals die beschreven is voor alle geneesheren en via het identificatienummer herkenbaar is in de laatste drie digits van de Riziv-bevoegdheidscodes.

Wat de vraag betreft om op de website die terminologie "algemeen geneeskundige" te wijzigen in "huisarts", verwijst de Nationale Raad naar het Riziv, Dienst geneeskundige verzorging, en die bevoegdheidscodes - in het bijzonder de codes 001-008 - die allemaal vallen onder de rubriek van de "algemene geneeskunde".

De specifieke term ‘huisarts' verwijst trouwens binnen dit Riziv-kader op dit ogenblik enkel naar ‘huisarts in beroepsopleiding' (HAIO - 005-006), terwijl de ‘erkende huisartsen' (003-004) volgens het ministerieel besluit van 21 februari 2006 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen, expliciet benoemd worden als ‘algemeen geneeskundige'.

De Nationale Raad is zich bewust van het feit dat aan de term ‘huisarts' dus een verschillende inhoud kan worden gegeven, volgens de gehanteerde terminologie in diverse andere wetgevingen.

Zo somt het artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, de erkende specialismen op. Het artikel 2 preciseert de bijkomende bevoegdheden van de geneesheren-specialisten met daarnaast specifiek de benaming ‘huisarts'.

Aansluitend bepaalt het ministerieel besluit van 21 februari 2006 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisarts de kwalificatiecriteria voor de erkenning en de criteria voor het behoud van de bijzondere beroepstitel van ‘huisarts'.

Wat betreft de arbeidsgeneeskunde, ook die terminologie valt binnen het kader van het koninklijk besluit van 25 november 1991, als "geneesheer-specialist in de arbeidsgeneeskunde".

Publiciteit en reclame05/09/2009 Documentcode: a127009
Website www.despecialistenwijzer.be

In zijn vergadering van 5 september 2009 heeft de Nationale Raad de website www.despecialistenwijzer.be besproken.

Deze website opgericht als zustersite van de website www.despecialistenwijzer.nl heeft een commercieel oogmerk : de verhuring van webruimte aan artsen-specialisten. Door middel van deze webruimte kunnen artsen-specialisten allerlei mededelingen zoals hun beroepservaring, het aantal uitgevoerde operaties en bijhorende wachttijden richten aan het publiek.

Een zoekfunctie geeft na inbrengen van een postnummer de persoonlijke gegevens weer van de dichtstbijzijnde "aangesloten" arts.

Daarnaast wordt algemene informatie verstrekt over verschillende pathologieën geïllustreerd met schetsen of foto's voor en na de ingreep.

De Nationale Raad is van mening dat deze manier van voorstelling neerkomt op het ronselen van patiënten. De benaming "de specialistenwijzer" is van aard de patiënt ten onrechte te doen geloven dat alle artsen-specialisten erin zijn opgenomen, terwijl dit helemaal niet het geval is. Het principe van de vrije keuze van de arts door de patiënt wordt hierdoor ondermijnd.

Bij het voeren van publiciteit dienen de artsen de deontologische principes uiteengezet in artikels 12 tot 17 van hoofdstuk III van de Code van geneeskundige plichtenleer, gewijd aan publiciteit, te eerbiedigen. De inhoud van de site www.despecialistenwijzer.be is niet in overeenstemming met deze principes.

Door zich in te schrijven op deze website eerbiedigt een arts derhalve zijn deontologische verplichtingen niet.

Relatie arts-patiënt20/01/2007 Documentcode: a115004
report_problem Dit advies werd herzien in het advies van de Nationale Raad van 19 september 2015 (a150010).
Rechtstreekse inzage door de patiënt in zijn elektronisch medisch dossier

In het kader van het telematicaproject “Réseau de Santé Wallon”(Waals gezondheidsnetwerk) vraagt een provinciale raad of het deontologisch aanvaardbaar is dat een patiënt rechtstreeks inzage kan hebben in zijn elektronisch medisch dossier.

Advies van de Nationale Raad :

De Nationale Raad beëindigde in zijn vergadering van 20 januari 2007 de discussie over de vraag of het deontologisch aanvaardbaar is dat een patiënt rechtstreeks inzage kan hebben in zijn elektronisch medisch dossier.

Bij dit probleem komen nieuwe aspecten betreffende de arts-patiëntverhouding kijken.

Geen enkele wetsbepaling of advies van de Nationale Raad maakt een wezenlijk onderscheid tussen het klassiek medisch dossier en het elektronisch medisch dossier. Het zijn de persoonsgegevens die een medisch dossier kenmerken. In dit opzicht is er geen verschil tussen het klassieke papieren dossier en het elektronisch dossier. De aard van de drager, papier of elektronisch bestand, kan echter specifieke problemen met zich meebrengen, bijvoorbeeld met betrekking tot de inzage en de overdraagbaarheid.

Deze problemen hebben aanleiding gegeven tot de adviezen van 15 juni 2002 (Tijdschrift van de Nationale Raad , nr. 97) en 18 september 2004 (Tijdschrift van de Nationale Raad, nr. 106).

De wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt voorziet een inzagerecht in zijn dossier. Zij preciseert dat om inzage verzocht dient te worden door de betrokken patiënt.

De wet bepaalt dat aan het verzoek van de patiënt tot inzage in het hem betreffende patiëntendossier onverwijld en ten laatste binnen vijftien dagen na ontvangst ervan gevolg dient gegeven te worden (artikel 9, § 2).

Zonder uitdrukkelijk verzoek van de patiënt kan de arts de facto noch zijn wettelijke en deontologische verplichtingen nakomen, noch de daadwerkelijke uitoefening van het recht op inzage waarborgen, en evenmin de rechten van derden eerbiedigen.

Niet limitatief kunnen volgende verplichtingen worden aangehaald :

  1. de patiënt de nodige uitleg verschaffen in een begrijpelijke taal (art. 7, § 1 en 2);
  2. bepaalde medische informatie uitzonderlijk onthouden in de veronderstelling dat het meedelen ervan ernstig nadeel voor de gezondheid van de patiënt zou meebrengen (therapeutische exceptie) (art. 7, § 4);
  3. geen inzage verschaffen in gegevens betreffende derden (art. 9, § 2, derde lid) en evenmin in de persoonlijke aantekeningen van de arts;
  4. een afschrift van het dossier gemotiveerd beletten indien hij over aanwijzingen beschikt dat de patiënt onder druk wordt gezet om zijn dossier aan derden mede te delen, zoals bijvoorbeeld het geval kan zijn bij een aanwervingsonderzoek of een verzekeringsovereenkomst. In dit opzicht dient opgemerkt dat een onbeperkt recht op afschrift zonder de arts de gelegenheid te geven de patiënt te wijzen op de eventuele gevaren van het afschrift de voor de patiënt gunstige bepalingen van artikel 95 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst ondoeltreffend zou maken.

De Nationale Raad besluit dat de inzage door de patiënt in zijn elektronisch medisch dossier, zonder voorafgaand verzoek aan de arts, deze laatste niet toelaat zijn wettelijke en deontologische verplichtingen te vervullen. De arts-patiëntverhouding dreigt hieronder te lijden.

De Nationale Raad is bovendien van mening dat de inzage in het medisch dossier door de patiënt dient te geschieden in aanwezigheid van de arts die het samengesteld heeft of er de verantwoordelijkheid voor draagt.

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer stelt in haar advies van 22 augustus 2001 betreffende het voorontwerp van wet betreffende de rechten van de patiënt :

“De Commissie interpreteert de interventie van een beoefenaar niet als een inperking van het recht op inzage. Zij verwijst daarvoor naar de overwegingen in haar advies nr. 36/95 van 22 december 1995 (Interpretatie van art. 10, §3 van de wet van 8 december 1992, meer bepaald randnummer 6) en in haar advies nr. 30/96 van 13 november 1996 (met betrekking tot het voorontwerp van wet tot aanpassing van de wet van 8 december 1992 aan de Richtlijn 95/46/EG, meer bepaald randnummer 31).

De tussenkomst van de beoefenaar is er op gericht het daadwerkelijk karakter van het recht op inzage te versterken. De taak van de beoefenaar bestaat erin de informatie om te zetten in een voor de betrokkene begrijpelijke taal.”

Bij onbeschikbaarheid van de arts of in geval van een ernstig conflict tussen de arts en zijn patiënt, meent de Nationale Raad dat de inzage in het medisch dossier door de patiënt bij voorkeur zou moeten gebeuren door tussenkomst van een door de betrokken geneesheer gemandateerde en door de patiënt aanvaarde arts.

Publiciteit en reclame09/09/2006 Documentcode: a114001
Aanvulling bij het advies van 1 oktober 2005 betreffende het beheer van internetsites door artsen

Een provinciale raad vraagt advies aan de Nationale Raad over het deontologische karakter van de monopoliserende namen van websites van artsen of artsenassociaties.

Advies van de Nationale Raad :

In zijn vergadering van 9 september 2006 heeft de Nationale Raad zijn advies van 1 oktober 2005 betreffende het beheer van internetsites door artsen bevestigd en de rubriek “wat niet past” als volgt aangevuld (zie laatste alinea).

De Nationale Raad is van mening dat elke informatie die de vermelde regels in verband met de publiciteit en het houden van een internetsite niet respecteert, deontologisch ontoelaatbaar is.

Dit betreft onder meer :

  • iedere misleidende of vergelijkende publiciteit ;
  • vergelijkende honorariatarieven ;
  • de voorstelling van resultaten van onderzoeken of behandelingen ;
  • het aanzetten tot overbodige onderzoeken of behandelingen ;
  • publicaties, conferenties en andere mededelingen welke overbodig zijn voor de patiënt ;
  • publicatie van getuigenissen van patiënten ;
  • raadplegingen en voorschriften via internet ;
  • communicatie van gegevens gedekt door het medisch geheim tenzij ze beveiligd is in overeenstemming met de aanbevelingen van de Nationale Raad ;
  • het gebruik door artsen of groepen van artsen, van monopoliserende elektronische adressen door verwijzing naar een discipline, een techniek of een plaats en die een onrechtmatige mededinging kunnen zijn.
Publiciteit en reclame01/10/2005 Documentcode: a110008
report_problem Aanvulling bij dit advies : zie TNR 114 p. 5 : a114001.
Aanpassing van de aanbevelingen van de Nationale Raad van 21 september 2002 en van 17 januari 2004 betreffende het beheer van internetsites door artsen

Algemeen

De creatie van een internetsite door een arts, en dit in het kader van zijn klinische activiteit, mag geen ander doel hebben dan het publiek in te lichten over zijn beroepsactiviteit. Hierdoor wordt dus elke vorm van publiciteit die de voorgeschreven regels niet eerbiedigt, die gericht is op het onttrekken van patiënten en op het beperken van hun vrije keuze en die het belang van de volksgezondheid of het beroepsgeheim aantast, uitgesloten.

De internetsite van een arts moet de algemene regels inzake publiciteit zoals bepaald in de Code van geneeskundige plichtenleer en in de adviezen van de Nationale Raad naleven. Eventuele links naar andere sites zijn slechts mogelijk in de mate dat deze laatste eveneens dezelfde criteria eerbiedigen. Links naar beroeps- of wetenschappelijke verenigingen zijn toegelaten.

In het medische domein dient de publiciteit waarheidsgetrouw, objectief, relevant, verifieerbaar, discreet en duidelijk te zijn.

Informatie die mag voorkomen op de internetsite van een arts

Rekening houdend met het doel van een artsensite, is de volgende informatie, bestemd voor het publiek, gerechtvaardigd:

  • naam en voornaam;
  • officiële, wettelijke titels;
  • uitgeoefend specialisme volgens de aanbevelingen van de Nationale Raad (1)
  • vermeldingen bestemd om de betrekkingen arts-patiënt te vergemakkelijken;
  • foto met redelijke afmetingen;
  • inlichtingen i.v.m. het adres en de toegang tot de praktijk;
  • telefoon, fax, e-mailadres;
  • uurrooster van het spreekuur en van de huisbezoeken;
  • conventie;
  • instructies voor de continuïteit van de verzorging;
  • een programma voor het maken van afspraken is toegelaten indien het de vertrouwelijkheid van de namen van de ingeschreven patiënten waarborgt;
  • een foto van de toegang tot de praktijk.

Wat niet past :

elke informatie die de hierboven vermelde regels in verband met de publiciteit niet eerbiedigt, die het doel van de creatie van een medische site te buiten gaat of die de regels van deontologie niet respecteert.

Dit betreft ondermeer:
iedere misleidende of vergelijkende publiciteit;
vergelijkende honorariatarieven;

  • de voorstelling van resultaten van onderzoeken of behandelingen;
  • het aanzetten tot overbodige onderzoeken of behandelingen;
  • publicaties, conferenties en andere mededelingen welke overbodig zijn voor de patiënt ;
  • publicatie van getuigenissen van patiënten;
  • raadplegingen en voorschriften via internet;
  • communicatie van gegevens gedekt door het medisch geheim tenzij ze beveiligd is in overeenstemming met de aanbevelingen van de Nationale Raad.

De Nationale Raad is van mening dat links slechts toegelaten zijn met sites welke conform zijn met de aanbevelingen van de Nationale Raad terzake (onder meer de artikelen 12 tot 17 van de Code van geneeskundige plichtenleer). Het akkoord van de verantwoordelijke van deze site dient tevens te worden bekomen.

De Nationale Raad meent dat het gebruik van “cookies” of van eender welk instrument dat de identificering of profilering van de bezoekers van een site buiten hun medeweten beoogt, niet aanvaardbaar is.

Bovendien mag geen enkel rechtstreeks of onrechtstreeks nominatief gegeven overgedragen worden aan of ter beschikking gesteld worden van een derde zonder de schriftelijke toestemming van de betrokken persoon.

Verplichte aangifte

Artsen die over een internetsite beschikken of die van plan zijn er een te creëren dienen dit te melden aan de provinciale raad.

1. Verplichte aangifte van iedere site die informatie bevat over een arts of artsen, om het even of hij beheerd wordt door de artsen in hun naam of in naam van een niet-arts, van een onderneming of van een instelling.

2. De aangifte moet gebeuren door de geciteerde arts bij de provinciale raad op wiens Lijst hij ingeschreven is of door de hoofdgeneesheer als het een site betreft van een verzorgingsinstelling.
Dit geldt ook voor alle wijzigingen aan de inhoud van een reeds aangegeven site.
Bij ontvangst van deze aangifte onderzoekt de provinciale raad of de site in overeenstemming is met de aanbevelingen van de Nationale Raad, in het bijzonder wat betreft de publiciteit.
Wanneer de site van een arts of van een groep afhankelijk is van een dienstverlener of van een andere firma, dienen de betrekkingen tussen artsen en personen of onderneming vastgelegd te worden in een overeenkomst die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de provinciale raad.

3. De Nationale Raad zal zich inzetten om de beslissingen die in deze materie genomen worden te harmoniseren door de wederzijdse uitwisseling van de informatie en de beslissingen, door het bijhouden en het uitwisselen van lijsten met de erkende en/of gesignaleerde sites.

(1) Zie de adviezen van de Nationale Raad van 25 april 1998 en 19 september 1998 met betrekking tot de vermeldingen op naamborden en briefhoofden en in telefoongidsen.