keyboard_arrow_right
Deontologie

Resultaten

Resultaten

Beroepsgeheim25/06/2021 Documentcode: a168012
Gebruik van camera's in een ziekenhuis voor medisch toezicht of onderwijsdoeleinden

In zijn vergadering van 19 juni 2021 heeft de nationale raad van de Orde der artsen onderzocht onder welke voorwaarden het deontologisch aanvaardbaar is dat een patiënt gefilmd wordt met het oog op medisch toezicht tijdens een ziekenhuisopname of voor onderwijsdoeleinden.

De nationale raad herinnert eraan dat hij op 21 september 2019 een advies uitbracht over het installeren van een bewakingscamera in de onderzoeksruimte van een medische praktijk met als doel misdrijven te voorkomen of vast te stellen, getiteld “Bewakingscamera in een geneeskundepraktijk”.

Indien het gaat over het verwerken van beelden betreffende de gezondheid van een patiënt voor wetenschappelijk onderzoek, verwijst de nationale raad naar punt 3., B, van het document “Inleiding op de medische deontologie 2019-2020”.

1. Gebruik van camera’s voor medisch toezicht tijdens een ziekenhuisopname

Aangezien cameratoezicht een aanzienlijke aantasting van de privacy vormt, die de patiënt ook als een aantasting van zijn waardigheid kan ervaren, dient het slechts ingeschakeld te worden na een diepgaande ethische en medische reflectie. De hoofdarts, het diensthoofd en de functionaris voor gegevensbescherming (DPO) worden op de hoogte gebracht opdat de regels betreffende de gegevensbescherming worden gerespecteerd.

De gezondheidstoestand van de patiënt dient een permanent visueel toezicht te rechtvaardigen, zowel om een diagnose te stellen als om hem te verzorgen.

Het zorgteam moet ervan overtuigd zijn dat het gebruik van dit toestel bijdraagt tot de kwaliteit van de zorg en dat minder ingrijpende bewakingsapparatuur, zoals een monitoringstoestel, geen geschikt toezicht kan bieden.

Indien een beroep op cameratoezicht essentieel lijkt, moet het beperkt blijven tot wat nodig is voor de toezichtbehoeften van de patiënt. De ruimte waar gefilmd wordt, de periode gedurende welke gefilmd wordt, de noodzaak al dan niet op te nemen, de personen die de beelden kunnen bekijken, zijn allemaal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden om de inbreuk op het privéleven van de patiënt zo veel mogelijk te beperken en zijn welzijn te bevorderen.

Camera’s mogen de persoonlijke relatie tussen de leden van het zorgteam en de patiënten niet verstoren, noch door de frequentie van de contacten te verminderen, noch door de spontaniteit ervan aan te tasten. Medische onderzoeken en verzorging moeten altijd uitgevoerd worden in omstandigheden die de privacy van de betrokkene vrijwaren.

De patiënt dient vooraf ingelicht te worden over het plan camera’s in te zetten, de medische redenen ervoor en het gebruik dat gemaakt zal worden van de beelden. Hij moet, indien mogelijk, volledig ingelicht worden over de concrete modaliteiten voor het maken van beelden, de bewaring ervan, de toegang ertoe, de mogelijke alternatieven op het gebied van toezicht, enz.

De patiënt, of in voorkomend geval zijn vertegenwoordiger, moet ermee instemmen gefilmd te worden met het oog op medisch toezicht. De weigering van de patiënt betekent niet dat hij geen recht meer heeft op kwaliteitsvolle verstrekkingen.

Wanneer, in spoedeisende omstandigheden, de wil van de patiënt of zijn vertegenwoordiger onzeker is, dient de zorgverstrekker onmiddellijk de nodige handelingen te stellen in het belang van de patiënt. De zorgverstrekker noteert de handeling in het patiëntendossier en tracht de toestemming van de patiënt te bekomen van zodra dit mogelijk is.

De beelden mogen enkel bekeken worden door een gezondheidszorgbe-roepsbeoefenaar, bekwaam voor het uitoefenen van medisch toezicht, die betrokken is bij de zorg en in de mate dat dit noodzakelijk is voor de de zorg waarmee hij belast is.

Het medisch beroepsgeheim, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de regels inzake de verwerking van persoonsgegevens en de rechten van de patiënt moeten gewaarborgd worden.

2. Verwerking van medische beelden met onderwijsdoeleinden – Schriftelijke en duidelijke goedkeuring

Beelden met betrekking tot de fysieke of mentale gezondheid van een identificeerbare natuurlijke persoon, met inbegrip van de toediening van gezondheidszorg, die informatie over de gezondheidstoestand van die persoon onthullen, zijn persoonsgegevens betreffende de gezondheid, waarvan de verwerking onderworpen is aan de naleving van de AVG en de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens.

Om beelden betreffende de gezondheid van een identificeerbare persoon rechtmatig te kunnen verwerken, moet ook toegezien worden op de naleving van de andere geldende wetgevingen, met name inzake het medisch beroepsgeheim en het recht op afbeelding.

Rekening houdend met de medische ethiek en de wet, is de nationale raad van oordeel dat persoonsgegevens (betreffende een geïdentificeerde of rechtsreeks of onrechtstreeks identificeerbare natuurlijke persoon) niet voor onderwijsdoeleinden gebruikt mogen worden zonder de voorafgaande geïnformeerde en schriftelijke toestemming van de patiënt.

Indien de patiënt met een dergelijk gebruik instemt, moeten alle nodige maatregelen genomen worden om de identificatie van de patiënt tot een minimum te beperken, bijvoorbeeld door toepassing van pseudonimisering (zoals omschreven in artikel 4, 5de lid, van de AVG).

Om een geïnformeerde toestemming te kunnen geven, moet de patiënt vooraf volledig ingelicht worden over de modaliteiten van deze verwerking van hem betreffende beelden voor onderwijsdoeleinden, zodat hij er al dan niet mee kan instemmen met kennis van zaken.

Code van medische deontologie (Interpretatie van de-)23/04/2020 Documentcode: a167012
Vergelijkende publiciteit
Na overleg met de leden van de nationale raad die in lockdown zijn, heeft het bureau, in zijn vergadering van 23 april 2020, de wijziging van artikel 37 van de gecommentarieerde Code van medische deontologie goedgekeurd.

Art. 37

De arts mag zijn medische activiteit kenbaar maken aan het publiek.

De informatie, onder welke vorm ook, is waarheidsgetrouw, objectief, relevant, verifieerbaar, discreet en duidelijk. Zij is niet misleidend en zet niet aan tot overbodige medische prestaties.

De arts verzet zich tegen publiciteit die derden over zijn medische activiteit verstrekken en die de bepalingen van het vorige lid niet respecteert.

1. Algemeen

1.1 Juridische restricties

Het recht van de arts om reclame te maken voor zijn medische activiteit volgt uit de Europese en nationale regelgeving. Dit recht is niet absoluut. Het kent beperkingen gemotiveerd door dwingende redenen van algemeen belang, voornamelijk de bescherming van de volksgezondheid.

De wettelijke restricties kunnen betrekking hebben op het onderwerp en de vorm van de reclame. Het Wetboek van economisch recht verbiedt misleidende reclame en legt een strikt wettelijk kader vast voor vergelijkende reclame. De recente wet inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg stelt regels op omtrent de praktijkinformatie die de gezondheidszorgbeoefenaar kenbaar mag maken aan het publiek. Tot slot regelt een bijzondere wet de reclame en informatie betreffende ingrepen van esthetische geneeskunde.

Er is een evolutie in de termen die gebruikt worden door de wetgever. In de wet inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg spreekt de wetgever van "praktijkinformatie" en niet langer van "reclame". De nieuwe term "praktijkinformatie" wordt gedefinieerd als "iedere vorm van mededeling die rechtstreeks en specifiek, ongeacht de daartoe aangewende plaats, drager of aangewende technieken, tot doel heeft een gezondheidsbeoefenaar te laten kennen of informatie te verstrekken over de aard van zijn beroepspraktijk".

1.2 Deontologische restricties

De arts heeft als taak het bevorderen van de gezondheid van de individuele patiënt en de volksgezondheid. Het is van belang dat hij relevante praktijkinformatie kan meedelen aan het publiek.

De gedeelde praktijkinformatie moet evenwel overeenstemmen met de regels van medische deontologie, in het bijzonder de onafhankelijkheid, waardigheid en integriteit van het beroep, evenals het beroepsgeheim.

De arts ziet er op toe dat de verstrekte informatie waarheidsgetrouw, objectief, relevant, verifieerbaar, wetenschappelijk onderbouwd, discreet en duidelijk is.

Is onder meer niet toegelaten:

  • iedere vorm van misleidende publiciteit;
  • vergelijkende honorariatarieven (het toetredingsstatuut tot de nationale overeenkomst is echter een verplichte informatie, krachtens artikel 73, §1, lid 4 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen)
  • het aanzetten tot overbodige onderzoeken of behandelingen;
  • publicaties, conferenties en andere mededelingen zonder wetenschappelijk nut of die een commercieel oogmerk hebben;
  • publicatie van getuigenissen van patiënten;
  • communicatie van gegevens gedekt door het medisch geheim;
  • gebruik van een instrument om de bezoekers van een website buiten hun medeweten te identificeren of te profileren;
  • commerciële promotie van geneesmiddelen of andere gezondheidszorgproducten.

Het staat de arts vrij het advies van de provinciale raad te vragen over een project van professionele praktijkinformatie.

1.3 Verzet tegen publiciteit die derden over zijn medische activiteit verstrekken

De arts dient zich te verzetten tegen publiciteit over zijn medische activiteit die de medische deontologie niet respecteert, ongeacht of hij al dan niet zelf de initiatiefnemer is.

1.4. Respect voor de fysieke en psychische integriteit van de patiënt

Wanneer de arts patiënten betrekt bij informatieverschaffing in de media, eerbiedigt hij hun persoonlijke levenssfeer en waardigheid. De arts moet zich ervan vergewissen dat de patiënten volledig geïnformeerd worden en vrij toestemmen tot medewerking. De fysieke en psychische integriteit van de patiënt moet te allen tijde worden gerespecteerd.

2. Adviezen van de nationale raad

3. Wettelijke bepalingen

4. Informatie - Documentatie - Links

5. Trefwoorden

beroepsactiviteiten van de arts - publiciteit door arts - publiciteit door derden - reclame

Beroepsgeheim21/09/2019 Documentcode: a166010
Bewakingscamera in een geneeskundepraktijk

De nationale raad van de Orde der artsen verstrekt het volgende advies betreffende het installeren van een bewakingscamera in de onderzoeksruimte van de medische praktijk met als doel misdrijven te voorkomen of vast te stellen.

De veiligheid van de patiënten, van het administratief personeel en van de gezondheidsberoepsbeoefenaars is een absolute noodzaak.

Hetzelfde geldt voor de eerbiediging van de intimiteit van de patiënt, van het medisch geheim en van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen. Bij de keuze van de maatregelen tot bescherming van de fysieke integriteit dient men zich dan ook te laten leiden door de eerbiediging van voorgaande beginselen.

De nationale raad meent dat de visuele bewaking van een medische raadpleging onaanvaardbaar is aangezien ze een aantasting vormt van de rechten van de patiënt.

De wet van 21 maart 2007 en de uitvoeringsbesluiten ervan regelen de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's teneinde misdrijven tegen personen of goederen te voorkomen of vast te stellen. De wet bepaalt dat de bewakingscamera's geen beelden mogen opleveren die de intimiteit van een persoon schenden. De nationale raad meent dat dit het geval is bij beelden die van de patiënt genomen worden tijdens een medische raadpleging.

De Algemene Directie Veiligheid en Preventie verstrekt veiligheidstips (https://www.besafe.be), in het bijzonder via een bijzondere brochure voor de artsen (https://www.besafe.be/nl/veiligheidsthemas/ondernemers-vrije-beroepen/veiligheid-van-huisartsen).

De mechanismen om hulp in te roepen bij agressie die hierin worden aanbevolen, bieden op veiligheidsgebied een alternatief voor de bewakingscamera dat minder inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer.

Informatie over het gebruik van bewakingscamera's, in het bijzonder in ziekenhuiskringen, vindt men op de website van de Gegevensbeschermingsautoriteit (https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/cameras).


Relatie arts-patiënt06/05/2017 Documentcode: a157011
Persbericht : geluidsopname van een gesprek tussen een patiënt en een arts zonder medeweten van deze laatste

De nationale raad onderzocht de problematiek van de heimelijke geluidsopname van een gesprek tussen een patiënt en een arts zonder medeweten van deze laatste.

PERSBERICHT

Naar aanleiding van recente berichtgeving over heimelijke geluidsopnames tijdens medische raadplegingen, wenst de nationale raad van de Orde der artsen het volgende mee te delen :

De patiënt-arts relatie is een vertrouwensrelatie die gebaseerd is op wederzijds respect. De patiënt rekent erop dat de arts informatie i.v.m. de patiënt geheimhoudt. De arts verwacht van de patiënt dat hij hem alle nuttige en noodzakelijke informatie overmaakt opdat hij op een kwaliteitsvolle wijze de patiënt kan helpen.

Een kwaliteitsvolle gezondheidszorg beperkt zich niet tot het zakelijk verstrekken van zorg door de arts op basis van informatie van de patiënt en diagnosestelling. Een gezamenlijk beslissingsproces is een kenmerk van de vertrouwensrelatie.

De open dialoog tussen de patiënt en de arts, die de autonomie van de patiënt en de professionele autonomie van de arts ten volle uitoefent, is een essentieel gegeven van het medische beslissingsproces.

Een geluidsopname van de medische consultatie door de patiënt om de ontvangen informatie beter te kunnen verwerken, dient te gebeuren in gezamenlijk overleg om zo het vertrouwen en de dialoog tussen de patiënt en de arts niet te ondermijnen.

Iedereen dient zich ervan bewust te zijn dat deze geluidsopname bij een geschil kan worden aangewend als bewijs.

Farmaceutische industrie19/06/2004 Documentcode: a105002
Video-installatie door een farmaceutische firma in de wachtkamer van artsen - Publiciteit

Een mevrouw die werkzaam is in de sector van de publiciteit en de promotie vraagt of in een artsenwachtkamer een video-installatie mag geplaatst worden voor het vertonen van een programma van informatieve medische aard wanneer dit gepromoot wordt door één enkele firma en alleen de naam van de firma verschijnt in de montage.

Advies van de Nationale Raad :

In zijn vorige adviezen was de Nationale Raad van oordeel dat het installeren van een video-installatie in de wachtkamer van de huisarts niet verboden moet worden (advies 15 november 1986, Tijdschrift Nationale Raad nr. 35, maart 1987, p. 17). Hij voegde er evenwel aan toe dat deze installatie alleen toegelaten is op voorwaarde dat geen enkele reclameboodschap wordt getoond (advies 15 oktober 1994, Tijdschrift Nationale Raad nr. 67, maart 1995, p. 22).

De wet van 2 augustus 2002 definieert reclame bij de uitoefening van een vrij beroep echter als iedere vorm van mededeling bij de uitoefening van een vrij beroep die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de afzet van goederen of diensten te bevorderen… (hoofdstuk I, art.2, 4°). Met betrekking tot geneesmiddelen kan alleen de vermelding van de naam van de farmaceutische groep op zich reeds beschouwd worden als een zekere vorm van reclame. Dit geldt a fortiori wanneer de verspreide boodschap de indicaties en voordelen van een bepaalde behandeling onderstreept. Ook al wordt de informatie voorgesteld in het algemeen belang is het onvermijdelijk dat ze bijdraagt tot de promotie van producten voor gezondheidszorg.

Bovendien is misleidende reclame verboden bij wet. Indien de arts zich aan deze bepaling wil houden, moet hij de inhoud van de weer te geven cassette analyseren.
Om de inhoud, de relevantie en de wetenschappelijke waarde ervan te waarborgen en om zich ervan te vergewissen dat de boodschap geen enkele leugenachtige berichtgeving bevat, dient hij hierbij des te zorgvuldiger te werk te gaan daar de uitgezonden boodschap nu eenmaal aanlokkelijk, overtuigend, didactisch en niet-contradictoir is.

Om deze redenen kan de Nationale Raad niet aanvaarden dat informatieve boodschappen van algemeen belang die door handelsfirma’s opgesteld zijn, uitgezonden worden.

Daarbij komt nog dat wanneer een patiënt in een wachtkamer een tijdschrift uitkiest, hij dit doet zonder zijn keuze op te leggen aan de andere patiënten. De ononderbroken uitzending van visuele en gesproken boodschappen die overtuigend willen overkomen, kunnen de patiënt storen; hij kan niet verplicht worden er naar te kijken of te luisteren.

Buiten deze bezwaren kunnen nog andere aspecten opgeworpen worden zoals verplichtingen inzake auteursrechten en billijke retributies, maar die vallen buiten de bevoegdheid van de Nationale Raad.