Code van medische deontologie

Hoofdstuk 1: De collegialiteit

print
01/01/1975
Artikel 138

Wanneer een arts uit een ambt dat hij in een openbare of privé-inrichting uitoefende wordt ontslagen of geschorst, mag een arts zijn kandidatuur slechts stellen nadat hij contact heeft opgenomen met de betrokken collega en met zijn eigen provinciale raad van de Orde.
Deze laatste zal er voor waken dat de regels van de plichtenleer worden nageleefd.

De arts die meent een wettige beweegreden te hebben om geen contact op te nemen met zijn collega moet die reden ter beoordeling aan de provinciale raad voorleggen.