Code van medische deontologie

Hoofdstuk 5: Het geneeskundig kabinet

print
12/04/2003
Artikel 22

§1. (Gewijzigd op 12 april 2003) De arts zal zijn praktijk bij voorkeur op één plaats uitoefenen. Zo hij nochtans zijn activiteiten over meer dan één kabinet spreidt of wenst te spreiden moet hij zijn provinciale raad hiervan op de hoogte brengen, de spreiding van zijn activiteiten motiveren en de plaats van zijn hoofdactiviteit aanduiden.

§2. (Gewijzigd op 12 april 2003) Teneinde inbreuken op de bepalingen van de geneeskundige plichtenleer te voorkomen of te doen ophouden, zal de provinciale raad bij zijn beslissing rekening houden met onder meer de belangen van de zieken, de kwaliteit en de continuïteit van de zorg, de bescherming van het beroepsgeheim, de vrije artsenkeuze, de bijzondere geografische ligging, de aard van de uitgeoefende discipline en met de uitrusting van het kabinet.

§3. Wanneer een arts zijn bedrijvigheid spreidt over verscheidene kabinetten, gevestigd in verschillende provincies of in een gemeente die uitsluitend onder de bevoegdheid valt van de Provinciale Raad van Brabant, hetzij met het Frans, hetzij met het Nederlands als voertaal, moet op initiatief van de Provinciale Raad waaronder de arts ressorteert, het advies van de betrokken Provinciale Raad worden gevraagd.

Oudere versies