Code van medische deontologie

Hoofdstuk 9: Het naderende levenseinde

print
18/03/2006
Artikel 98

Indien overeenkomstig de huidige stand van de wetenschap een patiënt overleden is, wordt de kunstmatige instandhouding van de cardiorespiratoire functies stopgezet. Deze stopzetting kan wel uitgesteld worden met het oog op het wegnemen van organen voor transplantatiedoeleinden, waarbij de wilsbeschikking van de patiënt en de wettelijke beschikkingen dienen te worden gerespecteerd.