Code van medische deontologie

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

print
30/06/2020
Artikel 2

De arts voldoet aan de wettelijke voorwaarden vereist voor de uitoefening van de geneeskunde.

De arts zorgt voor de fysieke en mentale gezondheid van de mens en voor de volksgezondheid.

1. Algemeen

1.1. Wettelijke voorwaarden voor de uitoefening van de geneeskunde

De artikelen 3 en 25 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (hierna: WUG) bepalen de wettelijke voorwaarden voor de uitoefening van de geneeskunde.

Om in België de geneeskunde te kunnen uitoefenen moet de arts beschikken over een diploma van arts, een visum uitgereikt door de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en ingeschreven zijn op de lijst van de Orde der artsen.

Artikel 3, § 1, WUG, definieert de geneeskunde aan de hand van de onwettige uitoefening van de geneeskunde:

"Niemand mag de geneeskunde uitoefenen die niet het wettelijk diploma bezit van doctor in de genees-, heel- en verloskunde, dat werd behaald in overeenstemming met de wetgeving op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, of die niet wettelijk ervan vrijgesteld is, en die bovendien de voorwaarden gesteld bij artikel 25, niet vervult.

Wordt beschouwd als onwettige uitoefening van de geneeskunde, het gewoonlijk verrichten door een persoon die het geheel van de voorwaarden, niet vervult, van elke handeling die tot doel heeft, of wordt voorgesteld tot doel te hebben, bij een menselijk wezen, hetzij het onderzoeken van de gezondheidstoestand, hetzij het opsporen van ziekten en gebrekkigheden, hetzij het stellen van de diagnose, het instellen of uitvoeren van een behandeling van een fysieke of psychische, werkelijke of vermeende pathologische toestand, hetzij de inenting.

(...)

Eveneens een onwettige uitoefening van de geneeskunde is het gewoonlijk verrichten door een persoon die niet aan alle voorwaarden beantwoordt, ten aanzien van een mens, van elke medische technische ingreep doorheen de huid of de slijmvliezen en waarbij, zonder enig therapeutisch of reconstructief doel, vooral beoogd wordt het uiterlijk van de patiënt om esthetische redenen te veranderen.

(...)".

Opmerking: Artikel 69 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg heft artikel 25 Gecoördineerde wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen op. Deze wet treedt in werking op 1 juli 2021.

1.1.1 Diploma

Ieder die de geneeskunde wettig wenst uit te oefenen, moet in het bezit zijn van een Europees diploma van "doctor in de genees-, heel- en verloskunde" (art. 3, § 1, eerste lid, 104 tot 117, WUG) tenzij men er wettelijk van is vrijgesteld (art. 3, § 1, eerste lid, WUG) of tenzij men in het bezit is van een niet-Europees diploma dat gelijkwaardig werd verklaard (art. 145, § 1, eerste lid, WUG).

Als gevolg van de Bologna-verklaring, ondertekend door de Europese ministers van Onderwijs op 19 juni 1999, verkrijgen de afgestudeerden in de geneeskunde de titel van master in de geneeskunde.

Diegene die ertoe is gerechtigd de titel van master in de geneeskunde te voeren, mag ook de titel van arts voeren (art. II 76, § 2, 10°, Vlaamse Codex Hoger Onderwijs; art. 70, § 1, 2°, derde lid, Decreet van 7 november 2013 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies). Het is gebruikelijk dat de arts "dokter" wordt genoemd.

1.1.2. Visum

Om de geneeskunde te mogen uitoefenen in België, moet de arts in het bezit zijn van een visum afgeleverd door de FOD Volksgezondheid.

De bevoegde provinciale geneeskundige commissie kan het visum schorsen, intrekken of het behoud ervan afhankelijk maken van voorwaarden, wanneer blijkt dat de arts om fysieke of psychische redenen niet meer geschikt is om de geneeskunde uit te oefenen (art. 119, § 1, 2°, b), WUG). Dit is geen sanctie maar een administratieve maatregel ter bescherming van de volksgezondheid.

Opmerking: artikel 10 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg bepaalt dat de gezondheidszorgbeoefenaar enkel gezondheidszorg mag verstrekken indien hij beschikt over een visum dat zijn bekwaamheid tot uitoefening van zijn gezondheidszorgberoep reflecteert. Overeenkomstig artikel 8 zal de arts zijn bekwaamheid onder meer kunnen aantonen door middel van een portfolio, waarin hij bijhoudt wat hij gedurende zijn professionele loopbaan heeft gedaan om bekwaam te zijn en te blijven. De wet treedt in werking op 1 juli 2021.

1.1.3. Inschrijving op de lijst van de Orde der artsen

Elke arts die in België de geneeskunde wenst uit te oefenen, moet ingeschreven zijn op de lijst van de Orde der artsen (art. 2, tweede lid, KB nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der artsen (hierna: KB nr. 79 Orde der artsen; art. 25, § 1, 2°, WUG). De inschrijving moet worden aangevraagd.

De artsen schrijven zich in op de lijst van de Orde in de provincie waar zij hun voornaamste bedrijvigheid hebben. Een inschrijving op meerdere provinciale lijsten is niet mogelijk. De artsen die hun voornaamste bedrijvigheid hebben in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen kiezen of ze zich inschrijven op de lijst van de provinciale raad van Vlaams-Brabant en Brussel of op de lijst van de provinciale raad van Brussel en Waals-Brabant.

De lijsten van de provinciale raden vormen samen de lijst van de Orde der artsen.

Opmerking: na de inwerkingtreding op 1 juli 2021 van de wet van 22 april 2019 inzake kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg blijft de inschrijving op de lijst van de Orde der artsen verplicht op basis van het KB nr. 79 Orde der artsen.

1.1.4. Erkenning

De bijzondere beroepsbekwaamheden zijn vastgelegd in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde. Het betreft de specialismen (professionele beroepstitels van niveau 2) en de competenties (professionele beroepstitels van niveau 3).

Niemand kan zich beroepen op een bijzondere beroepsbekwaamheid of een bijzondere beroepstitel dragen als de bevoegde minister die niet heeft erkend.

1.2. Zorgen voor de fysieke en mentale gezondheid van de mens en voor de volksgezondheid

De medische deontologie beoogt het algemeen belang. Een kwaliteitsvolle medische dienstverlening is een basisbehoefte van de samenleving. De artsen zorgen in de uitoefening van hun beroep daardoor ook voor de realisering van aspecten van het algemeen belang.

De medische deontologie overstijgt bijgevolg de individuele relatie tussen patiënt en arts. Ze is noodzakelijk ingebed in de maatschappij. De arts moet dus altijd rekening houden met het algemeen belang.

2. Adviezen van de nationale raad

3. Wettelijke bepalingen

4. Informatie - Documentatie - Links

5. Trefwoorden

beroepskaart - dienstverrichting - erkenning beroepskwalificaties - fysieke en psychische geschiktheid - inschrijving op de lijst van de Orde der artsen - numerus clausus - onwettige uitoefening van de geneeskunde - provinciale geneeskundige commissie - provinciale raad van de Orde - schorsing - stage - universitaire opleiding geneeskunde - visum - wettelijk diploma arts