Code van medische deontologie

Hoofdstuk 4: Integriteit

print
30/06/2020
Artikel 33

De arts bepaalt zijn ereloon correct en op basis van de werkelijk geleverde prestaties.

De arts informeert de patiënt vooraf duidelijk over de bepaling van zijn ereloon.

1. Algemeen

1.1 De arts bepaalt zijn ereloon correct en op basis van de werkelijk geleverde prestaties

De arts heeft recht op een ereloon of een forfaitaire bezoldiging voor zijn geleverde prestaties. Enkel voor werkelijk geleverde prestaties kan een ereloon worden aangerekend; zo kan de arts geen ereloon ontvangen voor een niet-nagekomen afspraak door de patiënt. De arts kan aan zijn patiënt wel een redelijke schadeloosstelling vragen, indien hij aantoont dat hij, door het nietnakomen van de afspraak, schade heeft geleden. De patiënt moet op voorhand correct ingelicht zijn over de omstandigheden waarin dergelijke schadeloosstelling wordt gevraagd bij het nietnakomen of laattijdig afzeggen van een afspraak. De schadeloosstelling moet redelijk blijven en mag in geen geval even hoog zijn als het bedrag van de erelonen voor de verstrekking. Indien de patiënt tot slot bijzondere omstandigheden kan aanvoeren, dienen deze in aanmerking te worden genomen.

Een geneeskundig getuigschrift moet overeenkomen met de werkelijk verrichte prestaties en de nomenclatuur in acht nemen.

In principe bepaalt de arts vrij het bedrag van zijn erelonen. De vrije bepaling kan worden beperkt door of krachtens de wet of door statuten of overeenkomsten waartoe de arts is toegetreden.

De arts bepaalt zijn ereloon te goeder trouw. Hij moet eerlijk en gematigd zijn.

Het vorderen van erelonen die manifest te hoog liggen, kan enerzijds aanleiding geven tot tuchtmaatregelen opgelegd door de provinciale raden, anderzijds tot matiging van het ereloon door de rechtbanken. De provinciale raden kunnen in laatste aanleg beslissen over geschillen betreffende de door de arts aan zijn patiënt gevraagde erelonen.

1.2 De arts informeert de patiënt vooraf duidelijk over de bepaling van zijn ereloon

De patiënt heeft het recht om geïnformeerd, voorafgaandelijk en vrij toe te stemmen in iedere tussenkomst van de beroepsbeoefenaar. Hieruit volgt dat de arts de plicht heeft de patiënt voorafgaand te informeren, onder meer over de financiële gevolgen van de zorgverstrekking.

De arts moet aan zijn patiënten meedelen of hij al dan niet onder een conventiestatus valt. De arts die deels onder een conventiestatus valt, moet zijn patiënten duidelijk inlichten over de dagen en uren waarop hij niet geconventioneerd is.

De arts verwittigt de patiënt indien de voorgestelde zorg (met inbegrip van de geneesmiddelen en de medische hulpmiddelen) niet terugbetaald wordt in de context van de verzekering geneeskundige verzorging en uitkeringen.

Betreffende een medische verstrekking in een ziekenhuisinstelling, heeft het ziekenhuis tot taak de patiënten een lijst ter beschikking te stellen die vermeldt of de ziekenhuisarts de verbintenistarieven toepast of niet.

Daarnaast moet bij een opname in het ziekenhuis aan de patiënt informatie worden verschaft conform het koninklijk besluit van 17 juni 2004 betreffende de verklaring bij opname in een ziekenhuis.

De arts verstrekt informatie in verband met zijn ereloon en de keuze en kosten van implantaten en prothesen.

Tot slot is het belangrijk dat de arts discriminatie op grond van financiële middelen tracht te vermijden. In deze context is het strijdig met de medische deontologie om als arts de zorg voor een patiënt te weigeren enkel omdat deze niet voor een eenpersoonskamer kiest.

De zwakke financiële toestand van de patiënt mag de arts nooit beletten de patiënt toch de noodzakelijke medische hulp te bieden.

2. Adviezen van de nationale raad

3. Wettelijke bepalingen

4. Informatie - Documentatie - Links

5. Trefwoorden

derde betaler - ereloon - honoraria - getuigschrift voor verstrekte hulp - RIZIV - ziekteverzekering