Code van medische deontologie

Hoofdstuk 2: Professionaliteit

print
31/12/2020
Artikel 10

De arts heeft aandacht en zorg voor zijn eigen gezondheid.

De arts streeft naar een evenwicht tussen zijn beroepsactiviteiten en zijn privéleven.

1. Algemeen

Het lijkt vanzelfsprekend dat een goede gezondheid en een gezond evenwicht in het leven van de zorgverleners factoren zijn die bijdragen tot de kwaliteit van de zorg. Een vermoeide, misschien wel uitgeputte arts verkeert niet in ideale omstandigheden om zijn patiënten met empathie en geduld te ontvangen.

Sedert enkele jaren toont de medische gemeenschap belangstelling voor de goede gezondheid van de artsen door onder meer de organisatie van internationale conferenties over de gezondheid van de artsen. Artsen ontsnappen niet aan uitputting ten gevolge van beroepsoverlast. De Amerikaanse vereniging voor psychiatrie heeft in 2018 een gids gepubliceerd over de goede mentale gezondheid van de artsen.

De medische traditie heeft het beeld van de sterke en veerkrachtige arts in stand gehouden. Ook wanneer ze ziek of vermoeid zijn, blijven heel wat artsen voortwerken. Dit geldt niet alleen voor artsen die betaald worden per verstrekking maar ook voor loontrekkende artsen. Bepalende factoren zijn de druk van het werkritme en de wil om de werklast en vooral de wachtdienst niet op de schouders van de collega's te leggen.

1.1. De arts heeft aandacht voor zijn eigen gezondheid

De arts moet het voorbeeld geven door te kiezen voor een gezond en evenwichtig leven, zowel op het gebied van voeding als beweging. Het is een van de manieren om te voldoen aan zijn plicht inzake gezondheidsbevordering (art. 5, CMD 2018).

Zelfmedicatie komt vaak voor in medische kringen. Dit kan gerechtvaardigd zijn voor eenvoudige of zelfs goedaardige problemen, maar in geval van uitputting of een verslechtering van de algemene toestand wordt het afgeraden.

De wet van 12 december 2010 tot vaststelling van de arbeidsduur van de artsen, de kandidaat-artsen in opleiding en de studenten-stagiairs, is van toepassing op de artsen die werken in het kader van een arbeidsovereenkomst of in statutair verband, behoudens enkele uitzonderingen. Ze geldt ook voor de kandidaten die houder zijn van het diploma van master in de geneeskunde, die in opleiding zijn met het oog op het toekennen van de erkenning voor één van de titels bedoeld in de artikelen 1, 2 en 2bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde, en die gezondheidszorgprestaties verrichten in het kader van hun opleiding.

Op deontologisch gebied hebben de artsen die verantwoordelijk zijn voor de organisatie van de diensten en van de wachtdiensten alsook de stagemeesters de plicht ervoor te zorgen dat deze wetgeving, die de Richtlijn 2003/88/EG van 4 november 2003 omzet, wordt toegepast naar de geest en de letter.

De meerderheid van de artsen oefenen hun beroep uit als zelfstandige. De nationale raad heeft geen eenduidige deontologische regels bepaald betreffende de arbeidstijd of de maximale duur van een prestatie omdat hij van mening is dat deze kwestie onder de individuele verantwoordelijkheid valt. De organisatie van de arbeidstijd moet voldoen aan de vereisten inzake de zorgkwaliteit, de patiëntveiligheid en het welzijn van de arts zelf. De richtlijn over de arbeidsduur en de wetgevingen die eruit voortgevloeid zijn, kunnen moeilijk toegepast worden op een beroep dat een permanente dienstverlening aan de bevolking dient te waarborgen.

1.2. De arts streeft naar een evenwicht tussen zijn beroepsactiviteiten en zijn privéleven

Deze aanbeveling is nieuw opgenomen in de Code van medische deontologie en eveneens in de aanbevelingen betreffende de oprichting van artsenvennootschappen.

Een goede arts kijkt leergierig naar de wetenschappelijke vooruitgang: het is dus normaal dat hij een deel van zijn tijd gebruikt om zijn medische kennis uit te diepen (art. 4, CMD 2018).

1.3. Hulp vragen

Om de drempel naar hulp te verlagen heeft de nationale raad van de Orde der artsen een nationaal platform voor hulp aan artsen in nood opgericht: Arts in Nood.

Arts in Nood richt zich op psychische problemen van artsen die invloed kunnen hebben op de kwaliteit van de zorg die zij verstrekken.

Het is een onafhankelijke organisatie voor alle artsen, alsook voor medische studenten en artsen in opleiding en hun omgeving, die laagdrempelige, discrete en vertrouwelijke begeleiding en preventie aanreikt, dit door een volledige scheiding tussen het zorgtraject van de arts en de controle op de beroepsbeoefening.

Een nationaal team van vertrouwensartsen staat paraat om collega's te begeleiden en desgewenst te oriënteren naar gepaste professionele hulp. Het volstaat om te bellen naar het gratis nationaal nummer 0800 23 460, te e-mailen naar info@artsinnood.be of het contactformulier op de website www.artsinnood.be in te vullen.

2. Adviezen van de nationale raad

3. Wettelijke bepalingen

4. Informatie - Documentatie - Links

5. Trefwoorden

gezondheid van de arts - project ‘Arts in nood' - zieke arts