Code van medische deontologie

Hoofdstuk 2: Professionaliteit

print
05/07/2019
Artikel 3

De arts heeft voor een kwaliteitsvolle uitoefening van zijn beroep de vereiste kennis en deskundigheid en de gepaste attitude.

1. Algemeen

1.1. Vereiste kennis en deskundigheid

Het diploma van arts, de erkenning van het specialisme alsook de inschrijving op de lijst van de Orde der artsen verlenen de toegang tot het beroep (zoals de toegang tot de terugbetaling van de geneeskundige verstrekkingen en de licence to practise).

Een continue professionele ontwikkeling is noodzakelijk voor het up-to-date houden van de verworven kennis en vaardigheden (fitness to practise). Een continu leerproces bevordert de kwaliteit van de verstrekkingen van gezondheidszorg en verhoogt de patiëntveiligheid. Om op de hoogte te blijven van de huidige stand van de wetenschap, moet de arts blijvend leren. De arts is kritisch bij het verzamelen en interpreteren van informatie en gaat in dialoog met andere gezondheidszorgbeoefenaars, patiënten en andere betrokkenen bij de gezondheidszorg.

De arts handelt wetenschappelijk onderbouwd en maatschappelijk verantwoord. Hij baseert zich op zijn kennis, zijn ervaring, op gevalideerde richtlijnen en actueel goede praktijken.

Opmerking: artikel 8 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg bepaalt dat de arts een portfolio moet bijhouden, waaruit blijkt dat hij beschikt over de nodige bekwaamheid en ervaring. Het portfolio bevat onder meer een bewijs van bijscholingen, specialisaties en deelname aan wetenschappelijk onderzoek. De inwerkingtreding van deze wet is een jaar uitgesteld tot 1 juli 2022 : cf. wet van 27 juni 2021 tot wijziging van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg.

1.2. Gepaste attitude ten dienste van de patiënt

De arts respecteert de rechten van de patiënt en gaat te allen tijde empathisch met hem om. Hij plaatst de patiënt centraal en bouwt een vertrouwensrelatie met hem op. Indien nodig ontwikkelt de arts samen met de patiënt een behandelplan rekening houdend met de noden, waarden, wensen en ervaringen van de patiënt. De arts integreert daarbij zijn kennis en houdt rekening met de socio-economische context van de patiënt en andere relevante psychologische en sociale aspecten.

Dit behandelplan is nuttig voor de communicatie met de collega's en andere gezondheidszorgbeoefenaars ("geïntegreerde gezondheidszorg").

De arts communiceert met een andere gezondheidszorgbeoefenaar wanneer hij van mening is dat deze handelt in strijd met het belang van de patiënt of de kwaliteit van de zorg in het gedrang brengt.

Behoudens een gepaste en transparante communicatie met de patiënt en andere gezondheidszorgbeoefenaars, heeft de arts ook een bredere maatschappelijke functie, met name preventie en promotie van de gezondheidszorg binnen de gemeenschap. De arts gebruikt zijn kennis om de aandacht te vestigen op belangrijke gezondheidszorgproblemen van bepaalde populaties binnen de gemeenschap.

De patiëntenzorg en de communicatie dienen integer te verlopen. De arts handelt professioneel en is betrokken bij het gezondheidszorgtraject van de patiënt. De arts handelt op een gewetensvolle wijze, hanteert de gebruikelijke ethische beroepsnormen en blijft op de hoogte van de wetgeving betreffende de uitoefening van het beroep en de evolutie van de nomenclatuur.

2. Adviezen van de nationale raad

3. Wettelijke bepalingen

4. Informatie - Documentatie - Links

5. Trefwoorden

attitude - bekwaamheid - deskundigheid - kennis - professionaliteit - vaardigheden


Oudere versies