Code van medische deontologie

Hoofdstuk 3: Respect

print
31/12/2020
Artikel 21

De arts wijst de patiënt op de gevolgen van onjuist geneesmiddelengebruik en van misbruik van substanties die tot afhankelijkheid kunnen leiden.

De arts licht de risico's van automedicatie en overconsumptie van geneesmiddelen toe.

De arts handelt bij ernstige middelenafhankelijkheid in multidisciplinair verband.

1. Algemeen

De arts heeft de plicht te wijzen op de risico's en nadelige gevolgen van geneesmiddelengebruik. Hij heeft tot taak patiënten te waarschuwen voor de gevaren van niet-geïnformeerde automedicatie.

De arts moet zich ten zeerste bewust zijn van zijn verantwoordelijkheid bij het voorschrijven van geneesmiddelen die tot afhankelijkheid kunnen leiden.

De arts mag geen behandelingen of geneesmiddelen voorschrijven louter op verzoek van de patiënt zonder dat de toestand van deze laatste dit medisch rechtvaardigt. Hij ziet erop toe geneesmiddelen voor te schrijven in de gepaste vorm en hoeveelheid om overconsumptie en overdosering te vermijden. De arts doet zijn best om elke vorm van verslaving te voorkomen.

Bij het voorschrijven van verdovende middelen is de arts moreel en sociaal verplicht een preventieve en waakzame houding aan te nemen door de patiënt te informeren over het risico van afhankelijkheid. Hij wijst de patiënt op onjuist gebruik en misbruik van substanties die tot afhankelijkheid kunnen leiden en op de risico's en de nadelige gevolgen van gebruik op lange termijn.

De arts moet vermijden opioïden voor te schrijven op eenvoudig verzoek van de patiënt. Hij moet ten volle beseffen dat met deze geneesmiddelen kan worden gefraudeerd en dat ze bijgevolg op een medisch onverantwoorde wijze (instandhouding van de verslaving, handel en recreatief gebruik) kunnen worden gebruikt.

De arts schrijft opioïden voor in de gepaste vorm en hoeveelheid om overconsumptie en overdosering te vermijden. Pijnbestrijding kan verantwoorden dat substanties worden voorgeschreven die tot afhankelijkheid kunnen leiden. Bij patiënten met orthopedische of neuropathische pijn mogen opioïden enkel met de grootste omzichtigheid worden voorgeschreven.

Het koninklijk besluit van 19 maart 2004, gewijzigd bij koninklijk besluit van 6 oktober 2006 tot reglementering van de behandeling met vervangingsmiddelen, bepaalt de deelnemingsvoorwaarden en verplichte registratie van de artsen die regelmatig druggebruikers (twee patiënten gelijktijdig) behandelen met vervangingsmiddelen.

Deze voorwaarden houden in dat er een nauwe en voortdurende samenwerking moet bestaan tussen deze geregistreerde artsen en de professionele hulpverleningscentra/netwerken voor verslaafden, door de uitwisseling van kennis en informatie. De registratie van de arts is bijgevolg dwingend.

Deze groep van patiënten vergt een multidisciplinaire omkadering. Naast het voorschrijven van vervangingsmiddelen is een psychosociale aanpak nodig. Voor deze patiëntengroep doet de geregistreerde arts eveneens een beroep op de erkende multidisciplinaire teams van de professionele centra/netwerken voor hulp aan verslaafden.

Deontologisch gezien is het niet verantwoord dat een arts of een groep artsen parallelle circuits voor de behandeling van dit patiënteel opzet(ten), los van de gespecialiseerde en erkende multidisciplinaire bijstand. De arts kan zich niet beroepen op de therapeutische vrijheid om het aanbod te omzeilen van professionele, uitgebalanceerde en (volgens internationale richtlijnen) wetenschappelijk bewezen hulp op het gebied van de programma's voor de behandeling met vervangingsmiddelen.

Het bovenstaande geldt ook voor artsen die slechts occasioneel vervangingsmiddelen voorschrijven; zij moeten een specifieke opleiding hebben gevolgd, regelmatig deelnemen aan opleidingen en in contact staan met een arts die voldoet aan de wettelijke voorwaarden.

2. Adviezen van de nationale raad

3. Wettelijke bepalingen

4. Informatie - Documentatie - Links

5. Trefwoorden

automedicatie - geneesmiddelen - methadon - overconsumptie van geneesmiddelen - substitutiemedicatie - toxicomanie