De Orde der artsen werd opgericht bij wet van 25 juli 1938. De Tweede Wereldoorlog legde echter de uitvoering van deze wet stil. Uiteindelijk zou ze slechts een decennium later toegepast worden: een besluit van de Regent van 3 april 1947 regelde de inrichting van de eerste verkiezingen die plaatsvonden op 13 juni 1947.

De Orde der artsen bestaat uit volgende organen: 10 provinciale raden, een Franstalige en een Nederlandstalige raad van beroep en de nationale raad.

De Orde der artsen heeft publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid. Zij is dus juridisch geen vereniging of een privaatrechtelijke organisatie waarvan een arts vrij deel kan uitmaken. De arts is integendeel verplicht zich in te schrijven op de lijst van één - en slechts één - provinciale raad.

Meer informatie over dit onderwerp


Het geneeskundige getuigschrift. (Art. 26 van de Code medische deontologie 2018)

Het geneeskundig getuigschrift strekt ertoe de echtheid van een medisch feit vast te stellen ten aanzien van derden (fysieke of psychische gezondheid, ziekte, ongeval, zorg).

Bij het opstellen ervan worden de beginselen van oprechtheid, objectiviteit, voorzichtigheid en naleving van het medisch geheim in acht genomen. Deze beginselen worden toegelicht in de adviezen van de nationale raad en worden hierna achtereenvolgens in herinnering gebracht.

Meer info vindt u via de volgende link : advies van de nationale raad van 19 september 2020:

Opstellen van medische documenten - Principes en aanbevelingen

Hoe moet een geneeskundig getuigschrift opgesteld worden ?

1. Blijk geven van oprechtheid en objectiviteit

Opzettelijk een vals attest opstellen is strafbaar, ongeacht de reden ervan. De arts moet objectief zijn en laat zich niet beïnvloeden.

De arts stelt het getuigschrift op na afloop van het gesprek met de patiënt, de anamnese en het medisch onderzoek.

Wanneer er geen medisch onderzoek plaatsvindt, vermeldt de arts dat hij zich baseert op een teleconsultatie of op het medisch dossier.

2. Voorzichtig en nauwkeurig te werk gaan

De arts is zich bewust van de grenzen van zijn kennis en van het onvoorspelbare in de evolutie van een gezondheidstoestand.

Hij beperkt zich tot het attesteren van een medisch feit.
Hij drukt zich correct uit en eerbiedigt de waardigheid van de patiënt.

De arts moet het getuigschrift ondertekenen en zijn identiteit, beroepsgegevens en Riziv- nummer vermelden.

Wanneer het model en de inhoud van het getuigschrift vastgelegd zijn door de wet, zorgt de arts ervoor dat het getuigschrift beantwoordt aan de wettelijke voorwaarden.

3. Relevante informatie vermelden en het medisch geheim eerbiedigen

De arts eerbiedigt het medisch geheim. De inhoud van het getuigschrift is beperkt tot wat noodzakelijk is voor het doeleinde ervan.

De in het getuigschrift te vermelden inlichtingen hangen af van de bestemmeling en van de wetgeving waarin het kadert (overlijdensverklaring, geneeskundig getuigschrift in het raam van een beschermingsmaatregel ten aanzien van een onbekwame meerderjarige, enz.)

De arts legt de inhoud van het getuigschrift uit aan de patiënt.

4. Het geneeskundig getuigschrift dagtekenen

De arts vermeldt op het geneeskundig getuigschrift altijd de datum van de dag waarop hij het opstelt, ook al attesteert hij de gezondheidstoestand van de patiënt op een moment voorafgaand aan het opstellen.

Bij een duplicaat preciseert de arts de datum waarop het originele document opgesteld werd en dateert hij het duplicaat met de opsteldatum.

Aan wie moet het geneeskundig getuigschrift overhandigd worden ?

De arts geeft het getuigschrift aan de patiënt of aan zijn vertrouwenspersoon indien de patiënt dit wenst.

Indien de patiënt een onbekwame meerderjarige is of een minderjarige die niet in staat is redelijkerwijze zijn belangen te beoordelen, geeft de arts het document aan zijn vertegenwoordiger.

Bijzonder geval - getuigschrift voor schoolverzuim


De arts mag geen geneeskundig getuigschrift voor schoolverzuim opstellen om een niet- medische reden (familievakantie, enz.)

De arts kan uitzonderlijk een ’dixit-attest’ opstellen waarin hij uitdrukkelijk vermeldt dat het uitsluitend gebaseerd is op de verklaringen van de betrokkene en niet op zijn eigen medische vaststellingen.

Bij twijfel over de gegrondheid van een geneeskundig getuigschrift dat een behandelend arts verstrekt om de afwezigheid van een leerling te rechtvaardigen, kan de ‘CLB’-arts van de school contact opnemen met zijn collega om verduidelijking te verkrijgen met inachtneming van het medisch geheim.

Zo bijvoorbeeld vermeldt het getuigschrift van arbeidsongeschiktheid bestemd voor de werkgever de diagnose niet, in tegenstelling tot dat bestemd voor de verzekeringsinstelling.

Mits de patiënt zijn toestemming geeft, kan de arts het getuigschrift doorsturen naar de door de patiënt aangewezen arts.

Meer info vindt u via de volgende link : model dixit-attest opgesteld in overleg met het departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap

Hoe weten welk ereloon een arts vraagt? (Art. 33 van de Code medische deontologie 2018)

1- Is de arts geconventionneerd of deels geconventioneerd ?

De geconventioneerde arts verbindt er zich toe de tarieven vastgelegd door de akkoorden artsen-ziekenfondsen toe te passen.De niet-geconventioneerde arts bepaalt vrij zijn erelonen ; hij kan erelonensupplementen vragen.De deels geconventioneerde arts houdt zich op bepaalde dagen en tijdens bepaalde tijdblokken aan de tarieven vastgelegd door de akkoorden artsen-ziekenfondsen.Er is geen verband tussen de keuze van de arts om erelonensupplementen te vragen (niet geconventioneerd te zijn) en de zorgkwaliteit.De arts dient de patiënten in te lichten over zijn statuut (geconventioneerd, deels geconventioneerd, niet geconventioneerd). Deze informatie is eveneens toegankelijk hier. Indien de arts deels geconventioneerd is, preciseert hij de dagen en uren waarop hij de tarieven vastgelegd door de akkoorden artsen-ziekenfondsen niet toepast.Wanneer hij geconventioneerd is of werkt tijdens de uren waarop hij geconventioneerd is, komt enkel het remgeld voor rekening van de patiënt (het verschil tussen het bedrag terugbetaald door het ziekenfonds en de erelonen vastgelegd door het akkoord).Wanneer de arts niet geconventioneerd is, komen het remgeld en de eventuele ereloonsupplementen voor rekening van de patiënt.Het bedrag van de terugbetaling door de verzekeringsinstelling is hetzelfde ongeacht of de arts geconventioneerd is of niet. De hoogte van de tussenkomst van het ziekenfonds in de terugbetaling van de kosten verbonden aan de zorg dient gevraagd te worden aan dat ziekenfonds.Wat betreft de geneeskundige verstrekkingen in een ziekenhuisinstelling, is het de plicht van het ziekenhuis een lijst ter beschikking te stellen van de patiënten die aangeeft of de ziekenhuisarts de conventietarieven toepast.

2- Heeft het feit dat de arts geaccrediteerd is een impact op het bedrag van zijn erelonen ?

De artsen worden aangemoedigd zich tijdens hun ganse loopbaan bij te scholen om hun kennis en hun bekwaamheden up-to-date te houden met het oog op kwaliteit en veiligheid.

De accreditering is de erkenning die het RIZIV verleent aan de arts die voldaan heeft aan de vereisten van navorming gedefinieerd door het RIZIV.

Deze accreditering heeft een verhoging van de erelonen van de arts als gevolg, die gepaard gaat met een identieke verhoging van de tussenkomst van de verzekeringsinstelling bij de terugbetaling van de zorg.

3- Duidelijke en voorafgaande informatie over de erelonen

Het is aan de arts om de patiënt, vooraf en duidelijk, te informeren over de manier waarop hij zijn erelonen vastlegt (conventiestatuut, ereloonsupplementen, erelonen voor deskundigenonderzoek, enz.).

Deze informatie kan schriftelijk of mondeling geconcretiseerd worden, of zelfs door een uitnodiging zich tot het secretariaat van de arts te wenden. De patiënt moet nooit aarzelen bijkomende inlichtingen te vragen die hij nodig acht.

De arts vestigt de aandacht van de patiënt op de keuze en de kosten verbonden aan de zorg, in het bijzonder van de implantaten en protheses.

Hij deelt hem eveneens mee of de voorgestelde zorg (met inbegrip van de geneesmiddelen en de medische hulpmiddelen) niet terugbetaald wordt in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

Moet ik een consult dat ik annuleerde of waarnaar ik niet ging, betalen ?

De arts kan een redelijke vergoeding vragen in geval van laattijdige annulatie of het niet opdagen op een afspraak.

De patiënt dient voorafgaand juist geïnformeerd te zijn over de toepassingsvoorwaarden van dergelijke vergoeding.

Wat met de ereloonsupplementen in geval van ziekenhuisopname ?

In geval van ziekenhuisopname preciseert de opnameverklaring de financiële gevolgen ervan. Het is de arts niet toegestaan ereloonsupplementen te factureren aan de patiënt die een

tweepersoonskamer of een gemeenschappelijke kamer kiest.

Alle bedragen schuldig voor de verstrekkingen van de ziekenhuisartsen dienen betaald te worden aan het ziekenhuis ; het is de arts verboden deze rechtstreeks te ontvangen.

Meer informatie betreffende de ziekenhuiskosten hier.

De onderstaande tekst heeft uitsluitend betrekking op de toegang tot het dossier van de overleden patiënt zoals geregeld in artikel 9, § 4, van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

Meer info vindt u via de volgende link : advies van de nationale raad van 17 december 2016

De toegang tot het patiëntendossier kan plaatsvinden in specifiek omlijnde contexten (gerechtelijk deskundigenonderzoek, wetenschappelijk onderzoek, enz.) die we hier niet behandelen.

Wie kan toegang krijgen tot het dossier van een overleden patiënt ?

De echtgeno(o)t(e), de wettelijk samenwonende partner, de partner en de bloedverwanten tot en met de tweede graad.

Onder welke voorwaarden ?

1- De patiënt heeft er zich tijdens zijn leven niet tegen verzet

De nationale raad geeft de artsen de raad het verzet van de patiënt op te nemen in zijn dossier met vermelding van de datum.

2- Het verzoek moet voldoende gemotiveerd en gespecificeerd zijn

Doordat de wet oplegt dat het verzoek om toegang gemotiveerd moet zijn, dient degene die de vraag krijgt een afweging te maken van de betrokken belangen, langs de ene kant de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de overleden patiënt, langs de andere kant het gewettigd belang van de aanvrager.

Elke afweging dient geval per geval te gebeuren.

Hoe verloopt de toegang tot het dossier ?

1- Onrechtstreekse toegang

De wet kent de naasten het recht op onrechtstreekse toegang toe, via een beroepsbeoefenaar.

De naaste van de overleden patiënt mag het dossier niet zelf inkijken. Hij mag niet aanwezig zijn tijdens de inzage in de gegevens door de beoefenaar die hij aangewezen heeft.

De aangewezen beroepsbeoefenaar moet een beoefenaar zijn zoals bedoeld is in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen of met een praktijk zoals bedoeld is in de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen.

De nationale raad is van mening dat een adviserend arts van een verzekeringsmaatschappij, in het raam van zijn opdrachten, niet de beroepsbeoefenaar kan zijn door wiens tussenkomst de verwant van de overledene recht zou kunnen hebben op inzage in het medisch dossier van deze laatste (zie advies van 25 november 2006 over de inzage van het medisch dossier van een overledene door de adviserend arts van een verzekeringsmaatschappij, TNR nr. 115, maart 2007, p. 3).

2- Geen recht op afschrift

Dit recht op onrechtstreekse inzage laat niet toe een afschrift te verkrijgen van de gegevens in het medisch dossier.

3- Beperkte toegang

De toegang tot het dossier van de overleden patiënt is beperkt tot de gegevens van het dossier die relevant zijn voor de gegeven motivering.

Gegevens betreffende derden zijn uitgesloten van inzage.

Wat te doen bij moeilijkheden ?

De Orde der artsen staat ten dienst van de collega’s om hun te helpen het passende gevolg te geven aan de toegangsaanvragen die ze ontvangen. Ook aan patiënten en om het even welke andere persoon verstrekt zij graag de nodige informatie.

De ombudsfunctie ‘Rechten van de patiënt’ heeft onder meer als opdracht te bemiddelen in klachten van patiënten over de uitoefening van hun rechten maar ook vragen en klachten te voorkomen door de communicatie tussen de patiënt en de beroepsbeoefenaar te bevorderen. Voor ambulante zorg kan de patiënt zich wenden tot de federale ombudsdienst "Rechten van de patiënt".

Voor ziekenhuiszorg kan de patiënt zich wenden tot de ombudsfunctie van het betrokken ziekenhuis.

Zie ook de adviezen van de Federale commissie rechten van de patiënt