Nieuws
Nieuws
22/09/2026
Nieuwsbericht Orde der artsen, nationale raad : Radiologie via telegeneeskunde
De nationale raad van de Orde der artsen heeft advies ingewonnen bij het Riziv met betrekking tot bepaalde praktijken van teleradiologie.
De raad heeft het Riziv bevraagd over de wettelijke conformiteit van teleradiologie, waarbij medische beelden in België in een erkende dienst voor medische beeldvorming worden gemaakt en daarna worden doorgestuurd naar en geïnterpreteerd door artsen die verbonden zijn aan een in het buitenland gelegen teleradiologiedienst.
De prestatie wordt aangerekend door een arts-specialist in de röntgendiagnose in België verbonden aan de erkende dienst voor medische beeldvorming, zonder de geneeskundige verstrekking – met name de interpretatie, de diagnosestelling en het opstellen van het protocol – zelf te hebben verricht.
Antwoord van het Riziv:
[…]
Naar aanleiding van uw schrijven delen de Juridische Dienst, de Dienst voor Geneeskundige Verzorging en de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle van het Riziv u, gelet op de thans geldende Belgische regelgeving, de volgende analysepunten mee.
1. Algemeen beginsel: openbare orde en strikte interpretatie van de nomenclatuur
Vooreerst dient eraan te worden herinnerd dat de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen van openbare orde is en strikt moet worden geïnterpreteerd, zoals herhaaldelijk in de rechtspraak is bevestigd, met name:
- Arbh. Bergen, 18 april 2003, AR 17311;
- Arbh. Luik (afdeling Luik), 9 maart 2007, AR nr. 32.130/04.
Hieruit volgt dat iedere praktijk die niet uitdrukkelijk door de nomenclatuur wordt toegestaan, niet kan worden aanvaard en evenmin door analogie of extensieve interpretatie kan worden afgeleid.
2. Relevante wettelijke en reglementaire bepalingen
A) Artikel 34, vijfde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (GVU-wet)
« Indien de geneeskundige verstrekkingen worden verricht door middel van informatie- en communicatie-technologieën, komt de verzekering voor geneeskundige verzorging enkel tussen indien zulks uitdrukkelijk is voorzien in de vergoedingsvoorwaarden. De Koning stelt de definities en toepassingsvoorwaarden vast waaraan deze verstrekkingen dienen te voldoen. »
Uit deze bepaling volgt dat de interpretatie op afstand van radiologische beelden (teleradiologie) slechts voor terugbetaling in aanmerking komt indien dit uitdrukkelijk is bepaald in de toepasselijke terugbetalingsvoorwaarden.
Bijgevolg zijn radiologische verstrekkingen waarvan de terugbetalingsvoorwaarden niet uitdrukkelijk het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën toestaan, niet terugbetaalbaar.
De nomenclatuur, meer bepaald artikel 17, voorziet immers niet in een algemene regeling die het uitbesteden of op afstand uitvoeren van het radiologisch protocol toestaat, a fortiori niet aan een dienstverlener in het buitenland.
B) Artikel 17, § 12, 3°, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen – verplichting tot opstelling van een protocol
Artikel 17, § 12, 3°, van de nomenclatuur bepaalt integraal:
« 3° van het onderzoek moet een schriftelijk protocol worden opgesteld en bewaard met uitzondering van de verstrekking 458990-459001.
Dit protocol dient gestructureerd te zijn als een antwoord op de diagnostische vraagstelling en de verantwoording in te houden van de gebruikte technieken en procedures.
In het licht van de diagnostische vraagstelling en op basis van de klinische context voert een geneesheer-specialist in de röntgendiagnose het meest aangewezen onderzoek uit.
De geneesheer-specialist in de röntgendiagnose kan een of meerdere onderzoeken die door de voorschrijver worden voorgesteld vervangen door een ander onderzoek van artikel 17 of artikel 17bis.
Elke vervanging wordt in het protocol toegelicht. Bij het bepalen van het aangewezen onderzoek wordt rekening gehouden met reeds eerder uitgevoerde relevante onderzoeken die bekend zijn […] »
Uit deze formulering kunnen de volgende vaststellingen worden afgeleid:
- de nomenclatuur maakt geen onderscheid tussen de beeldvormingshandeling en het opstellen van het protocol;
- het opstellen van het protocol vormt geen afzonderlijke verstrekking;
- de nomenclatuur voorziet niet in enige mogelijkheid tot delegatie van het opstellen van het protocol, noch aan een andere arts, noch aan een andere entiteit en a fortiori niet aan een buitenlandse dienstverlener;
- een dergelijke delegatie kan niet worden afgeleid, gelet op het karakter van openbare orde en de strikte interpretatie van de nomenclatuur.
C) Artikel 17, §§ 3 tot 5, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen – plaats van uitvoering, erkenning en inhoud van de honoraria
Artikel 17 van de nomenclatuur bepaalt onder meer dat:
- de verstrekkingen moeten worden uitgevoerd in erkende diensten voor medische beeldvorming;
- de verstrekkingen zijn voorbehouden aan artsen die door de minister bevoegd voor Volksgezondheid erkend zijn als geneesheer-specialist in de röntgendiagnose;
- de honoraria het maken van de beelden en het opstellen van de protocollen omvatten;
- de honoraria alle kosten dekken die met deze onderzoeken verband houden, behoudens uitdrukkelijk bepaalde uitzonderingen.
Uit deze bepalingen blijkt duidelijk dat de medische beeldvormingshandeling, de materiële uitvoering ervan en het opstellen van het protocol één ondeelbaar geheel vormen, dat wordt uitgevoerd binnen een erkende dienst, door een erkend arts en binnen hetzelfde organisatorische en juridische kader.
D) Artikel 1, § 4bis, II, B, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen – voorwaarden inzake de aanwezigheid van de verstrekker
Artikel 1, § 4bis, II, B, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen bepaalt voor welke verstrekkingen het technische gedeelte van de uitvoering kan worden toevertrouwd aan gekwalificeerde helpers, onder voorbehoud van strikte voorwaarden inzake de aanwezigheid en de beschikbaarheid van de arts-verstrekker.
Punt 2.b) heeft onder meer betrekking op: « de radiografieën voor rechtstreeks onderzoek en zonder contrastmiddel van het hoofd, van de hals, van de thorax en van het abdomen, alsmede van de verschillende streken daarvan en van het osteo-articulair stelsel, en de tomografische onderzoeken die daarop betrekking hebben, bedoeld in artikel 17. »
De nomenclatuur voorziet dus uitsluitend in een delegatie van het technische gedeelte van radiologische verstrekkingen en niet van het gedeelte dat betrekking heeft op het opstellen van het protocol.
De nomenclatuur legt evenwel voorwaarden op inzake de fysieke aanwezigheid en beschikbaarheid van de arts, namelijk:
- de arts-verstrekker moet aanwezig zijn in de dienst of in de andere diensten van de instelling waar zijn aanwezigheid in het kader van zijn medische activiteit vereist is;
- hij moet op ieder ogenblik oproepbaar zijn door zijn gekwalificeerde helpers.
Onder « instelling » wordt verstaan:
- het ziekenhuis voor de ziekenhuisarts;
- de polikliniek voor de arts die in de ambulante sector een groepspraktijk heeft;
- de lokalen die zijn praktijkruimte vormen voor de alleen werkende arts.
Deze voorwaarden impliceren met name:
- dat de arts fysiek aanwezig is binnen de instelling:
- voor therapeutische handelingen, gedurende de volledige duur van het werk van zijn gekwalificeerde helpers;
- voor diagnostische handelingen, gedurende de duur van het werk van de meerderheid van zijn helpers, dat wil zeggen tijdens de normale openingsuren van de instelling;
- bij de hoofdgeneesheer van de ziekenhuisinstelling, of
- bij de arts die belast is met de organisatie van de groepspraktijk,
waarbij deze lijsten gedurende twee jaar moeten worden bewaard en ter beschikking moeten worden gehouden van de controle-instanties.
Deze voorwaarden moeten strikt worden geïnterpreteerd, ongeacht de mogelijkheid om de resultaten snel door te sturen.
Daarnaast bepaalt artikel 1, § 4bis, II, B, van de nomenclatuur zeer specifiek:
“De onder B. 2, a) tot i) bedoelde verstrekkingen die zijn verricht met de hulp van gekwalificeerde helpers, mogen aan de ziekte- en invaliditeitsverzekering worden aangerekend voor zover de volgende voorwaarden inzake controle op de verstrekkingen inzake fysieke aanwezigheid van de arts-verstrekker vervuld zijn.
- Voorwaarden inzake controle op de verstrekkingen.
De arts-verstrekker moet :
- zich vergewissen van de kwalificatie van zijn medewerkers, hun feitelijke bekwaamheid, hen de aanvullende opleiding geven die nodig is voor de methodes en de werking van de toestellen die hun worden toevertrouwd;
- schriftelijke instructies opstellen voor alle manipulaties en technieken die hun worden toevertrouwd;
- de manier waarop zijn gekwalificeerde helpers de instructies volgen, geregeld controleren;
- de voorwaarden vastleggen en controleren waaraan de aanvragen om onderzoeken moeten voldoen omdat zijn gekwalificeerde helpers het hun toevertrouwde gedeelte kunnen beginnen uitvoeren;
- ervoor waken of de voorwaarden waaronder de technieken op de patiënten worden toegepast, adequaat zijn, of de voorwaarden betreffende het afnemen en bewaren van de monsters correct zijn;
- kwaliteitscontroles invoeren en de resultaten ervan nagaan;
- ter beschikking staan voor ieder verzoek van zijn gekwalificeerde helpers ingeval laatstgenoemden moeilijkheden ondervinden bij het uitvoeren van de handelingen die hun zijn toevertrouwd;
- de kwaliteit van het werk van de gekwalificeerde helpers geregeld analyseren;
- voor alle diagnoseverstrekkingen een protocol opmaken met het resultaat en de elementen die nodig zijn voor de interpretatie ervan, om de behandelend arts behulpzaam te zijn voor de diagnose of de behandeling van de zieke. De verstrekkingen die, ten gevolge van wisselvalligheden in de uitvoering ervan, geen betrouwbare resultaten zouden hebben opgeleverd, mogen aan de ziekte- en invaliditeitsverzekering niet worden aangerekend.”
Hieruit volgt dat het niet mogelijk is om radiografische onderzoeken die door gekwalificeerde helpers zijn uitgevoerd, aan te rekenen wanneer de geneesheer-specialist in de radiologie niet fysiek aanwezig is in de instelling gedurende de vereiste periodes, en evenmin om het opstellen van het protocol te delegeren.
Deze bepalingen versterken de interpretatie dat:
- de aanwezigheid van de radioloog in de instelling een structurele voorwaarde vormt voor terugbetaling;
- het voorstel om radiologische beelden te versturen en een medisch beeldvormingsonderzoek op afstand te protocolleren vanuit een andere locatie, a fortiori vanuit een andere staat, niet aan alle vereisten van de nomenclatuur voldoet.
3. Conclusie
Wij kunnen ons uitsluitend uitspreken op basis van de hierboven vermelde bepalingen die thans van kracht zijn.
Gelet op:
- het karakter van openbare orde en de strikte interpretatie van de nomenclatuur;
- artikel 34, vijfde lid, van de GVU-wet, dat ieder gebruik van informatie- en communicatietechnologieën afhankelijk stelt van een uitdrukkelijke grondslag in de terugbetalingsvoorwaarden;
- het ontbreken van enige wettelijke grondslag die een scheiding toestaat tussen de uitvoering van de medische beeldvormingshandeling en het opstellen van het protocol;
- het ontbreken van een grondslag die een delegatie of uitbesteding, a fortiori een grensoverschrijdende delegatie of uitbesteding, van het opstellen van het radiologische protocol mogelijk maakt;
- de bepalingen van artikel 17 van de nomenclatuur, die de ondeelbaarheid van de beeldvormingshandeling, de materiële uitvoering ervan en het opstellen van het protocol bevestigen;
- en de dwingende vereisten die voortvloeien uit artikel 1, § 4bis, II, B, van de nomenclatuur, dat de fysieke aanwezigheid en daadwerkelijke beschikbaarheid van de radioloog binnen de instelling vereist,
is de praktijk waarbij een protocol van medische beeldvorming op afstand wordt opgesteld, met name vanuit een radiologisch centrum dat in het buitenland is gevestigd, niet in overeenstemming met de thans geldende regelgeving en kan deze praktijk geen aanleiding geven tot terugbetaling door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging.
Tenslotte, vanuit deontologisch oogpunt, onverminderd de regelgeving inzake de terugbetaling door de ziekteverzekering, wenst de nationale raad het volgende te benadrukken:
- de voormelde vorm van teleradiologie biedt onvoldoende waarborgen voor de vereiste zorgkwaliteit, zoals bedoeld in artikel 3 van de Code van medische deontologie;
- het is niet mogelijk adequaat toezicht te houden op de bekwaamheid en het professionele portfolio van de in het buitenland gevestigde arts;
- een grondige kennis van de medische voorgeschiedenis, evenals een adequate interactie met de voorschrijvende arts omtrent de klinische indicaties, is noodzakelijk voor een correcte diagnosestelling;
- er bestaat een risico op verhoogde blootstelling van de patiënt aan ioniserende straling, aangezien men geneigd kan zijn onderzoeken te verrichten die geen fysieke aanwezigheid van de arts vereisen.
De provinciale raden van de Orde der artsen zijn tuchtrechtelijk bevoegd jegens artsen die hun medewerking verlenen aan dergelijke praktijk.
07/09/2026
Artsenkrant - Nieuw Strafwetboek: wat zijn de gevolgen voor zorgverstrekkers?
Artikel in Artsenkrant - 25 augustus 2026
03/09/2026
Oproep tot kandidaatstelling – Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek
De nationale raad van de Orde der artsen is belast met het voorstellen van een lijst van achttien kandidaten voor een mandaat in het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek.
Het Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek is de instantie die als taak heeft de Belgische overheidsinstanties en de burgers voor te lichten over ethische vragen opgeworpen door het onderzoek en de praktijken op het gebied van biologie, geneeskunde en gezondheidszorg, met bijzondere aandacht voor de bescherming van de mensenrechten.
De leden van het Comité worden gekozen op grond van hun kennis, ervaring en interesse voor ethische problemen.
Ze worden benoemd door in de ministerraad overlegd koninklijk besluit voor een mandaat van vier jaar.
De Orde der artsen moet een lijst van achttien artsen kandidaten indienen.
Twee van hen moeten deel uitmaken van de Academie voor Geneeskunde en de helft moet huisarts zijn.
Deze lijst moet een gelijk aantal Nederlandstalige en Franstalige kandidaten bevatten. Het aantal vrouwelijke en mannelijke kandidaten moet evenwichtig zijn.
Als bijlage vindt u een profiel van de kandidaten en een beschrijving van de taak van een lid van het Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek. Hieronder vindt u de link naar de website van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek: https://www.belgiumnationalbioethicscommittee.be/.
De nationale raad nodigt de leden die aan deze criteria voldoen en die bereid zijn zich in te zetten voor deze taak van algemeen belang, uit om hun kandidatuur in te dienen, vergezeld van een motivatiebrief en een curriculum vitae.
De kandidaatstellingen moeten uiterlijk op 20 september 2026 gericht worden aan het adres info@ordomedic.be met als onderwerp “Kandidaatstelling voor het Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek”.
Bijlage: Profiel van de kandidaten en beschrijving van de opdracht van lid van het Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek
23/07/2026
Van papier naar digitaal: de patiënt blijft de maat - Artsenkrant juli 2026
Prof. dr. Michel Deneyer, ondervoorzitter nationale raad Orde der artsen
https://artsenkrant.pmg.be/nl/dossier/EAKbe2628S10_00
Toen ik mijn eerste stappen zette in de geneeskunde, droeg iedere arts een papieren patiëntendossier onder de arm. In dat dossier zaten niet alleen onderzoeksresultaten en brieven, maar ook de geschiedenis van een mens. De map werd dikker naarmate de patiënt ouder werd. Zij vergeelde langzaam, kreeg ezelsoren en droeg de sporen van jarenlang medisch handelen.
Vandaag bestaat dat dossier nauwelijks nog. Het is vervangen door miljoenen digitale gegevens die zich in een fractie van een seconde verplaatsen tussen huisartsen, ziekenhuizen, laboratoria, apotheken en patiënten. De snelheid waarmee gezondheidsinformatie reist, is groter dan ooit.
Nieuwe verantwoordelijkheid
Tijdens een voordracht vatte ik die (r)evolutie samen in één beeld: "Wanneer geluidsgolven de snelheid van het licht aannemen, dokter, let op uw gegevens." Die zin was geen waarschuwing tegen technologie. Integendeel. De digitalisering van de gezondheidszorg behoort tot de grootste verwezenlijkingen van de moderne geneeskunde. Nooit eerder konden zorgverleners zo snel beschikken over relevante informatie. Nooit eerder konden medische fouten worden voorkomen door betere gegevensdeling. Nooit eerder konden patiënten zo actief deelnemen aan hun eigen zorg.
Maar elke vooruitgang creëert ook een nieuwe verantwoordelijkheid. Waar vroeger één papieren dossier in één kast lag, bestaan vandaag duizenden digitale kopieën, back-ups, koppelingen en gegevensstromen. Gezondheidsinformatie heeft zich losgemaakt van het papier. Zij reist met de snelheid van het licht. En precies daarom moeten wij opnieuw de fundamentele vraag stellen: van wie zijn die gegevens eigenlijk? Het antwoord luidt niet: van de arts. Niet van het ziekenhuis. Niet van de overheid. Zelfs niet van de computer waarop zij worden opgeslagen.
Gezondheidsgegevens ontlenen hun betekenis uitsluitend aan de mens over wie zij gaan. Zij zijn geen verzameling data, maar een digitale weerspiegeling van een kwetsbaar mensenleven. Daarom geldt ook in de digitale gezondheidszorg dezelfde fundamentele regel als in de klassieke geneeskunde: Aeger mensura. Niet de technologie is de maat. Niet het informaticasysteem. Niet het algoritme. De patiënt blijft de maat.
Menselijkheid
Digitalisering verandert de middelen waarmee wij zorg verlenen. Zij verandert nooit het doel van de zorg. Dat inzicht zal de komende decennia belangrijker worden dan ooit. Kunstmatige intelligentie zal diagnoses ondersteunen, voorspellende algoritmen zullen gezondheidsrisico's berekenen en digitale tweelingen zullen wellicht ooit behandelingen simuleren nog vóór zij worden uitgevoerd. Dat alles is een indrukwekkende wetenschappelijke vooruitgang. Maar geen enkele computer zal ooit kunnen beantwoorden waarom een patiënt huilt wanneer hij een diagnose hoort. Geen algoritme zal de hand vasthouden van een ouder die afscheid moet nemen van een kind. Geen databank zal kunnen beslissen welke keuze voor één concrete mens de meest waardige is.
Technologie verandert de geneeskunde. Menselijkheid bepaalt haar richting. Misschien is dat de belangrijkste les van de digitale revolutie. Niet dat wij méér gegevens moeten verzamelen. Maar dat wij beter moeten beseffen voor wie wij ze verzamelen.
Want ook wanneer geluidsgolven de snelheid van het licht aannemen, blijft één waarheid onveranderd: “De patiënt is en blijft de maat van alle gezondheidsgegevens.”
15/06/2026
Etude (ULiège) - La prise en charge précoce du paludisme
Bonjour,
Je suis médecin généraliste (diplôme hors Union européenne) et actuellement étudiant à l’Université de Liège, où je suis inscrit au Master en Sciences de la Santé Publique.
Dans le cadre de mon mémoire de fin de formation, je réalise un travail de recherche intitulé : « Sensibilisation, connaissances et facteurs associés aux médecins de première ligne de la province de Liège concernant la prise en charge précoce du paludisme ».
Le lien d'accès à mon questionnaire est le suivant: https://framaforms.org/sensibilisation-connaissances-et-facteurs-associes-aux-medecins-de-premiere-ligne-en-province-de . Son QR code se trouve dans le document en pièce jointe.
L'étude concerne les médecins de première ligne (médecins généralistes et médecins triple 0) de la province de Liège.
Maxime Siewe Mbouende
23/04/2026
Enquête sur le syndrome du lipœdème auprès des professionnel.le.s de santé en Belgique
Bonjour,
I. Gautier, une étudiante en master de kinésithérapie à l'ULB réalise son mémoire sur le syndrome du lipœdème et cherche des professionnel.le.s de santé en Belgique pour répondre à un questionnaire (≈15 min, anonyme, même si vous ne connaissez pas le syndrome du tout, votre participation est importante, disponible en français, néerlandais et allemand).
Cette étude vise à dresser un état des lieux des connaissances et pratiques des professionnel.le.s de santé concernant le syndrome du lipœdème afin de contribuer à l'élaboration de stratégies de sensibilisation et de recommandations cliniques adaptées au contexte belge.
Les professionnel·le·s concerné·e·s sont : kinésithérapeutes médecins (médecine physique, généralistes, endocrinologues, gynécologues, dermatologues) chirurgien·ne·s (vasculaires, esthétiques, digestifs) diététicien·ne·s psychologues
⮕ https://survey3.ulb.be/index.php/549116?lang=fr
N’hésitez pas à participer et à diffuser ce questionnaire auprès de collègues ou d’institutions susceptibles d’y répondre et de le relayer à leur tour.
Bien à vous
17/04/2026
Perception des médecins généralistes et des pharmaciens concernant la vaccination antigrippale en officine - Questionnaire
Madame, Monsieur,
Dans le cadre de mon travail de fin d’études, je réalise une étude sur la perception des médecins généralistes et des pharmaciens concernant la vaccination antigrippale en officine en Belgique.
Je vous serais très reconnaissante si vous acceptiez de répondre à ce court questionnaire anonyme (environ 5 minutes).
Lien vers le questionnaire : Vaccination anti-grippale en officine – Remplir le formulaire
Amandine Roussel
Étudiante en master 3 de médecine – ULB
27/03/2026
Masterthesis verpleeg- en vroedkunde (UAntwerpen) - Onderzoek naar de basisprincipes over AI in de gezondheidszorg
Geachte,
Ik ben Eva Dijckmans, student Master verpleeg- en vroedkunde aan de Universiteit te Antwerpen.
In het kader van mijn masterthesis voer ik een onderzoek uit naar de basisprincipes (kennis, attitude en vaardigheden) over artificiële intelligentie (AI) in de gezondheidszorg. Voor deze studie ontwikkel en valideer ik een kennistest die het kennisniveau van artsen, verpleegkundigen en studenten geneeskunde en verpleegkunde in kaart brengt.
Het doel van dit onderzoek is na te gaan in welke mate zorgprofessionals beschikken over de kennis die noodzakelijk is voor een veilige en effectieve toepassing van AI in de klinische praktijk.
De resultaten van deze studie kunnen bijdragen aan een beter inzicht in het huidige kennisniveau en mogelijk ook aan de verdere ontwikkeling van onderwijs en opleiding rond AI binnen de gezondheidszorg.
De vragenlijst neemt ongeveer 15 minuten in beslag. Deelnemers ontvangen nadien hun persoonlijke score, zodat ze meteen inzicht krijgen in hun eigen kennisniveau. Daarnaast maken bovendien kans op een AI-vertaalpen ter waarde van €50. De enquête kan worden ingevuld via volgende link: https://uantwerpen.eu.qualtrics.com/jfe/form/SV_1RBYcsX3XImvPaS
Alvast hartelijk dank voor uw tijd.
Eva Dijckmans Master verpleeg- en vroedkunde
27/03/2026
FAGG : Wijziging KB 6 september 2017 – Pregabaline en Gabapentine - Impact voor de apotheek
Beste apotheker
Wij informeren u over een wijziging van het koninklijk besluit van 6 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen (in bijlage).
Deze wijziging bevat onder andere een belangrijke nationale beslissing over pregabaline en gabapentine.
Inhoud van de nationale beslissing
De wijziging van het koninklijk besluit voorziet de toevoeging van:
- de pure stoffenpregabaline en gabapentine aan bijlage IVB. Deze zullen dus onderworpen zijn aan dezelfde verplichtingen als de pure stof codeine, morfine …
- de “preparaten” (specialiteiten en magistrale bereidingen) op basis van bepaalde concentraties pregabaline en gabapentine aan bijlage IVC. Deze “preparaten” zullen onderworpen zijn aan beperktere verplichtingen, vergelijkbaar met preparaten uit bijlage IC met codeïne of de preparaten uit bijlage IVC met tramadol.
Wat zal er concreet veranderen voor uw apotheek?
- Voor defarmaceutische grondstoffen pregabaline en gabapentine
- De aankoop van de farmaceutische grondstoffen ‘pregabaline’ en ‘gabapentine’ zal moeten worden geregistreerd in Narcoreg.
- De grondstof moet worden bewaard in de gifkast die kan worden afgesloten zoals de andere verdovende middelen.
- Voor magistrale bereidingen en specialiteiten (veterinair/humaan) op basis van pregabaline en gabapentine
- Specialiteiten op basis van pregabaline en gabapentine moeten niet worden bewaard in de giftkast
- De aankoop van dergelijke specialiteiten moet ook niet worden geregistreerd in Narcoreg.
- De aflevering van deze specialiteiten/magistrale bereidingen moet ook niet worden opgenomen in het verdovingsregister.
- Onverantwoord afleveren van specialiteiten/magistrale bereidingen op basis van pregabaline en gabapentine kan leiden tot een onderzoek door de federale toezichtscommissies en is bovendien onderhevig aan artikel 3 § 3 van de drugswet (wet van 24 februari 1921). Dit geldt ook voor artsen die een onverantwoord voorschrijfgedrag zouden vertonen.
- Patiënten die dergelijke middelen (proberen te) verkrijgen via een vals voorschrift of via illegale websites, zijn eveneens onderhevig aan de strafbepalingen vastgesteld in de drugswet.
Inwerkingtreding
De wijziging van het koninklijk besluit werd gepubliceerd op 19 maart 2026 in het Belgisch Staatsblad en treedt - voor wat betreft pregabaline/gabapentine - effectief in werking vier maanden na de publicatie, dus op 19.07.2026.
Reden van de wijziging
Deze wijziging in de wetgeving komt er naar aanleiding van vaststellingen en publicaties over het risico op verkeerd gebruik, misbruik en afhankelijkheid:
- Flash VIG-news: Pregabaline (Lyrica en generieke pregabaline): risico op verkeerd gebruik, misbruik en afhankelijkheid
- Flash VIG-news: Gabapentine (Neurontin en generieke geneesmiddelen): risico op verkeerd gebruik, misbruik en afhankelijkheid
Met vriendelijke groeten
Team Verdovende Middelen van het FAGG
Contact: narcotics@fagg.be
Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten
13/03/2026
Ervaring van taaltoegankelijkheid in de zorg in Brussel en de Vlaamse Rand - Enquête zorgverleners en patiënten
Mijn naam is Nourhene Een ik loop stage in het Vlaams Parlement. In het kader van mijn parlementaire werk onderzoek ik de ervaring van taaltoegankelijkheid in de zorg in Brussel en de Vlaamse Rand.
Veel Nederlandstalige inwoners van de Vlaamse Rand maken dagelijks gebruik van Brusselse zorgdiensten. Het publieke debat richt zich vaak vooral op patiëntenervaringen, maar ook de ervaringen van zorgverleners zijn essentieel om een volledig beeld te krijgen van hoe zorg wordt georganiseerd en beleefd. Factoren zoals werkdruk, personeelsbezetting, organisatie en tweetaligheid beïnvloeden zowel de kwaliteit en duidelijkheid van de zorg voor patiënten als het werk van artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners. Door beide perspectieven te bekijken, kunnen we beter begrijpen welke maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan toegankelijke, veilige en kwaliteitsvolle zorg.
Voor dit onderzoek zijn twee korte, volledig anonieme enquêtes ontwikkeld: één voor patiënten en één voor zorgverleners.
De enquêtes zijn hier beschikbaar:
• Zorgverleners: https://forms.gle/grss6Bcf8eCU...
• Patiënten: https://forms.gle/NDPtEcc9d8BU...
Het invullen duurt slechts enkele minuten. Het zou bijzonder gewaardeerd worden indien uw ziekenhuis, kliniek, groepspraktijk, medisch kabinet of zorgorganisatie deze enquêtes zou kunnen verspreiden binnen uw netwerk van zorgverleners, patiënten en betrokken teams. Een brede verspreiding via spoeddiensten, verpleegafdelingen, huisartsengroepen, medische secretariaten, urgentiediensten, paramedici en interne communicatiekanalen helpt ons om een representatief beeld te krijgen van de ervaringen van zowel patiënten als zorgprofessionals.
Alle resultaten worden volledig geanonimiseerd en verwerkt in een parlementair dossier, met als doel concrete aanbevelingen te formuleren die de zorg toegankelijker en veiliger maken voor Nederlandstalige inwoners van Brussel en de Vlaamse Rand.
Alvast hartelijk dank voor uw tijd en medewerking.
Met vriendelijke groeten,
Nourhene El Mowafy
Stagiaire Vlaams Parlement
nourhene.el-mowafy@sint-pieters-leeuw.be