Ordomedic

Gerelateerde adviezen en nieuws

Nieuws
27/03/2026
FAGG : Wijziging KB 6 september 2017 – Pregabaline en Gabapentine - Impact voor de apotheek

Beste apotheker

Wij informeren u over een wijziging van het koninklijk besluit van 6 september 2017 houdende regeling van verdovende middelen en psychotrope stoffen (in bijlage).

Deze wijziging bevat onder andere een belangrijke nationale beslissing over pregabaline en gabapentine.

Inhoud van de nationale beslissing

De wijziging van het koninklijk besluit voorziet de toevoeging van:

  • de pure stoffenpregabaline en gabapentine aan bijlage IVB. Deze zullen dus onderworpen zijn aan dezelfde verplichtingen als de pure stof codeine, morfine …
  • de “preparaten” (specialiteiten en magistrale bereidingen) op basis van bepaalde concentraties pregabaline en gabapentine aan bijlage IVC. Deze “preparaten” zullen onderworpen zijn aan beperktere verplichtingen, vergelijkbaar met preparaten uit bijlage IC met codeïne of de preparaten uit bijlage IVC met tramadol.

Wat zal er concreet veranderen voor uw apotheek?

  • Voor defarmaceutische grondstoffen pregabaline en gabapentine
    • De aankoop van de farmaceutische grondstoffen ‘pregabaline’ en ‘gabapentine’ zal moeten worden geregistreerd in Narcoreg.
    • De grondstof moet worden bewaard in de gifkast die kan worden afgesloten zoals de andere verdovende middelen.
  • Voor magistrale bereidingen en specialiteiten (veterinair/humaan) op basis van pregabaline en gabapentine
    • Specialiteiten op basis van pregabaline en gabapentine moeten niet worden bewaard in de giftkast
    • De aankoop van dergelijke specialiteiten moet ook niet worden geregistreerd in Narcoreg.
    • De aflevering van deze specialiteiten/magistrale bereidingen moet ook niet worden opgenomen in het verdovingsregister.
    • Onverantwoord afleveren van specialiteiten/magistrale bereidingen op basis van pregabaline en gabapentine kan leiden tot een onderzoek door de federale toezichtscommissies en is bovendien onderhevig aan artikel 3 § 3 van de drugswet (wet van 24 februari 1921). Dit geldt ook voor artsen die een onverantwoord voorschrijfgedrag zouden vertonen.
    • Patiënten die dergelijke middelen (proberen te) verkrijgen via een vals voorschrift of via illegale websites, zijn eveneens onderhevig aan de strafbepalingen vastgesteld in de drugswet.

Inwerkingtreding

De wijziging van het koninklijk besluit werd gepubliceerd op 19 maart 2026 in het Belgisch Staatsblad en treedt - voor wat betreft pregabaline/gabapentine - effectief in werking vier maanden na de publicatie, dus op 19.07.2026.

Reden van de wijziging

Deze wijziging in de wetgeving komt er naar aanleiding van vaststellingen en publicaties over het risico op verkeerd gebruik, misbruik en afhankelijkheid:

Met vriendelijke groeten

Team Verdovende Middelen van het FAGG

Contact: narcotics@fagg.be

Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten


Nieuws
13/03/2026
Ervaring van taaltoegankelijkheid in de zorg in Brussel en de Vlaamse Rand - Enquête zorgverleners en patiënten

Mijn naam is Nourhene Een ik loop stage in het Vlaams Parlement. In het kader van mijn parlementaire werk onderzoek ik de ervaring van taaltoegankelijkheid in de zorg in Brussel en de Vlaamse Rand.

Veel Nederlandstalige inwoners van de Vlaamse Rand maken dagelijks gebruik van Brusselse zorgdiensten. Het publieke debat richt zich vaak vooral op patiëntenervaringen, maar ook de ervaringen van zorgverleners zijn essentieel om een volledig beeld te krijgen van hoe zorg wordt georganiseerd en beleefd. Factoren zoals werkdruk, personeelsbezetting, organisatie en tweetaligheid beïnvloeden zowel de kwaliteit en duidelijkheid van de zorg voor patiënten als het werk van artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners. Door beide perspectieven te bekijken, kunnen we beter begrijpen welke maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan toegankelijke, veilige en kwaliteitsvolle zorg.

Voor dit onderzoek zijn twee korte, volledig anonieme enquêtes ontwikkeld: één voor patiënten en één voor zorgverleners.

De enquêtes zijn hier beschikbaar:

• Zorgverleners: https://forms.gle/grss6Bcf8eCU...

• Patiënten: https://forms.gle/NDPtEcc9d8BU...

Het invullen duurt slechts enkele minuten. Het zou bijzonder gewaardeerd worden indien uw ziekenhuis, kliniek, groepspraktijk, medisch kabinet of zorgorganisatie deze enquêtes zou kunnen verspreiden binnen uw netwerk van zorgverleners, patiënten en betrokken teams. Een brede verspreiding via spoeddiensten, verpleegafdelingen, huisartsengroepen, medische secretariaten, urgentiediensten, paramedici en interne communicatiekanalen helpt ons om een representatief beeld te krijgen van de ervaringen van zowel patiënten als zorgprofessionals.

Alle resultaten worden volledig geanonimiseerd en verwerkt in een parlementair dossier, met als doel concrete aanbevelingen te formuleren die de zorg toegankelijker en veiliger maken voor Nederlandstalige inwoners van Brussel en de Vlaamse Rand.

Alvast hartelijk dank voor uw tijd en medewerking.

Met vriendelijke groeten,

Nourhene El Mowafy

Stagiaire Vlaams Parlement

nourhene.el-mowafy@sint-pieters-leeuw.be

Orde der artsen (Hervorming van)10/03/2026
VOORSTEL HERVORMING ORDE DER ARTSEN 2026

De Orde der artsen heeft, in overleg met haar organen, een voorstel tot hervorming uitgewerkt, dat u hierbij gevoegd vindt.

Het voorstel beoogt een constructieve bijdrage te leveren aan de hervorming die door het kabinet van de minister van Volksgezondheid zal worden voorbereid. Het legt de nadruk op de elementen die wij als Orde essentieel achten om het hoofd te bieden aan de toekomstige deontologische uitdagingen binnen het artsenkorps.

Met dit initiatief wensen wij onze expertise ter beschikking te stellen met het oog op de uitbouw van een moderne, transparante en maatschappelijk verankerde structuur, in het belang van de patiënt, de arts en de volksgezondheid.

Hierna lichten wij de krachtlijnen van het voorstel toe:

Het voorstel voorziet in een versterkte transparantie ten aanzien van zowel het publiek als de artsen.

Er zal een publiek jaarverslag worden opgesteld met informatie over de werking van de Orde en de uitvoering van haar wettelijke opdrachten.

Daarnaast zal op de website van de Orde een geanonimiseerd repertorium van de belangrijkste tuchtbeslissingen worden gepubliceerd, met respect voor de toepasselijke regelgeving inzake privacy en gegevensbescherming.

Het voorstel beoogt een vernieuwing en bredere representativiteit binnen de organen van de Orde.

Zo wordt bepaald dat een mandaat kan worden opgenomen na vijf jaar inschrijving op de lijst van de Orde, om ook jongere artsen reële kansen te bieden zich in te zetten binnen de Orde.

Met het oog op meer diversiteit en om te vermijden dat steeds dezelfde personen mandaten opnemen, wordt het aantal mandaten per persoon beperkt tot vier.

Het voorzitterschap van de federale raad wordt waargenomen door twee artsen, één uit elke taalgroep, wat een collegiaal en evenwichtig federaal bestuur moet bevorderen.

Daarnaast wordt bepaald dat vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties kunnen deelnemen aan de vergaderingen van de federale raad, om de maatschappelijke verankering en de dialoog te versterken.

Het voorstel voorziet eveneens in een grondige hervorming van de tuchtrechtelijke organisatie, met bijzondere aandacht voor rechtszekerheid, onpartijdigheid en conformiteit met de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Cassatie.

De voornaamste elementen zijn:

  • de oprichting van twee tuchtraden van eerste aanleg (één per taalgroep), om de onpartijdigheid te waarborgen en de eenheid van de rechtspraak te bevorderen;
  • de invoering van een duidelijke scheiding tussen het onderzoek, de verwijzingsbeslissing en de tuchtbeslissing;
  • de invoering van openbaarheid van de zittingen van de tuchtraden van eerste aanleg, behoudens wettelijk voorziene uitzonderingen;
  • de versterking van de positie van de klager, onder meer via een expliciet hoorrecht en een recht op informatie;
  • de verdere waarborg en explicitering van de rechten van verdediging van de betrokken arts.

Naast haar normerende en handhavende opdracht wenst de Orde haar educatieve en preventieve rol te versterken.

De federale raad krijgt de opdracht om vormende activiteiten te organiseren, zoals symposia, seminaries en debatten, om reflectie over deontologische vraagstukken in verband met maatschappelijke evoluties te bevorderen.

De Orde wil zich aldus niet enkel profileren als handhavende instantie, maar ook als een forum voor preventie, dialoog en bevordering van minnelijke conflictoplossing.

Ten slotte, wordt er bijzondere aandacht besteed aan de begeleiding van artsen met psychosociale problemen.

Patiëntenrechten27/02/2026 Documentcode: a173003
report_problem

In dit advies werd de verwijzing naar Unia, de onafhankelijke interfederale openbare instelling die discriminatie bestrijdt en gelijkheid bevordert, vervangen door het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen dat bevoegd is ter zake.

Toewijzing van gemeenschappelijke kamers aan transgender of niet-genormeerde patiënten.

De nationale raad van de Orde der artsen wordt om advies verzocht of er rekening gehouden moet worden met de genderidentiteit of het toegewezen geslacht wanneer de patiënt tijdens zijn ziekenhuisopname kiest voor een gemeenschappelijke kamer.

Om zijn antwoord te onderbouwen heeft de nationale raad het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen geraadpleegd. Dit Instituut is van mening dat de patiënt een kamer moet krijgen op basis van zijn genderidentiteit (d.w.z. de persoonlijke ervaring van zijn eigen gender, die al dan niet overeenkomt met het geslacht dat bij de geboorte toegekend is of op de identiteitskaart vermeld staat).

De nationale raad herinnert eraan dat initiatieven die het welzijn en de waardigheid van de patiënt bevorderen met het oog op een humane en inclusieve geneeskunde met respect voor de individuen, bijdragen tot de toegang tot de zorg en bijgevolg tot de kwaliteit van de zorg.

Hoewel de administratieve dienst die verantwoordelijk is voor de opname doorgaans het geslacht dat in de identiteitsdocumenten vermeld staat in aanmerking neemt, moet dan ook een oplossing gezocht worden om het comfort van de patiënt te waarborgen wanneer het wettelijke geslacht niet overeenkomt met de genderidentiteit. De beleving van de genderidentiteit primeert op administratieve belangen.

De waarden van het beroep pleiten voor respect voor de persoonlijke levenssfeer, de intimiteit en de identiteit van alle patiënten (cultureel, seksueel, religieus, filosofisch, enz.). Dit houdt in dat een evenwicht gezocht moet worden tussen enerzijds de organisatorische beperkingen en de kwaliteitseisen en anderzijds de specifieke behoeften van ieder individu.

Getuigschrift27/02/2026 Documentcode: a173004
Omzichtigheid bij attestering van ‘gewichtige medische tegenindicaties’ voor vrijstelling van de gordelplicht.

De nationale raad werd geraadpleegd door de FOD Mobiliteit in verband met het stijgend aantal aanvragen voor een vrijstelling van de gordelplicht. Bij de aanvraag moet een medisch attest worden gevoegd dat voldoet aan bepaalde vormvereisten[1] en dat hoogstens 10 jaar geldig is.[2]

De stijging van het aantal aanvragen heeft wellicht te maken met recent gewijzigde regelgeving, waardoor elke verleende vrijstelling zonder geldigheidsduur die niet overeenkomt met het nieuwe model, zijn geldigheid is verloren op 1 januari 2026.[3]

De vrijstelling voor het dragen van de veiligheidsgordel moet een uitzondering blijven, aldus de FOD Mobiliteit. Hij legt de nadruk op de verkeersveiligheid en het levensreddend aspect van de veiligheidsgordel en verzoekt de nationale raad de artsen te herinneren aan de deontologische aspecten van medische attestering.

De nationale raad roept de artsen op om terughoudend te zijn bij de attestering van ‘gewichtige medische tegenindicaties’ voor het dragen van de veiligheidsgordel.

De deontologische beginselen van zorgvuldigheid, voorzichtigheid en objectiviteit moeten worden nageleefd.[4]

Subjectieve ongemakken van de patiënt bij het dragen van de veiligheidsgordel vormen in de regel geen ‘gewichtige medische tegenindicatie’.

De ‘gewichtige medische tegenindicatie’ moet concreet, individueel en proportioneel zijn, en moet gemotiveerd worden in het patiëntendossier.

De Orde der artsen roept de FOD Mobiliteit op tot het opstellen van een lijst van medische tegenindicaties die als voldoende ‘gewichtig’ kunnen worden beschouwd om een vrijstelling te rechtvaardigen, alsook zelf te voorzien in een medische dienst die de ‘gewichtige medische tegenindicaties’ beoordeelt.

Tenslotte, bij twijfel over de waarachtigheid van het medisch attest, maakt de FOD Mobiliteit het dossier over aan de bevoegde provinciale raad van inschrijving van de arts, met het oog op een passend deontologisch gevolg.


[1] Overeenkomstig artikel 4, §3, van het Ministerieel besluit van 23 januari 2022 betreffende de vrijstelling van het verplicht gebruik van de veiligheidsgordel en het kinderbeveiligingssysteem, moet het medisch attest volgende gegevens bevatten:

  • naam, voornaam, stempel en handtekening van de attesterende arts;
  • naam, voornaam, geboortedatum en adres van de aanvrager;
  • datum waarop het attest wordt uitgereikt;
  • duur van de gewichtige medische tegenindicatie.

[2] Artikel 4, §2, van het Ministerieel besluit van 23 januari 2022 betreffende de vrijstelling van het verplicht gebruik van de veiligheidsgordel en het kinderbeveiligingssysteem.

[3] Artikel 7, van het Ministerieel besluit van 23 januari 2022 betreffende de vrijstelling van het verplicht gebruik van de veiligheidsgordel en het kinderbeveiligingssysteem.

[4] Cf. artikel 26, Code van medische deontologie; advies van de nationale raad van 19 september 2020, ‘Opstellen van medische documenten – principes en aanbevelingen’.

Overlijdensattest23/01/2026 Documentcode: a173001
Het invullen van een overlijdensattest (model III C) door de arts met wachtdienst – Mogelijkheid tot inzage in het patiëntendossier van de overledene via de uitwissingsnetwerken

De wet schrijft voor dat het overlijden van een persoon moet worden vastgesteld door een arts.

De invulling van het overlijdensattest is een taak van algemeen belang, die bij voorkeur wordt verricht door de behandelend arts van de overledene.

Indien de behandeld arts niet beschikbaar is, moet de arts met wachtdienst zich ter plaatse begeven en het overlijden vaststellen.

Omdat de arts met wachtdienst geen zorgrelatie heeft met de overleden persoon, is het niet eenvoudig voor hem het overlijdensattest in te vullen zonder te beschikken over de gezondheidsgegevens van de overledene.

Daarom wordt uitzonderlijk toegelaten dat de wachtarts die het overlijdensattest dient in te vullen maar geen therapeutische relatie heeft met de overleden persoon, conform het proportionaliteitsbeginsel, via de uitwisselingsnetwerken toegang neemt tot de gezondheidsgegevens van de overledene die relevant, pertinent en noodzakelijk zijn om te voldoen aan zijn wettelijke plicht.

De betreffende loggings worden geregistreerd en de gedeelde gezondheidsgegevens blijven niet langer beschikbaar dan 24 uur na de vaststelling van het overlijden.

(Bron: Reglement betreffende de uitwisseling van gezondheidsgegevens tussen gezondheidssystemen verbonden via het verwijzingsrepertorium van het eHealth-platform)