Ordomedic

Gerelateerde adviezen en nieuws

Nieuws
07/09/2026
Artsenkrant - Nieuw Strafwetboek: wat zijn de gevolgen voor zorgverstrekkers?

Artikel in Artsenkrant - 25 augustus 2026

Nieuws
03/09/2026
Oproep tot kandidaatstelling – Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek

De nationale raad van de Orde der artsen is belast met het voorstellen van een lijst van achttien kandidaten voor een mandaat in het Belgisch Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek.

Het Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek is de instantie die als taak heeft de Belgische overheidsinstanties en de burgers voor te lichten over ethische vragen opgeworpen door het onderzoek en de praktijken op het gebied van biologie, geneeskunde en gezondheidszorg, met bijzondere aandacht voor de bescherming van de mensenrechten.

De leden van het Comité worden gekozen op grond van hun kennis, ervaring en interesse voor ethische problemen.

Ze worden benoemd door in de ministerraad overlegd koninklijk besluit voor een mandaat van vier jaar.

De Orde der artsen moet een lijst van achttien artsen kandidaten indienen.

Twee van hen moeten deel uitmaken van de Academie voor Geneeskunde en de helft moet huisarts zijn.

Deze lijst moet een gelijk aantal Nederlandstalige en Franstalige kandidaten bevatten. Het aantal vrouwelijke en mannelijke kandidaten moet evenwichtig zijn.

Als bijlage vindt u een profiel van de kandidaten en een beschrijving van de taak van een lid van het Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek. Hieronder vindt u de link naar de website van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek: https://www.belgiumnationalbioethicscommittee.be/.

De nationale raad nodigt de leden die aan deze criteria voldoen en die bereid zijn zich in te zetten voor deze taak van algemeen belang, uit om hun kandidatuur in te dienen, vergezeld van een motivatiebrief en een curriculum vitae.

De kandidaatstellingen moeten uiterlijk op 20 september 2026 gericht worden aan het adres info@ordomedic.be met als onderwerp “Kandidaatstelling voor het Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek”.

Bijlage: Profiel van de kandidaten en beschrijving van de opdracht van lid van het Raadgevend Comité voor Bio-Ethiek

Nieuws
23/07/2026
Van papier naar digitaal: de patiënt blijft de maat - Artsenkrant juli 2026

Prof. dr. Michel Deneyer, ondervoorzitter nationale raad Orde der artsen

https://artsenkrant.pmg.be/nl/dossier/EAKbe2628S10_00

Toen ik mijn eerste stappen zette in de geneeskunde, droeg iedere arts een papieren patiëntendossier onder de arm. In dat dossier zaten niet alleen onderzoeksresultaten en brieven, maar ook de geschiedenis van een mens. De map werd dikker naarmate de patiënt ouder werd. Zij vergeelde langzaam, kreeg ezelsoren en droeg de sporen van jarenlang medisch handelen.

Vandaag bestaat dat dossier nauwelijks nog. Het is vervangen door miljoenen digitale gegevens die zich in een fractie van een seconde verplaatsen tussen huisartsen, ziekenhuizen, laboratoria, apotheken en patiënten. De snelheid waarmee gezondheidsinformatie reist, is groter dan ooit.

Nieuwe verantwoordelijkheid

Tijdens een voordracht vatte ik die (r)evolutie samen in één beeld: "Wanneer geluidsgolven de snelheid van het licht aannemen, dokter, let op uw gegevens." Die zin was geen waarschuwing tegen technologie. Integendeel. De digitalisering van de gezondheidszorg behoort tot de grootste verwezenlijkingen van de moderne geneeskunde. Nooit eerder konden zorgverleners zo snel beschikken over relevante informatie. Nooit eerder konden medische fouten worden voorkomen door betere gegevensdeling. Nooit eerder konden patiënten zo actief deelnemen aan hun eigen zorg.

Maar elke vooruitgang creëert ook een nieuwe verantwoordelijkheid. Waar vroeger één papieren dossier in één kast lag, bestaan vandaag duizenden digitale kopieën, back-ups, koppelingen en gegevensstromen. Gezondheidsinformatie heeft zich losgemaakt van het papier. Zij reist met de snelheid van het licht. En precies daarom moeten wij opnieuw de fundamentele vraag stellen: van wie zijn die gegevens eigenlijk? Het antwoord luidt niet: van de arts. Niet van het ziekenhuis. Niet van de overheid. Zelfs niet van de computer waarop zij worden opgeslagen.

Gezondheidsgegevens ontlenen hun betekenis uitsluitend aan de mens over wie zij gaan. Zij zijn geen verzameling data, maar een digitale weerspiegeling van een kwetsbaar mensenleven. Daarom geldt ook in de digitale gezondheidszorg dezelfde fundamentele regel als in de klassieke geneeskunde: Aeger mensura. Niet de technologie is de maat. Niet het informaticasysteem. Niet het algoritme. De patiënt blijft de maat.

Menselijkheid

Digitalisering verandert de middelen waarmee wij zorg verlenen. Zij verandert nooit het doel van de zorg. Dat inzicht zal de komende decennia belangrijker worden dan ooit. Kunstmatige intelligentie zal diagnoses ondersteunen, voorspellende algoritmen zullen gezondheidsrisico's berekenen en digitale tweelingen zullen wellicht ooit behandelingen simuleren nog vóór zij worden uitgevoerd. Dat alles is een indrukwekkende wetenschappelijke vooruitgang. Maar geen enkele computer zal ooit kunnen beantwoorden waarom een patiënt huilt wanneer hij een diagnose hoort. Geen algoritme zal de hand vasthouden van een ouder die afscheid moet nemen van een kind. Geen databank zal kunnen beslissen welke keuze voor één concrete mens de meest waardige is.

Technologie verandert de geneeskunde. Menselijkheid bepaalt haar richting. Misschien is dat de belangrijkste les van de digitale revolutie. Niet dat wij méér gegevens moeten verzamelen. Maar dat wij beter moeten beseffen voor wie wij ze verzamelen.

Want ook wanneer geluidsgolven de snelheid van het licht aannemen, blijft één waarheid onveranderd: “De patiënt is en blijft de maat van alle gezondheidsgegevens.”

Media19/06/2026 Documentcode: a173005
Het gebruik van sociale media door een arts

De nationale raad van de Orde der artsen wordt om advies verzocht over het gebruik van sociale media door artsen om medische informatie te verspreiden met een pedagogisch doeleinde naar patiënten en collega’s toe.

De arts kiest een passend communicatiekanaal, rekening houdend met het doel en de inhoud van zijn publicatie. De verstrekte medische informatie moet duidelijk, objectief, zorgvuldig en genuanceerd zijn, in overeenstemming met de actuele stand van de wetenschap, en mag niet aanzetten tot het verrichten van onnodige prestaties of behandelingen.

Sociale media maken een snelle verspreiding van informatie mogelijk bij een breed publiek. Echter bieden ze doorgaans geen voorafgaande controle van de online gepubliceerde inhoud (wat betreft onder meer de methodologische kwaliteit, de wetenschappelijke nauwkeurigheid, de transparantie over eventuele belangenconflicten en de verifieerbaarheid van de verspreide informatie, enz.).

Door de stroom aan informatie van wisselende kwaliteit op sociale media is het moeilijk om te bepalen welke inhoud in overeenstemming is met de wetenschappelijke bevindingen, en blijft er verwarring bestaan over de betrouwbaarheid.

Wanneer een publicatie een educatief doel heeft en gericht is op patiënten, is het aangewezen samen te werken met instellingen of organisaties zoals ziekenhuizen, overheidsinstanties en wetenschappelijke verenigingen. Op die manier kan informatie eerst via hun website worden verspreid en vervolgens via sociale media worden gedeeld.

Wat de verspreiding van wetenschappelijke kennis onder collega’s betreft, vormen medische tijdschriften met peer review, wetenschappelijke congressen en wetenschappelijke verenigingen de meest geschikte communicatiemiddelen.

Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB)19/06/2026 Documentcode: a173006
Extern geslachtsonderzoek door het CLB of de dienst PSE – toestemming van de minderjarige leerling of de ouders

In zijn vergadering van 19 juni 2026 heeft de nationale raad van de Orde der artsen de vraag onderzocht of en volgens welke modaliteiten de arts van het CLB of de dienst PSE de toestemming van de minderjarige leerling dan wel van de ouders moet verkrijgen voor de uitvoering van het medisch extern geslachtsonderzoek (als onderdeel van de systematische contacten georganiseerd door het CLB of de verplichte individuele gezondheidsevaluaties georganiseerd door de dienst PSE).

Het CLB en de dienst PSE vervullen een belangrijke rol binnen de preventieve gezondheidszorg en de gezondheidspromotie van leerlingen en studenten. Zij hebben als wettelijk opdracht onder meer het organiseren van medische follow-ups, waarvan de frequentie en de inhoud worden bepaald door respectievelijk de Vlaamse en de Waalse regering.[1],[2],[3] De uitvoering ervan is wettelijk verplicht.

In beide landsdelen bestaat de mogelijkheid voor de ouders of de leerlingen zich te verzetten tegen de uitvoering van de medische follow-up door een arts van het centrum. In voorkomend geval moet een arts van een andere dienst of centrum, bevoegd voor de opdracht in kwestie, diezelfde medische onderzoeken uitvoeren, waarvan de resultaten moeten worden doorgegeven aan het centrum.[4],[5]

Het verplichte karakter van de medische follow-up en het recht op verzet doen geen afbreuk aan andere wettelijke en deontologische plichten van de arts en de rechten van de patiënt, zoals het recht op informatie[6], het recht op geïnformeerde toestemming[7], het recht om een tussenkomst te weigeren[8], het recht op menselijke waardigheid en zelfbeschikking[9], het recht op respect voor zijn intimiteit[10], enz.

Leerlingen en ouders moeten voorafgaand aan het onderzoek op een begrijpelijke wijze voldoende informatie ontvangen over het doel, de aard en het verloop van het medisch onderzoek.

Onderzoeken met een gevoelig karakter, zoals het onderzoek van de schaamstreek en het geslachtsonderzoek moeten voorafgaandelijk worden toegelicht en besproken. Het medisch belang voor de preventieve opsporing van bepaalde ziekten moet worden onderstreept. Het onderzoek kan namelijk pathologieën aan het licht brengen die een verdere opvolging noodzaken. Dit is het geval bij de ontdekking van een liesbreuk, een hydrocele, een varicocele, testistumoren, een toestand van pubertas praecox, e.a.

Voor elke medische handeling is de toestemming van de minderjarige leerling vereist, rekening houdend met diens leeftijd en onderscheidingsvermogen. Bij wilsonbekwaamheid van de minderjarige wordt de toestemming gegeven door de ouders.

Bij de uitvoering van het systematisch contact moet de arts overeenkomstig de regels van medische deontologie steeds empathisch, respectvol en zorgzaam omgaan met de leerling. Daarbij moet rekening worden gehouden met de leeftijd, maturiteit, persoonlijkheid en eventuele gevoeligheden van het kind.

Indien een leerling weerstand vertoont, dient de arts maximaal in te zetten op dialoog, informatieverstrekking en een respectvolle benadering, met bijzondere aandacht voor het welzijn en de waardigheid van het kind.

Alle relevante elementen worden genoteerd in het patiëntendossier (de verstrekte informatie, de toestemming, de uitgevoerde onderzoeken, een eventuele weerstand, een weigering van toestemming, enz.)

Ten slotte, acht de nationale raad het wenselijk dat de centra duidelijke en uniforme richtlijnen vaststellen betreffende de communicatie met ouders en leerlingen, evenals betreffende de praktische uitvoering van onderzoeken en gevoelige medische handelingen.

Het systematisch bespreken van het nut en de mogelijke bevindingen van een medisch onderzoek, bijvoorbeeld in de lessen maatschappelijke vorming, kan bijdragen aan het versterken van het vertrouwen van leerlingen.


[1] Art. 4, §2, lid 4, decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

[2] Art. 2, lid 1, 2° juncto art. 7, §1, decreet van 14 maart 2019 betreffende de bevordering van de gezondheid op scholen en in het hoger onderwijs buiten de universiteiten.

[3] Besluit van 13 juni 2002 van de Regering van de Franse Gemeenschap waarbij wordt geregeld hoe dikwijls, volgens welke inhoud en op welke wijze de check-ups worden verricht, bij toepassing van het decreet van 20 december 2001 betreffende de gezondheidspromotie op school.

[4] Art. 8, §2, besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 2018 tot operationalisering van de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.

[5] Art. 8, besluit van 13 juni 2002 van de Regering van de Franse Gemeenschap waarbij wordt geregeld hoe dikwijls, volgens welke inhoud en op welke wijze de check-ups worden verricht, bij toepassing van het decreet van 20 december 2001 betreffende de gezondheidspromotie op school.

[6] Art. 7, wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van patiënt.

[7] Art. 8, wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

[8] Art. 8/1, wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

[9] Art. 5, lid 2, wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

[10] Art. 10, §2, wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

Code van medische deontologie (Interpretatie van de-)19/06/2026 Documentcode: a173007
De deontologische regels die de arts leiden bij zijn aanvragen van laboratoriumonderzoeken

De nationale raad van de Orde der artsen wordt door de Hoge Raad van artsen-specialisten en huisartsen om advies verzocht over het toenemende gebruik van laboratoriumtesten waarvan de klinische relevantie niet is bewezen en de wetenschappelijke validatie onvoldoende of zelfs onbestaande is.

1. De vaststelling dat een aanzienlijk deel van de aanvragen voor laboratoriumtests in de ambulante zorg betrekking heeft op onderzoeken waarvoor weinig wetenschappelijk bewijs bestaat, is een van de redenen waarom het RIZIV en de FOD Volksgezondheid het platform Prescription Search Support (PSS) Klinische Biologie[1] hebben ontwikkeld.

2. De diagnostische en therapeutische vrijheid is een gereglementeerde vrijheid die aan voorwaarden is gebonden[2].

Het voorschrijven van laboratoriumonderzoek moet gebaseerd zijn op klinische gronden en wetenschappelijke redeneringen. Een arts die bij de zorgverlening afwijkt van de huidige stand van de wetenschap, moet zijn keuze op rationele wijze kunnen verantwoorden.

Een voorschrift kan niet voldoen aan de normen van goede praktijkvoering wanneer het gaat om een onvoldoende wetenschappelijk bewezen praktijk of wanneer het is ingegeven door een pseudowetenschappelijke benadering.

Het verband tussen een analyt en een klinische aandoening of fysiologische toestand moet wetenschappelijk worden onderbouwd.

3. Er mag geen misbruik worden gemaakt van het vertrouwen van de patiënt wat betreft de relevantie van een onderzoek of de betrouwbaarheid van de interpretatie van de resultaten daarvan.

Zijn angst mag niet worden uitgebuit om hem een behandeling te laten accepteren die, in voorkomend geval, buitensporig duur is, zonder dat er wetenschappelijk bewijs is voor de doeltreffendheid ervan.

4. De informatie die aan de patiënt wordt verstrekt[3] is duidelijk, objectief, voorzichtig, genuanceerd en in overeenstemming met de wetenschappelijke bevindingen en normen inzake goede medische praktijkvoering.

5. De arts onthoudt zich ervan onnodig dure of overbodige verstrekkingen ten laste van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen of ten laste van de patiënt voor te schrijven, uit te voeren of te laten uitvoeren[4].

De verhouding tussen het belang en de kosten van de zorg voor de patiënt moet eveneens redelijk zijn.

6. De voorschrijvende arts behoudt zijn onafhankelijkheid door elk belangenconflict of elke belangenvermenging in zijn relaties met een laboratorium voor klinische biologie te vermijden.

7. De klinisch bioloog draagt de verantwoordelijkheid kwaliteitsvolle zorg te verstrekken. Hij weigert om een analyse uit te voeren en aan te bieden waarvan hij meent dat ze niet gerechtvaardigd is op medisch gebied en indruist tegen het belang van de patiënt, voornamelijk omwille van de hoge kostprijs en de niet-terugbetaling door de verzekering geneeskundige verzorging[5].

Hij geeft zijn collega’s advies betreffende de keuzes van laboratoriumonderzoek en de manier waarop gebruik kan worden gemaakt van de laboratoriumdiensten. Niet alle aangevraagde verrichtingen, hoewel technisch uitvoerbaar, zijn altijd zinvol. De voorschrijver moet worden gewezen op het nut van specifiek onderzoek. De klinisch biologen moeten bekend zijn met de diagnostische performantie van de analysemethoden[6].


[1]https://www.riziv.fgov.be/nl/thema-s/egezondheid/beslissingsondersteunend-platform-voor-voorschrijvers-meer-gepaste-zorg-en-minder-veiligheidsrisico-s/pss-klinische-biologie-samen-voor-efficiente-zorg - geraadpleegd op 20 april 2026

[2] Art. 73, § 1, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen; art. 4 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg; art. 144, § 1 , van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen; art. 7 van de Gecommentarieerde Code van medische deontologie.

[3] Art. 8, § 2, van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt bepaalt dat (…) de inlichtingen (…) minstens betrekking hebben op:
1° het doel de aard, de graad van urgentie, de duur, de frequentie;
2° de te verwachte ontwikkelingen en nazorg van de tussenkomsten;
3° de voor de patiënt relevante tegenaanwijzingen, nevenwerkingen en risico's;
4° de mogelijke alternatieven, al dan niet uitgevoerd door een andere gezondheidszorgbeoefenaar;
5° andere voor de patiënt relevante verduidelijkingen, desgevallend met inbegrip van de wettelijke bepalingen die met betrekking tot een tussenkomst dienen te worden nageleefd.

Overeenkomstig het eerst lid, informeert de gezondheidszorgbeoefenaar de patiënt over de financiële gevolgen van de tussenkomst onverminderd artikel 73, § 1 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

[4] Art. 73, § 1er, 2de lid van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen ; art. 41 van de Code van medische deontologie

[5] Advies van de nationale raad van de Orde der artsen van 16 september 2023, ‘Weigering door klinisch bioloog van bepaalde analyses waarvan het belang op wetenschappelijk gebied in twijfel wordt getrokken en die een hoge kost voor de patiënt met zich meebrengen’, a170015.

[6] Praktijkrichtlijn voor het opzetten van een kwaliteitssysteem in de erkende laboratoria voor klinische biologie "Werkgroep Praktijkrichtlijn” van de Commissie voor klinische biologie binnen Sciensano, versie 4-2025, p. 32