Ordomedic

Gerelateerde adviezen en nieuws

Nieuws
23/09/2025
Wijzigingen aan het Koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (hierna: RPPol) met betrekking tot het medisch getuigschrift

Recent is bij Ministerieel besluit de inhoud van het medisch getuigschrift zoals bedoeld in de RPPol vastgesteld.[1]

Vroeger bestond dit medisch getuigschrift uit een medisch luik en een administratief luik. Dit “medisch tweeluik” is afgeschaft.[2]

Het personeelslid (van de politie) dat wegens medische redenen zijn ambt niet kan uitoefenen, moet zo snel mogelijk en ten laatste bij de geplande aanvang van zijn dienst, zijn dienst daarover inlichten. Het medisch getuigschrift moet binnen 24 uur worden verzonden of door enigerlei ander middel binnen 24 uur worden bezorgd aan de medische dienst.[3]

Op vandaag is het medisch getuigschrift vormvrij, maar het moet minstens volgende verplichte vermeldingen bevatten[4]:

1/ naam en voornaam van het personeelslid;

2/ identificatienummer van de sociale zekerheid (*);

3/ begin- en einddatum van de volledige arbeidsongeschiktheid;

4/ één van de volgende redenen van de volledige arbeidsongeschiktheid:

  1. ziekte;
  1. ziekte te wijten aan de zwangerschap;
  1. arbeidsongeval;
  1. beroepsziekte;
  1. privé-ongeval te wijten aan een derde;

5/ naam, voornaam, RIZIV-nummer en handtekening van de arts;

6/ opsteldatum van het medisch getuigschrift;

7/ verblijfsadres(sen) indien afwijkend van het domicilieadres;

8/ in voorkomend geval, telefoon- en/of gsm-nummer van het personeelslid;

9/ in voorkomend geval, de datum van het arbeidsongeval;

10/ in voorkomend geval, de datum van de aanvraag van de beroepsziekte;

11/ in voorkomend geval, de datum van het privé-ongeval te wijten aan een derde;

12/ in voorkomend geval, het verbod tot het verlaten van de woning;

13/ in voorkomend geval, herval;

14/ in voorkomend geval, verlenging.

(*) Het “identificatienummer van de sociale zekerheid” is gelijk aan het Rijksregisternummer voor de personen die over een dergelijk nummer beschikken en een nummer toegekend door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (het zogenaamde KSZ-nummer of Bis-nummer) voor andere personen (https://www.ehealth.fgov.be/nl/page/niss-insz).


[1] Ministerieel besluit van 16 juli 2025 tot wijziging van het UBPol betreffende het medisch getuigschrift

[2] Koninklijk besluit van 2 juli 2025 tot wijziging van het RPPol betreffende het medisch getuigschrift

[3] Art. X.II.3, 1e en 2e lid, Koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten

[4] Art. 1, Ministerieel besluit van 16 juli 2025 tot wijziging van het UBPol betreffende het medisch getuigschrift

Nieuws
23/09/2025
Persmededeling : Humanitaire situatie in de Gazastrook

De Belgische Orde der artsen heeft op 30 januari 2025 op haar website de bezorgdheid overgenomen die werd geuit door de Israëlische niet-gouvernementele organisatie Physicians for Human Rights-Israël (PHR-I). Deze organisatie veroordeelt de aanvallen op medische faciliteiten en wijst op de aantasting van de arbeidsomstandigheden van artsen en andere zorgverleners.

De Orde der artsen is verontwaardigd over de steeds slechter wordende humanitaire situatie in de Gazastrook, die onschuldige burgers treft. Aanvallen zijn gericht op medische infrastructuur, medisch personeel en de voedsel- en waterbevoorrading van de bevolking. Op 22 augustus 2025 heeft de VN de hongersnood in Gaza uitgeroepen.

Het verbod voor niet-gouvernementele organisaties om hulp te bieden aan de bevolking maakt deze situatie nog uitzichtlozer en zorgt voor verontwaardiging bij veel burgers over de hele wereld.

Het is een schande voor de gehele mensheid om dergelijke feiten in stilte te laten passeren. Omdat de Orde der artsen niet in staat is om de waanzin van de mens te stoppen, kan ze, los van enige politieke overweging, alleen maar de agressie van sommigen veroordelen en de passiviteit van anderen hekelen.

Tevens moet worden aangestipt dat het gebruik van hospitalen en patiënten als menselijk schild een zeer laakbaar feit inhoudt, dat indruist tegen de menselijkheid en de conventie van Genève.

De Orde moedigt alle humanitaire initiatieven aan die gericht zijn op de bescherming van artsen en andere zorgverleners die zich inzetten om dit leed te verlichten. Zij pleit voor een snel herstel van de omstandigheden die nodig zijn om doeltreffende geneeskundige zorg te kunnen verstrekken ten behoeve van de burgerbevolking in nood.

Gedetineerden12/09/2025 Documentcode: a172009
Deontologische aanbevelingen voor eerbiediging van menselijke waardigheid en kwaliteitsvolle gezondheidszorg in de gevangenissen.

De nationale raad heeft in zijn vergadering van 12 september 2025 de problematiek onderzocht van het gebrek aan respect voor de menselijke waardigheid en kwaliteitsvolle gezondheidszorg in de gevangenissen.

Gedetineerden hebben het recht op gezondheidszorg die gelijkwaardig is met de gezondheidszorg in de vrije samenleving.[1] Zij hebben, zonder enig onderscheid op welke grond ook, tegenover de arts recht op kwaliteitsvolle zorg die beantwoordt aan hun behoeften.[2]

Artsen zijn gehouden de menselijke waardigheid en het recht op zelfbeschikking van elke patiënt te eerbiedigen en te waarborgen.[3]

Gevangenisartsen trekken aan de alarmbel omdat deze fundamentele rechten, die eveneens de kern vormen van de medische deontologie, stelselmatig worden overtreden.

De nationale raad acht het ontoelaatbaar dit probleem te negeren en richt een oproep tot de bevoegde minister om hieraan de nodige prioriteit te geven, met bijzondere aandacht voor volgende aspecten:


1/ Respect voor de naleving van de rechten van de patiënt binnen de detentiecontext

De toegankelijkheid van de gezondheidszorg in de gevangenissen dient te worden versterkt. Het feit dat een gedetineerde vanwege een complexe gezondheidsproblematiek moet worden geëxtraheerd voor behandeling buiten de inrichting mag geen aanleiding zijn tot uitstel van noodzakelijke zorgverlening.

Er dient aandacht te zijn voor het recht op privacy en het recht op intimiteit. De aanwezigheid van andere gedetineerden tijdens de raadpleging is onaanvaardbaar. Uitzonderlijk kan toezicht aanwezig zijn tijdens de raadpleging om de veiligheid van de zorgverstrekker te waarborgen.

Het beroepsgeheim geldt onverkort ten aanzien van elke patiënt. Tenzij er een wettelijke uitzondering bestaat, kan de gezondheidsinformatie van de gedetineerde die is verzameld tijdens de behandelrelatie niet doorstromen naar personen die geen therapeutische relatie hebben met de gedetineerde.

De gedetineerde dient beter geïnformeerd te worden over zijn gezondheidstoestand. De taalbarrière mag een adequate informatieverstrekking niet verhinderen.

De gedetineerde heeft het recht om gezondheidsonderzoeken te weigeren. De uitoefening van het recht op weigering mag voor de gedetineerde geen negatieve gevolgen met zich meebrengen. Enkel wanneer er een aanzienlijk risico bestaat op schade aan de gezondheid van andere gedetineerden of de volksgezondheid, kunnen proportionele maatregelen worden getroffen om deze schade te voorkomen of te beperken.

Tenslotte, mag de overbevolking in de gevangenissen, de complexiteit van de gezondheidsproblematiek van de gedetineerden en het tekort aan middelen niet worden aangewend als rechtvaardigingsgrond voor de schending van fundamentele rechten, waaronder het recht op gezondheidszorg.


2/ Verbetering van werkomstandigheden en professionele ondersteuning van gevangenisartsen

Er dient aandacht te zijn voor de nodige omkadering die de arts toelaat om kwaliteitsvolle gezondheidszorg te verrichten.

De actuele arbeidsomstandigheden van gevangenisartsen maken het onmogelijk om gezondheidszorg te verlenen die in overeenstemming is met de huidige stand van de medische wetenschap.

Er dienen ruimten en middelen ter beschikking te worden gesteld om een anamnese en een fysiek onderzoek uit te voeren. Deze vereiste hangt nauw samen met de plicht tot respect voor het recht op privacy, de intimiteit en de menselijke waardigheid van de gedetineerde.

De gedetineerde heeft, net als elke patiënt, recht op een zorgvuldig bijgehouden patiëntendossier. De gevangenisarts is de huisarts van de gedetineerde en dient de mogelijkheid te hebben gebruik te maken van een eenvormig geaccrediteerd softwarepakket voor huisartsgeneeskunde, dat gekoppeld is aan de uitwisselingsnetwerken.


3/ Implementatie van richtlijnen van goede medische praktijkvoering die een kwaliteitsvolle gezondheidszorg in detentie garanderen, met aandacht voor de medische deontologie

Er dienen richtlijnen te worden opgesteld voor goede medische praktijkvoering binnen de gevangenissen, met bijzondere aandacht voor deontologische vraagstukken die typisch binnen de detentiecontext voorkomen.

Een illustratief voorbeeld betreft de rol van de gevangenisarts bij de beslissing en uitvoering van afzonderingsmaatregelen, waarbij de arts door zijn dubbele rol - als behandelend arts van de gedetineerde en als adviserend arts - niet volledig onafhankelijk kan opereren.

De nationale raad stelt zich bereid zijn expertise aan te bieden en actief mee te werken aan de ontwikkeling van deze richtlijnen, in de overtuiging dat deze zowel een praktische leidraad zullen bieden voor gevangenisartsen als het vertrouwen in de hiërarchische structuur zullen versterken.


4/ Overdracht naar de FOD Volksgezondheid

Ten slotte, is de nationale raad van mening dat de bevoegdheid voor gezondheidszorg in de gevangenissen dient overgeheveld te worden van de FOD Justitie naar de FOD Volksgezondheid, om zo de zorg te verbeteren en te uniformeren met de zorg buiten de gevangenismuren.


[1] Art. 88, Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden.

[2] Art. 5, lid 1, wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

[3] Art. 5, lid 2, wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt.

Minderjarigen12/09/2025 Documentcode: a172010
Advies van de nationale raad van de Orde der artsen betreffende de wijziging van het Strafwetboek om een meldingsplicht in te voeren voor bepaalde misdrijven gepleegd op minderjarigen of kwetsbare personen.

Tussenkomst van de heer Benoît Dejemeppe,
voorzitter van de nationale raad van de Orde der artsen,
voor de commissie Justitie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 23 september 2025.


Geachte voorzitter,
Geachte volksvertegenwoordigers,

1. Als voorzitter van de nationale raad van de Orde der artsen stel ik u graag in kennis van de beschouwingen van de Orde over het wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek voor wat betreft de aangifteplicht van bepaalde misdrijven gepleegd op minderjarigen of kwetsbare personen (DOC 56 0778/001).

2. De bescherming van minderjarigen en kwetsbare personen tegen bijzonder ernstige misdrijven is een dwingende verplichting die door de medische wereld wordt gedeeld en die is opgenomen in de Code van medische deontologie (artikel 29).

Hoewel de Orde het eens is met de intentie van het wetsvoorstel, plaatst zij vraagtekens bij de geschiktheid van de middelen die worden ingezet om het beoogde doel te bereiken.

De ervaring leert doorgaans dat justitie niet alles alleen kan oplossen. Het is ook een taak van de staat om iedereen ertoe aan te zetten zijn verantwoordelijkheid op te nemen en samen te werken met andere maatschappelijke actoren. Het verplicht inschakelen van justitie leidt niet altijd tot een bevredigende oplossing en kan het leed van de slachtoffers nog vergroten.

Het hiërarchische debat tussen hulpverlening en justitie moet plaats maken voor een andere hiërarchie: het slachtoffer moet op de eerste plaats komen en de structuren moeten zich aanpassen aan zijn behoeften. Justitie en hulpverleningsdiensten moeten bruggen bouwen om hun expertise in de opvang van slachtoffers wederzijds te versterken.

3. Na een daad van agressie is de zorg voor het slachtoffer even belangrijk als de vervolging van de dader en het voorkomen van nieuwe misdrijven.

De angst voor gerechtelijke vervolging op basis van een aangifte door de arts kan een belemmering vormen voor de toegang tot zorg. Veel kwetsbare personen zijn afhankelijk van derden om een arts te raadplegen of zijn zelf bang voor gerechtelijke vervolging.

Het risico dat het slachtoffer geen zorg krijgt, moet in aanmerking worden genomen bij de keuze van de middelen die worden ingezet om geweld tegen kwetsbare personen te bestrijden.

4. Vertrouwelijke informatie over ondergane of gepleegde agressie komt gemakkelijker naar buiten in een vertrouwelijke omgeving, gebaseerd op beroepsgeheim, waar men zich zonder schaamte of angst kan uiten en passende zorg kan krijgen.

Deze vertrouwelijke omgeving is vaak de eerste stap naar structurele hulp.

De verplichting om aangifte te doen bij de procureur des Konings kan een contraproductief effect hebben op deze eerste, voor het slachtoffer moeilijk te zetten stap, namelijk zich openstellen tegenover een derde over wat hij of zij meemaakt of heeft meegemaakt. Dit contraproductieve effect valt vooral te vrezen in situaties van huiselijk geweld.

5. Het wetsvoorstel is gericht op een repressieve aanpak.

Met name in geval van huiselijk geweld meent de Orde dat het inschakelen van of het melden bij een multidisciplinaire instantie voor slachtofferhulp en begeleiding van daders een geschikter kader biedt.

6. In de context van de zorg wordt de kwetsbare persoon altijd betrokken bij beslissingen die hem aangaan, rekening houdend met zijn vermogen om zijn belangen redelijkerwijze in te schatten en met zijn begripsvermogen.

Het wetsvoorstel laat geen ruimte voor de autonomie van kwetsbare personen, wat haaks staat op de ontwikkelingen op het gebied van het recht op zelfbeschikking. De bewaarder van het beroepsgeheim is verplicht de feiten te melden zonder rekening te houden met de mening van de betrokken persoon.

7. Aangezien artikel 458bis van het Strafwetboek gericht is op personen die kwetsbaar zijn vanwege hun leeftijd, ziekte, handicap, lichamelijke beperking enz., geeft het geen sluitende definitie van het begrip ‘kwetsbare persoon’.

Niet elke ziekte leidt tot een kwetsbare toestand en de gevolgen van ouderdom variëren van persoon tot persoon. Behalve bij minderjarigen hangt de beoordeling van de kwetsbaarheid dus af van degene die het geheim bewaart.

Voor de beoordeling van de kwetsbaarheid van een persoon is deskundigheid vereist. Het is verkeerd te denken dat dit voor iedereen een haalbare opgave is.

Het voorgestelde ontwerp heeft tot gevolg dat als de bewaarder van het geheim zich vergist, hij strafrechtelijk kan worden vervolgd, hetzij omdat hij de geheimhoudingsplicht heeft geschonden (artikel 458 van het Strafwetboek), hetzij omdat hij de meldingsplicht heeft geschonden (artikel 458bis van het Strafwetboek), overeenkomstig het gewijzigde voorstel).

Gezien de diversiteit en complexiteit van concrete situaties, legt dit een buitensporige last op zijn schouders.

8. Aangezien elke fout tot strafrechtelijke vervolging kan leiden, is de verplichting om op een passende wijze het risico van toekomstige inbreuk op de integriteit te beoordelen, evenals de ernst en de onmiddellijkheid ervan, het risico op recidive bij anderen en de vraag of dit een ernstig en reëel gevaar vormt, eveneens buitensporig. Hetzelfde geldt voor de beoordeling van de mogelijkheid om de integriteit van het (toekomstige) slachtoffer alleen of met hulp van derden te beschermen.

Uit de toelichting bij het wetsvoorstel blijkt dat “beroepsgeheimhouders nochtans de inschatting dienen te kunnen maken in welke gevallen zij hun beroepsgeheim kunnen dan wel moeten doorbreken. Het kan niet de bedoeling zijn dat zij voortdurend in onzekerheid moeten werken en vrezen voor eventuele strafvervolging.”

De voorgestelde wijziging van artikel 458bis van het Strafwetboek biedt geen zekerheid en verzwakt de positie van de beroepsbeoefenaars nog meer.

9. Het wetsvoorstel beoogt een betere toepassing van de regelgeving.

Vanuit haar ervaring meent de Orde der artsen dat een manier om dit doel te bereiken zou zijn om de actoren in het veld te begeleiden bij het uitoefenen van hun bevoegdheid om feiten te melden, zodat zij de situaties zo goed mogelijk kunnen inschatten, in het belang van het slachtoffer. Een beslissingsboom en gemakkelijk toegankelijke en responsieve hulpbronnen zouden hiertoe zeer nuttig zijn.

Medisch dossier12/09/2025 Documentcode: a172011
Inzage in het patiëntendossier door de arts die het omstandig geneeskundig verslag opstelt in het kader van de wet van 26 juni 1990 inzake de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening.

De nationale raad van de Orde der artsen heeft in zijn vergadering van 12 september 2025 de vraag onderzocht of de arts die belast is met het opstellen van een omstandig geneeskundig verslag in het kader van de wet van 26 juni 1990 inzake de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening inzage mag nemen in het patiëntendossier van de te onderzoeken persoon.


1/ Voorafgaand

De wet van 26 juni 1990 inzake de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening werd recentelijk gewijzigd.[1]

De wijzigingen beogen verschillende doelstellingen: meer aandacht voor zorg, minder gebruik van dwang, respectvoller omgaan met de rechten van de patiënt, gebruik van kwaliteitsvolle medische verslagen, aandacht voor de omgeving van de patiënt, enz.[2]

Tot de belangrijkste wijzigingen behoren de invoering van een wettelijke definitie van ‘psychiatrische aandoening’, (in het kader van de spoedprocedure) de mogelijkheid tot een klinische evaluatie van maximaal 48 uur alvorens wordt besloten om al dan niet een beschermingsmaatregel op te leggen, en de invoering van een vrijwillige behandeling onder voorwaarden als nieuwe beschermingsmaatregel.

Zowel in de gewone procedure als in spoedeisende gevallen kan de rechter, in voorkomend geval de procureur des Konings, slechts een beschermingsmaatregel opleggen onder voorbehoud van de tussenkomst van een arts die de gezondheidstoestand van de betrokkene onderzoekt.

De arts beoordeelt vanuit medisch oogpunt of de te onderzoeken persoon een psychiatrische aandoening heeft overeenkomstig de wettelijke definitie. Onder ‘psychiatrische aandoening’ wordt verstaan een volgens de huidige stand van de wetenschap als zodanig omschreven aandoening die de realiteitsperceptie, het oordeelsvermogen, de denkprocessen, de stemming of de controle over diens daden ernstig kan verstoren.[3] Daarnaast beoordeelt de arts in hoeverre deze aandoening de gezondheid van de persoon ernstig in gevaar brengt of een ernstige bedreiging vormt voor andermans leven of integriteit, en in welke mate deze gezondheidstoestand een beschermingsmaatregel vereist.

Bij Koninklijk Besluit van 12 december 2024 is een model van omstandig geneeskundig verslag vastgesteld: FAQ-4-4-Bijlage-III-Omstandig-geneeskundig-verslag.docx.

Het omstandig geneeskundig verslag mag niet worden opgesteld door de arts die om de maatregel verzoekt of door de arts die een bloed- of aanverwant tot de vierde graad van de verzoeker of van de persoon met een psychiatrische aandoening is.[4]

Het is niet verboden dat het verslag wordt opgesteld door de behandelend arts van de persoon met een psychiatrische aandoening.

Het zijn hoofdzakelijk urgentieartsen die moeilijkheden ondervinden bij het opstellen van dergelijk verslag voor patiënten waarvan zij de medische voorgeschiedenis niet kennen. Zij stellen de vraag of zij – al dan niet via de uitwisselingsnetwerken – inzage mogen nemen in het patiëntendossier van de te onderzoeken persoon om het omstandig geneeskundig verslag zorgvuldig te kunnen invullen.


2/ Op wettelijk vlak

De arts heeft toegang tot gezondheidsgegevens van de patiënt die worden bijgehouden en bewaard door andere gezondheidszorgbeoefenaars op voorwaarde dat de patiënt voorafgaand zijn geïnformeerde toestemming tot deze toegang gaf.[5]

De arts heeft enkel toegang tot de gezondheidsgegevens van een patiënt waarmee hij een therapeutische relatie heeft.[6]

De arts die een therapeutische relatie heeft met de patiënt, heeft enkel toegang tot de gezondheidsgegevens van de patiënt indien de finaliteit van de toegang bestaat uit het verstrekken van zorg, de toegang noodzakelijk is voor de continuïteit en de kwaliteit van de zorgverstrekking, en de toegang zich beperkt tot de gegevens die dienstig en pertinent zijn binnen dit kader.[7]

Bijgevolg, mag de arts die belast is met het opstellen van het omstandig geneeskundig verslag slechts inzage nemen in de relevante stukken van het patiëntendossier mits de voorafgaande en geïnformeerde toestemming van de te onderzoeken persoon, of diens vertegenwoordiger.

Zonder specifiek wettelijk kader is het uitgesloten dat artsen die belast zijn met het onderzoek van de patiënt zonder het oogmerk om de gezondheid van de patiënt te behouden, herstellen of verbeteren, gebruik maken van de uitwisselingsnetwerken om inzage te nemen in de gezondheidsgegevens van de te onderzoeken persoon.[8]


3/ Op deontologisch vlak

Van de arts wordt verwacht dat hij vanuit medisch oogpunt vaststellingen verricht over de psychiatrische gezondheidstoestand van de patiënt en daartoe passende maatregelen of behandelalternatieven adviseert.

De arts beoordeelt de medische situatie op het ogenblik van het onderzoek, zonder dat hiervoor noodzakelijkerwijs kennis van de volledige medische voorgeschiedenis is vereist.

Er dient in gedachten te worden gehouden dat de wet niet primair gericht is op bestraffing, maar op bescherming en hulpverlening. Binnen dit kader voorziet de wet in alternatieven voor de beschermende observatiemaatregel (vroeger: gedwongen opname), zoals de vrijwillige behandeling onder voorwaarden.

Daarnaast is voorzien in de mogelijkheid tot een klinische evaluatie van maximaal 48 uur alvorens wordt besloten om al dan niet een beschermingsmaatregel op te leggen. Deze evaluatie laat toe om – in spoedeisende gevallen – de gezondheidstoestand grondiger te onderzoeken, zonder daarbij onmiddellijk over te gaan tot ingrijpende dwangmaatregelen.

Op deontologisch vlak heeft de arts de taak de patiënt gerust te stellen en te informeren over de mogelijke behandelingsalternatieven. Zowel de ratio van de wet als de principes van de medische deontologie zijn erop gericht dat het behandeltraject in maximale mate door de patiënt wordt gedragen.

De arts dient zijn beoordeling volledig onafhankelijk en zonder enige druk van justitiële diensten uit te voeren, met aandacht voor het belang van de patiënt en de maatschappij.

Tenslotte is een dialoog tussen de medische wereld en justitie noodzakelijk om een optimale toepassing van de wet te verzekeren en, waar aangewezen, te komen tot de uitwerking van praktisch toepasbare procedures.


[1] Wijziging bij wet van 16 mei 2024 houdende diverse bepalingen betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke.

[2]Bescherming personen met geestesziekte wijzigt op 1 januari | Federale Overheidsdienst Justitie.

[3] Art. 1/1, lid 1, wet van 26 juni 1990 inzake de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening.

[4] Art. 5, §2, lid 2, wet van 26 juni 1990 inzake de bescherming opgelegd aan een persoon met een psychiatrische aandoening.

[5] Art. 36, lid 1, wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg.

[6] Art. 37, lid 1, wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg.

[7] Art. 38, wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg.

[8] Art. 3, Koninklijk Besluit van 15 december 2024 over de toegang tot gezondheidsgegevens.

Getuigschrift van arbeidsongeschiktheid12/09/2025 Documentcode: a172012
De handelwijze van bepaalde artsen die het aan de huisarts van een patiënt overlaten deze laatste een getuigschrift van arbeidsongeschiktheid te bezorgen.

In zijn zitting van 12 september 2025 werd de nationale raad van de Orde der artsen om advies verzocht betreffende de handelwijze van bepaalde artsen die het aan de huisarts van een patiënt overlaten deze laatste een getuigschrift van arbeidsongeschiktheid te bezorgen.

Elke arts moet de patiënt de medische documenten die hij nodig heeft, bezorgen (artikel 26 van de Code van medische deontologie).

Het is een deontologische plicht van de arts om binnen de grenzen van zijn bevoegdheden en op een objectieve wijze gevolg te geven aan legitieme verzoeken van de patiënt. De arts kan zich hieraan niet onttrekken zonder gegronde reden.

Indien de patiënt voor dit document doorverwezen wordt naar zijn huisarts, brengt dat een extra raadpleging met zich en dus kosten voor de patiënt en de gemeenschap.

Dit verstoort de organisatie van de huisarts, die de patiënt snel moet onderzoeken zodat deze het attest binnen de gestelde termijn aan zijn werkgever kan bezorgen.

Uiteindelijk moet de patiënt extra stappen ondernemen om zijn rechten te doen gelden.

De nationale raad wijst er dan ook op dat artikel 26 van de Code van medische deontologie geldt voor alle collega’s.

Behoudens geldige reden, moet de arts die een medische ingreep verricht die leidt tot ongeschiktheid of die bij een patiënt arbeidsongeschiktheid vaststelt, zijn verantwoordelijkheid volledig opnemen en hem een getuigschrift van arbeidsongeschiktheid afgeven indien hij dit nodig heeft.

Hij kan zich niet ontdoen van de administratieve aspecten die inherent zijn aan zijn medische praktijk, ten koste van andere collega's en de patiënt.

Nieuws
08/09/2025
RIZIV : Omzendbrief over de uitbreiding van het project MediPrima – verplichte integratie huisartsen
Nieuws
29/08/2025
VAIA en PUC KU Leuven Continue : opleiding 'AI in de gezondheidszorg' (oktober-december 2025)

Programma

Sessie 1 | AI voor artsen: van hype naar hulp (KU Leuven Brugge of online)

AI is alomtegenwoordig: niet alleen in het nieuws, maar ook in ons dagelijks leven. Over een nieuwe technologie zoals AI denken we nogal snel in termen van the good, the bad and the ugly. In deze lezing zoeken we geen controverses op, maar willen we laten zien hoe AI nuttig kan zijn in een specifieke context, hoe en wanneer het de menselijke intelligentie overstijgt en hoe de mens op een zinvolle manier met AI-oplossingen kan samenwerken. Als arts zal je AI-technologie gebruiken, dus benut je ze maar beter in je voordeel.

Prof. dr. Maarten De Vos is hoogleraar aan de faculteiten Ingenieurswetenschappen en Geneeskunde van KU Leuven. Hij richt zich op het verbeteren van data science-benaderingen voor verschillende toepassingen in de gezondheidszorg. Zijn AI-oplossingen worden gebruikt op verschillende ziekenhuisafdelingen, variërend van neonatologie tot ouderenzorg.

Deze sessie gaat door op de campus in Brugge of online.

Sessie 2 | Case: Seizure detection and prediction with AI (KU Leuven Kulak of online)

Deze sessie wordt gedoceerd in het Engels

Tracking seizures is crucial for epilepsy monitoring and treatment evaluation. Current epilepsy care often relies on caretaker or patient-reported seizure diaries, but many seizures go unrecorded. Automated electroencephalography (EEG)-based seizure detection systems provide an objective means of identifying and registering seizures during long-term video-EEG recordings. However, standard full scalp-EEG setups are primarily used in hospitals and have limited applicability in everyday life. Discreet, wearable devices are needed to enable seizure detection in home settings, as they are better suited for long-term ambulatory monitoring.

Dr. Chatzichristos will introduce epilepsy, its characteristics, and the challenges associated with seizure detection. He will explore various approaches to analyzing EEG and multimodal data for seizure prediction, ranging from classical AI models with handcrafted features to deep neural network-based methods. Additionally, he will discuss the difficulties in developing a model that is universally effective for all types of epilepsy, as well as the ongoing challenges related to data quality and availability in the field.

Christos Chatzichristos is a Postdoctoral Researcher currently affiliated with the department of Electrical Engineering (ESAT) of KU Leuven, Belgium. He also collaborates with Flanders AI Academy as an academic Artificial Intelligence (AI) expert and (co-) organizes different courses for AI in healthcare domain. His research interests are biomedical signal processing, Blind Source Separation (BSS) and AI, with a special focus on seizure prediction and use of Real-World Data in oncology.

This session is organized in Kortrijk (Kulak) or online.

Sessie 3 | Case: Artificiële Intelligentie in het OK, hulp of hype? (KU Leuven Brugge of online)

Chirurgie, van oorsprong een eerder traditionele discipline, ondergaat vandaag de dag een enorme transformatie. De opkomst van minimaal invasieve chirurgie zorgde voor een eerste golf van verandering in de chirurgie en het capteren van video door een endoscoop maakt een perfecte basis voor innovatie op het vlak van AI en computer-visie. In deze lezing belichten we hoe AI zijn weg vindt naar het operatiekwartier onder vormen als Augmented Reality (AR) en foutdetectiesystemen en op welke manier ze bijdragen tot de precisie en veiligheid van een operatie. We gaan ook in op de opkomst van grootschalige taalmodellen (LLMs & VLMs) en hun potentieel voor de chirurgische praktijk. Tot slot bespreken we de ethische en juridische implicaties van het gebruik van AI in de operatiekamer. De hoop is een realistisch perspectief op de huidige mogelijkheden en beperkingen van AI-systemen te kunnen geven, en dit toegepast op de chirurgie.

Wouter Bogaert werkt als burgerlijk ingenieur bij Orsi Academy in Melle, en van de grootste opleidingcentra voor robotchirurgie in Europa en een expertisecentrum voor alles wat met medische technologie te maken heeft. Hij is tevens doctoraal onderzoeker in de computerwetenschappen bij ID-lab (UGent, Imec), waar zijn focus voornamelijk ligt op natural language processing, computer-aided surgery en multimodale systemen.

Deze sessie gaat door op de campus in Brugge of online.

Sessie 4 | Deep dive in de opportuniteiten met generatieve AI in de gezondheidszorg (KU Leuven Kulak of online)

De nieuwste generatie AI technologie - generatieve AI - introduceert heel wat opportuniteiten voor zorgprofessionals. In deze module gaan we dieper in op de conceptuele mechanismes achter deze technologie, de opportuniteiten die dit meebrengt en de vertaling hiervan naar de context van de gezondheidszorg. We bespreken hierbij heel wat voorbeelden in 3 domeinen: ondersteunende processen, klinische support en begeleiding van de patiënt. Tot slot gaan we dieper in op de beperkingen en risico’s verbonden aan deze technologie en de huidige adoptiestatus in Vlaamse zorginstellingen. Op het einde van deze module heeft u een overzichtelijk beeld van de opportuniteiten, risico’s en beperkingen van deze technologie, heel wat voorbeelden en een beeld van de mogelijkheden in jouw dagelijkse praktijk.

Pieter De Buysser is oprichter van NXTGN, dat bedrijven strategisch advies biedt voor het gebruik van generative AI. Voordien was Pieter AI strategieconsultant bij Deloitte.

Deze sessie gaat door op de Kulak (Kortrijk) of online.

Sessie 5 | Ethische en juridische uitdagingen bij AI in de gezondheidszorg (KU Leuven Brugge of online)

De vierde industriële revolutie, gekenmerkt door digitalisering, connectiviteit, artificiële intelligentie en robotica heeft ook de gezondheidszorg bereikt. De belofte is enorm. Door gezondheidsgegevens van miljoenen mensen samen te brengen en te analyseren met performante algoritmes zal de medische wetenschap aan een razendsnel tempo nieuwe inzichten voortbrengen. Met behulp van artificiële intelligentie (AI) zullen we beter kunnen inzetten op preventie, zal de arts nauwkeurigere diagnoses stellen en ons de meest gepaste therapie voorschrijven … en dat alles hopelijk op een betaalbare en toegankelijke manier. Maar is het allemaal rozengeur en maneschijn? Wie heeft er allemaal toegang tot de gezondheidsgegevens die mijn smartphone verzamelt? Mag het ziekenhuis informatie uit mijn elektronisch patiëntendossier doorverkopen aan een farmaceutisch bedrijf of app-ontwikkelaar om een AI systeem te trainen? Krijgen patiënten binnen 20 jaar nog een arts of verpleegkundige van vlees en bloed te zien? Voorspelt artificiële intelligentie even accuraat een ziekte in een 70-jarige dame van Turkse afkomst als in een 35-jarige man van Franse afkomst? En wie draagt de verantwoordelijkheid als er een medische fout begaan wordt door een AI systeem?

Heidi Mertes is professor in de medische ethiek aan de Universiteit Gent, waar ze verbonden is aan het Bioethics Institute Ghent en het interfacultair platform Metamedica, dat zorgt voor een kruisbestuiving tussen geneeskunde, ethiek en recht. Haar onderzoeksinteresses bevinden zich voornamelijk in het domein van de ethiek van de reproductieve geneeskunde, genetica en innovatie in de gezondheidszorg. Naast haar onderzoek doceert ze ook over medische ethiek, bio-ethiek en moraalwetenschappen.

Griet Verhenneman is juridisch expert in gegevensbescherming, privacy, artificiële intelligentie en recht aan de Universiteit Gent. Ze is lid van de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht, en meer specifiek van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Binnen de Universiteit Gent is prof. Verhenneman lid van het bestuur van MetaMedica en i4S. Daarnaast is ze actief in onderwijs, training en beleidsvorming binnen ziekenhuizen.

Deze sessie gaat door op de campus in Brugge of online.

Praktisch

Datum en locatie

Dinsdag 7 (Brugge) en 21 oktober (Kulak), 4 (Brugge) en 18 november (Kulak) en 2 december (Brugge) 2025 van 19 tot 21 uur. Onthaal met broodjes wordt voorzien vanaf 18.30 uur.

KU Leuven Kulak (Etienne Sabbelaan 53, 8500 Kortrijk), KU Leuven - Brugge (Spoorwegstraat 12, 8200 Brugge) en online

Deelnameprijs en inschrijving

De deelnameprijs bedraagt 540 euro. De prijs per sessie is 120 euro.

Betalen via overschrijving kan op rekeningnummer BE31 2850 2133 2955 van PUC - KU Leuven Continue met vermelding van ‘400/0027/52617 + naam van de deelnemer’ en je ontvangt geen factuur. Een bewijs van betaling kan via eenvoudig verzoek.
Wens je toch een factuur? Kies dan de mogelijkheid bij je inschrijving.

Pagina: https://www.vaia.be/nl/opleidingen/ai-in-de-gezondheidszorg

In samenwerking met VAIA

Nieuws
22/08/2025
Healthcare is not a favour. Protect the right to live.

Healthcare workers from across Europe will head to Brussels on Monday September 22nd, 2025 for a joint international demonstration.

We are calling attention to the growing violations of medical neutrality in conflict zones worldwide — with Gaza, over the past twenty months, standing as a devastating example. The catastrophic impact of the destruction of the humanitarian right to healthcare has become painfully clear: more than 1,500 healthcare workers have been killed, and hundreds imprisoned, many without charges.

Attacks on nearly all hospitals and healthcare facilities, along with the blockade of food and medical aid, have gravely violated the fundamental right to life and care. Food and medical care are not weapons of war.

As healthcare professionals and supporters, we make an urgent appeal through this European demonstration, calling on our European institutions to act without delay:

1. Guarantee the right to healthcare – both to receive and to provide it.
Access to medical care is a fundamental human right. The EU must strongly defend the free passage of patients, medical supplies, and healthcare workers – even in besieged or occupied territories. Medical aid must never be obstructed or used as leverage.

2. Protect healthcare workers – uphold the Geneva Conventions.
The Geneva Conventions oblige states to protect medical personnel, patients, and healthcare infrastructure – even during armed conflict. Attacks on hospitals, ambulances, and care providers are war crimes. The EU must actively defend these treaties and hold violators accountable.

Gaza must not become the precedent for the destruction of the universal right to humanitarian medical care.

We call on the European Parliament, European Commission and all European governments:

Act now

Guarantee medical neutrality

Protect the right to care

If you work in the medical field and would like to join on September 22nd, or cannot join but want to register to support this initiative: Click here.

Medics on the move for what matters (https://medicsonthemoveforwhatmatters.org/)