Werking van de Orde

Vele artsen zijn niet bekend met de werking van de Orde der artsen. Dit geeft aanleiding tot stress en zorgen als ze door de Orde worden aangeschreven.

De Orde werd opgericht bij KB van 10 november 1967 en de organisatie en werking van de Orde wordt geregeld bij het KB van 6 februari 1970. De Orde heeft 3 belangrijke functies: een administratieve, een tuchtrechtelijke en een adviserende functie.

De administratieve functie bestaat onder andere uit het inschrijven van de arts op de lijst van de Orde en is een essentiƫle vereiste om geneeskunde te mogen beoefenen in Belgiƫ. Voor deze inschrijving moet eerst worden gecontroleerd of de arts over de vereiste kwalificaties beschikt en in het verleden geen tuchtrechtelijke noch strafrechtelijke veroordeling heeft opgelopen.

De tuchtrechtelijke functie is waarschijnlijk het best gekend. Klachten over gedragingen, houding of functioneren van een arts komen via verschillende personen of instanties tot bij de Orde. De Orde heeft de plicht elke klacht te behandelen. Dit wil niet zeggen dat iedere klacht ook terecht is. Een binnengekomen klacht wordt meestal verwezen naar de onderzoekscommissie die zoveel mogelijk informatie i.v.m. de klacht probeert te verzamelen zodat de raad van de Orde de klacht kan beoordelen en zo nodig een strafmaat kan opleggen tijdens een tuchtzitting. Leden van de onderzoekscommissie mogen niet meebeslissen.

Tegen een beslissing van de raad kan steeds beroep ingesteld , waarbij het dossier in behandeling wordt genomen door de Raad van Beroep.

Niet elke klacht leidt ertoe dat de arts op de tuchtzitting van de raad moet verschijnen. Er wordt ook niet altijd een sanctie opgelegd die de uitoefening van het artsenberoep verhindert.

De adviserende functie is jammer genoeg minder bekend, maar daarom niet minder belangrijk. Iedere arts kan advies vragen over deontologische problemen bij de provinciale raad waar de arts is ingeschreven (en bij de nationale raad). De provinciale raad geeft dan advies gebaseerd op de vigerende wetgeving, de Code van Medische Deontologie en de adviezen van de nationale raad. Het is ten zeerste aan te raden bij deontologische problemen een advies te vragen alvorens te handelen. Dit zal niet zelden vermijden dat het later tot een tuchtprocedure komt.

De Orde is er niet alleen om een goede uitoefening van de geneeskunde te bewaken en te bevorderen, maar vooral om de artsen te ondersteunen. Aarzel dan ook niet om bij vragen of problemen de Orde te contacteren.