Telegeneeskunde
Hieruit:
Sinds de COVID-19-pandemie heeft telegeneeskunde een opmerkelijke opgang gekend.
Onder zorg op afstand verstaan we onder meer raadpleging op afstand, behandeling op afstand, expertise op afstand, overleg op afstand, monitoring op afstand en advies op afstand.
Telegeneeskunde is geen standaardvorm van patiëntenzorg, en kan slechts worden verantwoord wanneer zij de nodige garanties biedt op het vlak van kwaliteit en veiligheid van de zorg. Ze moet voldoen aan dezelfde wettelijke en deontologische vereisten als de fysieke uitoefening van de geneeskunde.
Een fysieke raadpleging blijft in de overgrote meerderheid van gevallen wel de meest kwaliteitsvolle en betrouwbare vorm van geneeskunde.
De kwaliteit van tussenkomst door middel van telegeneeskunde is zeer afhankelijk of het een gekende patiënt betreft, het om een chronische of acute pathologie gaat en of er objectieve elementen aanwezig zijn die de diagnose kunnen staven. De Orde is van oordeel dat in geval van acute pathologie bij een ongekende patiënt het gebruik van telegeneeskunde als surrogaat van een klassieke consultatie te vermijden is. Ze kan in bepaalde omstandigheden wel een nuttig hulpmiddel zijn voor vb. triage. In veel gevallen echter kan niet dezelfde zorgkwaliteit gegarandeerd worden als bij een fysieke raadpleging. Een zorgvuldig klinisch onderzoek, na een grondige anamnese en kennisname van de medische voorgeschiedenis, blijft essentieel voor een correcte diagnose en behandeling. De arts moet ook over voldoende relevante en betrouwbare gegevens van de patiënt beschikken om een medisch verantwoord individueel advies te kunnen geven.
Dezelfde verplichtingen wat betreft het opstellen, veilig bewaren en archiveren van het patiëntendossier, conform de geldende wettelijke en deontologische bepalingen, blijven. Dit geldt ook voor eventueel gedeeld foto- en beeldmateriaal. Ook het organiseren van de zorgcontinuïteit blijft een verplichting. Een telefonische tussenkomst na een fysieke raadpleging - bijvoorbeeld om een bijkomende vraag te stellen - vormt geen volwaardige raadpleging. Dergelijke korte telefoongesprekken met de patiënt zijn een verlengde van de fysieke raadpleging en kunnen niet afzonderlijk worden aangerekend.
De Orde vraagt de wetenschappelijke verenigingen van elk specialisme om richtlijnen uit te vaardigen die bepalen in welke gevallen telegeneeskunde als een kwalitatief werkinstrument kan gebruikt worden. Ook de modaliteiten voor het afleveren van getuigschriften van arbeidsongeschiktheid en het voorschrijven van medicatie dienen in deze richtlijnen opgenomen te worden.
Het nut van telegeneeskunde
Telegeneeskunde kan in bepaalde situaties een meerwaarde bieden in het belang van de patiënt.
In dergelijke gevallen is er echter nood aan de uitwerking van omkaderde zorgtrajecten, ondersteund door specifieke wetenschappelijke richtlijnen en samenwerking tussen verschillende zorgdiensten.
Telegeneeskunde wordt bij voorkeur ingezet bij gekende patiënten en in het kader van chronische zorgopvolging. Ze is daarentegen in de regel niet geschikt voor primaire diagnosestelling of acute, urgente situaties, waar oa. een zorgvuldig klinisch onderzoek vereist is.