Voorwoord van de Voorzitter

Beste collega’s,

We bevinden ons op een kantelmoment in de geschiedenis. Alles lijkt te veranderen. Gewapende conflicten, geopolitieke spanningen tussen grootmachten, economische onzekerheid, migratiestromen en een groeiend wantrouwen tegenover gevestigde instellingen ondermijnen de rust in de samenleving.

In dit onrustige klimaat lijkt ook de gezondheidszorg niet te ontsnappen aan verandering. De minister van Volksgezondheid heeft de ambitie om het zorglandschap in sneltempo aan te passen in een poging het begrotingstekort te beperken.

Ook de Orde der Artsen ontsnapt niet aan hervormingen. De Orde wordt vaak beschouwd als een overbodige en archaïsche instelling. Er zijn artsen die de Orde liefst zo snel mogelijk afgeschaft willen zien, anderen vinden dat een modernisering nodig is. Laat mij u overtuigen dat de afschaffing van de Orde geen verbetering is en de mogelijke alternatieven niet aantrekkelijker zijn.

Geneeskunde is geen gewone “dienstverlening”. Een arts draagt een grote verantwoordelijkheid. De arts beslist over leven en dood, bestrijdt lijden, beschermt de kwetsbaren. Vertrouwen tussen arts en patiënt is hierbij belangrijk.

Het is als arts en patiënt belangrijk te weten dat klachten worden beoordeeld door collega’s die de complexiteit van het vak werkelijk begrijpen. Alleen artsen kennen de realiteit van beslissen onder tijdsdruk, begrijpen de nuances van diagnostische onzekerheid, therapeutische proportionaliteit, communicatie met patiënten en de ethische dilemma’s waar we tegenaan lopen. Een tuchtcollege dat grotendeels bestaat uit artsen is geen corporatisme, het is een noodzaak. Wie medische behandelingen uitsluitend juridisch en administratief beoordeelt, reduceert geneeskunde tot een checklist.

Een te grote inmenging van overheid en juridische instellingen houdt bovendien gevaren in. Politieke inmenging in medische tucht dreigt de onafhankelijkheid van het beroep te doen verdwijnen. Artsen zouden steeds meer defensieve geneeskunde gaan beoefenen: niet langer handelen in functie van wat medisch het beste is voor de patiënt, maar in functie van juridische bescherming en administratieve conformiteit. Dat leidt onvermijdelijk tot meer bureaucratie, hogere kosten, minder innovatie en een verdwijnen van de menselijkheid die noodzakelijk is om goede zorg te verlenen.

Men moet durven nadenken over de vraag wat er gebeurt wanneer artsen geen eigen Orde meer hebben. Dan verschuift de deontologische beoordeling van het beroep volledig naar de overheid, verzekeraars, rechtbanken en publieke opinie. De medische deontologie dreigt dan vervangen te worden door politieke beslissingen en angst voor rechtszaken. Het risico bestaat dat artsen hun professionele autonomie verliezen en dat de vertrouwensband met de patiënt bijkomstig wordt. Is dit wat wij als artsen willen?

Een onafhankelijke Orde is niet enkel een bescherming van artsen. Zij beschermt in de eerste plaats de patiënt. Zij bewaakt de kwaliteit van het beroep, sanctioneert ontsporingen, verdedigt de deontologie en baseert het medische handelen op ethische verantwoordelijkheid in plaats van louter economische of politieke belangen.

In tijden van maatschappelijke onzekerheid hebben we nood aan sterke instellingen die onafhankelijk durven blijven. Niet om hervormingen tegen te houden, maar om te vermijden dat men in de naam van modernisering precies datgene afbreekt wat het vertrouwen in de geneeskunde mogelijk maakt.

De Orde dient hervormd en gemoderniseerd te worden. Dit mag echter nooit ten koste gaan van de essentie van ons beroep: deskundigheid, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid tegenover de patiënt.

Ik hoop u overtuigd te hebben dat we nood hebben aan een tuchtorgaan bestaande uit gemotiveerde artsen en niet uit uitvoerende ambtenaren. Ik wil dan ook een oproep doen om u volgend jaar massaal kandidaat te stellen bij de komende verkiezingen van de Orde.

Hopelijk kunnen jullie allen genieten van een welverdiende vakantie. Neem de tijd om je batterijen weer op te laden en te genieten met familie, vrienden en al je dierbaren.

Warme groeten,

Hilde Van Kerckhoven